Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2

Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2

Auteur
:   Hans van der Wereld
Gemeente
:   Jacobswoude
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6151-0
Pagina's
:   88
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

17 Het toezicht op de open bare orde in Woubrugge en Hoogmade werd van 1 augustus 1884 tot 1 augustus 1920 uitgeoefend door veldwachter Otto Cornelis van Hemessen. Deze voormalige wachtmeester bij de huzaren, brievenbestelIer en tabakswinkelier (geboren te Amsterdam op 27 juli 1 854) werd daartoe gekozen uit zo'n vijftig sollicitantcn. Van Hemessen werd aangesteld tegen een jaarlijkse vergoeding van f 425. Niet vanwege het feit dat Otto Cornelis als gemeentelijk veldwachter werd benoemd kreeg hij grate faam, maar door zijn grootste passie: de plaatselijke historie. Al vrij snel na zijn komst alhier werd hij door de aloude geschiedenis van deze beide dorpen aangegrepen. Het leidde ertoe dar hij een autoriteit werd op dat terrein, zeker in zijn woonplaats, waar hij in 1905 de uit 1698 daterende patricierswoning "Huis Ter Aar", staande aan de Comriekade, aankocht. Hij wist de liefde voor het verleden bij zijn mede-dorpsgenoten aan te kweken, die voor Van Hemessens tijd onverschillig voor de geschiedenis waren. "Thans is elke Woubruggenaar een oudheidkundige in den dop," staat ergens geschreven. Misschien wat al te geflatteerd, maar een feit is, dat wanneer er in Woubrugge "iets ouds'' werd gevonden men zei: "Breng het maar naar de veldwachter." Een kamer in zijn woning was ingericht als werkkamer. Daar werden aIle aanwinsten opgeslagen en gecatalogiseerd. Van Hemessen publiceerde na vele jaren studie in 1904 zijn "Eene wandeling door Woubrugge en Hoogmade", dat algemene belangstelling trok. Acht [aar later verscheen van zijn hand het boekje "De Gereformeerde Kerck van Esselickerwoude". Op bijna tachtigjarige leeftijd schreefhij "Jacobswoude en Woubrugge", hoofdzake-

lijk de kerkelijke geschiedenis behandelend. Sinds zijn pensionering in 1920 was de veldwachter aangesteld als archivaris van de gemeente Woubrugge. In 1898 richtte Van Hemessen in Woubrugge een oranjevereniging op, die onder zijn leiding bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina een imposant openluchtspel te zien gaf, voorstelIende prins Maurits bij de verovering van Breda in 1590. Verschillende malen organiseerde de plaatselijke historicus bezienswaardige tentoonstelIingen, zeals in 1913 ter gelegenheid van honderd jaar onafuankelijkheid, en in 1919 over Alexander Comrie, de befaamde achttiende-eeuwse Woubrugse predikant. In 1925 was hij feitelijk de ziel van de Jan de Bakker-herdenking, bij welke gelegenheid een gedenksteen voor deze geloofsmartelaar in de buitenmuur van de hervormde kerk werd gemetseld. In 1921 werd Van Hemessen door de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde onder haar ledental opgenomen en werd hij lid van het Historisch Genootschap. Op 31 december 1934 erkende koningin Wilhelmina Van Hemessens verdiensten door hem de ridderorde van Oranje-Nassau toe te kennen. Hi] overleed op 18 juli 1937 zeer onverwacht onder het gebruik van zijn ontbijt. In 1946 werd de oostelijke kade van de Heimanswetering naar hem vemoemd

en is het sindsdien Van Hemessenkade. In 1953 werd zijn verzameling oudheden permanent geexposeerd in het gemeentemuseum te Woubrugge en in 1979 werd de toen opgerichte historische vereniging naar hem vernoernd,

18 Jarenlang was H.]. Hoogenboom in de gemeente Woubrugge een "gevreesd" veldwachter en politieman. In zijn tijd hadden stropers het hier niet gemakkelijk en moesten zij steeds terdege op hun hoede zijn om niet door Hoogenboom in de kraag gevat te worden. Het is zelfs een keer voorgekomen dat Hein Hoogenboom een stroper achtervolgde in een kaaskuip op de Wijde Aa ... Hoogmade was voor wetsovertreders geen gemakkelijk oord. Ambtenaren uit Den Haag konden overal in het land radio hebben in hun auto, maar in Hoogmade liepen ze tegen de lamp wanneer het bij hen ontbrak aan de vroeger vereiste luistervergunning voor autoradio's. Hoogenboom kende dan geen pardon! Mocht hij vanwege zijn beroep niet graag gezien zijn, in zijn persoonlijk leven was hij een vriend en hulp voor velen. Dat kwam vooral tot uiting tijdens de bezettingsjaren 1940-1945. Veel onderduikers hadden toen veel aan hem te danken. Hendrikus Johannes Hoogenboom stamde uit een oud Hoogmades geslacht en werd hier op I april 1889 geboren. Op 3 mei 1917 trad hij in het huwelijk met de op 21 oktober 1890 te Oud Ade geboren Cornelia Jacoba van der Fits. Het huwelijk werd voltrakken door de toenmalige burgemeester van Woubrugge. Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren, van wie de oudste, Hein junior, de eerder genoemde gemeentesecretans van Woubrugge werd. Cornelia van der Fits was voor haar huwelijk steeds werkzaam geweest in het boerenbedrijf, waarvan vele jaren in haar geboortedorp. Aanvankelijk was veldwachter Hoogenboom werkzaam in de landbouw. Hij vestigde zich daartoe na zijn huwelijk in een woning aan de Boskade. Kort na hun huwelijk vestigde het echtpaar Hoogenboom-van

der Fits zich aan de Klaverwijdenweg, om vervolgens naar Kerkstraat 13 te verhuizen. De militaire dienst betekende een grate verandering voor Hein Hoogenboom, vooral omdat hij ten tijde van de Eerste Wereldoorlog aetief was. Voor zijn verdiensten werd hij na afloop daarvan onderscheiden met het Mobilisatiekruis. Dat aandenken sprak hem blijkbaar zo goed aan, dat hij besloot de landbouw vaarwel te zeggen en zieh bij het gemeentebestuur aanmeldde om veldwachter te worden. Hier trad hij per 1 juni 1919 als zodanig in dienst. Na de algemene reorganisatie en een nieuwe indeling van het politioneel apparaat in Nederland, werd Hoogenboom in 1945 ingedeeld bij her korps Rijkspolitie.Op 1 april 1950 werd afscheid van Hein Hoogenboom genomen toen hij de rang van opperwaehtmeester en postcommandant van Hoogmade had bereikt. Bij zijn afscheid uit de actieve dienst werd hij onderscheiden met de zilveren eremedaille, behorende bij de orde van Oranje-Nassau. Zijn afscheid van het korps Rijkspolitie betekende niet dat de voorrnalige "opper" nu met de ann en over elkaar ging zitten. Nog jarenlang bekleedde hij verschillende funeties in het openbare leven. Daarnaast hield hij zieh ook nog dagelijks bezig in zijn moestuin. Op 3 mei 1967 vierde het echtpaar Hoogenboomvan der Fits onder grote belangstelling hun gouden huwelijksfeest. Na enkele dagen van ziekte overleed Hoogenboom hoogbejaard op 13 juli 1977 te Hoogmade. Zijn echtgenote overleed op 17 januari 1969.

19 In het gemeentedeel Hoogmade deed jarenlang [oannes Hoogenboom dienst als "nachtagent". Hij was hier op 9 april 1820 geboren en in 1 850 getrouwd met Anna van del' Star (1823-1890), die eveneens uit Hoogmade afkomstig was. In 1888 vroeg [oannes Hoogenboom het gemeentebestuur van Woubrugge om eervol ontslag uit zijn functie van nachtwacht en lantaarnopsteker. Waarschijnlijk deed hij dat vanwege een mindel' goede gezondheid, want op 4 juli 1888 overleed hij. [oannes vroeg het plaatselijk bestuur tevens om in zijn plaats en wel tegen dezelfde jaarwedde - als zodanig zijn oudste zoon Wilhelmus, een toen vijfendertigjarige arbeider, te benoemen. [oannes vroeg het gemeentebestuur tevens om een pensioen voor zijn tweeendertig [aar trouwe dienst. Besloten werd om hem een gratificatie van vijftig gulden als beloning voor zijn jarenlange werkzaamheden te geven. Wilhelmus werd inderdaad in zijn vaders plaats als nachtwaker en lantaarnopsteker aangesteld. Deze nieuwe functionaris was op 18 oktober 1852 gedoopt en op 1 5 mei 1 876 in de rooms- katholieke kerk getrouwd met Anna van Seggelen, die eveneens een Hoogmadese van geboorte was en hier in 1851 het levenslicht aanschouwde. Uit hun huwelijk werden tussen 1877 en 1888 zeven kinderen geboren, vier dochters en drie zoons. Verschillende van hun kinderen stierven heel jong. In februari 1 877 werd Anna geboren, die echter nog geen jaar oud werd. Het tweede kind heette weer Anna en zag hetlevenslicht in januari 1878. In 1880 kwam Clasina, in oktober 1882 gevolgd door [oannes Jacobus, die ook maar enkele weken oud werd. Joanna volgde in maart 1885 en Henricus in maart 1 887. Het jongste kind, Cornelia, werd ge-

boren in september 1888 en werd slechts een week oud. Naast zijn werk als nachtagent had Wilhelmus Hoogenboom blijkbaar nog andere klusjes in gemeentedienst te verrichten, want op 12 februari 1889 besloot de gemeenteraad om hem ingaande 1 [anuari van laatstgenoemd jaar voor het aanplakken van stukken met inbegrip van stijfsel een som van vijf gulden per [aar te betalen. Op 7 juni 1890 verzocht Hoogenboom om daarbij aangevoerde redenen zijn traktement als lantaarnopsteker te Hoogmade met vijftig gulden per [aar te verhogen. De raad wilde echter niet meer dan drieenveertig gulden geven, waardoor het salaris van de Hoogmadese nachtwacht alzo op honderd gulden per jaar kwam. Er werd hem te kennen gegeven dat wanneer het aantallantaarns in het dorp in de toekomst uitgebreid zou worden, hij geen aanspraak kon maken op wederom een salarisverhoging en dat hij gehouden zou zijn de hem opgedragen kleine ofbijkomende werkzaamheden in het belang of ten behoeve van de gemeente Woubrugge zonder enige extra vergoeding te verrichten. In het voorjaar van 1893 werd wegens ziekte van Wilhelmus Hoogenboom diens dienst gedurende vijf weken beurtelings waargenomen door G. van del' Geest en H. N. Hoogenboom, Wilhelrnus' zesendertigjarige oom. Beide vervangers kregen voor hun waarneming een gratificatie van zeveneneenhalve gulden. Wilhelmus Hoogenboom heeft trouw zijn diensten in het belang van zijn plaatsgenoten vervuld. Hij stierf te Hoogmade op 8 juli 1935, zijn VTOUW op 12 juli 1933.

20 Toen de negentiende eeuw overging in de twintigste, was Henricus Petrus Smeele al een jaar of vijftien pastoor van de parochie Onze Lieve Vrouw Geboorte in Hoogmade. Hij werd op

6 mei 1833 te Maassluis geboren en op 1 5 augustus 1859 tot priester gewijd. Op 3 september van dat jaar werd hij benoemd tot assistent in de parochie van de H. Petrus te Leiden. Hier bleef hij tot het eind van de maand, want op de 3 Oste volgde zijn benoeming tot kapelaan in de parachie van de H. Laurentius te Stompwijk.Op 11 mei 1861 werd kapelaan Smeele benoemd

in de parochie van de H. Catharina te Amsterdam. In 187 0, op 25 juni, werd hij pastoor en wel in de Haarlemmermeer in de parochie van de H. Franciscus van Sales te Vijfhuizen. Op 22 april 1884 volgde zijn benoeming tot pastoor te Hoogmade. Smeele wist door zijn vriendelijk optreden in korte tijd de harten van zijn parochianen te winnen. Hij was een man van fijne beschaving, maar oak een man van de klok; de kerkdiensten begonnen altijd stipt op tijd. De hartewens van zijn voorganger, F. ]. Tieleman, een nieuw kerkorgel, ging tijdens het pastoraat van Smeele in vervulling. In 1887 kreeg de parochie dit ten geschenke van Flora Koppert, weduwe van Jacobus van Tal. Hoofdonderwijzer H. Meijer bespeelde het voor de eerste maal toen een zoon van de schenkster in het huwelijk trad. Op 22 februari 1909 vroeg pastoor Smeele aan de bisschop van Haarlem toestemming am een nieuw kerkhof te mogen aanleggen achter de kerk. De pasta or zau hiervoor slechts een klein stuk van zijn tuin behoeven te missen, terwijl de ontbrekende grand door de heerlijkheid Hoogmade werd gegeven. Het oude kerkhoflag nog in de Frederikspolder. De weg daarheen was voor

een begrafenisstoet nogal bezwaarlijk, zodat het verlangen opkwam ook de begraafplaats naar de kom van her dorp over te brengen. Al op 28 februari gafhet bisdom toestemming voor de aanleg, waarna op 7 maart het gemeentebestuur goedkeuring verleende. Op 4 juli 1900 kon het kerkhof worden ingewijd. Hoewel parochianen gratis voor het vervoer van het benodigde zand zorgden, vergde de aanleg tach nag een sam van

f 3000. Hoe geliefd pastoor Smeele was, bleek bij zijn zilveren jubileum als pastoor en zijn gouden priesterfeest. De vlag wapperde op het kruis van de toren. Het jubileum werd op 15 augustus 1909 gevierd. Bij die gelegenheid werd hij koninklijk onderscheiden. Aan het dubbeljubileum van de Hoogmadese pastoor werd onder meer aandacht besteed in het weekblad Katholieke Il!ustratie, wat onder de kop "Van een heel klein dorp" een aardig verhaal met drie foto's publiceerde. H. P. Smeele was gedurende vierendertig [aar pastoor te Hoogmade. In 191 6 verkreeg hij wegens zijn hoge leeftijd - drieentachtig jaar - eervol ontslag. Hij vestigde zich toen in het Wees- en Oude Liedenhuis te Hoorn, waar hij op 6 maart 1919 overleed. Hoezeer pastoor Smeele een man van de klok was mage het volgende voorval illustreren. Zijn begrafenis op 10 maart in Hoogmade zou am drie uur 's middags plaatshebben. Klokslag drie uur reed de lijkkoets voor de kerk, hetgeen een van de parochianen de opmerking ontlokte dat hi] zelfs na zijn dood stipt op tijd was ...

21 Pastoor Smeele werd opgevolgd door Cornelis Johannes Antonius Borsboom. Hij werd op 30 juni 1862 te Den Haag geboren.Op 15 augustus 1886 werd hij tot priester gewijd, waarna hij achtereenvolgens kapelaan was te Oudeschild op Texel, Schiedam, Brielle, Rotterdam, Monster, Alphen aan den Rijn, Delfshaven en Leiden (parochie H. Petrus). Met ingang van 15 juli 1904 werd hij benoemd tot pastoor te 't Kalf (Zaandam) in de parochie van de H. Maria Magdalena. Op 29 december 1916 volgde zijn benoeming tot pastoor te Hoogmade, waar hij op

15 augustus 1926 zijn veertigjarig priesterfeest vierde. De parochianen boden hem ter gelegenheid van dit feest een H. Hartbeeld aan dat in de pastorietuin werd geplaatst. Door verzakking van de fundering en de slechte kwaliteit van het gipsen beeld moest het na enkele jaren weer worden verwijderd. Pastoor Borsboom beleefde in Hoogmade de tragedie van de instorting van zijn kerk. Vrij kort nadat deze schepping van E. J Margry in 1877 in gebruik was genomen openbaarden zich de eerste verzakkingsverschijnselen. In 192 7 werd de verzakking snel erger; grote stukken kalk vielen naar beneden, vooral in de westelijke zijbeuk. De pijlers werden met zinken banden versterkt, een lapmiddel zoals al heel snel duidelijk werd. In het voorjaar van 1929 bleek de vloer vijftien centimeter gezakt te zijn waardoor ook de pijlers verzakten. AIle verband in het gebouw ging verloren en gevaar voor instorting dreigde. Op 4 juni knikte de westelijke vieringpijler en stortte een gedeelte bij het transept in. De overige kolommen aan de westkant bleken toen ongeveer tachtig centimeter verzakt te zijn. De muur van de hoofdbeuk boven de kolommen bleef, hoewel geheel gescheurd, door het ver-

band in de kap nog hangen. De toe stand werd zo gevaarlijk geacht dat besloten werd de verzakte kolommen om te halen, met als gevolg dat de kap van de hoofdbeuk neerstortte. Hiermee was het ergste gevaar geweken, zo dacht men. De andere dag heeft men, om verder onheil te voorkomen, de kerkmuren omver getrokken. Geen wonder dat pastoor Borsboom verslagen in zijn naast de kerk gelegen pastorie zat en het moeite kostte hem het huis te doen verlaten. Het gevaar was niet denkbeeldig dat de toren zou omvallen en op de pastorie terecht zou komen. De pastoor antwoordde op de vertogen van de deskundigen:

"Onze Lieve Heer zal zijn eigen glazen niet ingooien."Voorlopig deed een houten noodgebouw achter de pastorie dienst als kerkruimte. Plannen tot herbouw van de kerk werden terstond ontworpen. De aanbesteding had plaats op 14 april 1931 en de totale kosten bedroegen f 79.945. Op 4 augustus 1932 werd ter plaatse een nieuwe kerk ingewijd door de bisschop van Haarlem, monseigneur J D. J Aengenent. In de laatste jaren van zijn pastoraat had Borsboom assistentie in de persoon van kapelaanA. G. F. Burcksen. Op 6 september 1935 nam de drieenzeventigjarige Borsboom afscheid van zijn Hoogmadese parochian

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek