Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2

Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2

Auteur
:   Hans van der Wereld
Gemeente
:   Jacobswoude
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6151-0
Pagina's
:   88
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

6 Dirk Rijnders, de volgende burgemeester van Woubrugge, werd op 8 maart 1909 te Harderwijk geboren. Na de afsluiting van zijn schoolopleiding was hij werkzaam op de gemeentesecretarie van Bleiswijk en Hillegersberg, waar hij alle afdelingen van de gemeentesecretarie doorliep en diverse diploma's behaalde. In maart 1940 werd hij met ingang van 15 april benoemd tot burgemeester en secretaris van Oude Tonge. De ambtsperiode alhier was maar van korte duur en begon meer dan stormachtig door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Reeds in juli werd hij door de Duitsers uit zijn ambt ontheven, als gevolg van een reeks arrestaties in zijn gemeente. Met ingang van] augustus] 94] volgde zijn benoeming te Woubrugge. Op zaterdag 2 augustus, 's morgens om tien uur, werd Rijnders door loco-burgemeester L. Donker gelnstalleerd. Alhoewel door tijdsomstandigheden de plechtigheid een sober karakter had, bood het gemeentehuis met zijn versiering van bloemen en palmen een feestelijke aanblik. Door de verkeersbeperkingen waren de burgemeester en zijn echtgenote en verdere familieleden aangewezen op de bus, waarvan de eerste om ongeveer half tien in Woubrugge aankwam, In zijn toespraak zei Rijnders onder meer: "Zeer goede geruchten heb ik reeds vernomen over de volle inzet, waarmede u, vooral in de laatste [aren bij de sterke vermeerdering der werkzaarnhcden, dienst hebt gedaan. Uw werk moet gedragen worden door de liefde voor de ingezetenen, en waar die liefde is, zal ook het vertrouwen zijn." In de vier jaar en zeven maanden die Rijnders burgemeester van Woubrugge was, beleefde hij het voorzitterschap van twee raden en had hij zelf gedurende enkele jaren de be-

voegdheden, die in normale tijden tot die van de raad en het college van burgemeester en wethouders behoren. Helaas kon het aantal vergaderingen niet groot zijn door een in ] 94] door de bezetter ingevoerde wijziging van de bestuursbevoegdheden van de colleges, waardoor de burgemeester een ietwat dictateriale figuur werd. In ieder geval is door het regelmatig houden van de vergaderingen met de wethouders voortdurend overleg gepleegd met vertegenwoordigers van de bevolking. Als gevolg daarvan was de samenwerking met de wethouders wel zeer intensief. In de eerste plaats over de langste en moeilijkste periode, die met L. Donker en C. W Lieverse, en na de benoeming van de tijdelijke gemeenteraad met H. Angenent en P.]. van der Eng. In die vergaderingen - in de gaarkeuken van de gemeentelijke overheid - werd veel bekokstoofd en besloten. Menigmaal werden de bezettingsmaatregelen bekeken en overwogen, werden plannen beraamd om aan de druk te ontkomen en de bevolking te beschermen en voor veel schade te besparen en om het rnaatschappelijk leven van de bevolking van Woubrugge en Hoogmade op gang en op peil te houden. Op 27 februari 1946 nam Rijnders afscheid van Woubrugge wegens zijn benoeming met ingang van] maart tot burgemeester van Middelharnis en Sornmelsdijk. Per ] 6 mei 1955 werd hij benoemd tot burgemeester van Nieuwer-Amstel. Per 1 januari ] 964 werd de naam Nieuwer-Arnstel gewijzigd in Amstelveen; per 1 april werd hem daar eervol ontslag verleend.

7 Hector Marius van Fenema werd op 4 mei 1901 te Den Haag geboren. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Groningen, na aldaar het gymnasium te hebben doorlopen. Vervolgens studeerde hi] in Brussel op het Palais Mondial. Na enige jaren te zijn verbonden aan de N.V. Steenkolen Handelsmaatschappij, richtte hi] een onderneming op die zich bezig hield met de uitwisseling van octrooien en patenten. De Duitsers liquideerden die onderneming in 1940, waarna hij zich verbond aan het rijksbureau voor non-ferrometalen. Toen in 1943 de reserve-officieren zich weer in krijgsgevangenschap moesten melden, dook Van Fenema onder. In september 1944 trad hij op als commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Den Dolder. Na de bevrijding werd hij van 23 juli tot 29 november 1946 waarnemend burgemeester van Woerden en van 1 maart tot 1 augustus tijdelijk burgemeester van Woubrugge. Van Fenema zou hier als burgemeester fungeren zalang door de Koningin geen nieuwe burgemeester zou zijn benoemd. Door het plotselinge vertrek van burgemeester Rijnders en van gemeentesecretaris H. E. M. Schaminee werd het bestuursapparaat van Woubrugge wel zeer onvolledig. Hoewel hi] bij geen enkele politieke partij was aangesloten kan gezegd worden dat mr. Van Fenema een sociaalvoelend en vooruitstrevend man was. De korte tijd die hij als waarnemer in Woerden en Woubrugge doorbracht, leerde hem dat met samenwerking veel te bereiken is. Maar daarnaast ook het initiatief nemen, aanpakken. In Hoogmade was er een stinksloot nabij de bebouwde kom, die voor iedereen een bron van ergernis was. De Woubrugse arts dokter 1. E. Loth zei hem: "U krijgt die ook niet weg; vier burgemees-

ters hebben zonder succes getracht daaraan een einde te maken maar het lukte niet."Toch kon het. Nu vindt men daar ter plaatse een laan, die op voorstel van de toenmalige leider van de

KVp, het raadslid C. ]. M. van Schagen uit Hoogmade, de Van Fenemalaan werd gedoopt. De burgemeester was er niet trots op, maar yond het toch aardig omdat het illustreerde dat er met gepast doorzetten iets te bereiken is. Dat het voorstel om zijn naam op die manier bij de Hoogmadenaren te laten voortleven uitging van de katholieke raadsfractie, terwijl hi] toch hervormd was, is een bewijs dat hij met alle partijen goed kon samenwerken. Mr. H. M. van Fenema wijdde zich na zijn Woubrugse periode aan de export van bouwmaterialen. Met ingang van

1 februari 1948 werd hi] benoemd tot burgemeester van Zandvoort. De wederopbouw van deze badplaats stimuleerde hij krachtig. Een groots opgezet plan moest Zandvoort brengen op een hoger niveau dan voor de oorlog, een ontspanningscentrum waarvan iedereen zou kunnen genieten. Betere verbindingen van tram- en spoorwegen moesten het dorp gemakkelijker bereikbaar maken; de opbouw van hotels in verschillende prijsklassen werd met kracht ter hand genomen, zonder dat daarnaast de woningbouw werd verwaarloosd. Hij bleef eerste burger van deze Noordhollandse gemeente tot 1 juni 1966, waarna hij zich vestigde in Rijsbergen. Later verhuisde mr. Van Fenema naar Frankrijk. Sinds 1982 woonde hij in Zeist. Hij overleed op 23 juli 1983 en werd begraven te Ginneken.

8 Jan Catharinus van Wageningen werd op 19 maart 1907 te Utrecht geboren. Na het eindexamen van de middelbare school en de militaire dienst kwam hij via het bedrijfsleven in de gemeente-administratie, omdat specialisering in een bepaalde sector van het maatschappelijk leven hem toch wel zeer gewenst scheen. In oktober 1932 trad hij als volontair in dienst van de gemeente Noordwijk. Het uitzichtloze op dat terrein in de crisisjaren deden hem naar wat anders uitzien. In het najaar van 1936 trad hij in dienst van het ministerie van Economische Zaken, Handel, Nijverheid en Scheepvaart. De tijdelijkheid werd mede door de Tweede Wereldoorlog tot 1945 verlengd. Vlak na de bevrijding, van juni tot november 1945, werd Van Wageningen gedetacheerd bij het Provinciaal Militair Commissariaat Zuid-Holland. Op laatstgenoemd tijdstip werd hij aangetrokken door de Provinciale Griffie. Daar werkte hij als hoofdcommies tot 1 augustus 1946, to en de reeds jaren beoogde burgemeestersfunctie werd gerealiseerd en hij als zodanig te Woubrugge werd benoemd. De installatie vond plaats op zaterdagmiddag

3 augustus in de bovenzaal van "Het Oude Raedthuys" en geschiedde door wethouder H. Angenent. Met ingang van

1 augustus werd hij tevens benoemd tot ambtenaar van de burgerlijke stand. Gedurende de ambtsperiode van Van Wageningen groeide de gemeente Woubrugge gestaag. Na 1950 werden honderden nieuwe woningen gebouwd en kregen de dorpen Woubrugge en Hoogmade het karakter van forensenplaatsen. Het streven van het gemeentebestuur was dan ook gericht op komvorming. Een ander memorabel feit was de bouw in 1953 van een moderne verkeersbrug over de Heimanswetering, iets

ten zuiden van de van 1869 daterende dubbele klapbrug. Als belangrijke en fijne gebeurtenis noemde Van Wageningen het bezoek van koningin Juliana aan Woubrugge op 20 mei 1954. "Op een dag bezocht zij toen elf gemeenten. En overal van alles bis en zu natuurlijk. Toen mocht ik aan boord komen van het bootje waarop de Koningin een tocht maakte over de plassen. En ik heb met de Koningin door het dorp gelopen." Op 1 augustus 1971 kon Van Wageningen zich beroemen op vijfentwintig jaar burgemeesterschap in een en dezelfde gemeente. Van Wageningen was als voorzitter van de gemeenteraad een tolerante figuur. Zelden berispte hij een raadslid, laat staan dat hij hem het woord ontnam. Uiteraard had hij zijn eigen mening, maar hij was geen "Van-Rappardfiguur", die er in de raad een prestigezaak van maakte. Hij kende de sterke en zwakke punten van ieder raadslid, had een uitstekend geheugen en wist een raadslid vaak op tegenstrijdige uitspraken te betrappen, al werden die jaren geleden uitgesproken. Hij bleef altijd hoffelijk,

een regent van de oude stijl, soms misschien wat te formeel, en hij zou een fout altijd openlijk toegeven. Hij maakte door zijn beleid zowel vrienden als "vijanden", maar welke burgemeester heeft dat niet? In de persoonlijke omgang was hij vaak een berninnelijk mens, die scherp waarnam en veel onthield. Een patriot van de oude stempel, zeer vaderlandslievend, een kenner van de geschiedenis van Nederland. Per 1 april 1972 nam hij afscheid; hi] overleed op 21 maart 1985 te Den Haag.

9 Bij de overgang van de negentiende in de twintigste eeuw was C. Kammeraat secretaris van de gemeente Woubrugge. Cornelis Kammeraat werd op 17 [uni 1849 alhier geboren. Zijn ambtelijke loopbaan ving aan in de buurgemeenteAlkemade, waar hi] van 4 november 1868 tot 31 januari 1890 werkzaam was. Daar wilde hij zijn positie verbeteren en gedurende de bouw van het gemeentehuis in Roelofarendsveen solliciteerde Kammeraat naar het ambt van bode en concierge. Hij werd inderdaad als zodanig gekozen en trad - tegen een jaarwedde van honderd gulden - in functie toen het raadhuis aldaar in het voorjaar van 1870 in gebruik werd genomen. Op 1 5 rnei 1872 nam hij plotseling ontslag, omdat hi] naar zijn mening te weinig verdiende. Hij voegde er in zijn brief aan toe: " ... kan het zijn tegen een niet al te ver verwijderd tijdstip." Hij wilde blijkbaar snel weg, maar de Alkemadese raad dacht daar anders over. Op 27 rnei werd besloten Kammeraats salaris naar honderdvijftig gulden per jaar op te trekken. Nog tijdens de vergadering werd dat besluit aan betrokkene medegedeeld. De bode behoefde over dit snelle raadsbesluit niet lang na te denken; hij aanvaardde de salarisverhoging van vijftig percent "met dankbetuiging aan deze vergadering voor hare betoonde welwillendheid" en trok onmiddellijk zijn ontslagaanvrage in. Maar Kammeraat wilde hogerop. De Alkemadese burgemeester J Hoolboom, die ookde functie van gemeentesecretaris vervulde, nam per 1 oktober 1889 ontslag. Kammeraat, die "in de Staatscourant had gelezen dat het door de raad verleende ontslag aan de heer Hoolboom door Zijne Majesteit de Koning was bekrachtigd" , wilde graag gemeentesecretaris worden. Hij was al gedurende

een reeks van jaren op de Alkemadese secretarie werkzaam geweest en meende geheel met de toestand van de gemeente bekend te zijn. Daarom verzocht hij de raad hem te benoemen. Maar men besloot zijn sollicitatie voorlopig voor kennisgeving aan te nemen. Ongetwijfeld zal daarbij de vraag aan de orde zijn geweest of de nieuwe eerste burger al dan niet het ambt van secretaris zou gaan uitoefenen. Eind september 1889 verzocht

F. H. van Wichen, die met ingang van 1 oktober de nieuwe burgemeester van Alkemade werd, de raad hem tot gemeentesecretaris aan te stellen en nog diezelfde maand ging de raad daartoe over. Kammeraat had het dus niet gered. Korte tijd later had hij weI succes, want per 1 februari 1890 wist hi] het in zijn geboorteplaats weI tot gemeentesecretaris te brengen en wel tegen een jaarlijkse vergoeding van vijfhonderdvijftig gulden. Vijf dagen later notuleerde hij daar zijn eerste raadsvergadering. Naast zijn werk als gemeentesecretaris fungeerde Kammeraat ook als ontvanger. De geboren Woubruggenaar bleef tot 1 juni 1916 in functie. Hij was tot ontslag gedwongen, omdat burgemeester

1. P. Kleijn zelf het secretariaat erbij wilde gaan doen om zodoende een hoger salaris te kunnen genieten. Het werk als ontvanger heeft Kammeraat tot 1 september 1931 verricht, toen hi] afscheid nam van de gemeente. Hi] werd vanwege zijn verdiensten verricht in Woubrugge bij zijn vertrek benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. C. Kammeraat is tot zijn dood op 6 december in 1933 in Woubrugge blijven wonen.

10 Na het vertrek van burgemeester J. E. Boddens Hosangdie tevens van 15 mei 1929 tot 9 januari 1935 gemeentesecretaris van Woubrugge was - werd H. E. M. Schaminee benoemd tot zijn opvolger. Henk Schaminee werd op 29 oktober 1905 geboren. Na sinds 1923 gewerkt te hebben op de secretarieen van de gemeenten Bommel en Huissen, waar hij zijn studies voor de gemeenteadministraties volbracht, alsmede Eibergen, kwam hij in oktober 1931 naarWoubrugge. Hier werd hij tweede ambtenaar ter secretarie, administrateur van de wateren electriciteitsbedrijven en agent van de arbeidsbemiddeling en werkloosheidsverzekering. Dat alles op een jaarwedde van veertienhonderd gulden. In de raadsvergadering van 10 januari 1935 werd Schaminee benoemd tot gemeentesecretaris van Woubrugge. Zijn aanstelling als zodanig vloeide voort uit een aanbeveling van twee personen, te weten J. van Reenen, die eerste ambtenaar ter secretarie van Woubrugge was alsmede gemeente-ontvanger, en Schaminee, De gemeenteraad had zich in een eerder stadium reeds uitgesproken voor een splitsing van de functie van burgemeester en secretaris. Schaminee, die in het huwelijk trad met Lenie Bosman, een van de twee dochters van het toenmalige Hoogmadese schoolhoofd Th. Bosman, nam actief deel aan het maatschappelijk leven in de gemeente Woubrugge. Zo was hij tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in rnei 1940 secretaris van het crisiscomite, secretaris van de toenmalige afdeling Hoogmade van de Rooms-Katholieke Staatspartij, secretaris van de bedrijfsvereniging voor landbouw en veeteelt in de Rijnstreek, publicist in her orgaan van de Rooms-KatholiekeTuinbouw Bond (LTB) in het bisdom Haar-

lern, secretaris-penningmeester van een viertal polders in de gemeente, namelijk van de Veenderpolder, de Oudendijksepolder, de Boschpolder en de Doespolder. Hij verzorgde voorts de voorlichting aan tuinders in Hoogmade in verb and met hun financiele problemen met be trekking tot de pachrwet. De oorlogsjaren zijn aan de gemeente Woubrugge ook niet ongemerkt voorbij gegaan. Er was schade bij de afbraak van enige woningen en de gereformeerde kerk aan de tegenwoordige Van Hemessenkade, nodig voor het maken van een schootsveld voor de Duitsers, vorderingen van paarden en hooi, fietsen, radio's, koper et cetera. Ook mensen werden gevorderd voor arbeid bij de Duitse Wehrmacht. Dat laatste werd uiteraard op vele manieren bemoeilijkt en geboycot. Te denken valt bijvoorbeeld aan de "opgeblazen" typhusepidemie in Hoogmade. In februari 1946 werden de toenmalige burgemeester van Woubrugge, D. Rijnders, alsmede gemeentesecretaris Schaminee bijna op dezelfde dag benoemd tot burgemeester, respectievelijk van Middelharnis/Sommelsdijk en van het Noordbrabantse Zevenbergen, zulks per 1 maart 1946. Deze laatste functie heeft de heer Schaminee tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd vervuld. Hij vestigde zich na zijn aftreden als burgemeester in Breda. H. E. M. Schaminee - die ridder was in de orde van Oranje-Nassauoverleed in zijn woonplaats op 7 april 1988. Hij werd op zijn eigen nadrukkelijke verzoek in besloten familiekring gecremeerd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek