Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)

Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)

Auteur
:   W. Heesters
Gemeente
:   Sint-Oedenrode
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4346-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Rooienaren (Sint-Oedenrode)'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

16. De societeit "Burgerlust".

De eerste societeit waarvan het bestaan hier bekend is, was de societeit "De Unie". Het was een nogal exclusieve groep uit de elite van het dorp. Een van de bekende leden ervan was de notaris-schilder P. Josselin-de Jong. "De Unie" had haar clubhuis in "De Ossekop". De exclusiviteit van de club bracht mee dat zij na het overlijden of vertrek van enige leden vanzelf ophield te bestaan. Een volgende societeit werd in 1913 opgericht. Uit de naam "Burgerlust" blijkt al dat zij wat minder exclusief was, zodat ook leden uit de gegoede middenstand of burgerij konden worden toegelaten. In het begin kwam men tweemaal per week bijeen, op woensdag- en zaterdagavond. Later werd dit beperkt tot aIleen de zaterdagavond. De leden van de club kwamen samen in "De Gouden Leeuw", waar zij over een afzonderlijke ruimte konden beschikken. Hun bezigheid bestond vooral uit kaarten, stevig drinken en gezellig buurten. Hier werden de nieuwtjes van het dorp besproken, bestuursdaden bekritiseerd, toestanden gehekeld, en hoe dieper in de morgen hoe gezelliger het was. Zoiets kon men jarenlang volhouden zonder dat er verder iemand last of nut van had, behalve dan de herbergier.

De foto van deze societeit is genomen bij het vijfentwintigjarig bestaan in 1938. Zij is dus nog met zo oud maar er staan meerdere leden op uit het eerste begin. Het zijn, op de bovenste rij, Paul van de Linden, Sjaak Swinkels, Karel Ketelaars, Harrie Swinkels, Theo Wemers, Hein van der Hagen, Albert Roxs en Max Cohen. Onderste rij:

Hein van den Broek, Jacob Koppens, Gerard van de Velden, Jan de Wit en Marteke van Oorschot.

17. De buurtschap Eerschot.

Toen Sint-Oedenrode in 1232, als hoofdplaats van Peelland, vrijheidsrechten kreeg, bestond deze Vrijheid - later Oude Vrijheid genoemd - uit twee gedeelten: Eerschot met de parochiekerk op de rechteroever van de Dommel en Rode met de kapittelkerk op de linkeroever. De verbinding werd vanouds gevormd door de Hambrug. Eerschot kan zich rnisschien wel de oudste kern van het dorp noemen. Het werd echter al heel vroeg overvleugeld door Rode, waar het kapittel met zijn kerk en school ervoor zorgde dat daar het eigenlijke centrum van het dorp ontstond. De eeuwen door bleef Eerschot niet veel meer dan een buitenbuurt, een groepje huizen rond de kerk, door de Dommel van het dorp gescheiden. Het gevolg was dat de bevolking van Eerschot zich hecht aaneensloot met de nodige rivaliteit tegenover het dorp aan de overzijde van de Dommel, waar de elite woonde. Tegen deze achtergrond zien we onder andere het feit dat dominee Gosuinus van Nouhuys in 1740 van de staten-generaal verlof wist te krijgen om voortaan de kapittelkerk te gebruiken. Hij liet toen aan de schepenen weten dat hij niet meer in een huurhuis bij de St.-Maartenskerk (Knoptoren) wenste te wonen, maar in een huis naar zijn stand in de kom van het dorp, waar de meeste hervormden woonden. We horen iets hiervan nog naklinken in de vorige eeuw, toen de kerkeraad beraadslaagde over de aankoop van het huisje bij de Knoptoren. We lezen in het verslag onder andere dat het in het belang van de hervormde gemeente was om dit huisje aan te kopen "als woning voor de rijksveldwachter, tegen de vroeger veel verwoestende baldadigheid der geringe buurt". Dit kwam natuurlijk weI nit een bepaalde hoek, maar toch zegt het iets over de toestand daar.

Op de foto staat een groep uit deze buurtschap bij de oude Hambrug, Het zijn, op de bovenste rij: Ties Raaijmakers, Jan Lathouwers, Willem Raaijmakers, Martien Kluijtrnans, Theo Raaijmakers en Derus Vermeltfoort. Onderste rij: Toon Lathouwers, Jan van den Dungen, Marinus Raaijmakers, Toon Hellings, Nard van Hal, Frans Hellings, Johan Lathouwers, Neeltje Habraken, Jan Swinkels, Tinus van Heessel, Dortje van Hoof en Hai Raaijmakers. De meisjes zijn: Maria van den Dungen, Nellie van Heessel en Marie Raaijmakers.

18. De wielerclub.

Verharde wegen zijn voor Sint-Oedenrode lang een ongekende luxe geweest. Pas rond 1850 werden de eerste grindwegen aangelegd: de weg naar Schijndel in 1846, de weg naar Helmond via Lieshout in 1861, de weg naar Veghel in 1853 en de wegen naar Best en Son in 1855. Ook de straat in het dorp werd verhard, maar hiervoor gebruikte men klinkers, Men was daarbij echter wat zuinig geweest, want reeds in 1851 moest zij worden verbreed. Dit gebeurde door er aan weerszijden een grindbaan langs te leggen, In 1852 werd ook het Kerkpad beklinkerd. De weg naar Olland, een keiweg, kwam pas in 1881 aan de beurt.

AI in 1909 had Rooi een wielerclub met de toen wel heel toepasselijke naam "Steeds Vlugger Is Ons Doel". Hun oefenterrein was aanvankelijk heel beperkt, want de zand- en grindwegen waren beslist geen ideale fietspaden en op de klinkerweg in het dorp was al een snelheidsbeperking van kracht, voor motoren en rijwie1en, tot vijftien kilometer per uur. Toen in 1911 de speelplaats van de lagere school werd verhard, was de club er dan ook mete en bij om aan de gemeenteraad toestemming te vragen om op 11 juni van dat jaar de plaats te mogen gebruiken ter gelegenheid van een te houden wielerfeest, Toen de gemeente tussen 1910 en 1911 een aantal fietspaden had laten aanleggen, kon men de groep regelmatig toehten zien maken, waarbij dan, naar wordt verteld, een bepaalde persoon, nu niet de knapste van het stel, steeds voorop moest rijden, Dan had men geen last van kinderen op de fietspaden, want als ze hem zagen lie pen zij wel weg. Fietsen was een mannelijke aangelegenheid. Een vrouw op een fiets was toen nag een schande. Sommige grootmoeders zijn nog niet vergeten dat de kapelaan eens op de preekstoel verkondigde: "AIs ik een jongeman was, zou ik nooit trouwen met een meisje dat fietste".

Op de foto staat de club in feestelijke stemming tussen de ere bogen, geflankeerd door de Rooise politiernacht. Van links naar reehts: veldwachter Vossen, Evert Clynk, Janus Kluijtmans, Marinus Raaijmakers, Lambert Verme1tfoort, Jan Swinkels of "Jan Kas", Neeltje Habraken (met de vlag), Janus Persoons, Toon van der Aa, Willem Gevers, Bram Brugmans, Toon Hellings en aehter deze laatste drie: Jan Damen en Willem van Hoorn, Uiterst reehts staat veldwaehter Piet Hellings.

19. De schaatsclub,

Toen de afwatering van de Dommel nog niet zo technisch was geregeld als tegenwoordig en ook de molenaars hierin hun woordje meespraken, stonden in de wintertijd grote delen van de Dommelvallei onder water. Als het dan wilde vriezen, werd het een weidse ijsvlakte en een ideale gelegenheid voor het beoefenen van de schaatssport. Daar werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt en op 20 februari 1913 werd er zelfs een ijsclub gesticht met de naam .J'Etoile du Soir": "De Avondster". De club was gemengd, dit tot grote ergernis van de geestelijkheid, toen verpersoonlijkt in pas to or Van Erp. Dansen, tennissen en schaatsen stonden, als gemengde sporten, bij hem op de zwarte lijst. Het is bekend dat vrouwelijke leden van deze clubs geen lid meer mochten zijn van de vrouwencongregatie. In bepaalde burgerkringen was men echter al weI zo geemancipeerd dat men zich hier weinig meer van aantrok, getuige onder andere deze foto van ,,1'Etoile du Soir".

De personen zijn van links naar rechts: 2. Johanna van den Broek, 3. Net Schoonhen, 4. Han Jansen (notaris), 5. Richarda Jansen-van Laack, 6. Harrie Smits, 7. Maria van den Broek, 9. Carolien Schindler, 10. Hein van den Broek, 11. Joke Laack, 12. Maria van Houtum en 13. meester Jan van de Laar.

20. De gymnastiekclub.

In de raadsvergadering van 5 mei 1897 werd door de vroede vaderen de noodzaak besproken van het gymnastiekonderwijs op de school. Men stelde vast dat er bij de meesters wei een paar bevoegde krachten waren om dit verplichte vak te geven, maar dat men niet over de nodige lokaliteiten beschikte. Daarom werd besloten am aan gedeputeerde staten te vragen am deze lessen maar te laten vervallen. Uit de mond van een van de raadsleden werd de vo1gende opmerking opgetekend, die wel laat zien hoe een groat dee! van de raad over dit onderwerp dacht:

"Mijns bedenkens kunnen de kinderen goed gymnastiek, aangezien de potjes op de telegraafpalen langs de weg naar Schijndel telkens worden stukgegooid". In het najaar van 1907 werd, waarschijnlijk op initiatief van enige schoolmeesters die op school hun bevoegdheid niet konden uitleven, de gymnastiekclub .Defening Staalt Spieren" opgericht. In de .Domrnel en Aabode" van 25 januari 1908 lezen we: "De jonge gymnastiekvereniging Oefening Staalt Spieren getuigde door haar eerste optreden voor de waarheid van haar leus. De vrije oefeningen werden met onberispelijke stiptheid en vlugheid uitgevoerd; de rekstokoefeningen gaven blijk dat er in die jonge mannen in hun keurige kostuums niet alleen spier- maar oak wilskracht schuilde. De plastische standen met Bengaals vuur opgeluisterd, geschonken door de Beschermvrouwe der vereniging Mevrouw Manger Cats, geboren Jonkvrouwe de Girard de Mielet van Coehoom, toonden naast een juiste kunstopvatting ook een zelfbeheersing welke eerst na veel inspanning en volharding verkregen wordt". Het clubhuis was in "De Gouden Leeuw", Daar werd eens per week geoefend op de brug en aan het rek. Va or de rest werd de tijd gevuld met vrije oefeningen. Alleen bij grote feestelijkheden trad de groep op naar buiten en dan was oak de beschermvrouwe, de freule, present. Zij was een wat merkwaardige figuur in het dorp, vol herinneringen aan oude adel. De instructeur van de club was meester H. Brouwers.

Op de foto zijn aan de rechterkant enige personen "afgesleten"; de overigen zijn, op de bovenste rij: Willem Harks (huisknecht van de freule), Gerard van Wanrooij, Willem Kemps, Cor Bas, Pierre Jansen, freule Van Coehoorn, Harrie van Zelst en Kees Schellekens, Midden: Willem Taveniers, Jacob Koppens, Harrie Smits (fotograaf), meester Brouwers, Koos Alsems en meester J. van de Laar. Onderste rij: Piet Ketelaars, Sjef van de Tillaar, Gerard van Zon, Antoon van Zan, Wim Ketelaars, Karel Ketelaars en Toon Simons.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek