Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Kent u ze nog de Rooienaren Sint-Oedenrode | boeken | alfabetisch-overzicht
Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)

Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)

Auteur
:   W. Heesters
Gemeente
:   Sint-Oedenrode
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4346-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

IN LEIDING

In 1900 telde het dorp Sint-Oedenrode 4402 inwoners. Het grootste gedeelte daarvan behoorde nog tot de boeren- en arbeidersstand. In de kom van het dorp woonden voornamelijk de kleine zelfstandigen: arnbachtslieden, neringdoenden, herbergiers en daarnaast een aantal ambtenaren, dat met de meer welgestelden de elite van de bevolking uitmaakte. Soms kon men er zelfs nog een schilderachtige figuur in een caleche met palfrenier door de straten zien rijden, als een late herinnering aan lang vervlogen dagen. Sint-Oedenrode leek toen beslist meer op de knusse dorpsgemeenschap van rond 1500 dan op het Sint-Oedenrode van nu.

Het was niet zo moeilijk om uit deze tijd, die al zo ver achter ons lijkt te liggen, nog een aantal foto's te verzamelen, die omschreven kunnen worden als "uit grootvaders tijd". Om aan de hand hiervan een min of meer verantwoorde indruk te geven van het leven uit die dagen - zoals toch ook de bedoeling van dit boekje is - lijkt echter een wat hachelijke onderneming. De foto's geven bijna altijd groepen weer, vereeuwigd bij feestelijke gelegenheden, zoals een jubileum, een bruiloft of een of ander dorpsfeest, terwijl opnamen uit het gewone dagelijkse leven ontbreken. In de begeleidende tekst kan hier en daar wat nadere informatie gegeven worden, maar het beeld, dat uit deze vergeelde foto's naar voren komt, zal toch onvolledig blijven en zal slechts een beperkt facet van het vroegere dorpsleven kunnen belichten. Het is no dig dat we ons dit goed realiseren om geen scheef beeld te krijgen van de werkelijke toestand, die heel wat minder rooskleurig was dan deze foto's zouden doen geloven. Velen hebben meegewerkt aan het tot stand komen van dit boekje door het beschikbaar stellen van fotomateriaal, het verschaffen van achtergrond-inforrnatie en het opzoeken van talrijke, dikwijls lang vergeten, namen. "Kent u ze nog ... de Rooienaren" is daardoor ook voor een deel hun werk geworden.

1. Het begin van onze dorpsschoo1 gaat verloren in een nevelig verleden. Rond 1100 werd door de graaf van Rode een kapittel gesticht en verbonden aan de nieuwe kerk van Sint Oda. We mogen veronderstellen dat een van de kapittelheren zich vanaf die tijd a1 heeft beziggehouden met het onderwijs. In 1248 krijgen we hierover meer zekerheid, omdat de hertog van Brabant toen een vast inkomen beschikbaar ste1de voor een kanunnik-scho1aster, die werd be1ast met het toezicht over de school en moest zorgen dat er, indien nodig, een schoo1meester werd aangeste1d. Het onderwijs is echter zeker beperkt geb1even tot een kleine groep uit de hogere standen. In 1608 le zen we dat de kinderen werden opgeleid tot en met de eerste beginselen van het Latijn en, als zij begaafd waren, ook verder. In oorsprong was het dus een Latijnse school. Na 1648 namen de hervormden deze school over. We kunnen ons rnoeilijk voorstellen dat zij toen door veel kinderen werd bezocht. Er is sprake van een .seecker huyseken daertoe geapproprieert", maar dit was zeer vervallen. Pas in de loop van de achttiende eeuw zijn er tekenen dat het schoolbezoek wat beter werd. Ook in de hoeken van Nijnsel, 011 and en Eerde, dat toen nog voor een deel tot Sint-Oedenrode behoorde, werden scholen gesticht of opnieuw in gebruik genomen. In 1799 werden alle scholen te zamen bezocht door driehonderd a vierhonderd 1eerlingen, afhankelijk van het seizoen. De laatste hervormde schoo1meester van de dorpsschoo1 was Jan Claessen (1819-1855). Op 15 januari 1857 werd Willem van Haeren benoemd tot hoofd van deze school en hij b1eef dit tot aan zijn dood in 1895. Hij was een Rooienaar van geboorte en naast de pastoor en de burgemeester werd hij een van de meest geziene figuren in het dorp. Nu nog hoort men oudere mensen met ontzag over hem spreken.

Op de foto, die dateert van 1888, staat Willem van Haeren (rechts) met zijn baardige ondermeester Die1s en een onbekende. Van de kinderen zijn nog slechts een paar namen bekend, maar het is alleen a1 de moeite waard om deze foto te p1aatsen vanwege de klederdracht uit die tijd: de kleine boerinnetjes met hun zwarte mutsen en mouwschorten en daamaast de al heel wat sjieker geklede burgermeisjes. Van links naar rechts op de vierde rij: 1. Mina Kluijtman, 3. Gijsberdina van de Laar en 8. Mina Moeskops. Derde rij: 1. Miet Moeskops, 4. Anna van de Bracht,S. De Mol, van Buitenrust, 6. Mieke Moeskops, 7. Drieka Moeskops, 8. Anna van der Hagen (Anna Spek). Tweede rij: 2. Dina Diels, 3. Constance Diels en 4. Harrie van Houtum. Eerste rij: 1. Antoon van Houtum en 4. Fried Moeskops.

2. Op 20 juli 1895 werd, als opvolger van Willem van Haeren, Martien Roelvink tot hoofdmeester benoemd. Daarvoor was hij onderwijzer te Amsterdam. Hij ontving de voor die tijd ongehoorde jaarwedde van duizend gulden, maar moest daarvoor, naast zijn lessen op de dagschool, ook het herhalingsonderwijs verzorgen en dus regelmatig avondlessen geven. Het was voor Roelvink geen gemakkelijke taak om de populaire Willem van Haeren op te volgen, maar voor de school werd het hoog tijd dat er wat nieuw leven kwam. Veertien dagen na zijn benoeming kwam hij poolshoogte nernen van de toestand en zijn uitvoerig rapport aan de gemeenteraad loog er niet am. Zo had de school bijvoorbeeld slechts drie lokalen, waarin aan zes klassen les werd gegeven. .Dat is niet erg bevorderlijk voor de aandacht en leerzucht der kinderen. Zo kan het gebeuren dat, als twee onderwijzers les geven, wat niet altijd te vermijden is, de een boven de ander moet uitgalmen, om zo mogelijk door kracht van stem de aandacht zijner leerlingen te boeien. .. een toestand allertreurigst en allerverderfelijkst". Na enige maanden praktijk schreef hij aan de gemeenteraad: "Met treurigen blik zie ik hoe onderwijzers met vurigen ijver voor hunne kinderen bezield, zich afmatten en tach geen loon krijgen voor hunne moeite, want de kinderen leren niet, er ziin kinderen die totaal niets leren, enkel en aileen omdat zij in deze omstandigheden hunne aandacht niet bij het werk kunnen houden". De gemeenteraad was met deze nieuwlichter niet erg ingenomen en de schoolinspectie moest ten slotte tussenbeide komen en de school sluiten, als schadelijk voor de gezondheid van de kinderen, voordat de raad ertoe kon worden bewogen de eisen van Roelvink in te willigen. Dit gebeurde in 1897 op de voor die tijd nog betrekkelijk nieuwe school op het Kofferen.

Op de foto staat meester Roelvink met een aantalleerlingen van de school. Zulke groepjes vormen niet altijd een klas. Het was de gewoonte om als er uit een gezin meerdere kinderen op school waren, deze leerlingen bij elkaar op de foto te zetten. Van links naar rechts zijn de namen van de vierde rij: Piet Ketelaars, Driek Kluijtmans, Harrie van Heessel Jzn., Sjef de Leijer, Jan Lathouwers en Wim Ketelaars. Op de derde rij: Karel Ketelaars, Jan Vleuten (van de Vreeburg), Dorus Oppers, Jan Sassen, Jan Vleuten (bakker), Harrie van Aarle en Piet V1euten. Op de tweede rij: Nico van Weert, Janus Kluijtmans (slager), Harrie van Houtum, Johan Lathouwers, Marinus Oppers, Driek Lathouwers en Janus Kluijtmans (kastelein), Op de eerste rij: Harrie Kluijtrnans, Marinus Vleuten, Driek Kluijtmans (van de Boskant), Johan Ketelaars, Jan Rovers en Harrie van Rooij. De onderwijzers zijn: links meester Roelvink en rechts meester Van de Velden.

3. De school te Nijnsel.

Over het bestaan van een school te Nijnsel horen we voor het eerst in 1729. Nijnsel kreeg toen, op verzoek van de inwoners, verIof van de staten-generaal om voortaan een eigen school te hebben. AIs schoollokaal diende waarschijnlijk de oude kapel, zoals dit van meerdere plaatsen bekend is. De kapel Eerde bijvoorbeeld werd al in de zestiende eeuw als school gebruikt. Bastiaan van Heyst, de eerste eigenlijke schoolmeester van Nijnsel, wilde bij de school ook een eigen huis. Stadhouder Gijsbert Gualtery, die met hem was bevriend, zorgde daar zelf voor, ondanks de lijdelijke tegenstand van de schepenen van Rooi. Het schoolmeestershuis werd tegen de kapel gebouwd, zodat deze kapel een grote kamer vormde in het huis, waar dan les gegeven kon worden. Later horen we dat er school gehouden werd in een soort schuur naast de schoolmeesterswoning. In 1800 kreeg Nijnsel al zijn eerste roomse schoolmeester, Bastiaan J. Kluijtmans, In onze archieven te 's-Hertogenbosch vond ik een briefje van hem, in 1808 gericht aan het gemeentebestuur van Rooi, Het laat ons iets zien van de bekwaamheid van een voor het onderwijs geschikt verklaarde meester en van de weinige interesse die de Rooise raad blijkbaar voor deze school had. "Alza 't nu reeds winter is, en 't koud word, zoo verzoek ik UiL. am een kagchel in mijn school te bezorgen, dewiil ik gaarne met miin medeonderwijzers gelijk gesteld zoude zijn, dewiil wij evenredig behandeld dienden te worden, en oak een hardigheid is, am van 't een jaar tot het ander uytgesteld te worden, maar twijfele niet of U'L. zult aan mijn billijk verzoek voldoen, en wei hoe eerder 20 liever, want ik er scholieren door verliezen zou - in welke verwagting ik ben UL dienaar B.J. Kluijtrnans", Gelukkig was, rond 1900, de kwaliteit van de meesters, ook in Nijnsel, al heel wat beter geworden. In 1923 werd de openbare school omgezet in een bijzondere school en op 15 juni van dat jaar werd een gloednieuw schoolgebouw in gebruik genomen.

De foto dateert van 1913 en de volgende namen zijn nog bekend. Op de vierde rij: 1. Dina van de Laar, 2. Lena van de Laar, 3. Anna van de Burgt, 4. Cato van de Burgt, 5. Hais van de Burgt, 6. Leendert Sanders, 7. Janus van de Laar en 8. Toon Sanders. Derde rij: 1. ? der Kinderen, 3. Harrie Kronenburg, 4. Harrie van de Burgt, 5. Neel Verhagen, 6. Ard van den Eertweg, 7. Hanneke van Oorschodt en 8. ? der Kinderen. Tweede rij: 1. Mieke van de Burgt, 2. Hanneke van de Burgt, 3. Marie van de Laar, 4. Wim van Oorschodt, 5. Wim van de Biggelaar, 6. Dorus van de Biggelaar en 7. Peer van Oorschodt. Eerste rij: 1. ? der Kinderen, 3. Diek van den Eertweg, 4. Zeva van de Burgt, 5. Miet van de Laar, 6. Jan Verhagen en 7. Jan Sanders. Het onderwijzend personeel: links Marie de Vroom en rechts Jan van de Laar.

4. De school te Olland,

Olland is de eeuwen door cen wat afgelegen en geisoleerde buurtschap gebleven. De oorzaak hiervan is dat de bewoners, samen met die van enige buurtschappen uit de aangrenzende gemeenten, in 1314 eigen gemeenschappelijke gronden kregen toegewezen: de Bodem van Elde. Zo vormde zich hier, op de grenzen van vier gemeenten, een aparte gemeenschap die echter nooit tot een zelfstandig dorp is uitgegroeid, De oorspronkelijke kern van Olland lag op de Roestendonk. Nabij het kruispunt daar stand de St.-Petruskapel, waaraan reeds in 1510 een vaste priester was verbonden. Met Eerde als voorbeeld mogen we rustig aannemen dat ook deze kapel in de zestiende eeuw als school werd gebruikt. Dit wordt bevestigd door het feit dat Olland reeds in 1670 een hervorrnde schoolmeester kreeg toegewezen. Met de kapel moet toen hetzelfde zijn gebeurd als zestig jaar later met die van Nijnsel, In de archieven van Sint-Oedenrode, die in die tijd slecht werden bijgehouden, staat hierover niets, maar op oude tekeningen is te zien dat tegen de kapel een huis is gebouwd, waarschijnlijk de schoolmeesterswoning, Uit de beginperiode van deze openbare school is weinig bekend. Spaarzame berichten over enige schoolmeesters uit die tijd niet erg gunstig. In de vorige eeuw werd de berichtgeving over deze school wat uitgebreider, We lezen daarin onder andere dat het schoolbezoek veel te wensen overliet. In 1877 werd de school in de wintertijd bezocht door vijfendertig jongens en drieenveertig meisjes. In de zomer liep dit aantal terug tot negentien jongens en vierentwintig rneisjes. In 1923 werd de openbare school omgezet in een bijzondere school en bij die gelegenheid kreeg Olland, evenals Nijnsel, een nieuw schoolgebouw. Olland was een afgelegen buurt en het werd zelden door een fotograaf bezocht,

De oudste foto die we konden bemachtigen dateert van 1915 en de volgende personen staan er op. Op de vierde rij: Jan Toelen, Tinus Rovers (van het Hoogeind), Martien Verboort, Theo Verboort, Jas Toelen, Marinus van de Berk, Bert van Oorschot en Hanneke Dankers, Derde rij: juffrouw Mies Wijffels, Gonda van der Meijden, Jana van de Biggelaar, Betje Versantvoort, Tonia Huijbers, Dora van de Berk, Dina van de Berk, Grarda van de Berk, Ties van der Heijden (Sep) en Cor Verhagen. Tweede rij: Anna van der Heijden, Anna van Wanrooij, Berta van Wanrooij, Martha Termeer, Anna Termeer, Martien van de Wijdeven, Martha van de Wijdeven, Dina Verboort, Anna Verboort, Pietje Termeer, Marietje Timmermans, Gijs Timmerrnans, Frans Sleutjes en Bert van der Heijden. Eerste rij: Driek Termeer, Dorus van der Meijden, Piet Toelen, Marinus van der Meijden, Piet van Oorschot, Johan van de Biggelaar, Nard van Wanrooij, Piet van de Berk, Ties van der Heijden en Frans van der Heijden. De schoolmeester was me ester Van Mierlo,

5. De bewaarschool,

Op 10 december 1877 stierf jonkvrouw Virginia de Kuyper. Haar huis met de daarachter gelegen grond had zij aan de kerk vermaakt, onder voorwaarde dat het mettertijd tot een klooster zou worden omgebouwd. De laatste wens van Virginia de Kuyper werd spoedig vervuld. In het begin van 1878 bood zich een groep religieuzen van de zusters van de H. Carolus Borromeus aan, die uit Duitsland verdreven waren. Zij werden voorlopig ondergebracht op de Kolk, totdat het huis aan de Markt zou zijn ingericht. Op 30 december van dat jaar horen we van de "Bestuurdster van het St. Odaklooster alhier" dat de zusters het huis met toebehoren in eigendom hadden verkregen en dat hun hoofddoel bestond in "het opnemen en verplegen van zieken, tegen vergoeding der kosten, en ook het bezoeken van zieken in hunne woningen". Uit latere gegevens blijkt dat zij aan huis ook een naaischool en een bewaarschool begonnen. Het duurde niet lang of deze zusters waren in het dorp zeer gezien. Het huis waarin zij woonden was echter niet voldoende aangepast en het werd ornschreven als zeer bekrornpen. Het bestuur van de zusters weet zelfs de dood van twee religieuzen aan de slechte behuizing, Dit werd dan ook een van de oorzaken dat deze zusters uit Rooi vertrokken. Na het nodige geharrewar werd hun plaats ingenomen door de zusters van Schijndel, Zij namen het meeste werk van hun voorgangsters over. We fronsen wel even ons voorhoofd, wanneer we lezen dat de vijf zusters in hetzelfde, veel te kleine, huis werden ondergebracht en daarbij van "den Arrne" nog vijf mannen, twee vrouwen en een weesje moesten herbergen, Het salaris dat de zusters voor hun werk op school kregen, moesten zij afdragen aan de pastoor en zij kregen daarvoor van de kerk vijfhonderd gulden per jaar terug voor hun hele huishouden, Voor het verzorgen van de armen in hun huis kregen zij van de armmeester tachtig gulden per persoon, alles inbegrepen. Pas onder pastoor Van Erp kwam aan deze ergerlijke toestand, die meer dan vijftien jaar duurde, een einde.

Op de foto staan, bij hoge uitzondering, een paar zusters met de bewaarschoolleerlingen. De foto is genomen omtrent het jaar 1909. De nog bekende namen zijn, mer en daar met enig voorbehoud, op de vijfde rij: zuster Dellephine, 2. Leen Oerlernans, 3. Doortje van Ieperen, 4. Anna van Heugten, 5. Maria van Heugten, 6. rnoeder Van Heugten (moeke Charles) met op haar arm Wim van Heugten, vervolgens zuster Alarda en, vermoedelijk, zuster Claudia. Vierde rij: 3. August van Breugel, 4. Maria van Breugel, 5. Harrie Clynk en 6. Driek Clynk. Derde rij: 2. Drieka der Kinderen, 3. Drieka de Poorter, 4. Hanneke Lathouwers, 5. Gonda Aarts en 6. Cato van Rooij, Tweede rij: 1. Francine Werners, 2. Broer Wemers (hotel Van Eijk), 7. An Ketelaars en 8. Agnes van de Rijt. Eerste rij: Paulientje van Roosmalen en, geheel rechts, Nel Huijbers.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek