Kent u ze nog... de Ossenaren

Kent u ze nog... de Ossenaren

Auteur
:   G.H.J. Ulijn en P. Budde
Gemeente
:   Oss
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0509-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Ossenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

6. In 1911 werd de Rooms-Katholieke Sint-Michaëlbond opgericht en zij bestond derhalve in 1936 vijfentwintig jaar. Ter gelegenheid daarvan is deze foto gemaakt in de bovenzaal van hotel "De Gouden Leeuw" op de Heuvel (nu Schueler). Voordat de politie in 1911 een eigen bond kreeg waren er natuurlijk al eeuwen verstreken waarin hun voorgangers de boel in de gaten hielden. In de middeleeuwen waren het de schout en zijn mannen die de orde in Oss handhaafden. In 1791 werd de zogenaamde marechaussee alhier opgeheven en later opgevolgd door de gendarmerie.

Toen in Oss in 1812 een afdeling gendarmerie werd opgericht, was het erg moeilijk om onderdak voor hen te vinden. Aangezien de predikant geen gezin had maar wel een erg groot huis (de pastorie aan de Begijnenstraat) bezat, vond de maire (de toenmalige burgemeester) dat dit gebouw voor de gendarmerie moest worden ingericht. Toen de pastorie van de predikant leeg was, bleek deze toch niet geschikt te zijn en vervolgens moest de pastoor uit zijn pastorie (deze stond aan de Wal). De gendarmes werden hierin ondergebracht, de pastoor kwam in de pastorie aan de Begijnenstraat en de predikant kwam op straat te staan.

In 1814 werden de gendarmen opgevolgd door de marechaussee. Toen dit in 1818 ook tot Oss was doorgedrongen, bleef Oss een afdeling hiervan houden tot aan de tweede wereldoorlog. In 1852 kregen ze een eigen kazerne in de Kazernestraat (nu staat daar garage Van de Berg). In 1920 werd de nieuwe kazerne aan de Heescheweg gebouwd, waardoor men over meer ruimte kon beschikken. De gemeentepolitie beschikte over een ruimte in het gemeentehuis op de Heuvel.

Op deze foto ziet u de leden van de St.-Michaëlbond van de regio Oss. Van links naar rechts op de voorste rij: een onbekende rijksveldwachter uit de regio; Westeneind sr., rijksveldwachter te Schayk; Westeneind jr., van de gemeentepolitie Oss; Van de Pol, rijksveldwachter te Berghern; Antoon Keultjes, voorzitter van de afdeling Oss van de gemeentepolitie, pastoor Bloem, geestelijk adviseur, inspecteur Kniepstra, korpschef van de gemeentepolitie Oss; Zegers, rijksveldwachter te Oyen; D. Beuving, rijksveldwachter te Escharen en Kwaks, rijksveldwachter te Megen. Op de tweede rij; Wim van Aanholt, gemeentepolitie Oss; Kruik, bestuurslid van het hoofdbestuur van de bond; Piet Jong, gemeentepolitie Oss; Vonk, gemeentepolitie Oss, boven hem een onbekende rijksveldwachter, evenals de persoon rechts naast hem; de vrouw tussen hen is mevrouw Westeneind sr.; vervolgens mevrouw Westeneind jr.; mevrouw Megens; Jan Verbon van de gemeentepolitie Oss; mevrouw Van de Pol; mevrouw Verbon; mevrouw Keultjes; vaandeldrager Megens, rijksveldwachter te Gassel; Verreijt en Bernardus van de Geer van de gemeentepolitie Oss; mevrouw Snethorst; met snor Leemhorst en boven hem Snethorst, ook van de gemeentepolitie Oss; mevrouw Verreijt; mevrouw Van de Geer; Meyntjes, rijksveldwachter te Lith en tot slot drie onbekenden.

7. Voor de "rest van Nederland" heeft Oss gedurende lange tijd geen al te beste naam gehad. Lange tijd heeft Oss mensen binnen zijn stadswallen gehad die het met het "mijn en dijn" niet zo nauw zagen. Sociologisch gezien is dit wel verklaarbaar, maar het zou te ver voeren om op deze plaats hierover uit te weiden. In de toekomst hoop ik dit nog eens te doen (G.U.). Een van de schokkendste gebeurtenissen uit de Osse geschiedenis was de moord op wachtmeester Hoekman, die we hier afgebeeld zien.

Op palmzondag 1893 om ongeveer half twaalf in de avond liep wachtmeester Hoekman, na afloop van zijn patrouille, van het stadhuis (dat toen nog op de Heuvel stond) naar de marechausseekazerne in de Kazernestraat. Plotseling werd hij vanuit de Eikenboomgaard beschoten door drie Ossenaren. Een van de redenen waarom de Ossenaren hem niet mochten was de macht die hij scheen te hebben om bepaalde arbeiders bij Jurgens te kunnen doen ontslaan: Dit alles zou hij hebben toegepast om de beruchte Osse zwijgzaamheid, inzake andere misdrijven, te doorbreken. De hoofddader kreeg levenslange gevangenisstraf en de beide handlangers respectievelijk vijftien en tien jaar.

In 1893, op 15 april, werd op het protestants kerkhof het graf van Hoekman opgedolven en de kist bevuild. Wie deze grafschennis heeft gepleegd is niet bekend. Collega's van Hoekman zorgden dat in 1895 het graf werd voorzien van een grafzerk waarop de volgende tekst werd gebeiteld: "Gerard Hoekman geb. te Goes 6 september 1848 werd op 26 maart 1893 te Oss als wachtmeester te paard der Kon. Marechaussee laaghartig vermoord. Hij was een trouw dienaar en viel als slachtoffer van zijn plicht. Zijne kameraden schonken deze rustplaats." Hoekman liet een weduwe en vijf jonge kinderen na ...

8. Op deze bladzijde willen nader op de brandbestrijding in Oss. Meerdere keren is Oss in het verleden door brand verwoest, met name in de zestiende eeuw, toen Gelderse troepen plunderend en brandstichtend door het Maasland trokken. Maar ook grote branden hebben Oss geteisterd. In 1751 is het grootste van Oss door brand verwoest. Het blusmiddel was een put die op de Heuvel was gelegen en waar men met emmers, die van hand tot hand gingen, het een en ander kon redden. Deze ramp deed de schout en de schepenen de ogen openen, want uit de notulen van de schepenvergadering van 22 augustus 1754 blijkt dat zij besloten om enig brandgereedschap aan te zoals emmers, haken en ladders. Er werden twaalf leren emmers aangeschaft zoals reeds door de Bossche brandweer werden In 1757 werd in Oss de eerste brandspuit gekocht en in dat werd ook een reglement opgesteld om brand te voorkomen. Zo mocht men toen niet met brandende tabakspijpen in schuren bij hooi en stro komen. Dit mocht ook niet gebeuren als men koren dorste. In schuren of

stallingen mochten ook geen brandende aanweziz Men mocht geen as wegwerpen bij huizen,

stallingen, stro- en hooimijte De as moest eerst met water worden begoten. Binnen de gracht gelegen huizen

moesten met pannen of leien zijn die aan de woonde, moest twee maal per deze

uitgraven en schoonmaken om brand zeker te kunnen van bluswater. Op overtreding stonden flinke

boeten. Ondanks alle voorzieningen kende Oss onder andere in 1831 toch nog een op het Schayks veld drieëntwintig huizen in vlammen op en werden drie kinderen gedood. Deze brand was echter wel buiten de stadswallen.

Wat de brandweer deze was ook aan glementen Zeven personen werden aangesteld om

voor de brandspuit te zorgen. Deze personen hadden brand het recht om iedereen mee te laten

desnoods moesten de omstanders daartoe worden gedwongen. Steeds moesten er twee schepenen aanweziz

om het volk op een afstand te houden en de toeschouwers te om water aan te Vier van de zeven personen kregen van gemeentewege een lange stok om de mensen op hun vingers te tikken als ze de wilden beschadigen. Het reservoir van de brandslang moest met water worden bijgevuld. De brandspuit werd in de kerk bewaard. is het zo gebleven dat men met een handpomp en later met een motorspuit de branden bluste. Totdat rond 1924 de brandweer een TFordje kocht dat door Steinrother tot brandweerwagen werd omgebouwd. Op de dag dat deze auto in gebruik werd genomen is deze foto gemaakt voor de brandweer-

kazerne inde Ridderstraat. De brandweer had intrek genomen in het politiebureau van de gemeentepolitie.

We herkennen van links naar staand: armnetje van en Piet Verhallen. Op de eerste rij op de

auto: Jacquernard (die brandweercommandant en directeur van het gasfabriek was), Jozef V.d. Rakt, Bertus Stavast, lansen, Toon v.d. Zanden, Toon Wildenberg, Toon de Vet en Van Eldijk, Op de achterste rij: Driek Schuurmans. Jan den Brok, Toon Wagemakers, Sjors Stavast, Dorus de Vet en Karel Cheizoo.

9. Het openbaar vervoer in de jaren twintig. Hier ziet ti het grootste gedeelte van het wagenpark dat de bevolking van de Maaskant ten dienste stond in het eerste kwart van deze eeuw. De bussen staan hier op het Walplein, de panden op de achtergrond zijn als zodanig nog duidelijk herkenbaar. De dames en heren voor en in de bussen staan klaar voor het vertrek naar Kevelaer

Van links naar rechts zien we: Ruys uit Lith, de chauffeur, Marinus Venne, mejuffrouw Van de Steen, Piet Brocxs, Marinus van Tilburg met zijn vrouw, Marietje Keepers en de man met de wandelstok is de heer Gijsbers. In de tweede wagen, vlak voor zijn zaak, stapt Schlatmann net in en achter het eerste raampje van deze bus zit dr. Wasmann. Boven die bus ziet men voor het raam van de schoenenzaak Gerard Cox met zijn echtgenote. Tussen de tweede en derde bus staan Jan van Ewijk en René Jansen.

10. Osse hoop in bange dagen. Tijdens de eerste wereldoorlog waren er uiteraard ook veel Osse jongens de klos. Deze lichting zat in Leeuwarden; dat moet in die tijd erg ver weg zijn geweest. Zij maakten deel uit van de 11 de Infanterie Brigade, behoorden tot de 6de compagnie en lagen op kamer 12 in gebouw D. Zo, nu bent u geheel op de hoogte van de Osse strijdkrachten.

De stoere knapen op deze foto zijn, van links naar rechts, boven te beginnen: Hermans en Jan Klaassen. Op de middelste Ceelen, Herman Maseland en Klaas van Oss. Op de onderste rij: Wim van Ernich en Marinus Kuyte. Oss heeft nooit voorop gelopen met het leveren van militairen. Tot in de achttiende eeuw hadden de Ossenaren in verband met oorlogen en later met rondzwervende, werkeloze legertroepen genoeg met zichzelf te doen. Maar met de Franse tijd kwam ook de militie (dienstplicht). Door middel van . loting werd vastgesteld wie ervoor in aanmerking kwamen. Maar toen deze loting begin 1814 begon weigerde men hieraan mee te doen Katholiek Oss wilde niet vechten in dienst van een protestants vorst (koning Willem I was toen koning der Nederlanden). Zijn zoon, prins Willem, de latere koning Willem kwam op 22 februari 1814 per slede vanuit Lith naar Oss om poolshoogte te nemen. Hij werd uiterst koel ontvangen door de bevolking, doch toen de deken op audiëntie ging bij de prins veranderde de stemming en bij het vertrek van de prins, die in het huis van de weduwe van de schout logeerde (nu hotel Govaert op de Heuvel), was de gehele Osse bevolking uitgelopen en vierde men groot feest in Oss.

Prins Willem schreef aan zijn vader dat de weigering van de Ossenaren lag aan de foutieve informatie die was gegeven door de maire (burgemeester) en hij vroeg of deze kon worden ontslagen, hetgeen geschiedde. Sinds die tijd heeft Oss steeds trouw zijn militairen geleverd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek