Kent u ze nog... de Laarders

Kent u ze nog... de Laarders

Auteur
:   G. Koekkoek
Gemeente
:   Laren
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3844-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Laarders'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

26. Hart Nibbrig, een van de bekendste schilders uit de Larense schildersschool, creeerde in 1907 een schilderstuk waarop vele erfgooiers stonden uitgebeeld (zie de prachtige foto die de Larense kunstfotograaf Cok de Graaff ervan maakte). Vaak wordt beweerd dat dit doek een voorstelling is van de protestmars van Gooise boeren tijdens het erfgooiersoproer omstreeks de eeuwwisseling. Deze veronderstelling is onjuist. De schilder had een andere bedoeling. Hij noemde zijn schepping "De Keerlen Gods", waarmee hij de Gooiers wilde uitbeelden die op 24 juni (Sf.-Jansdag) 1296 op weg waren om de op het Muiderslot gevangen gehouden graaf Floris V te gaan bevrijden, Als modellen voor dit meesterwerk koos de kunstenaar mensen uit het oeroude Larense ras. Hier zijn ze, met hun namen en bijnamen, van rechts naar links: Jaap Majoor (Jaap van Heinus), Jan de Jong (Jan van Lammert uit de kolfbaan), Goozen Zwanikken, Meeuwis Majoor, Bertus Majoor (Bertus van Mijns van Bart de Bakker), Jan Majoor (Jan van Heinus de Bulleboer), Lammert Bon, Hannes de Jong (Lange Hannes), Hein Smit (Loopheintje), Jan Calis (Jan van Daai), Jan de Jong, Jan Zwanikken (Jan van Krellisie de melkster), Steven de Wit (De Doodgraver), Jan van de Puyl, Hein Rozendaal (Hein Boere), Klaas de Jong (Klaas van ut Laagie), Piet de Jong, Gerrit Prijkel, Fok Majoor (De Koeiestart), Jan Majoor (Jan van Sijmen den Wijm), Klaas Calis (Klaas van Gijbertje), Lammert Majoor (De Luns), Zwanik Puyk (Malle Zwanik), Willem Zwanikken, Jan Majoor (Jan van Lant en Tijrnen), Evert Heerschop, WIll em Puyk, Jan Calis en Jan van de Brink (Jan van Teus de Schout).

27. Ondanks de dorpse rust schenen de mensen in de jaren dat deze foto is gemaakt - en dat is in het begin van deze eeuw - toch behoefte te hebben aan innerlijke rust. Men hield dan verdiepingsdagen, een retraite. Deze afzondering onderging men in het retraitehuis in Amersfoort, onder leiding van de paters van St. Alfonsus. De mensen maakten in het algemeen deze driedaagse bijeenkornst blijkbaar graag mee want de animo was altijd groot. We zullen u laten kennismaken met de deputatie uit de Larense gemeenschap welke u op de foto kunt zien. Op een paar na waren ze herkenbaar. We beginnen met de bovenste rij links; A. van 't Klooster, J. de Leeuw, A. de Haar, B. van de Brink en St. Kuyer. Tweede rij van boven: M. Wikkerman, C. Zwanikken, J. Wortel, Duurland, M. Ei, G. Bus, Duurland, Tinus Majoor (later bekend als Tinus Toeter), J. Lamaker, G. Schaapherder, H. Veen, J. Bakker, L. Majoor, C. Schaapherder en H. de Leeuw. Derde rij van boven: T. Vos, G. Majoor, M. Fokker, W. Fokker, St. Zwanikken, J. Spijker, P. Veltkamp, W. Schoonhoven en J. Kok. Knielend: H. Smit, J. Vos en L. Calis. Zittend: C. Vos, G. Calis, Bouwman, G. Krijnen, B. Koster, G. Bus en H. Zwanikken.

28. Hier zijn ze dan, de drie stropers: Herman Calis (Herman van Bart uit de rooie schuur), Lammert Willard (de Kneut) en Hein Smit (Hein van Chris ofte wel Loopheintje). In rnijn boek 't Laer, heb ik deze personen reeds beschreven: daarom is het wel aardig nu fotografisch met het bekende trio kennis te maken. Op deachtergrond ziet u nog twee personen. De rechtse figuur is Gert de Leeuw (de Bokkeboer) en de linkse is de schilder van dit doek, Hart Nibbrig. Cok de Graaff maakte er deze mooie foto van. In het begin van deze eeuw was het stropen van wild, dat er in overvloed was, in het oog van de dorpelingen geen kwaad. De rijke pachters van het jachtgebied schoten overdag hun konijntje en die niet konden betalen deden het 's nachts met behulp van een lantarentje. Zo bleven de partijen in evenwicht. Hart Nibbrig, die menig gestroopt konijn heeft geconsumeerd, vond het de moeite waard om zichzelf met zijn "Vrienden" te vereeuwigen: zij als leverancier, hi] als consument.

29. Om de werkman tegen de "verleiding en gevaren" in de maatsehappij te beveiligen, werd in 1896 te Laren de "Rooms- Katholieke Werkliedenvereeniging" opgerich t. Men begon in een gehuurd lokaal bij Hein van de Veer aan de Rijt. Al vlug werd er een plan gemaakt tot oprichting van een eigen gebouw. Aan de Eemnesserweg huurde men een stuk grond en gemeentenaren stelden geld besehikbaar, zodat begin 1898 met de bouw kon worden begonnen en het gebouw in september van hetzelfde jaar in gebruik kon worden genomen. Vele jaren is dit gebouw, onder de naam "Rooms-Katholieke Werkliedenvereeniging" (later werd het "K.A.B. gebouw"), het eigendom van de werknemer geweest. Toen door de maatsehappelijke veranderingen vele verenigingen, waaronder ook genoemde, werden opgeheven kwam het gebouw in andere handen. Tenslotte is het door brand verwoest en de door onkruid overwoekerde ruine, waaraan totaal niets wordt gedaan, blijft een doom in het oog van de inwoners. Op de foto ziet u de leden van de R.K.W.V. begin 1930 op een retraite in Amersfoort. Op de bovenste rij, van links naar reehts: B. Bus, G. Smit, J. Bus, W. Zwanikken, A. van 't Klooster, L. Vos, J. Majoor, G. Wortel en G. de Graaf. Tweede rij van boven: B. Bus, C. Grootve1d, H. Ederveen, W. Bouwman, P. de Haar, J. Schuilenburg, L. Grootveld, J. Bakker, C. Vos, A. v.d. Brink, W. Calis, M. Bakker, N. van Dijk, G. Wiegers, J. Fokker en W. Giesken. Derde rij van boven: C. Giesken, J. Fokker, L. Smit, H. Dijkhuis, frater Innoeentius, J. van Wijngaarden, C. Duurland, C. Kuyer, H. de Graaf, M. Horst en Gijs Majoor. Zittend, tweede rij: C. de Graaf, G. v.d. Water, J. Boog, B. Bouwman, frater Gerardus, J. van Zwet, T. Bouwman, kapelaan Janmaat, St. Zwanikken, J. Smit, C. Bitter en frater Thomas. Voorste rij: Jos. Zeegers, A. de Veen, J. Lamaker, C. Zuring, B. de Leeuw, E. Lamphen, J. Distelblom en L. Majoor. Vooraan zit J. Calis.

30. Zij kwamen uit hetzelfde nest en hadden de armoede aan den lijve ondervonden, zodat zij er geducht over konden meepraten. Gert, Jan en Teus waren nijvere kerels die om den brode van alles leerden aanpakken. Toen zij met Larense meisjes trouwden, wisten de gebroeders De Leeuw door de harde leerschool van het leven hoe zij aan de kost moesten komen. Gert begon een bokkestal waarvan al1e Gooise geitjes op de hoogte waren. Gert genoot daardoor de bijnaam "de Bokkeboer". Jan zocht het op een ander terrein en werd kweker, maar het noodlot achtervolgde hem. Hij werd zwaar reumatisch zodat zijn lichaam helemaal krom getrokken werd. Het was een moedig mens die, ondanks zijn vergroeid lichaam, een rnandje gevuld met negotie meesjouwde om op deze manier zijn kostje op te halen. Hij kreeg de bijnaam "J an Kont" maar de burgeri] sprak van "Jean Derriere". Teus was bijziende en droeg als een remedie daartegen gouden ringetjes in zijn oorlellen. Hij dreef handel in turf en petroleum. Met zijn volgeladen handkar en, toen het wat beter ging met de handel, met een trekhond onder het wagentje gespannen, bezocht hij zijn klan ten om zijn waar af te leveren. Hij kreeg de bijnaam "Blinde Teus". De Larense schilder Hart Nibbrig heeft er in 1908 goed aan gedaan het drietal op het doek te vereeuwigen. Op deze wijze zijn deze unieke Laarders voor Laren behouden en zichtbaar gebleven. Van links naar rechts:

Gert, Jan en Teus de Leeuw.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek