Kent u ze nog... de Poldersen (Anna Paulowna)

Kent u ze nog... de Poldersen (Anna Paulowna)

Auteur
:   A.A. Schouten
Gemeente
:   Anna Paulowna
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4340-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Poldersen (Anna Paulowna)'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De mensen van toen, de oude polderbewoners? Mag ik er enkelen aan u voorstellcn? Ik meen stellig dat zij opvielen in de stroom!

Velen zijn hier gekomen om iets nieuws te beginnen op land wat aan de zee is ontrukt. Soms was er een beter stuk brood te verdienen dan op het oude land, soms was er vreselijke armoede. Hoge en lage verdiensten wisselden vroeger snel, Er is onvoorstelbaar hard gewerkt en velen hebben het aan de onverzettelijkheid en het doorzettingsvermogen van de ouderen te danken dat er nu welvaart is.

Ook het edele en het onedele wisselde elkaar af in de omgang van de mensen. Velen waren niet toegerust om zich te weer te stellen als er onrecht was in de strijd voor het dagelijks brood of het bestaan. De ons overgeleverde verhalen van toen gaan veelal over armoede en slechte ervaringen. In die tijd wist men niet beter en het hoorde erbij. Velen verstonden de kunst om er zich bij aan te passen. De meesten waren ongeletterd en, vergeleken met nu, is het niet meer voor te stellen hoe weinig communicatie er was. Men sprak veelal dialect en er waren weinig ontwikkelde mensen. Ret is niet zo dat de meer ontwikkelden geen humane bezorgdheid hadden voor het schepp en van dit nieuwe land en zijn bewoners, De besluiten kwamen toen meer van een persoon of van enkelen. Voor Mn lid van de "Maatschappij tot droogmaking van de Anna Paulownapolder", de heer Zocher, architect te Haarlern, hield dit werk een belofte in. Hij maakte in 1840 een plan voor het samenleven van de boeren, burgers en arbeidersbevolking. Doch van het begin af "was het niet volkomen", zo le zen we uit het boek van S.J. Fokkema Andrea, "Duizend jaar bouwen in Nederland, tweede deel bladzijde 62": .Dat de cirkelvorm die men zich voor de Haarlemmermeerdorpen gedacht had wel als een idea le werd beschouwd toont het plan voor het dorp in de Anna Paulownapolder te stich ten, zoals men dit plan, door Zocher getekend, aan H.M. de Koningin aanbood. De landschapsarchitect toont zich hier een gevoelig, zei het ietwat utopistiscb ontwerper; de harmonische groepering van de kerk in het midden, al de huizen kringsgewijs er omheen, de lagere schuren daar achter, getuigt van visie. De harde werkelijkheid even weI stelde andere eisen, Een plan als dit had een centrale directie met een welgevulde kas vereist, Het werd echter: ieder voor zich, moeizaam ploeterend, zonder dat er geld of aandacht voor luxe kon overblijven in een streek waar eerst na jaren de zangvogel een noot van lieflijkheid kon brengen op het land beneden de zeespiegel"

Vanuit onze huidige levensvorm vinden we alles van onze voorouders zeer interessant en hun huizen, meubilair en gebruiksvoorwerpen stijgen nog steeds ver boven de werkelijke waarde.

Voor onze bestuurders en planologen en hun resultaten is er veel meer kritiek dan vroeger en het is een wonder dat elk dorp op het zo dierbare platteland nog mag worden ontsierd door een woningbouw die nergens bij past of aansluit, veel geld van de gemeenschap kost, aan het bestaande tekort doet en meestal ook nog constructief gebrekkig is.

Vroeger was men braaf als men hard werkte, sober leefde en wat geld overhield. Nu kan men evengoed verdienstelijk zijn bij het tegengestelde. Men denkt, hoe groter wij het dorp maken, hoe meer wij het leefbaar kunnen houden.

Met een variant op Fokkema Andrea kan men zeggen: .Jeder voor zich, moeizaam ploeterend om de huur en lasten te betalen en de auto te rijden met zoveel mogelijk luxe, temidden van vele zangvogels, die de lieflijkheid bezingen van ons (minder) schone polder land, Doch niemand kan luisteren".

Het juiste evenwicht in het levensdoel is nog niet gevonden; wij maken nog dezelfde fouten als onze voorouders, als wij ze nog niet groter maken!

De ouderen hebben ons opgevoed met de gedachte: opdat zij nooit meer honger zullen hebben! En door de ontwikkeling en vindingrijkheid is het brood in onze wereld geen probleem meer. Doch met rijkdom aan voedsel en kleding is de mens nog niet tevreden gebleken.

Onze kinderen zoeken zelf hun weg; het is voor de ouders moeilijker om hen het doe1 aan te wijzen. Zij kunnen zien hoe wij het deden en u allen kunt er wat van zien in "Kent u ze nog ... de Poldersen.

1. Burgemeester Wijdenes Spaans staat bij het portier van een Oldsmobile; naast hem ziet u een bevriend echtpaar, dominee Winkel uit Sneek. Wijdenes Spaans was burgemeester vanaf 1907 .en hij werd dijkgraaf van de Anna Paulownapolder in 1916, to en de watersnood een groot dee 1 van de polder verwoestte. Hij werd ook dijkgraaf van het hoogheernraadschap "Noord Hollands Noorderkwartier", wat ter betere bescherrning van de dijken van Noord-Holland werd opgericht. Hij heeft veel werk ter verbetering van de polder laten uitvoeren en in de tijd van de grote werkloosheid - 1930 - was hij wel eens boos op de ambtenaar voor arbeidsbemiddeling, als er van de tweehonderdvijftig werklozen maar honderdtachtig voor zijn werken kwamen opdagen! Bij de Anna Paulownapolder zijn nog lijsten met zijn handschrift, waarop in volgorde alle werken voorkomen die volgens hem in de toekomst rnoesten worden verbeterd! De snelle "Olds" was van smid-garagehouder G. Visser, die hem in 1934 kocht voor f. 3.400,- en voor tien cent per kilometer aan de waterschappen verhuurde. Toen hij hem in 1943 verkocht ontving hij f. 3.500,en de wagen had honderdtwintigduizend kilometer gereden! Wijdenes Spaans kon in een half uur van Kleine Sluis naar Alkmaar rijden!

2. Een vergadering van dijkgraaf en heemraden van de Anna Paulownapolder. Van links naar reehts: C. Keijzer, seeretaris; Wijdenes Spaans, dijkgraaf; 1. Taillie, algerneen opziehter; J. Lindenbergh, C. Geerligs, J. van Stipriaan en P.J. Waiboer, allen heemraden. In die tijd kwam men wekelijks bij elkaar en dikke notulenboeken herinneren aan de besluiten voor aIle werkzaamheden. In het polderboek zijn zij breed uitgemeten, een aehterstand is toen in een voorsprong veranderd. Van de uitgevoerde werken aan de wegen gingen in de oorlog 1940/45 aIle wegverhardingen kapot wegens het niet kunnen onderhouden. De heehte betonbruggen uit die tijd zijn vee1al te smal voor deze tijd en vele zijn verbreed of veranderd. Voor het totstandkomen van de werken waren de heemraden niet altijd eenstemmig; het gebeurde dat een van hen, een veehouder, mond- en klauwzeer onder het vee had en vanwege de inkomstenderving vroeg of het salaris van de opziehter in deze tijden niet kon worden verlaagd! Met een onderbreking van de bezetting door de Duitse troepen in 1943 en een onderbreking tijdens de restauratie in 1971, zijn de vergaderingen altijd in het polderhuis gehouden.

3. Vanaf 1891 tot 1932 was de heer R. Dekker algemeen opziehter van de Anna Paulownapolder. Zijn vader was het vanaf 1866 en die werd in 1870 tevens gemeenteopzichter, iets wat de heer R. Dekker ook altijd is geweest. Zijn kantoor en woning stonden te Van Ewijcksluis, waar nu het Z.A.P.-kantoor staat, en de woning stond vlak bij de sluis, waar nu de weg loopt. Hij was daar dicht bij de Zuiderzee die door dijken en de Van Ewijcksluis werd gekeerd. Met rninder technische middelen en mogelijkheden, de dijken waren maar erg laag in onze ogen, was hij toen meer verantwoordelijk dan wij nu. Het onderhouden van de zecdijken was een steeds weerkerende bezigheid waaraan de meeste zorg besteed werd. De wegen werden onderhouden door grind in de kuilen te storten en de sloten moesten worden onderhouden door met handkracht het kroos en de modder tc verwijderen. Voorts was er de bemaling, waarvoor maar weinig energie beschikbaar was en waarvan veel werd geeist. Elke morgen werden de waterpeilen van de zee en het binnenwater bestudeerd en met de dijkgraaf overlegd. Het gebeurde, toen de heer Dekker wat ouder werd en dijkgraaf Wijdenes Spaans nog wat .Jastig" was, dat Iaatstgenoemde de heer Dekker op zondagmorgen uit zijn bed beide. De farnilieleden van Dekker hoorden toen het volgende telefoongesprek: "Ja mijnheer, zo en zo is de stand van het water mijnheer! ", en als de haak op het toestel klikte: "stik mijnheer"! Het telefoonnummer van de technische dienst van het watersehap heeft altijd nog een 1 als laatste cijfer; er is door de tijd een 0 en een 2 voorgezet, 20 I!

4. Burgemeester Lovink (1920 tot 1938) staat hier (met bontkraag), met zijn broer, vrouw en zoon rechts van hem, bij de eerstesteenlegging van de huidige ambtswoning. Afkomstig uit Arnhem, was hij wei eens wat onbeheerst op zijn wekelijkse spreekuur voor de burgers. Een van de ingezetenen had ook eens de gebruikelijke woordenstroom over zich he en laten gaan van: "Wat moet jij nou weer, altijd dezelfde zeurpieten en zelden wat goeds", De bezoeker pakte zijn pet en ging staan, wachtte op een moment stilte en zei dat hij hier in de verkeerde kamer was, want zo kon een burgervader toch niet spreken! Hierop barstte de burgemeester in 1achen uit en het humeur draaide om als een blad aan de boom. In die tijd schreef de politie de processen-verbaa1 van de misdaden en als de burgemeester de verdachten kende, gebeurde het wel dat de ene zaak veel zwaarder werd gestraft dan de andere, zonder dat de politic daar iets aan.kon doen. Toen de politie de verbal en getypt voor de burgemeester bracht was dat niet naar zijn zin; het was moeilijk om daar ongezien wat in te wijzigen! Hij was erg goed voor zijn personeel en bij feestdagen of zijn verjaardag was het zijn grootste genoegen hen zoveel drank te schenken dat de thuisreis onder grote vrolijkheid plaatsvond. Van links naar rechts staan hier: H. Jonker Sf., C. Rezelman, W. Kamen, D. Stammes, C. Geerligs, de familie Lovink, de ambtenaren Baken en Keijzer, J. Jonker (gerneentelijk elektriciteitsbedrijf), C. v.d. Berg en de timmerlieden Woud Zon en Wiedse v.d. Vaart.

5. Van links naar rechts staan hier: gemeentebode en hulpveldwachter W. Braaf; D. Hoexum, gemeenteveldwachter en plaatselijk deurwaarder te Breezand; l.H. Teuteling, de oudste gemeenteveldwachter, ridder in de orde van Oranje Nassau uit de Atjehoorlog, te Kleine Sluis en als laatste Korstanje, agent der rijkspolitie met standplaats Breezand. De politie had het "rauwe volk" er goed onder; bij kermissen of bijzondere gebeurtenissen assisteerde gemeentebode Braaf en dan was men met twee pIoegen van twee! Als wapen gebruikte men de gurnmistok, De sabel werd maar zelden gebruikt; alleen als de polderjongens van de Zuiderzeewerken de dansavonden met hun messen onveilig maakten, doch hiertegen had de dokter bezwaar, omdat er dan weer zoveel werk meer was! Als men zonder licht fietste kreeg men wel eens een bekeuring, doch als men het cafe verliet met een ietwat te hoog alcoholpromillage, dan hielp de politie je weI op de fiets en gaf je een duw na om thuis te komen! Teuteling wachtte altijd op de laatste trein die's avonds mogelijk ongewenste personen in de polder kon brengen. Daarna nam hij nog een paar borrels in de "Vlas- en Korenbeurs". Korstanje ging nog wel eens de stropers op de wadden achterna, Toen hij eens door het opkomende water werd verrast, kwam hij drijfnat op de Balgdijk aan, Om niet voor gek thuis te komen bleef hij wachten tot de stropers ook zouden komen, doch deze wisten wei een weg naar Wieringen of naar Texel!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek