Kent u ze nog... de Jousters

Kent u ze nog... de Jousters

Auteur
:   P.R. van der Zee
Gemeente
:   Skarsterlân
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4289-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Jousters'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

6. In de geschiedenis van Joure spelen scheepvaart en scheepsbouw een belangrijke roI. Het graven van de Kolk, in het begin van de zeventiende eeuw, is ongetwijfeld voor de scheepsbouwers een geweldige stimulans geweest. In de Kolk overwinterden de Hamburgvaarders van de oude Hanzesteden en de tijdelijke aanwezigheid van veel schepen moet veel nijvere handen werk hebben verschaft. Zo is het bekend, dat in het midden van de zeventiende eeuw een zekere Jan Alberts als meester schuitmaker in J oure was gevestigd.

De meest bekende werf in Joure was en is die aan de Zijlroede, waar in 1857 de uit Hlst afkomstige Eeltje Holtrop van der Zee (Eeltsjebaas) hellingbaas werd. Eeltsjebaas overleed in 1901, maar reeds in 1893 had hij de leiding van de werf overgedragen aan zijn zoon Auke (Aukebaas). Op de werf van Eeltsje- en Aukebaas zijn behalve veel binnenschepen tal van bekende boeiers, tjotters en Friese jachten gebouwd. Het meest bekend is wellicht de boeier "Friso", in 1893/94 (voor f 5250,-) gebouwd voor B. baron van Harinxma thoe Slooten, Commissaris der Koningin in de provincie Friesland. Na allerlei ornzwervingen in dienst van diverse eigenaars keerde het oude Cornmissarisjacht in 1953 in het .Jieitelan" terug dank zij de activiteiten van een Boeiercornmissie, die tot taak had te proberen de "Friso" terug te halen naar Friesland om als Statenjacht dienst te gaan doen. De overdracht van de "Friso" als Statenjacht vond op 22 rnei 1954 plaats. De werf, die in de jaren dertig rnoest worden stilgelegd, werd in 1940 aangekocht door de directie van DouweEgberts. In 1965/66 werd zij volledig gerestaureerd en in de oude staat teruggebracht. Zelfs de originele houten naamplankjes, waarop verrneld de naarn en het bouwjaar van de op de werf gebouwde schepen, werden weer op een van de zijrnuren aangebracht. Op de foto zien we het hellingpersoneel dat omstreeks 1906 (af te leiden uit het naarnplankje van de in dat jaar te water gelaten "Anna") voor Aukebaas werkte. Zittend op de voorgrond, van links naar rechts: Harmen Hogeveen, T. van der Zee, N. de Vries en Jan Alberda. Op de tweede rij, staand: Siebren Zwart, M. van der Heide, G. de Vries, Jan Meier, Albert Bok, S. van Slageren en Eeltje Rornkerna. Op de achterste rij: ? Ilkema, Geert Bakker, A. Cornel en A. van der Heide.

7. Gedurende tientallen jaren is de meubelindustrie voor Joure van grote economische betekenis geweest. Pas in de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft deze industrie vele stappen terug moeten doen in de concurrentiestrijd met - vooral - de Oostbioklanden.

De oorsprong van de meubelindustrie in Joure is terug te vinden in een andere bedrijvigheid in de Vlecke en weI die van de klokmakers. De eerste Jouster klokmakerij werd in 1779 door de meester uurwerkmaker Lutzen Aleva gevestigd in een pand aan de Torenstraat, de tweede door diens broer Albert, eveneens aan de Torenstraat. De bloeitijd van deze industrie heeft ongeveer een eeuw geduurd. In die periode zijn ais een soort nevenindustrie de kastmakerijen ontstaan, waarin men zich aanvankelijk uitsluitend bezighieid met het maken van klokkasten. Dat gebeurde zowel door kleine bedrijven met een of meer knechten als door thuiswerkers. Het aantal kastmakerijen was ten slotte z6 groot, dat de vraag naar klokkasten werd overtroffen door het aanbod van de leveranciers. Vandaar dat sommige kastmakerijen al spoedig overgingen tot het maken van andere produkten, vooral vuren kasten en kabinetten. In hun kieizog verschenen weer andere bedrijfjes als lakstokerijen en kastververijen. Omstreeks 1870 raakten de klokmakerijen in verval, maar de meubelindustrie had inmiddeis voidoende vaste grond onder de voeten om zich verder te kunnen ontwikkelen. Naast enkele flinke bedrijven kwamen vooral ook veel kleinere tot stand. Een daarvan was de kastmakerij van Jelle de Jong aan de Sluisdijk. Op de van omstreeks 1905 daterende foto staat de baas met zijn knechten voor de werkplaats. Van links naar rechts herkennen we:

Jelle de Jong, Joh. van der Werf, Sake de Jong, Durk van der Zee, Gellius de Jong (broer van Jelle) en kastverver Franke de Boer. Op de voorgrond liggen Hein van der Veen en Jan van der Wer£.

8. Rond de eeuwwisseling kende Joure naast Douwe Egberts (toen nog de "Firma Wed. Douwe Egbertszoon") een soortgelijk bedrijf en weI onder de naam Ruurd Douwes de Jong. Dat bedrijf bestond uit een kruidenierswinkel aan de Midstraat (in het tweede pand vanaf de hervormde kerk in oostelijke richting) met daarachter, grenzend aan de Sluisdijk, de fabriek. De foto is omstreeks 1898 genomen voor het zogenaamde "stoppershok", waarin met de hand onder meer de papieren zakken met tabak werden gevuld. Op de bus links ontdekken we de firmanaam, op de zakken het handelsrnerk "De Witte Os". Dat merk is later door C.J. de Jong gekocht en tot op de dag van vandaag (1976) wordt deze merknaam door Douwe Egberts gebruikt.

Op de foto poseren, van links naar rechts: Hendrik van der Beek, Wiebe Andringa, Teake Halma, Nolke de Vries, Jacob Halma en Hille de Jong, een van de firmanten. Veel van deze namen zijn later terug te vinden in de loonboeken van Douwe Egberts.

De in die jaren algemeen heersende toestanden zijn terug te vinden in een verhaal, waarin Teake Halma en diem zoon Jacob belangrijke roIlen speelden, Op een zaterdagavond kwam de jeugdige Jacob Halma opgetogen thuis van zijn werk. Geen wonder, want na veel aandringen van zijn kant was hem beloofd, dat hij voortaan een gulden meer zou gaan verdienen. Dat was nogal wat en vandaar grote blijdschap in huize Halma. De vreugde was echter van heel korte duur. Even later namelijk kwam ook vader Teake Halma thuis van zijn werk en hij had heel ander nieuws. Hem was te verstaan gegeven, dat bij het ouder worden zijn arbeidsprestatie nogal wat was teruggelopen en dat hij daarom voortaan een gulden minder zou gaan verdienen. De rekensom was nogal gemakkelijk en er is weinig fantasie voor nodig om aan te voelen dat voor de familie Halma de zo goed begonnen zaterdagavond snel en grondig was bedorven! De zaak is later weliswaar weer in het reine gekomen, maar er zijn heel wat woorden voor nodig geweest om de loonsverlaging van vader Teake Halma ongedaan te maken!

9. Aan het einde van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw beleefden ambacht en (kleinjindustrie in Joure een bloeitijd. Vooral de rijke verscheidenheid was opvallend. Die verscheidenheid blijkt uit de catalogus van de "Tentoonstelling van Handwerksnijverheid", die van 26 september tot 4 oktober 1877 in Joure werd gehouden. De catalogus vermeldt 378 inzendingen van onder anderen houtsnijders en -draaiers, kastenmakers, modemaaksters, kantwerksters, breisters, spinsters, kopergieters en koperslagers, kuipers, mattenmakers, scheepstimmerlieden, mast-, blok- en pompenmakers, molenmakers, tabakskervers, touwslagers en zeilmakers, uurwerken instrumentenmakers, zeepzieders en olieslagers. Veel van de ambachtelijke nijverheid die uit deze opsomming blijkt is verloren gegaan. Helaas!

Op de uit ornstreeks 1912 stammende foto hiemaast staat het personeel van kopergieterij Pieter de With, jarenlang gevestigd geweest achter de Midstraat. De fraaie produkten waren te zien - en te koop - in een kostelijk winkeltje aan de Midstraat. Op de achterste rij staan, van links naar rechts: Jacob de With, Jan Eekhof, Jacob Halma, Petrus van der Werf, Isaac (achtemaam niet bekend; hij werd altijd genoemd "Isaac van Sjoukje"), Jacob Brandenburg en Freerk de With. In het midden zit Douwe Bosma en op de voorgrond liggen: Evert Kamminga, Piet Halma en Geert Waterlander.

10. Sedert het begin van de twintigste eeuw is er veel veranderd in Joure. Bij die opmerking denkt men in de eerste plaats aan de nieuwe woonwijken (Blaauwhof, Zuiderveld en Westermeer), maar het geldt ook voor de Slachtedijk, vanouds een centrum van bedrijvigheid. De tijd is echter lang voorbij dat daar de met paarden bespannen melkwagens af en aan reden, dat de melkpramen voor de wal lagen om te worden gelost en dat de melkventers met de hondekar er hun koopwaar kwamen halen. Dat was het beeld van ruim driekwart eeuw geleden. In die tijd ken de Joure niet minder dan drie zuivelfabrieken, destijds boterfabrieken genoemd. Die van de familie Romkema stond in de Torenstraat, de beide andere waren gevestigd aan de Slachtedijk, Dat waren de boterfabrieken van Gjalt Brouwer en van de firma E.A. de Boer. De fabriek van Gjalt Brouwer werd in 1912 gekocht door Douwe Egberts, waarna er koffie, thee en tabak werden verwerkt in plaats van melk.

De in 1880 gebouwde fabriek van de firma De Boer werd in 1905 uitgebreid met een olieslagerij, die weer nieuwe bedrijvigheid in Joure bracht. De olieslagerij werd tot tweemaal toe door brand getroffen, namelijk in de nacht van 3 op 4 september 1912 (waarbij de boterfabriek bleefbehouden) en in de nacht van 18 op 19 april 1928. Die tweede brand, waarbij ook Zijlstra's meubelfabriek, een boerderij en een drietal woningen verloren gingen, brak uit slechts enkele uren nadat elders in Joure de drinkwaterleiding officieel was geopend. Als bijzonder argument voor de aanleg van de waterleiding was ook aangevoerd, dat zij nuttig zou kunnen zijn voor de bestrijding van branden. In dit geval echter was in de Zijlroede het bluswater dicht bij de hand!

De foto is genomen naast de melkontvangst en toont het personeel dat omstreeks 1912 in de boterfabriek van de firma De Boer werkte. Op de voorgrond poseren, zittend op melkbussen, van links naar rechts: melkrijder Bielke Piek, Cornelis Krol en Jan van der Werf. Op de tweede rij, staand voor de melkwagen: Reinder Prins, Marten van der Wal, Hans Hoekstra, een onbekende, Klaas Jongbloed, Feike Piek, Eelke Germens de Boer (met bolhoed), Klaas van der Werf en Marten de With. Op de achterste rij, staand op de melkwagen: Murk de Vries, Hessel Verf, Gerrit de Vries, Gerrit van der Heide, Hessel Bosma, Eelke Eelkes de Boer en, in witte jas, botermaker Gauke Bosma.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek