Kent u ze nog... de Ossenaren

Kent u ze nog... de Ossenaren

Auteur
:   G.H.J. Ulijn en P. Budde
Gemeente
:   Oss
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0509-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Ossenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

11. Lang voordat Oss zijn industrie had, waren het de molens die door middel van wind en later door paardekracht de produktie mogelijk maakten. Hoogstwaarschijnlijk was Oss een van de eerste plaatsen in Nederland die een molen had. In 1350 krijgt Alard van Oss het recht van molendwang, dat wil zeggen dat eenieder wonende in Oss, Heesch, Berchem of Nistelrode verplicht was zijn graan te laten malen op de dwangmolen van Oss. Deze molen stond op de plaats waar nu de Zuiderschool staat aan de Oude Molenstraat, recht tegenover de Molenweg. Het recht van molendwang werd pas in 1798 opgeheven en toen werd de tweede molen van Oss gebouwd aan de Berghemseweg. Beide molens zijn reeds verdwenen, respectievelijk in 1867 en 1944. Naast deze molens kende Oss nog drie andere.

1860 - molen Kruisstraat .Zeldenrust". 1895 - molen Philips "Nieuw Leven".

1895 - molen hoek Heescheweg - Molenstraat (afgebroken in 1947).

Van de vijf molens die Oss heeft gehad zijn er dus nog maar twee over. De in 1974 opgerichte "Stichting de Osse molen" is doende de restauratie te bespoedigen van de molen aan de Kruisstraat. Hopelijk maalt deze molen in 1976 weer meel voor de Ossenaren. De hier getoonde molen stond aan de Berchemseweg en was de tweede molen van Oss.

Zoals duidelijk op de foto is te zien, is deze molen een bergrnolen, dat wil zeggen hij is op een heuvel gezet om zodoende genoeg wind te vangen. Het is de aloude molenaarsfamilie De Louw geweest die deze molen heeft laten bouwen; hun oorspronkelijke molen kreeg toen de naam van "Oude Molen" waar weer de naam "Oude Molenstraat" vandaan komt. Doordat de maire (burgemeester) van Oss trouwde met een dochter van De Louw, Maria Anna genaamd, verkreeg hij het eigendom van de molen. In 1883 verkocht hij de molen aan Willem Laamers. In 1905 kwam Cor van de Eertwegh vanuit Berghem naar Oss en kocht de molen.

Op deze foto ziet u zijn zoon Gerard. Alhoewel Oss betrekkelijk weinig van het oorlogsgeweld in de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt, is toch hierdoor in 1944 de molen volledig afgebrand. Bijna honderd vijftig jaar lang heeft deze molen gestaan op de plaats waar nu de splitsing is van de Burgemeester van de Elzenlaan en de Berghemseweg.

12. In het midden van de negentiende eeuw kwam Henricus Keyzers vanuit Oeffelt naar Oss. Aan de Heuvelstraat. op de plaats waar nu de drogisterij van Hermans is, begon hij een fabriek in zadels, matrassen, lederwaren enzovoort. Hij had toen ongeveer twintig knechts in dienst. In 1884 werd het bedrijf van de Heuvel(straat) overgehuist naar de Wal, daar waar nu de zaak van Rinck is gevestigd. Het bedrijf werd gesplitst: zoon Piet begon met de rijtuigbekledingen, op de plaats waar nu de zaak van Piet van Dijk is gevestigd, en zoon Johan nam de zadelmakerij over. Begin deze eeuw verhuisde oom Piet naar de Molenstraat en begon een stoffeerderij en een zaak in woningtextiel in het pand van dr. Verbeek (nu Janota),

De foto toont ons de zaak op het Walplein. Voor de deur staan Joannes Keyzers en zijn moeder. Het gedeelte dat aan Joannes toebehoorde verbouwde hij vlak na zijn trouwen in 1918 tot een zaak met drie verdiepingen; dit was voor Oss iets unieks in die tijd. In deze zaak konden de rijtuigen zo binnenrijden. Jurgens was een van de grote klanten. Toen Joannes eens een spantuig van zwart lakleer voor Arnold Jurgens moest maken en hij het na veertien dagen kwam aanbieden voor de prijs van honderd gulden, zei Arnold dat zoiets onmogelijk was, het was te goedkoop. Twee weken later bood hij exact hetzelfde aan voor honderd vijftig gulden en toen was de koop direct gesloten. Naast J urgens had hij ook de "voermans"bedrijven als klant, zoals Van Erp (de zwaai), Van de Wetering, Rosmalen, slopersbedrijf Govers uit de Begijnenstraat, Van Loosbroek enzovoort. Ook werd bij Keyzers het zogenaamde "tramtuig" gemaakt. Voordat het treintje van Jurgens namelijk op stoom liep, werd het getrokken door een paard. Ook werden de wagons voor Zwanenberg en Hartag in eerste instantie door paarden getrokken. In 1938 kwam Harry Keyzers in de zaak; men ging toen al over van paardentractie op autovervoer, met de oorlog bloeide het nog even op, doch Harry heeft zich eigenlijk uitsluitend beziggehouden met de luxe lederwaren. Het bedrijf is in 1973 opgeheven.

13. In 1865 werd brouwerij "De Arend" aan de Arendsvlucht de vierde brouwerij van Oss. Op 23 maart van dat jaar kocht Adrianus Srnulders de grond aan de Arendsvlucht om daar een brouwerij te beginnen, dit mede op aandringen van de familie Jurgens. Aangezien er op het land ook een boerderij stond, heeft hij die naast de brouwerij ook aangehouden. In 1880 brandde de brouwerij af. De hele brouwerij werd toen opnieuw opgebouwd en uitgebreid met drie grote bierkelders, waar drie verschillende soorten bier konden worden gebrouwen. Deze bierkelders staan er nog steeds en ze zijn momenteel in gebruik als opslagplaats van de Heineken Brouwerijen.

In juni 1959 werd de brouwerij, die op de hoek van de Verlengde Torenstraat en de Arendsvlucht stond, afgebroken. Tot 1920 is er zelfstandig bier gebrouwen.

De foto toont ons het personeel van de brouwerij in 1904. Ondertussen was de brouwerij van Adrianus overgegaan aan zijn zoon Antoon. Van links naar rechts poseren voor u: Maria Srnulders-de Bruin en haar man, de eigenaar Antoon Smulders, naast hem Hasje Boeyen, het kindje is waarschijnlijk van een van de personeelsleden, dan Made Ulijn, onbekend, Nol van Orsouw, Jan van Erp, mevrouw Van Erp en Jan Smulders. In 1907 is de boerderij in handen van de familie Smulders-Brands overgegaan en is de familie Srnulders-de Bruin de brouwerij blijven beheren.

14. Hier ziet u een tafereeltje voor het oudste hotel van Oss. Het staat op de hoek Heuvel-Eikenboomgaard en is nu bekend onder de naam hotel Gevaert. Reeds voor de Grote Brand van Oss in 1751 was dit pand bekend onder de naam "De . Rond 1800 woonde er de schout van Oss, Le Heu.Tn zijn huis hield kroonprins Willern, op

25 februari 1814, audiëntie. sliep op kamer 3. Heel is in het hotel de zogenaamde plee doek bewaard, die

de prins heeft de toiletpauze. Sinds 1874 is het definitief als herberg in gebruik. De eerste

herbergier was J Ohal1l1US van Oisterwijk. In 19] 4 kocht Theophile Gevaert het hotel met stal en woonhuis. Het had toen reeds de naam Anker". Dit is nog te want in het restaurant hangen nog vier gemaakt door de kunstsmid Tiny van Donzel, De familie Gevaert heeft wel een sternpel op het hotel gedrukt; na de

van 1923 werd er een eigen rvoorzienmg in gebouwd. Er kwam zelfs een bad. Veel

notabelen van Oss kwamen zich hier 's zaterdags baden, zoals notaris Stael, professor Tausk, dl'. Kober, Theo Berends, Jan van de Eerden, mr. Conradi en anderen. Ook had het hotel de eerste radio, wat in die natuurlijk veel klanten trok.

In de jaren twintig was hier de bushalte van Oss naar Grave. In 1944 was er de officiersmess van de Engelse militairen. Eén van de Grote Drie (Churchill, Eisenhouwer, Montgomery) zou hier eens hebben gelogeerd, maar aangezien dit nooit is bevestigd is het erg moeilijk te achterhalen. Na de verbouwing van 1959 ontstond het huidige pand. Op de foto ziet u de auto Eduard Gevaert staan. Hij was postdirecteur te Kerkrade. In de auto zit de zus van notaris Bijvoet uit Berghem en de chauffeur Jan. Links zit De Louw, deze had een slijterij naast het hotel, dan volgt een onbekende, Irrna Govaert, Mieke Govaert, in de deuropening staat de eigenaar Theophile Gevaert, zittend (in het wit) Nellie de Louw, vervolgens Valentine Gevaert, Arthur Govaert en met zijn hoofdje boven de auto uit is de kleine Theophile Gevaert. De andere mensen zijn de hotelgasten.

15. Of de familienaam van Van Oss teruggaat tot het geslacht van de jonkers van Oss is niet te achterhalen. Maar het is wel een feit dat deze naam tientallen jaren een begrip is geweest door de slagerij die zij hadden in de Kerkstraat, daar waar nu de modezaak van Brons is gevestigd. Deze opname werd gemaakt aan het einde van de negentiende eeuwen ze toont ons het achterhuis. In de deuropening staat Gradje van Oss, naast hem zijn zoon Huub, de latere veekoopman, en naast hem staat hun knecht uit Haren. Wim de Kok houdt de stier vast, die weldra door de grote poort naar de slachterij zal worden gebracht. De schuur op de achtergrond huisvest naast de slachterij ook nog een worstmakerij. Tot in de jaren dertig is er geslacht, maar met de komst van het openbare slachthuis nam de slacht gestadig af. Na de oorlog is de worstmakerij naar voren verhuisd, dichter bij de winkel, zodat men niet meer zo ver behoefde te lopen. De slagerij was tot 1969 een bekende zaak in de Kerkstraat.

Naast de zaak liep een doodlopend straatje, waardoor het vee naar achter kon worden gebracht. Tot in de vorige eeuw was de slagerij, die toen, hoe kan het anders, een tapperij bevatte, vim Laurents van de Pas, het eerste huis in de Kerkstraat. Iets verderop stond een herberg genaamd "De Roskam" en op het uithangbord stond geschreven:

"Een dorstig hart, vermoeid van 't gaan, komt rusten op de molenbaan" .

Of dit laatste slaat op de rosmolen tegenover de herberg is niet bekend. Ten slotte stond er aan de Kerkstraat, daar waar de rooilijn verspringt, het huis van de familie Jurgens, waarachter in 1871 de eerste produktie van margarine plaatsvond.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek