Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)

Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)

Auteur
:   W. Heesters
Gemeente
:   Sint-Oedenrode
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4346-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

11. De fanfare "Nos Iungit Apollo".

Toen na een repetitie-avond van de liedertafel "Cecilia" in de nazomer van 1864 een aantalleden nog wat in het cafe van Martien Vleuten bleef napraten, werd door de directeur van de liedertafel, G. Wijnen, het plan geopperd am in navolging van Schijndel en Veghel een harmonie op te richten. Men had er, na de nodige potjes bier, wel oren naar. Nog diezelfde avond werd men het eens en men wist zelfs een beschermheer te strikken, H.J. Kessler. Deze stelde het nodige beschikbaar en verzekerde hen van zijn volle steun ,,iets tot stand te willen brengen tot opluistering van onze dierbare gemeente". Een paar weken later, op 9 oktober, arriveerden de instrumenten reeds, begeleid door kapelmeester J. Lurmans uit Eindhoven. In de kronieken lezen we: "De 14 beginnende leerlingen werden als schooljongens op een rij gezet en de heer Lurmans bezag met den grootsten ernst eerst onze lippen, waarna de uitdeling begon, echter met het consigne nag niet te blazen. Daarna gat de heer kapelmeester enige korte inlichtingen en stond vervolgens toe de instrumenten te proberen. Er ontstond, zoals te begrijpen, een oorverscheurend geloei". Daarmee was de fanfare geboren en zij kreeg de naam "Nos Iungit Apollo", duidelijk geinspireerd door de naam van de Eindhovense harmonie "Apollo's Lust", waarvan J. Lurmans dirigent was. Men ging ijverig aan het oefenen in het leegstaande huis de Kolk en reeds op 31 december trok de fanfare voor het eerst door de opgetogen gemeente naar het huis van de beschermheer voor een serenade. De Griekse godheid Apollo heeft het vaak moeilijk gehad om zijn Rooise muzenzonen bij elkaar te houden en het gezelschap kende zijn ups en downs. Maar het heeft, vanaf 1864, onafgebroken bestaan en het heeft al die tijd alle gebeurtenissen van enig belang in het dorp muzikale luister bijgezet. En tot in de eerste helft van deze eeuw zijn zij trouw gebleven aan hun belofte, gedaan bij het afscheid van hun eerste beschermheer in 1872, "om het tot heden onbesmeurde vaandel onzer harmonie steeds ongeschonden te bewaren en ons zedelijk, drinkend, klinkend, zingend en springend gedrag zodanig in te rich ten, dat wij ons nooit over ons vaandel zouden behoeven te schamen".

Op deze foto uit 1905 staat het hele gezelschap, met uitzondering van de toenmalige dirigent, de heer Brahm. Vierde rij: Jan van Wijk, Antoon van Houtum, Mathijs van de Brand, Jan van de Ven, Willem Habraken en Lambert van Houtum. Derde rij: meester G. van de Velden, Harrie Simons, Huub Habraken, Adriaan van de Rijt, Gerard Wijtjens, Antoon Ketelaars en Marinus Willem. Tweede rij: Hein van den Broek, Servaas van de Brand, Jan van Oorschot, Pieter van der Hagen (beschennheer), Johan Kemps en Frits Meenert (met de trom). Eerste rij:

Harrie Foolen, Harrie Smits, meester Eggermont, Bernard de Jong, Christ van de Rijt en Janus van Zon.

12. De fanfare "S1, Antonius".

Toen pastoor Panken in 1910 de kerk van Nijnsel had gebouwd, maakte hij er nag in datzelfde jaar een bedevaartplaats van. De oorspronkelijke patroon van de Nijnselse kapel, S1, Antonius abt, werd stilzwijgend omgedoopt tot de populaire Antonius van Padua. "Het volk maakte niet zoveel verschil tussen de abt en deze", de pastoor echter wel, In 1911 werd Nijnsel al door tweeduizend pelgrirns bezocht, Er werd een broederschap van de H. Antonius opgericht en het "Sint Antoniusk1okje" zorgde ervoor dat de band tussen de zevenentwintighonderd leden van de broederschap werd onderhouden. In 1912 werd de capucijner pater Eusebius van Zesgehuchten, een volkspredikant, aangetrokken en hij droeg veel bij tot de bloei van "de Meierijsche Bedevaart". Uit een van zijn pre ken noteren we: "Zegt het mij, allen die hier ooit den grooten Padua devoot hebt aangeroepen, of gij onverhoord of onvoldaan uit Nijnsel zijt teruggegaan". In juni 1916 telde men te Nijnsel meer dan zevenduizend bedevaartgangers. Bij zo'n drukte, vooral op 13 juni, hoorde een harmonie om de feestelijke processie op te luisteren. Een aanta1 jaren werd dit gedaan door de fanfare "Nos Iungit Apollo", maar in 1920 achtte pastoor Panken de tijd gekomen om een eigen fanfare op te richten, die natuurlijk "St. Antonius van Padua" werd genoemd.

Op deze foto van de nog jonge fanfare staan van links naar rechts op de derde rij: Harrie van Engeland, Lambert van de Laar, Dirk Gottenbos, Ard van den Eertweg, Naris de Groot, Bertus van de Laar, Adriaan van Berkel, Wim Gottenbos, Has van der Zanden, Driek van de Linden, Johan van Erp en Mies van de Wijdeven. Tweede rij: Wim van Engeland, Piet Gottenbos, Harrie van de Burgt, Cornelis Verhagen, Peer van Oorschodt, Jan van de Ven, Jan van Engeland, meester Van der Heijden, meester Van de Laar, Harrie Verhagen, Piet van de Ven, Jan Verhagen, Piet van Erp, Sjef van de Burgt, Mathieu Aarts en Theo Gottenbos. Zittend: Lambert Verhagen, Cornelis van Genugten, pastoor Panken, Johan van den Broek, Driek van de Laar en Peter der Kinderen,

.~ .??..... :::.

13. "De Eendracht-Rozenjacht".

Al heel vroeg bestonden te Sint-Oedenrode schutterijen of gilden. De oudste historische vermeldingen daarover verwijzen al naar v66r 1400. Het ontstaan van dit soort gilden is niet geheel duidelijk, Ieder gilde had in de kerk of de kapel een altaar, toegewijd aan haar patroon of patrones, en het gilde was verplicht mee te trekken in de jaarlijkse processie. Daarom vermoedt men dat zij in eerste instantie zijn ontstaan om de kerk, als centraal punt in de gemeenschap, te beschermen. Hun wapen was in oorsprong de handboog of ook wel de voetboog. Al in de eerste helft van de zeventiende eeuw blijken zij in ons dorp voorzien te zijn van .roers" of geweren, getuige onder andere diverse verordeningen om voorzichtig om te gaan met deze schiettuigen: "daar er zo gemakkelijk ongelukken en brand door kunnen ontstaan". Na 1648 kregen de gilden het moeilijk onder de nieuwe machthebbers, maar tegen alle verdrukking in bleven zij bij feestelijke gelegenheden rondtrekken "met trommelen ende veendelen" en schieten met hun geweren. Het laatste optreden van deze gilden in ons dorp dateert van 1811, bij het feest "op de luysterrijke doopdag van Zijne Majesteit de Koning van Rome" (2 juni). Volgens een in het Frans gesteld rapport uit datzelfde jaar bestonden hun voornaamste bezigheden uit drinken, eten en af en toe op de vogel schieten. Kort daarop zijn zij spoorloos verdwenen. Rond 1850 heeft men hier pogingen gedaan om de gilden te doen herleven. Wat er ten slotte uit te voorschijn kwam, waren de handboogschutterijen met nog als enig doel sport en ontspanning. In 1893 bestonden hier de volgende schutterijen of doelen: "De Wapenbroeder", "Rozenjacht", "Sint Martinus", "St. Catharina en Barbara", "De Eendracht", "Semper Unitas", "St. Petrus" (Olland), "St. Antonius" (Eerde), "St. Hubertus", "Concordia" (Boskant), "St. Anthonius" (Nijnsel) en "Oranje Boven". De handboogschutterij die hiernaast staat afgebeeld, is een latere combinatie van "De Eendracht" (1852) en .Rozenjacht" (1882). Hun starncafe en doelen had den zij in de Verwe. Op de foto staan de volgende leden:

Antoon van Houtum, Albert Roxs, Hein van den Broek, Dorus van Genugten, Jas Kluijtmans, Dorus van de Molengraaf, Cor Kluijtrnans, Marinus van Gorkum, Adriaan van de Laar, Jan van Oorschot, Harrie van de Brand, Huub Smits, Chris Capal (voorzitter), Ties Kluijtmans (met schelleboom), Johan van de Pol, Fons Maas, Pietje van de Brand, Driekske van de Laar, Jan van de Wittenboer, Dorus Moeskops, Harrie Schoonhen, J.C. Vervoort (meestal "dokter" Vervoort) en Huub Habraken of "Huub van Jan Berte".

14. "Den Doele Concordia".

De Boskant, waar deze schutterij thuishoort, is pas na 1945 een kerkdorp geworden. Vroeger behoorde het grootste deel van deze buurtschap tot de "groene gemeente": gemeenschappelijke gronden met veel eikenbossen, broek en weilanden. Daartussen lag een aantal oude goederen, zoals Bobbenagel, Ten Huls, Donderdonk, Cremselaar, Goeiendonk en de buurt Vernhout. De mensen woonden hier zeer afgelegen en voor de kinderen was de lange weg naar de dorpsschool en de catechisrnusles, vooral in de winter, zeer bezwaarlijk. In 1913 werden door de verspreid wonende Boskanters pogingen ondernomen am, samen met de inwoners van de Vleut, een eigen school te krijgen. Men stuitte daarbij op allerlei moeilijkheden. Best, waartoe de Vleut behoorde, toonde niet de minste belangstelling. Pastoor Van Erp wenste geen openbare school op de Boskant, want voor de meisjes was er een bijzondere school in het dorp en vo or de jongens was er een in de maak. Daar zouden oak de kinderen van de Boskant, graag of niet, naar toe moe ten komen. De raad voelde er wel voor, maar zat nu in een moeilijke hoek. Meerdere raadsleden stelden toen voor om er bij de bisschop op aan te dringen dat de Boskant een eigen kerk zou krijgen, want dan kwam er vanzelf een school. Anderen wilden de school doordrijven, ondanks de pastoor, en tot dit laatste werd ten slotte in beginsel besloten. De mobilisatietijd schoof echter alles op de lange baan. De school kwam er pas in 1945, de kerk in 1956. Ondanks de verspreid wonende bevolking had de Boskant eigen verenigingen, waaronder een bloeiende handboogschutterij. Het stamcafe en de doelen waren in "De Roskam" bij de familie "Tup" of Lathouwers.

De foto van deze schutterij moet dateren van rand 1910 en niet van ieder lid was de naam nog te achterhalen. Op de derde rij: Janus van der Velden, Toon Heijmans, onbekend, Hais van Uittert, Frans Vermeltfoort, Gerard van der Zan den, Bert Hulsen, Piet Habraken, Bertje van 't Hof, ? van der Heijden, Jan van Erp, Toontje Lathouwers, Willeke Heijmans, Jan Hurks, Dorus Berkvens en Marinus Vogels. Tweede rij: Hanneke Lathouwers, Jan Hulsen (Clemanus), Johan Hurks, Kees Lathouwers, Nol Heijmans, Nol Lathouwers, Harrie van de Kamp, onbekend, Jozef Habraken, Nol Nouwens, Toon Hulsen, Ciske Lathouwers, Cor Kluijtmans en Comelis Vleuten. Eerste rij:

Mijntje Lathouwers, Jan van Agt, Louwke van den Dungen, Harrie Verhagen, Willem Rovers, Jantje van der Horst, Chris Hulsen en Thomas Lathouwers.

15. De handboogschutterij "St. Anthonius".

Deze schutterij van Nijnsel werd opgericht in januari 1888. Uit het reglement van de "Doelen St. Anthonius", dat op 1 april van dat jaar werd goedgekeurd, nemen we een aantal punten over om zo'n club wat nader te leren kennen. Het "doeljaar" began op de eerste zondag van april en het eindigde op de eerste zondag van oktober. De bijeenkomsten waren altijd op zondag in cafe .Het Leeuwke", vroeger "Het Rood Leeuwken" genoemd. Om tot de club toegelaten te worden moest men achttien jaar zijn en zich aanmelden bij het bestuur, dat de eerste selectie maakte. Daarna rnoest in het clubhuis acht dagen lang de naam van de kandidaat "duidelijk leesbaar" worden aangeplakt. Op de daarop volgende vergadering vond de ballotage plaats. Er werd dan oak door de leden met witte en zwarte bonen gestemd over het al of niet toelaten van de kandidaat. Het toelatingsgeld was een gulden en de contributie bedroeg Hen cent per vergadering. Een lid dat door blijkbare zucht tot tegenstreven, grove beledigingen en gezegden of handelingen, slecht gedrag of het zich niet onderwerpen aan het reglernent, zich in dit gezelschap onaangenaam maakte, kon door het bestuur en de vijf oudsten van de vereniging van het lidmaatschap vervallen worden verklaard. Voor het goed verlopen van de bijeenkornsten was een systeem van "boeten" ingesteld. Kwam iemand niet op een verga dering, tenzij verhinderd door ziekte of sterfgeval, gedroeg iemand zich niet netjes of praatte hij voor zijn beurt, dan moest er vijf cent boete worden betaald. Op het schieten tijdens de hoogmis stand Hen cent boete. Werd iemand in het bestuur gekozen en weigerde hij dit te aanvaarden, dan werd hij beboet met vijftig cent. Een keer per jaar was er op een afgesproken datum koningschieten. Werd iemand drie jaar achtereen koning, dan kreeg hij het keizerlijk ereteken en hij hoefde dan met meer om zijn titel te schieten totdat een ander tweemaal achtereen koning werd. Dan moest hij zijn titel verdedigen. Een keizer en een koning waren vrijgesteld van boeten. Als de schutterij werd uitgenodigd voor een concours, werd er een voorselectie gehouden en de zes besten werden afgevaardigd. Men was verplicht hieraan gevolg te geven op straffe van een boete van twee gulden. Een laatste regel luidde: AIs er een lid sterft, is elk lid verplicht de begrafenis bij te wonen op een boete van vijfentwintig cent. Na afloop kreeg ieder die present was twee glaasjes bier of jenever.

De oude vergeelde foto hiernaast dateert nog van het eerste begin van de schutterij, De personen op de derde rij zijn: Jan Aarts, Nolleke van de Burgt, Jan Rovers, Bert van de Laar en Derus van de Spank (van VIeuten). Tweede rij: Michiel van de Rijt, Evert van Genugten, Hannes Ardjes (Kuypers), Lambert Kluijtmans, Tinus Verhagen, Nol van Nostrum en Piet Martientjes (der Kinderen). Eerste rij: Pieter van der Hagen (beschermheer), Peer van de Rijt, Driek van de Laar, Janus Vogels, onbekend, Jan van Willekes (van de Ven) en Lindert van de Laar. De dames zijn Carolien en Anna Schindler en een Franse logee,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek