Kent u ze nog... de Sassenheimers

Kent u ze nog... de Sassenheimers

Auteur
:   A.M. Hulkenberg
Gemeente
:   Sassenheim
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1240-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Sassenheimers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

6. Nee, het is niet alleen maar zorg en moeite op de boerderij. Na de verschrikkelijkheden van de vorige bladzijde zien wij hier een lieflijker tafreel. To, Jo en Agaath Verkleij en de helaas jonggestorven Cor staan met een kalfje bij de boerderij "De Bonte Koe" nabij de Warmonderdam. De boerderij is gelukkig nog tot op heden behouden gebleven. Maar, Sassenheimers, let op uw Saeck! Een boerderij is weg voor men het weet! En daarna is het gelamenteer niet van de lucht! In 1806 trouwde Jacob Verdegaal te Lisse met Marijtje Tewisdr Zandbergen. Hun oudste zoon Hendrik, geboren in 1807, vond zijn vrouw in Hillegom: Neeltje Zeestraten. Hij kocht "De Bonte Koe", in welk bezit hij werd opgevolgd door zijn zoon Sijmen of Simon. Deze was landbouwer en bollenkweker samen (nummer 24). Hij was gehuwd met Johanna van Niekerk, die hem zeven kinderen schonk. Zijn zoons Hendrik en Cornelis gingen in de bollen. In 1894 werd de firma "H. Verdegaal & Zonen" opgericht, die in 1914 startte met een aanzienlijke export. Het later op "Ter Wegen" gevestigde bedrijf groeide uit tot een zaak met wereldvermaardheid. Maar wie bleef er nu op de boerderij?

Een van de jongere dochters was Cornelia Maria Barbara, op St. Barbaradag, 4 december 1874, geboren. Deze " Neelt je" trouwde in 1901 met Arend of eigenlijk Arnoldus Verkleij uit Groenendijk-Hazerswoude. Hij volgde zijn schoonvader op in het boerenbedrijf. Zijn naam zou in Sassenheim nog een goede klank krijgen. Jarenlang was hij raadslid en later ook wethouder en locoburgemeester in de zeer moeilijke bezettingstijd. Naar hem is de Arend Verkleijstraat genoemd.

U ziet hier alles wat op de boerderij thuishoort: een boerenhek, een hooibarg, een boerenkar, een kalf, helder witte was, een boerenzoon met een blauwe kiel aan en een drietal flinke boerendochters met witte klompen en een lachend gezicht. Echter kan het al wel niet!

Advertentie in 1926: "Boerderij "De Bonte Koe". Al onze boter is voorzien van het Rijksbotermerk, Nederlandsch wapen met bijschriften. Gegarandeerde zuiverheid. A.J. Verkleij".

7. Wij kunnen van de boerderij maar niet genoeg krijgen! Hier staan links drie meisjes Verkleij, Rie, Jo en Agatha, bij een grote kaaskuip in de tuin van "De Bonte Koe".

De bestemming van de boerin is - althans volgens Hildebrand in zijn Camera Obscura - "bestendig te zorgen, dat de melk die 's ochtends en 's avonds na "melkestaid" wordt binnengebracht, de deur niet uitgaat dan in de gedaante van goede, gezonde, niet barstende kaas". De kaaskuip vol met melk, stremsel erin en dan met de hand maar roeren. Daar kregen de boerenvrouwen die stevige "purperen armen" van. Doek over de kuip, met een bak de wei er afscheppen, zodat de wrongel overblijft. Dan begint het mannewerk. Vader ging op zijn blote voeten in de kaasbak staan. Net als de bakker in de meeltrog. En maar trappen, "kaastrappen". Hij leunde daarbij met zijn schouder tegen de muur, tegen de kaasplank. Als de wrongel heel fijn getrapt was met zout en kornijnen - het moest Leidse kaas worden - in het doek, in het vat en onder de pers. Drie maal op een dag moest die kaas dan weer verdoekt worden. En zo voort, en zo voort.. ... Jo kan het U allemaal nog heel precies vertellen!

Nee, rechts is niet een modem soort van kaaskuip. Het is de betonnen ring voor de plee. Vroeger stond het "huisje" buiten, maar ook het platteland gaat met zijn tijd mee. Wat dacht U? ! Op de ring Ta en Cor. In de put - maar gelukkig alleen maar letterlijk - zitten Agaath en Jo. Een foto van omstreeks 1925.

Vier flinke, frisse boerenmeisjes met een lachende snuit en handen aan het lijf, daar is wel vraag naar! De gelukkigen waren Piet Zwetsloot (Jo), Chris Damen (Agaath), Jan Hoogeveen (Rie) en Adriaan van Ruiten (Ta). En om met Hildebrand en zijn "Camera Obscura" te eindigen: "Altijd 'n best waif d'ran gehad. En kezen (kazen)! Ze ben d'r geen beter! " En als we dit nu omzetten in moderner versie: "Altijd een beste vrouw aan gehad. En kinderen! Er zijn er geen beter! "

8. Sassenheim is in de loop van de vorige eeuw een bollendorp geworden en dat is hier wel te zien! Wij zijn op de hyacintentuin van L. van Leeuwen & Zoon in Sassenheim-Noord, 1910. Op de achtergrond de bossen van Ter Leede, die zich tot de straatweg uitstrekten en ginds tussen de bomen loopt de weg, de Hoofdstraat. Links staan twee ziekzoekers, Jan Bos uit De Kaag en Gerrit Heemskerk. Met het haakje halen ze zieke bollen voorzichtig uit de grond. Die gaan dan in de emmer en vervolgens naar de porriehoop. Altijd, de hele dag, zo'n zware emmer meedragen en een haak de hele dag in de hand en de hele dag maar scherp kijken!

Tussen de beide ziekzoekers staat Gidion Heemskerk, die van zijn broer Gerrit gehoord had, dat er een foto zou gemaakt worden. De andere arbeiders zijn Leendert Hoogervorst, Hendrik de Bruyn die later op het kantoor kwam - je kunt het hem al aanzien - en Jacob van Nieuwkoop. Heemskerk, Hoogervorst en Van Nieuwkoop woonden vlakbij op de Derde Poellaan. De waardige man geheel rechts is Van Leeuwen, een neef van Baas Leen. Hij was tevens Zondagschoolonderwijzer en werd om een of andere reden altijd "de oude chef' genoemd. Ze zijn met een mesje aan het bloemensnijden. Want om met Hildebrand te spreken: "De blommen betekenen niks; dat is armoed". Nee, de bollen!

Leen van Leeuwen, de grote baas, was in 1852 uit zeer eenvoudige ouders op Sassenheim geboren. Op twaalfjarige leeftijd werd hij "koffiejongen" bij Charbon (nummer 35). Zo'n koffiejongen bracht de koffie naar 't land, deed allerlei klusjes op "de villa", etc. etc .. Langs de weg van planten, horren en rooien kon je dan spitter worden. Een enkele bracht het verder en "kwam in de bollen", als ziekzoeker bij voorbeeld. Maar Leen van Leeuwen wilde nog meer! Voor een gespaarde rijksdaalder kocht hij van zijn patroon "een houten bak vol met gescheurde E(nke1) B(lauwe) Charles Dickens". Bovendien van een van zijn medearbeiders, Maarten Schrama, voor negen gulden nog 90 regels hyacinten. En zo is hij begonnen. Het wèrd een wereldzaak!

9. Leen van Leeuwen heeft van zijn kleine kwekerijtje inderdaad een wereldzaak gemaakt. 's Avonds was hij bij lichte maan nog in de weer en intussen leerde hij Engels uit een boekje! Jaren lang was hij geassocieerd met KL. Beerhorst (nummer 22) en al in de tachtiger jaren maakten ze om beurten een zakenreis naar Amerika. Men zegt, met dezelfde reisjas aan, waarin dan voor Van Leeuwen telkens een flinke zoom werd gelegd. Hij gaf trouwens in het geheel niets om kleding en zijn hoed zat van het manden dragen vol met stof en deuken. De vrouw van een zakenrelatie in Noordwijk had hem eens toen hij om wat te drinken vroeg, voor een landloper aangezien. "Kijk 's, ik ben Van Leeuwen uit Sassenheim". En wat zei "zijne brave echtgenote"? "Ik zegen die ervaring van mijn man". Sindsdien zag hij er langs de weg wel wat beter uit...

Wij zijn nog steeds op dezelfde tuin van Van Leeuwen, maar nu twintig jaar later. Op de achtergrond heeft "Mijnheer Karel" al zijn huis "De Krocht" gebouwd. Hier worden de hyacinten gerist of geritst, je kunt de kale stelen duidelijk zien. Staande van links naar rechts P. Kruik, de baasknecht, Toon van der Voorn, Marinus Duym en Willem Smit, die een gezin van 17 kinderen had. Meer dan tien kinderen kwam in de bollenstreek regelmatig voor; twee of drie vond men eigenlijk maar een vreemde situatie ....

Zittend of knielend zien we weer van links naar rechts Peter Schalk, Jan Kruik, Jasper Winkel, Gideon Heemskerk die intussen groot geworden is, Gerrit Kruik, Maarten van den Bosch, Piet Kruik jr, en Willem van der Voorn, een zoon van Toon. Ze hebben allemaal een pet op het hoofd. Natuurlijk! Hoe kon je anders beleefd groeten? En waar liet je het sigaartje dat je soms wel eens kreeg? Zonder pet was bar ongezond ook. Moeders waarschuwden al: "Wil je een ziekte krijgen! ? " Wie wil er nou een ziekte krijgen? ....

Toen ik nog een kleine jongen was, had een werkman eens een matelot of strohoed op. Maar dat was eigenlijk een heren-hoed. "Je laat dat ding morgen thuis, versta ja dat? ! " "Ja Meneer, jawel

Meneer , ja Meneer "

10. Nog steeds "in de bollen"! Op de linker foto's ziet men op de achtergrond de toenmalige melkfabriek van de familie Gerritsen, later Wasserij Hollandia, aan de Teylingerlaan.

Links boven is de kweker A.B.Oostveen in 1930 aan het ziekzoeken in Elt. Princess Elisabeth. Zijn zoon Arie staat erbij. Reeds in 1812 werd een zekere Willem Oostveen van de Kastanjelaan als "bouwman" genoemd. En de huidige heer Oostveen handelt dan wel in garen en band, hij heeft het diploma van de RijksTuinbouwschool te Lisse in zijn zak! Dus tegen wil en dank toch bollen!

Onder zijn we in 1915 op de tuin van A(rie) en G(errit) Rotteveel, ter hoogte van Teylingerlaan 55. We zien van links naar rechts Gerard van der Ploeg van de "Keereweerlaan" (Gouverneurlaan) en Jan van der Hulst, die later 42 jaar bij Speelman heeft gewerkt. Ze zijn aan het hyacinten ritsen of snijden. Rechts is al een deel "groen". Nu volgt Toon van Dijk van de Nieuwe Haven, ziekzoeker. Hij heeft een "snotkoker" in zijn emmer staan om zieke bollen met omringende grond uit te kokeren. Vooral aaltjeszieke bollen en snotbollen. Naast hem op klompen Jan Kortekaas, die bij zijn oom Jan van Munsteren in de Burchtstraat in huis was. Kortekaas was een pientere kerel. Op achttienjarige leeftijd was hij al voorzitter van de R.K. Volksbond en werd na allemaal zelfstudie raadslid en zelfs wethouder! Ten slotte Bert Elferink van het Wespennest, achter op de Menneweg.

Maar nu rechts, kijk dat nu toch eens aan! Wij lezen in een krant van 1938: "In den strijd tegen bollenziekten! De heer P. IJsselmuiden, een kweeker te Sassenheim, heeft een uitvinding gedaan, die een belangrijke stap voorwaarts belooft te zijn in den strijd tegen bollenziekten. Hij construeerde een apparaat, waarmede de bollenkweekers hun gewas kunnen bespuiten met ziektewerende preparaten, met een capaciteit van niet minder dan 3500 liter per dag"! ! Het betrof een .Jioge-drukrnethode". Wij zien van links naar rechts Jan en Piet IJsselmuiden en Gijs de Jong met de spuitboom aan de slag. Een revolutie op het gebied van gewasbescherming was ingeluid. En de naam IJsselmuiden was daarmede onverbrekelijk verbonden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek