Kent u ze nog... de Papendrechters

Kent u ze nog... de Papendrechters

Auteur
:   drs. H.A. Visser en J. van der Giessen
Gemeente
:   Papendrecht
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2372-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Papendrechters'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

IN LEIDING

Lag het accent van het eerste boekje "Papendrecht in oude ansichten", dat injuni 1970 verscheen, voornamelijk op de belangrijkste gebouwen, woonhuizen en dorpsgezichten, dit tweede boekje zal meer gericht zijn op de mensen zelf. In een aantal oude foto's zal de gemeenschap van Papendrecht gedurende de jaren 1880 tot aan 1 940 als het ware herleven.

De periode die door dit boekje wordt bestreken is wei een heel bijzondere geweest. Nooit tevoren zijn in een tijdsbestek van zo'n zestig jaren de veranderingen op vrijwel elk gebied van het dagelijks leven zo ingrijpend geweest, de ontwikkelingen zo snel gegaan. Men zegt zeker niet te veel als men beweert dat de omstandigheden, waaronder men in 1880 leefde, niet zijn te vergelijken met die van 1940. Deze gehele ontwikkeling heeft ook Papendrecht - in 1880 nog een dorp van ondergeschikte betekenis - niet onberoerd gelaten. Het dorp was in de hier bedoelde periode nog een echt dijkdorp waarvan de bebouwing langs de kronkelende dijk voor een groot deel uit boerderijen bestond. De polder was voor het merendeel grasJand voor de veehouderij. De melk werd door de boeren zelf veelal in Dordrecht uitgevent. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog is evenwel een nieuwe ontwikkeling op gang gekomen. De oppervlakte aan weidegebied vermindert vanjaar totjaar en steeds meer wordt de grond door "de woningbouw in beslag genomen. Waar eens de koeien graasden zien we nu wegen aanleggen en huizen en scholen verrijzen waardoor onze eens zo landelijke gemeente steeds meer een stedelijk karakter gaat krijgen. Papendrecht is een forensendorp aan het worden waar, evenals in de andere gemeenten die in een boog om Rotterdam zijn gelegen, de "overloop" uit het Rijnmondgebied moet worden opgevangen. Maar, zoals reeds gezegd, deze ontwikkeling is pas na 1945 goed op gang gekomen en valt daardoor, strikt genomen, buiten het bestek van dit boekje.

De oorspronkelijke, gevarieerde bebouwing langs de dijk wordt geleidelijk aan afgebroken. Veel boerderijen en oudere huizen zijn reeds gesloopt en veelal worden de opengevallen plaatsen niet meer opgevuld. En juist deze boerderijen bepaalden het karakter van het dorp. Men yond ze langs de gehele lengte, zowel in het oost- als in het westeind der gemeente, voor het merendeel binnendiiks omdat die pJaats veiliger was ten opzichte van het water dan de naar de rivier gekeerde zijde van de dijk. Nu zijn er nog enkele, meest kleinere exemplaren, van over. Het IS niet eens zo lang gel eden dat de gemeenteraad voor een groot dee I uit boeren bestond. De boerenstand vormde immers een belangrijk deel van

onze bevolking, maar die is nu van weinig betekenis meer. Naast de veehouderij was er nog wat scheepsbouw, verdeeld over een aantal grotere en kleinere werven. Tenslotte was en is nog de aannemerij van belang. Velen langs de dijk waren werkzaam in de grienden en de rietgorzen, met het maken van hoepels en manden, de handel in rijshout en riet of in de visserij, De binnen- en buitendijkse grienden en rietgorzen in de gemeente zijn nu nagenoeg verdwenen. De nieuwbouw heeft ook in Papendrecht in mime mate zijn intrede gedaan. Het dorpseigene is daardoor steeds meer aan het verdwijnen. Het inwoneraantal van onze gemeente beweegt zich in de na-oorlogse jaren in een sterk stijgende lijn. Een groot aantal bomen en in het bijzonder de geschoren linden, die voor en naast de huizen aan de dijk stonden, gaven ons dorp vroeger een vriendelijk aanzien. Een bepaald dijkgedeelte draagt zelfs nu nag de naam van "Het Bosch" als een duidelijke herinnering aan die tijd. Nu zijn die bomen vrijwel overal verdwenen. Het silhouet van het dorp aan de rivier werd vroeger, behalve door de kerktoren, ook door een aantal molens verlevendigd: twee waterrnolens in de polder, in 1870 gesloopt en door een stoorngemaal vervangen. Dan de trasmolen onder aan de Veerdam en tenslotte de korenmolen "De Hoop" aan de Kerkbuurt (vroeger Molenbuurt), die mol en werd in 1918 gesloopt.

En keek men vroeger vanaf de dijk de polder in dan zag men de groene weiden met grazende koeien en rijen knotwilgen langs de sloten en in de verte de kerktoren van Oud-Alblas. Hoe mooi het gezicht op Papendrecht, met zijn Jigging langs de Merwede, vroeger is geweest is nog te zien op een fraai schilderij "De Heerlijkheid te Papendrecht en de Matena aan de Merwestroom" omstreeks 1850 geschilderd door de schilder W. de Klerk. Het is een zeer gelukkige gedachte van het gerneentebestuur geweest om in 1967 dit schilderij aan te kopen.

Met het Papendrechtse dialect, vroeger door welhaast iedereen gesproken, is het eveneens een aflopende zaak. Overigens is dit een verschijnsel dat vrijwel overal in ons land kan worden waargenomen. De "cultuurtaaI" is in haar opmars niet meer te stuiten. De mod erne communicatiemiddelen: krant, radio en televisie, alsrnede de industrialisatie en de daarmee samenhangende verhuizingen, de ontsluiting van het vroeger vaak geisoleerd levende platteland en het toenemende verkeer, dit alles brengt de mensen dichter bij elkaar en doet de plaatselijke en regionale taalverschillen vervagen. Er is ook in dit opzicht sprake van een zekere vervlakking waaraan overigens slechts weinig dorpen ontkomen. Ook Papendrecht niet, waar sedert de laatste oorlog het percentage nieuw ingekomenen dat van de oorspronkelijke bevolking verre is gaan overtreffen. Vroeger, en dat is nog niet eens zo lang geleden, kende de Papendrechter

iedereen bij naam en vooral bij toenaam. Dat is voorbij en ook zijn eigen vertrouwde dialect hoort hij maar weinig meer. De tijd dat een jongeman van buiten de gemeente, die hier een meisje kwam "halen", door de Papendrechtse jongelieden werd onthaald op een fors pak slaag ligt al weer heel watjaren achter ons. Men kan zich nu nog nauwelijks voorstellen dat de Papendrechtse jongemannen die tot 1925 in Alblasserdam voor de militaire dienstplicht gingen .Joten" daar met stenen werden bekogeld, dit onder aanvuring van de Alblasserdamse vrouwen en meisjes. De zo geruchtmakende Papendrechtse strafzaak en wat daaraan voorafging, die in de jaren rond 1910 zoveel stof heeft doen opwaaien, kan men zich nog weI herinneren. Het raadhuisje, gebouwd in 1888, waarin zich de tonelen hebben afgespeeld, die de aanleiding waren tot deze gebeurtenissen, staat er nog altijd als een stille getuige. Het notarishuis op de hoek van de Veerdam is later tot raadhuis ingericht, totdat het in de jongste tijd die functie heeft verloren. Gas, waterleiding en elektriciteit, nu tot de meest onontbeerlijke zaken gerekend, maar in 1880 nog onbekend, deden in de beschreven periode hun intrede in onze samenleving. Ook de telefoon is in die jaren verschenen. Het postkantoor werd vanuit het perceel Westeind 30 verplaatst naar het huis Bosch 39 en is nu in het geheel nieuwe gebouw aan de Brederodelaan gevestigd.

N og veel meer punten zouden zijn op te noemen waardoor het beeld van onze samenleving, vergeleken met dat van het laatste deel van de vorige eeuw, zo grondig is gewijzigd. Zo ook het verkeer dat vroeger, op een enkele boerenwagen of hondekar na, niet bestond maar nu zo indringend en alles overheersend is geworden dat de daardoor ontstane problemen bijna niet meer zijn op te lossen. En dan de zoveei grotere welvaart waarin vrijwel een ieder deelt en die het gedragspatroon en het leven van de mensen zo grondig been veranderd. Ook bet kerkelijk en godsdienstig leven is anders geworden. niet in het rninst door de grote groep die niet meer tot de kerk behoort. Oude gebruiken zoals bijvoorbeeld het "rommelpotten" op oudejaarsavond zijn langzamerhand volkomen verdwenen.

Dit alles vindt zijn weerspiegeling in de serie foto's die men op de volgende bladzijden kan zien. De samenstellers hopen dat dit tweede boekje een even gunstig onthaal zal vinden als het vorige boekje en dat de oudere Papendrechters - naar het de samenstellers voorkomt - zullen zeggen: ,)a, zo was het, wat is alles in korte tijd toch erg veranderd".

Ten slotte nog een woord van dank aan de velen die foto's in bruikleen hebben afgestaan en/of de samenstellers door het verstrekken van inlichtingen van dienst zijn geweest.

1. We beginnen de reeks herinneringen uit vroeger jaren met een foto van een groat gezin. Grote gezinnen waren in die tijd meer regel dan uitzondering, Als voorbeeld hier, rond 1900 gefotografeerd, het gezin van Gerrit Besemer uit het Oosteind dat tegenover de - inmiddels afgebroken - slagerij van Vink woonde, Dit gezin telde niet rninder dan zeventien kinderen, waarvan er hier nog dertien in leven waren. Vader Besemer was door een ongeluk bij het heiwerk voor de Oostelijke school zijn rechterarm kwijtgeraakt en is daarna broodbezorger geworden. Op deze foto staan van links naar rechts, achteraan: een huisvriend Gerrit Visser, Marie, Lena, Marigje en Teunis Besemer, moeder Marigje Besemer-Van der Tak, Gijs Besemer en vader Gerrit Besemer. In het midden staan: Gerrit, Dirkje en Grietje Besemer. Vooraan:

Marrie, Pleuntje, Barbera, Cornelia en Teuntje Besemer.

2. Een groep leerlingen varr de oostelijke school, hier in 1918 bij de school gefotografeerd. Van links naar rechts ziet u achteraan onder meer: mejuffrouw Maliepaard, mejuffrouw Prins en mejuffrouw Van Eck en zeven meisjes Van de Graaf. Op de tweede rij staan: V. d. Graaf, C. Hubers, A. Kooy, J. v, d. Graaf, P. v. d. Herik, een Belgische vluchteling, P. de Heer, H. Hello, C. v. d. Graaf, Adriana v. d. Graaf, Klaasje Jongkind, Arie Klootwijk, Jo Oosterbeek en mijnheer Oosterbeek. Vooraan zitten: twee broertjes Kooy, twee broertjes V. d. Graaf, Kooy, Adr. van Houwelingen, Arie v, d. Graaf, T. en M. v. d. Graaf, H. Kooy, M. Hello, Griet Hubers, Sien Kooy en Adriana de Heer.

3. Naast de "oostelijke school" van de vorige foto stand tot nog niet zo geleden het bekende kruidenierswinkeltje Van de weduwe Van de Graaf in de buurt beter bekend als "Gata". Voor de beide aan dit winkeltje vastgebouwde woonhuizen werd ornstreeks I na een aantal schoolkinderen gefotografeerd, Zowel de school als de huizen worden op last van de gerneente afgebroken. Van de groep zien we van links naar rechts onder andere de volgende personen, staand: Cor Visser, Piet Verheul, Greet Besemer, Wout Kwakernaak, Piet de Heer, Cor Bot Annigje Besemer, Mijntje van de Graaf, Truus van de Graaf, Cor Jongkind, Marie veth, Maartje de Waard, .10 en Wijk Oosterbeek, 10 en Nelly Dekker, Pietje Verheul, Cor Nederlof, Griet Vink, Bertha Verheul, Lijntje Nederlof, Chien van de Graaf, rnevrouw C. Nederlof en Maaike van de Graaf. Liggend: de jongens Jan Dekker, Jan Besemer, Kees de Koning, Kees van de Graaf,Jaap Dekker, Jaap Dekker en Jan Kooy.

4. Tegenover het winkeltje van "Gata" aan het Oosteind, bij de schuur van Leen Besemer werd 001streeks 1924 deze foto genomen. Ret was op een maandag en alle vrouwen waren "aan de was" wat duidelijk te zien is aan de lange schortendie ze droegen. Maar erwas even tijd voor de fotograaf. Van links naar rechts staan achteraan: mevrouw D. van 't Hoogt, Nel van de Graaf, Pietje Dekker, Marrie Besemer, Aagje Kooy, Pietje Dekker en Dirkje Besemer. Vooraan ziet u: Marie Dekker, Pietje Verheul, de zusjes Nellie en Annie van 't Hoogt, Pleuntje Dekker en Teuntje Dekker.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek