Kent u ze nog... de Medemblikkers

Kent u ze nog... de Medemblikkers

Auteur
:   W. Kramer
Gemeente
:   Medemblik
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4315-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Medemblikkers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

26. Naast de gereformeerde jongelingsvereniging "Bid en Werk", bestond er in onze stad ook nog een van de hervormde gemeente uitgaande ehristelijke jongelingsvereniging, .Het Mosterdzaadje". Onze foto zal op een zomerse dag genomen zijn omstreeks 1912 op het kerk(hof)terrein ten zuiden van de oude Bonifatius. A1s u goed kijkt ziet u links aehteraan de ramen van de eonsistorie. En wie waren er toen lid van deze vereniging? U ziet van links naar reehts zittende: (het bestuur?) de heren Dolf van der Meulen, Jentje Jouwsma, als voorzitter de toenmalige predikant A.G.F. Smit, Dirk Geusebroek en Niek Gijselaar. Staande: Henri Smit (oudste zoon van dominee Smit), Knottenbelt, Jan de Reus, Nieo Beek en Reinier Flietstra. Let eens op hun sehoenen!

27. Op een gravure uit 1726 ziet men onder een groot oud bouwwerk aan de Pekelharinghaven staan: "De Lutherse Kerk". In de zeventiende eeuw bestond er een druk handelsverkeer tussen Medemblik en de toen goeddeels lutherse Oostzeelanden. Vandaar misschien deze kerk aan dit havencentrum. De negentiende eeuw vooral bracht stedelijk verval en de lutherse gemeente liep terug in ledental zodat de bestaande kerk van de hand werd gedaan. In 1859 kocht men van de timmerman Witlok een tweetal huizen aan de Westerhaven, richtte het ene in tot kerk en het andere als pastorie, Enkele jaren geleden was de groep zo geslonken, dat men tot opheffing van de plaatselijke lutherse gemeente besloot. De gebouwen kregen een nieuwe eigenaar, die tot restauratie van de gevels overging, de pastorie in eigen bewoning nam en de kerk tot magazijn inrichtte, Maar hiervan is aan de buitenkant niets te zien , Het kerk-idee bleef bewaard; zelfs de tekst boven de ingang bleef. En nu het aardige: een interieurfoto van dat kerkje , waarin -'t zal ongeveer 1932 geweest zijn- de lutherse dameskrans, al handwerkende, bijeen was. Zo hebben wij toch nog enig idee hoe het vroeger was, want dit interieur is verdwenenl Let u eens op de zwaan die op zijn gespreide blanke vleugels de lessenaar draagt? En nu de namen van de dames! U ziet van links naar rechts: mevrouw Vijzelaar, mevrouw Kroeb, mejuffrouw Hanna v.d. Berge, mevrouw Beek. mevrouw Fransen-De Haan, mevrouw Van der Schans, mevrouw Fransen-De Vries, mevrouw Schuler en mevrouw Van der Zee.

28. Us op het water en voor je geest doemen visioenen op van fijne schaatstochten in je eentje over de Vliet en 't Zijdwerk naar 't ,,Arkje", of samen met een clubje naar het rustieke Oostwoud met z'n talloze bruggetjes. Glijdend op de ijzers zweef je weg langs bronzige rietkragen, met in het verschiet het silhouet van een vriendelijk kerktorentje of een besneeuwde eenzame boerderij. En ineens proef je weer de smaak van de hete chocolademelk in dat ,,koek en zopie" kraampje dat ze zomaar ergens lukraak neergezet hebben, langs de baan ... Maar vanmiddag gaan we niet op de romantische, maar o-p de sportieve toer: ,,ijs en wederdienende zal er hedenmiddag eene hardrijderij op schaatsen worden gehouden". Op de Oostergracht. Weet u nog weI, vanaf waar vroeger de "ballenbrug" was, langs wat nu het park is, tot aan de dijk. Dat was toen "de" baan. Het bestuur van de ijsclub staat al klaar. Hardrijderij, voor wie, om wat? Ik kan het u helaas niet vertellen. WeI kan ik u de namen noemen van de twaalf heren die in aIle drukte toch nog even willen poseren, waarschijnlijk in de winter van 1928/29. Het zijn van links naar rechts: Louw Lageveen, Jan Kemker, Gem de Haan, Jan Winnubst, de man van de schuitenhelling aan de gracht, Lammert de Haan, schipper, diens vader Louw, de brandstoffenman uit de Bangert, Jan Vermeulen, schilder, W. Numan, ene Bakker (?), Riekus Sluis, visserman, Wiebe de Vries, schipper en Jan Heerdt, visserman. Aan de lijn , geheel links, schijnt J. Mulder weI te staan, van de houthandel...

29. 't Moest weI goed winteren en er moest weI een flink pak sneeuw gevallen zijn, wilde je zoiets kunnen beleven: een ouderwetse arreslee met een feestelijk opgetuigd paard ervoor op de weg. Nou, het winterde weI, toen in 1947. En al ziet u de ar hier dan niet op de weg, maar op het besneeuwde ijsvIak van de Westerhaven, ze waren er weI mee de straat op geweest, naar de Nieuwstraat nog weI, waar men er toen zelfs een prijs mee had behaald. Een fraaie beker die de meest linkse van de dames vol trots omhoog houdt. Die dag waren ze ook nog naar Wervershoof gereden. Nu kan er geen sneeuwvlokje vallen of de pekelwagen komt de straat op ... Een ongerept sneeuwpad kom je haast niet meer tegen. In de winter toen onze foto genomen werd nog weI. En zo zien we hier dan een arreslee van de familie Schouten uit de bekende boerderij aan de Westerhaven welke op onze foto het decor vormt. Als het wintert staan hier de koeien nog op stal, als in het voorjaar het vee weer naar de weide gaat, wordt de zogenaamde zomerstal ingericht met een unieke verzameling antiek uit oud familiebezit. Die zornerstal is door veIen, waaronder prominente figuren uit binnen- en buitenland, bezocht. Maar de broers en zusters Schouten, die hier nog zo kwiek bij elkaar zijn, de dames Elisabeth en Jaane en de heren Willem en Jan, zijn nu hoogbejaarde lieden geworden. Enige tijd terug is de jongste van hen, Elisabeth, helaas overleden. De zomerstal opstellen en openstellen, nee, dat gaat jammer genoeg niet meer. Maar kom, niet zo somber. Kijk liever nog even naar dat kloeke paard met het rinkelende belletuig, de pluimen en het zogenaamde bikkele bave hoofdsteI. De witte garnering ervan wordt gevormd door een bepaalde soort harde glad de witte schelpen. Bikkele bave noemt men dat... In hun huis op de achtergrond verraden de kleine halfronde raampjes bovenin, dat het niet zomaar een huis is. In het bovenlicht boven de deur ziet u het symbool van de levensboom.

30. Als het winterde in vroeger jaren en de sneeuw de straten in onze goede oude stad stil en mild had toegedekt met haar mooiste blanke donskleed, zo dik en rul, dat 't voor de vele handkarren moeilijk werd om er nog doorheen te komen, dan ... Geen nood. Dan wist men wel een oplossing voor de vervoersproblemen. Dan haalden de bakker, de kruidenier, dan haalde ieder die wat te vervoeren had, of die er schik in had, de lieve Medemblikker jeugd niet te vergeten, de slee voor de dag. De brandstoffenman en de bakker hielden er voor zulke noodgevallen een bakbeest van een slee op na, waar ze, als ze buiten de stad zijn moesten, hun trekdier voor spanden. Maar wij blijven hier. Voor ons ligt de Nieuwstraat, gezien vanaf de Dam, in 't wit. De daken van de huizen zijn wit, tegen de stammen van de hoge iepen is de sneeuw opgestoven en de waaierige kruinen vormen een ragfijn netwerk royaal met sneeuw van het zuiverste wit bestoven. En in de sneeuw ziet u ze staan, de mannen en de jongens met hun krukslee. Wie zouden het zijn? Vlak naast de lantaarnpaal staat een deftige mijnheer. Een stadhuisfunctionaris misschien? Als straks de straatlantaarns zijn aangestoken zal het stil worden op de Nieuwstraat. Maar wacht even, ik kan u tach nag een naam noemen, In het huis links vooraan, met de dakkapel, woonde de fotograaf van onze eerste fete's, de heer Riezebos. Aan deze kant van zijn woonhuis had hij zijn schilderswerkplaats. En vast en zeker was hij het die deze stemmingsfoto gemaakt heeft!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek