Kent u ze nog... de Laarders

Kent u ze nog... de Laarders

Auteur
:   G. Koekkoek
Gemeente
:   Laren
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3844-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Laarders'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

31. Op de plaats waar dit rijtuig stand am vereeuwigd te worden, kan men heden als voetganger nauwelijks de overkant bereiken. Het is op de Brink en waar de Nieuweweg begint, De op de bok gezeten menner is Chris Hamdorff, de enige broer van hotelier Jan Hamdorff. Hij was de eigenaar van een aan het Zevenend gevestigde stalhouderij en verhuurde koetsjes en janpleziers met en zonder koetsier. Met de vakantiegasten die in Laren kwamen vertoeven en, niet te vergeten met de artiesten maakte hij vele rijtoeren door het to en zo schone Gooi. De artiesten maakten er meestal een rijjool van en Chris, oak niet afkerig van een "Slukkie", deed maar wat graag mee en gierig waren deze heren niet. In vele gevallen kwam men zingend en zwaaiend weer bij Hamdorff aan, am aldaar nag van een afzakkertje te genieten, Oak het paard werd goed verzorgd en tijdens zijn wachttijd, die nog wel eens werd gerekt, was er aan haver en brood geen gebrek. En zo werd Chris Hamdorff niet wereldberoemd zoais zijn broer, maar wel de bekendste stalhouder van het Goal. Naast hem zit fabrikant Jo de Leeuw, een sociaal voelend mens. Hij is altijd de vriend van schilders en andere kunstenaars geweest. Oak onder de Laarders was hij zeer gezien, niet aIleen om zijn gulheid en medeleven als er hulp geboden was, maar oak am zijn vriendelijke persoonlijkheid. In het rijtuig zijn gezeten de schilders G.F. Schagen, F. Langeveld en A. Lubbers. Het zal wel weer een leutige dag worden. Waarom oak niet, het leven is zo kort.

32. In een schamel boerderijtje op het Zevenend - op deze plaats staat nu de Goede Herderkerk - woonden jaren geleden twee broers en een zuster: Lammert, Toon en Kaatje Herder. Een typische naam, want hun beroep was schaapherder. Onder het zadeldak van hun woning bevond zich ook de schaapsstal, waar tientallen mekkerende wollige dieren onderdak vonden. Het drietal had de taken goed verdeeld. Toon verzorgde de boerderij, Kaatje deed de huishouding en Lammert trok iedere dag met de schaapskudde de vrije natuur in. Lammert, een rustige man, in wiens bleke gelaat een paar dofblauwe ogen je trouwhartig aankeken, had niets weg van iemand die dagelijks in de buitenlucht vertoeft. Op alle hoeken van het dorp kon men hem met zijn kudde en waakse hond treffen. Hij rnaakte dan graag een praatje en wist op zijn manier vee! over het ontstaan van Laren te vertellen. Doordat hij met zijn dieren veel op de heide vertoefde, kwam hij in aanraking met, zeals Lammert het zei: "Die prefesters dee alles opgreuven om te kunnen ontdekken ho duuzende jaren e'leje ier minsen woonde en leefde". En met deze archeologen had hij veel gepraat en veel van hen geleerd. Daarover zal ik wel eens in een ander boek vertel1en. Toen Lammert, na het overlijden van zijn zuster en broer aileen kwam te staan, hief hij het bedrijf op, verkocht have en goed, waardoor hij in alle rust zijn levensavond kon slijten in het bejaardenhuis "Johannes Hove". Op de foto ziet u dus de Iaatste Larense schaapherder, Lammert Herder.

33. 24 juni, de verjaardag van Larens schutspatraon Johannes de Doper, is een dag die in het land bekendheid geniet. De viering van dit feest heeft vooral bekendheid gekregen door de St.-Jansprocessie, de enige boven de Moerdijk die jaarlijks in het openbaar uittrekt naar het op grate afstand gelegen St.-J anskerkhof. Daar aangekomen wordt in gepaste eerbied een rustpauze gehouden, waarin men naar de traditionele predikatie kan luisteren. Dit moment brengt de foto in beeld. Op de preekstoel staat de predikant. Op de achtergrand ziet u de kapel, waarin zich het rustaltaar bevind. Links, met staf zitten leden van de broederschap onder wie St. Willard. Achter de preekstoel zijn gezeten het zangkoor en de fanfare met onder anderen J. Hofstee, C. Bitter, G. v.d. Berg en J. Bakker. In het midden op het bankje zitten Ben de Graaf en organist Gerard Koekkoek. Rechts zitten de priesters en de bruidjes en een deel van de processiegangers. Na de plechtigheden aldaar vangt de terugweg aan. Bij de basiliek aangekomen, na het geven van de zegen en het zingen van het historische St-Janslied, wordt de processie ontbonden. Deze eeuwenoude viering, waarvan de foto lang veer de tweede wereldoorlog is gemaakt, heeft wel een verandering ondergaan. Door technische omstandigheden werd van de oude datum (24 juni) afgeweken en werd de viering overgebracht naar de derde zondag in juni, Ondanks het pogen van een kleine groep nieuwlichters de St. J ansviering drastisch te veranderen, kreeg men de Laarder bevolking niet aan het wankelen. Hun devies "Wie aan Sint Jan komt, komt aan ons", is duidelijk,

34. Pastoor J.J. Brouwer is Laarder van geboorte. Hij zag op 6 juli 1889 het levenslicht in de boerderij die naast het destijds zo bekende paviljoen stond. Het paviljoen is in 1934 afgebroken maar de boerderij staat er nog. Op 15 augustus 1912 werd hij tot priester gewijd waarna in 1913 zijn benoeming als kapelaan te Weesp volgde. Daar maakte hij kennis met het militaire leven, want in 1914 kwam de mobilisatie en werd hem de geestelijke verzorging van de militairen van de stelling Amsterdam opgedragen. In 1915 werd hij kapelaan te Wijk bij Duurstede om daarna in gelijke functie te vertrekken naar Amersfoort. Daar werd hij directeur van de militaire vereniging en belast met de geestelijke verzorging van roorns-katholieke militairen. Jarenlang heeft hij zich met ijver en toewijding van die taak gekweten. Zijn vruchtbaar werk bleef in hogere region en niet onopgemerkt en het gevolg was dat hij in 1924 benoemd werd tot aalmoezenier van de tweede divisie. Op 1 juni 1930 werd pastoor Brouwer benoemd tot hoofdaalmoezenier van de eerste divisie. Daarna heeft Laren hem nog jaren gekend als de pastoor van de St.-Jansbasiliek. Het voortreffelijk werk van majoor Brouwer als aalmoezenier werd in 1936 beloond door zijn benoeming tot officier in de orde van Oranje Nassau.

35. Laten wij even teruggaan naar de eerste wereldoorlog. Hoewel Nederland ervoor gespaard is gebleven, werd als voorzorg de mobilisatie afgekondigd en alle dienstpliehtige mannen moesten zich melden om het vaderland te help en paraat te zijn, Het leger braeht toen een groot offer, want de mansehappen hebben meer dan vier jaren de wapenrok gedragen. Vier lange jaren ver weg van huis en haard, slechts afgewisseld door de verlofdagen. Ook Laren leverde zijn aandeel aan de landsverdediging, Staande van links naar reehts: Willem v.d. Berg, Herman Koot, Willem Smit, Henk de Graaf en Ben Breiink. Knielend: Kees Overhagen, Lammert de Jong en Willem Koteris. Het was toen de tijd van rats, kuch en bonen, een hemelsbreed versehil met het soldatenleven van tegenwoordig. 's Morgens om zes uur was de reveille; dan ontving de soldaat het kuchje (een klein bruinbroodje) met een kluitje margarine, een paar plakjes worst of kaas of een spekbokking. Dit was de rantsoenering voor het ontbijt en de lunch. Uit een met thee of koffie gevulde gamel moeht je zelf je mok vullen. Het avondeten bestond doorgaans uit hetzelfde menu: bruine bonen met uitgebakken spek, snert, stamppot, hutspot of hache. Als afwisseling waren er vrijdags bieten met een visje en zondags gekookte peren met een karbonaadje en als toetje, griesmeelpap. Als soldij kreeg men een gulden en twaalf centen per week. Daar moest men het mee doen en men was er tevreden mee.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek