Kent u ze nog... de Meijelsen

Kent u ze nog... de Meijelsen

Auteur
:   L.J. Lucassen
Gemeente
:   Meijel
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4317-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Meijelsen'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Sommigen vragen zich wellicht af, waarom in de titel sprake is van Meijelsen in plaats van het onderhand vaak gebruikte Meije1enaren. Welnu, dit laatste heb ik bewust vermeden, en weI om twee redenen. Ten eerste, omdat de oorspronkelijke bewoners zich nooit anders dan "Maelsen" (ae uit te spreken als de evan het Franse woord pere) genoemd hebben en ten tweede, omdat door het achtervoegsel -aren of -enaren een zeer onwelluidend woord ontstaat.

De bedoeling van dit boekje is niet dat alleen de "echte Maelsen" hun hart kunnen ophalen aan de herinneringen, die het bekijken van het fotomateriaal in hen oproept; ook de groep, die ik "Maelse mensen" zou willen noemen, en waaronder ik versta allen, wier ouders elders geboren zijn, maar die toch het "Maels" goed beheersen en zich volle dig aan het Meijelse volkskarakter hebben aangepast, zal wellicht hetzelfde genoegen hieraan beleven. Tenslotte hoop ik de overblijvende, maar steeds groter worden de groep "vrimde", of wel de immigranten, die het "Mae1s" niet of maar zeer gebrekkig spreken of verstaan, door mid del van dit boekwerkje een duidelijker bee1d te geven van het culture1e en maatschappelijke 1even van "Mael" in grootvaders tijd.

Of schoon zelf geen echte "Maelse", heb ik het gewaagd een boekje samen te stellen, dat naar best vermogen het dorpsleven alhier van 1898 tot 1941 weerspiegelt. Als achtergrondinformatie wil ik nu trachten het specifieke, het eigene van "de Maelse mens" en zijn typische dialect te verklaren en te schetsen. Het "Maels" is eigenlijk een Brabants dialect met een Limburgse inslag. In Venlo en omgeving wordt het dan ook voor Brabants, in de contreien van Roermond vaak voor Hollands versleten. De verklaring voor het Brabantse karakter van het "Maels" moet vooral gezocht worden in de geografische situatie waarin Meijel eertijds verkeerde. Het lag als het ware op een schiereiland in de toen ondoordringbare Peel, op de hoge zandrug, ook wel de tang van Meijel genaamd, die van hier over de Neerkant en Liesse1 naar Deurne loopt. Deze was het he1e jaar door begaanbaar, terwijl de karwegen naar Sevenum, Bree en Helden in natte winters wel eens moeilijk berijdbaar b1eken en de aarden banen naar Rogge1 en Nederweert elke winter weI een tijd1ang onbegaanbaar geweest zullen zijn. Nu kan men zich dan ook voorstellen, dat oude mensen niet overdreven als ze vertelden, dat men vroeger rondom Meijel heen kon schaatsen tijdens natte winters. Dat er een nauw contact bestond met onze noorderburen uit de Peel blijkt verder uit het feit dat de bewoners van de Neerkant tot 1886 in Meijel naar school en tot 1889 ter kerke gingen. Het gevo1g hiervan is, dat het "Nerkants" maar zeer weinig van het "Maels" verschilt, terwij1 er een veel duidelijker verschil bestaat met het "Lissje1s" en het "Deurzes". Ook zal dit makkelijke contact immigratie vanuit het Brabantse in de hand gewerkt hebben, wat echter immigratie van Limburgse zijde niet uitsluit. Of schoon ze niet zo voor de hand lag, heeft ze later wel p1aats gehad en wel tussen 1715 en 1740. Dat hie1d verband met de sterk veranderde politieke situatie in deze streken ten gevolge van het Barrieretractaat van 1715. Een gedeelte van Spaans Opper-Ge1der, waartoe onder andere de gehele linker Maasoever vanaf Kessel en Helden tot en met Venray

en Wanssum behoorde, werd toen Pruisisch. De tot dan toe onafhankelijke vrijheerlijkheid Meije1 werd tegelijkertijd, met een pennestreek, ingelijfd bij de Oostenrijkse Nederlanden, die vanuit Brusse1 geregeerd werden. Hiervan getuigt nog steeds de oude grenspaa1 uit 1761 bij het St. Wilbertsputje.

Daar koning Frederik Willem I van Pruisen (1713-1740) er een lijfwacht van lange kerels, de Riesengarde genaamd, op na hie1d, namen jonge1ui van groot formaat, die aan de ronselaars van deze "soldatenkoning" wilden ontkomen, nogal eens de wijk naar Meije1. Ze bleven hier kennelijk vaak hangen en trouwden met een "Maels dorske", wat zijn gevolgen voor hun nageslacht niet miste. De Meije1sen zouden daarom gemidde1d aanzienlijk 1anger zijn dan hun buurtbewoners. Dit b1eek geen fabeltje te zijn, zoals men wel eens verondersteld heeft, to en ik de keuringsuitslagen van de miliciens in de periode van 1865 tot en met 1877 bestudeerde. Hieruit b1eek, dat ruim 42 procent van de Meiielse lotelingen Ianger dan 1.70 m. was, terwijl dit percentage voor Helden en Horst slechts 22 en voor heel Limburg 28 bedroeg.

Na deze geschied-, aardrijks- en taalkundige uitwijding rest mij nog de plicht, een speciaal woord van dank te brengen aan juffrouw Gerda Gielen en de heren P. Brummans (Vlonders Piet) en Cromrnentuijn's Piet, die mij, naast zeer vee1 anderen, geho1pen hebben bij de identificatie van personen op de oude foto's, die in dit boekje opgenomen zijn. Ten slotte wil ik niet nalaten mejuffrouw Dina Raemaekers uit Rogge1, die de door haar zo pieteitvol bewaarde glasnegatieven van haar heeroom, de Meije1se priesterfotograaf J.G. van Rijt (1870-1959), nogmaals bereidwillig ter illustratie van dit boekje ter beschikking ste1de, eveneens hartelijk dank te zeggen.

1. Op deze fraaie actiefoto uit 1898 zien we Willem Vestjens (Timmer Willem) bezig met het inzagen van de spaken van een kruiwagenwiel. Achter hem staat J. Gielens (Sanders Sjaak), In het midden beitelt knecht Pietje Jegers een gat in een balk. Geheel links is de bazin, Petronella Vestjens-Wagemans, bezig een borrel in te schenken, terwiil haar pleegdochtertje (en nichtje) Mina Hoeben (Vestjens Mina) haar boodschappenkorfje vasthoudt en serieus probeert het vogeltje te zoeken. Het huis op de achtergrond is het huidige pand "Schijven"oord aan de Hagelkruisweg, oorspronkelijk gebouwd als molenhuis door Toontje Hoeben die molenaar was op Sanders' molen.

2. Deze fraaie opname, rond 1900 op de Donk op een wasdag gemaakt, toont ons van links naar reehts Johanna van Bree, Johanna Gooden-van Rijt, moeder Van Rijt-van Bree (zus van Johanna van Bree) en Antje van Teeffe1en-van Rijt. Men 1ette op de typisehe houten putrand en de houten em mer op de voorgrond.

3. Gezien de hoge ouderdom van deze schoolfoto (tot nu toe de oudste die te vinden was), daterend volgens de lei van 17 oktober 1900 was het niet mogelijk alle jongelui thuis te brengen, Op de grond links Harrie Vestjens (Molenstraat), met bord G. Kessels (Graad van dikke Piet ? ) en naast hem Sjang van Ratingen. In de tweede rij zitten links Andre Linssen en zijn broer Willem, als vierde J. Sonnemans (Sjang van Nuure Ties), zevende Toon (? ) v.d. Vondervoort en negende H. Veltmans (Harrie van "molder" Veltmans Mertien). In de derde rij staan links C. Verstappen (Corneel v.d. Korver), derde J. Strijbos (Sjang van Sjaeke Perre Jan), vierde Dries (? ) Meussen, zesde Martien v.d. Kraan, zevende F. Smits (Frans van Hospesse Martien) en achtste P. Peeters (Griepkes Petraan ?). Vierde rij: G. Nijssen (Gezitte Graad), zevende Graad Mingers en achtste A. Martens (Hermes Ton). Vijfde rij: vijfde G. Nijssen (van Bus Graad ? ) en zevende Driek van Lier (Krum).Links van de jongens zit J.W. Linssen (hoofd van de school) en rechts W. Gielen en J. Lenaers (onderwijzers van bijstand),

4. Rond de eeuwwisseling liet bovenmeester J.W. Linssen (later burgemeester en vervolgens schoolopziener) zich met zijn vrouw, Ursula Raemaekers, en hun zoontjes Willem en Andre in deze fraaie, maar voor die tijd nogal ongebruikelijke pose, vereeuwigen. De beide jongens in de waskuip schamen er zich niet voor hun lange onderbroeken en .Jiozenbingels'' te laten zien. Op de achtergrond zien we het silhouet van Sanders' molen. Andre stierf in 1965 als emeritus-pastoor van Sevenum en Willem in 1960 als rustend deken van Echt.

5. De "mesters" van de toenmalige open bare lagere school zitten op een zonnige najaarsdag in 1900 voor een staatsiefoto bijeen op de speelplaats. De centrale figuur is "bovenmeester" Linssen. Deze, toen pas eenendertig jaar oud, maakte een opmerkelijke carriere. Na eerst onderwijzer in Vlierden te zijn geweest, kwam hij in 1895 naar hier, om "mester" Hebben als hoofd op te volgen. Dit bleef hij tot 1913, toen hij Jan Truijen opvolgde als burgemeester. In 1921 promoveerde hij tot schoolopziener en als zodanig overleed hij reeds een jaar later. Links op de foto zien we meester Gielen de krant lezend, terwijl rechts meester Lenaers olijk toekijkt, De twee jeugdige "Maelsen" die er achter staan volgden, na eerst door dit drietal te zijn bijgespijkerd, de onderwijzersopleiding aan de zogenaamde normaalschool te Weert. De jongernan, die met vaste hand een borrel schenkt, is Piet Brummans, later postmeester en gemeenteontvanger van Meijel, en de ander is Hent Gooden, die wel in het onderwijs terecht kwam, onder andere in Dordrecht, Schijndel en Den Haag.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek