Kent u ze nog... de Megenaren

Kent u ze nog... de Megenaren

Auteur
:   G.H.J. Ulijn
Gemeente
:   Oss
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0504-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Megenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

21. Natuurlijk heeft Megen ook zijn "dorpsfiguren" gehad. Wie denkt niet meer terug aan figuren als Hannemie en Hentom, Piet den Duks, Keesvader, de Lange en Ment je de Haan, die bekende "persoonlijkheden" waren evenals Kee Tut, de Pral en Gielo en zo zouden we nog bladzijden lang door kunnen gaan want in het vroegere Megen had iedereen wel een bijnaam. Op deze en de volgende bladzijde zien we enkele Megenaren die rond 1900 sfeer aan het dorpsleven gaven.

Op de linker foto zien we Lambertus Antonius Hoogens die de mensen kenden als Bartje Hoogens. Hij werd in Megen geboren op 24 augustus 1845 als zoon van de toen zevenenzestigjarige kleermaker Lambertus Hoogens en de zesendertigjarige arbeidster Joanna Oerritsen. Bartje Hoogens sjouwde een beetje om aan de kost te komen en als Jantje Omnium ziek was ging hij de lantaarns aansteken, waarbij de jeugd deze weer vlugger uit had dan hij ze had aangestoken.

Op de rechter foto zien we Frans v.d. Maazen die als Franciscus van der Maesen in de burgerlijke stand van Megen is ingeschreven nadat hij aldaar op 17 juni 1847 werd geboren als zoon van de zevenendertigjarige visser Miehiel van der Maesen en de vieren dertigjarige arbeidster J oanna Catharina van Zoutekeet. Frans van der Maesen werd ook wel Frans de Luitenant of Frans van Kaatjes genoemd. Voor de studenten speelde hij postbode want hij bracht regelmatig briefjes van het ene koetshuis naar het andere. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft hoogstwaarschijnlijk een schrijffout gemaakt want hij ging als Frans van der Maazen door het leven.

22. Links zien we Goortje van de Camp die de "H. Geest" werd genoemd. De foto dateert van 1903. Op de rechter foto zien we Johannes Lambertus van de Rijt (Jantje Omnium), die we zomaar ontdekken op een straatfoto uit 1901. Jantje is geboren op 13 oktober 1851 in Megen en was lantaarnopsteker en dorpsomroeper. Hij overleed op 29 september 1943. Op 24 oktober 1887 trouwde hij met Anna Maria van den Weyenburg. Op 1 oktober 1937 stonden hun portretjes in "de Stad Oss" ter gelegenheid van hun aanstaande gouden bruiloft. Van deze feestelijkheden stond in dezelfde krant op 26 oktober 1937 een verslag waarin onder andere het volgende te lezen valt: "Des morgens om half tien werden de feestelijkheden met hunne familie per auto door de versierde straten naar de kerk gebracht, waar een plechtige H. Mis van dankbaarheid werd opgedragen. Om elf uur bracht de harmonie een serenade, waarbij de z.e.h. pastoor een toespraak hield. Ook de burgemeester sprak een woord van felicitatie en herinnerde aan de diensten die de jubelaris in zijn verschillende functies aan de gemeente heeft bewezen. De voorzitter van het feestcomité de heer J. van Liebergen hield namens de buurt een mooie toespraak en bood enige cadeaus aan. De oudste zoon G. v.d. Rijt dankte namens zijne ouders voor de grote belangstelling". Zijn stamboom is als volgt: tweede generatie: Gerardes V.d. Rijt, geboren te Gemert op 13 april 1776 (wever) en Geertruida de Groot, geboren te Maasbommel op 19 mei 1811, eerder gehuwd met Catharina van Nessary, geboren te Megen op 28 mei 1791 en overleden op 11 december 1848. Derde generatie: Joannes Gerrit V.d. Rijt, geboren te Gemert op 24 september 1759 en Henrica Johannes Kuypers. Vierde generatie: Gerardes V.d. Rijt, geboren rond 1730 en Cornelia V.d. Sanden. Vijfde generatie: Lambertus v.d. Rijt geboren rond 1700 en Joanna Janssen. Zesde generatie: Cornelis V.d. Rijt geboren rond 1670.

23. In de tegenwoordige Dokter Baptiststraat (voorheen Putstraat genoemd) werd vroeger de "kàllenmarkt" gehouden. Wat zal dat vroeger een bedrijvigheid geweest zijn als de karren met kool uit Vinkel, Berlicum, Den Dungen en andere plaatsen uit die omgeving Megen binnen kwamen gereden. Ze brachten rode-, witte- en savooiekool mee. Een van de belangrijkste dingen na deze markt was het zuurkool maken, want dat was, met erwtensoep, dé winterkost. Ieder huishouden had zijn Keulse pot waarin men zelf zuurkool bereidde. Men maakte zuurkool van witte kool, die men met een "kollenmes" fijn sneed. Deze fijngesneden kool werd gezouten in de pot gedaan. Bovenop kwam een katoenen doek te liggen. Op deze doek kwam een plankje dat precies in de pot paste, waarboven de befaamde "kOlkaai" kwam te liggen. Na verloop van tijd werd de zuurkool afgeschuimd en was de winterkost gereed. Terwijl de ouders de kool kochten, werden de kinderen getrakteerd op "spàtjes". Dit was een lekkernij van snoeppapier met gekookte stroop; zodoende had iedereen een goede dag. Ook kwamen er kijkers op de markt die rustig de tijd vonden om voor de fotograaf te poseren. Gelukkig maar, want deze mannen zijn toch wel tekenend voor het vroegere Megen. Alleen al de klederdracht is interessant om te bekijken. Deze foto dateert van 190 I en toont ons van links naar rechts: onbekend, Klaas Luypen, Dierikske de Wever en ene Van der Heyden. Op de foto is goed te zien hoe de "kaaien" in die tijd gelegd waren en geeft ons tevens een prachtig beeld hoe het er op zo'n "kàllenmarkt" aan toe ging.

24. Een bekende figuur in Megen is ongetwijfeld dr. Baptist geweest. Hij werd als Adam Franciscus Baptist op 21 november 1885 in Den Bosch geboren. Zijn vader (Leonardus Petrus Josephus Maria) was boekhouder. Zijn moeder heette Constantine Francisca de Leeuw. Toen deze foto gemaakt werd, vierde hij zijn vijfentwintigjarig jubileum als arts in Megen, hetgeen in 1936 geschiedde. Om 11 uur vond de huldiging op het gemeentehuis plaats. Het was er zo druk dat buiten (op het huidige Everardusplein) een geluidsinstallatie was geplaatst om de mensen, die van heinde en verre waren gekomen, toch de toespraken te laten horen van burgemeester Van Vlokhoven, Willem Kipp enzovoort. Ook het filmjournaal kwam in Megen opnamen maken. Heel Megen vierde feest en had de vlag uitgehangen. Veel van deze vlaggestokken waren versierd met gewijde palmtakken. Dit was een oud, vroom gebruik waarvan een grote erkenning en verering uitging. Clinge Doorenbosch dichtte het volgende gedicht:

Dokters

Als je in je ochtendkrant je de biezonderheden leest Van dat vijfentwintig-jarig Megens Esculapenfeest,

Krijg je sympathie en eerbied voor zoo'n weldoener van 't land, en je drukt hem in je gedachten 'n onbekende vriendenhand.

Wakend, werkend, troostend, zorgend, de patiënten nummer één, zoo gaan deze échte dokters door hun drukke leven heen.

Tusschen "dokters" en "doctoren" voel je dikwijls onderscheid; "dokters" geven meer 't gevoel van vriendschap en intimiteit.

Zoowel dokters als doctoren staan gelijk in medicijn

Maar toch zullen veel doctoren nooit de ware dokters zijn Dokters zien, naast heel veel proza menschenliefde, poëzie; Veel "doctoren" zien vaak "nummers" hun praktijk is industrie Ik lig liever daar in Megen met een dubb'le pneumonie,

Dan op vele and're plaatsen met een puistje op mijn knie.

Op de andere foto zien we een gedeelte van een van de vele processies rond 1915 waar we van links naar rechts herkennen Frans Peters, Tinus Houben, Toon de Bond, een onbekende pater, Cis Uyen, Jan Koeken, Naadje Koeken en de misdienaars Louis Steverink en Hendrik Sleenhof.

25. Op deze foto zien we een groep uit de processie zoals die in juni 1927 door Megen trok. We zien zittend: twee onbekenden en Adriaan van Deurzen. Staande: Wim v.d. Camp, Bertha Ou wens, Diena van Schadewijk. Broekhuizen, (student), Gijs Remmen, Anna Wattenberg, Jac. van Rooy, Piet Remmen en schipper Dorus Ouwens.

Nu we toch in kerkelijke sferen vertoeven is het interessant om eens iets te vertellen over oude begrafenisgebruiken zoals die vroeger in Megen voorkwamen. Als er iemand gestorven was gingen de "bidders", met zwarte mantels over hun dagelijkse kleren, de buurt in kennis stenen van de bediening of het overlijden, met het verzoek om te komen bidden. Deze bidders waren de naaste buren. Het bidden vond bij bediening thuis plaats en bij overlijden in de kerk als het tenminste een dode van de "Kaaien" was. Voor een dode uit "den buitenhoek" werd altijd aan huis gebeden. Behalve de bidders waren ook de dragers en de man die met het "gelucht" vooraf ging in lange zwarte mantels gehuld. Ze droegen bovendien "stijve" hoeden. Het "gelucht" waren halfponds kaarsen die in de kerk rondom de baar werden geplaatst. Vijf van deze kaarsen werden op een met witte randen afgezette zwarte plank geplaatst, waarop ook een zandloper en een doodshoofd waren gezet, die door een aparte persoon in de begrafenisstoet vóór de lijkkist werd uitgedragen. Het "doodkleed" bestond uit een lang wit hemd dat met een lint om het middel bijeen werd gehouden. Na de begrafenis werd er .Jijkbier" geschonken aan de dragers en aan al degenen die op een of andere wijze burenhulp hadden verleend. Het zogenaamde "afleggen" werd tot de burenhulp gerekend en geschiedde meestal door twee vrouwen. Deze zorgden er ook voor dat de dode met het doodskleed werd gekleed. Tot zover deze oude gebruiken die reeds lang in on bruik zijn geraakt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek