Kent u ze nog... de Sassenheimers

Kent u ze nog... de Sassenheimers

Auteur
:   A.M. Hulkenberg
Gemeente
:   Sassenheim
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1240-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Sassenheimers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

16. Deze foto is niet zeer best, maar wel zeer interessant en daarom hoort ze ook in het boek. Ze is in juli 1914 gemaakt in de houten bollenschuur op de tuin Rapenburg aan de Prinsenweg te Voorhout. Op Rapenburg werd geteeld door Wout Koning uit Sassenheim.

De hyacinten zijn blijkbaar pas gerooid. Het was destijds gebruikelijk de bonen een poos op de stellingen te laten liggen met aanhangend zand. Die stellingen zijn hier rechtuit gebouwd en de hyacinten zijn gestort op houten bladen. Die bladen zijn geheel gesloten, de doorluchting is daarom moeilijk en men moest al zijn best doen en heel voorzichtig werken om "het snot", een bacterieziekte, te voorkomen. Deuren en ramen werden tegen elkaar open gezet, om de bonen zo veel mogelijk te laten drogen. Van verwarming of van ventilatoren was toen nog geen sprake; de natuur moest practisch alles doen. Wat is er in de bollen toch veel veranderd!

De mannen zijn hier bezig de bollen van de stelling te halen en met de hand uit te zoeken, te controleren. Daarna werden zij weer op de stellingbladen "uitgestort". Dat "storten" moest wel zeer voorzichtig gebeuren. Kneuzingen verhoogden weer de kans op het "snot". Het was allemaal zeer arbeidsintensief werk, maar wat deed dat er toe in een tijd dat de lonen laag waren en men vrije tijd eigenlijk als "des duivels oorkussen" beschouwde?

Links van de uitzoeklade staat Bol, arbeider, wonende op de Derde Poellaan. Het is ontstellend hoeveel "arbeiders" op de Derde Poellaan gewoond hebben. Achter de la Piet Koning, de broer van Wout. (Deze Gebroeders Koning - wier naam in Sassenheim nog steeds een goede klank heeft - hebben niets van doen met Baartman & Koning. Dat was weer een heel andere Koning; die kwam uit Leiderdorp.) Ten slotte rechts Berg, de latere baasknecht van Piet Koning. (Als je lang naar de foto kijkt, zou je haast hyacintenjeuk krijgen! )

Tussen de grote Heren Bloemisten - onvriendelijk ook wel bollenboeren genoemd - hebben de Konings altijd een aardig partijtje kunnen meeblazen, ook al hadden ze niet de grootste trompet of sloegen ze niet op de zwaarste trom.

17. We blijven nog in de bollen. Links boven worden de narcissen uitgezocht in de loods van Warnaar & Co op "De Schans" onder Voorhout. Warnaar (nummer 24) werd wel de "Narcissenkoning" genoemd en zulks niet ten onrechte. Aanvankelijk had hij veel succes met ,Golden Spur' en ,Van Sion'. Toen de cultuur van deze rassen steeds moeilijker werd reisde de heer Warnaar naar Frankrijk en Italië, om daar in het wild voorkomende bollen te kopen en aldus deze cultivar voor onze cultures te behouden. Daarna importeerde hij ,King Alfred' en kruiste in zijn tuin achter Panama ,Golden Spur' met ,Cervantes' en ,Obvallaris'. Aldus is ,Golden Harvest' ontstaan en dat zegt genoeg. Hier zien we van links naar rechts H. van Nieuwkoop, R. Tangeman, D. Luyk, R. Knetsch, K. van der Meer, D. Kooiman, A. Havenaar en D. Knetsch Sr.

Daaronder zien we de pakkerij van Pereboom & Co in de schuur aan de Kerklaan, 1923. Links staat Ko Küneman, typiste. Dan volgen Mijnheer Manson, boekhouder uit Amsterdam, J. Nieuwenhuis (de "Co"), W. Braam van de Derde Poellaan en T. Boekee. Achter de kist staat J. Schrama van de Oude Hortus. Dan twee onbekenden en C. Westerbeek Pzn, later geëmigreerd naar Amerika. Bij het wagentje Jan Lut. Achter hem H. Dannijs, "Henk van Adriaan", en twee onbekenden.

In de herfst gaat het plantgoed weer de grond in. Allemaal met het handje! Ziet U ook die indrukwekkende plantrol, die de regels moet maken in het bed? Veel practischer dan dat ouderwetse plantrek. Ja, men moet met zijn tijd meegaan! We zijn op de "Nieuwe Tuin" van c.J. Speelman op het Rapenburg langs de Prinseweg, 1926. Van links naar rechts Jan van der Wilden uit Warmond, Jan van der Hulst van de Derde Poellaan, Leen Berg uit de Floris Schoutenstraat en Piet van Vliet, die woonde in het Engelse Bosch in Voorhout.

Rechtsonder zijn de tulpen in het bed uitgestrooid op 't land van R.H. Beerhorst & Zoonen. De arbeiders zijn Arie de Ridder, Jan van der Mey en staande Kees Staring. Achter hen de helaas in 1918 op jeugdige leeftijd overleden Aad Beerhorst. Hij was nauwelijks 21 of 22 jaar oud.

18. Dit is het personeel van B.D. Kapteijn & Zn bij de schuur aan de Vaartkade omstreeks 1930. Het zijn van links naar rechts Arie van Dijk van de Menneweg, baasknecht, Theo Laurentius, volontair, een heel nette jongen, een onbekende, Dirk Bol van de Derde Poellaan en Bert van der Mey uit de Hein Baderstraat. Hij is later de baasknecht geworden. Dan volgen Willem van Bladel (met klemtoon op de laatste lettergreep) uit Voorhout, Jan van der Voort uit de Van Heemstrastraat, die ongeveer 45 jaar bij Kapteijn heeft gewerkt, Willem Duivenbode, een Katteker, Jan Broer van de Zandsloot en Maus Loogman van de Buitenkaag. De "koffiejongen" is niet meer bekend.

Jaren lang was "B.D.K." de rechterhand geweest van de heren Kruijff van "Gerrit van Waveren & Kruijff". In februari 1898 reisde hij met de "Veendam" naar Amerika. Om bollen te verkopen natuurlijk. Op zondag 6 februari, tijdens het diner, stootte de boot lek. Paniek, maar niet bij de gezagvoerder. "We zitten in het vaarwater van de Amerikalijn en ze halen ons er wel af'. Dat gebeurde ten slotte dan ook wel, maar wat een avontuur! De "St. Louis" van de Holland-Amerikalijn kwam langszij, de schipbreukelingen werden stuk voor stuk aan een lijn gebonden en opgehesen. Daar zweefde dan onze vriend Kapteijn tussen hemel en aarde; herstel: tussen hemel en zee. Hij was alles kwijt, behalve natuurlijk zijn prijscourant en zijn orderboekje. Dat had hij wel in zijn zak gestoken! En zo kwam hij dan aan boord. En wat doet zo'n rechtgeaard bollenreiziger dan? ? Hij vroeg meteen de passagierslijst. En ja hoor, Jac. Wezelenburg was ook aan boord, 2de klasse nr. 217. Wezelenburg had zijn bollenbedrijf waar later Wam aar & Co en thans Garage Bakker gevestigd is. Ze hadden dezelfde klanten. Jac was later van huis gegaan,

maar wetend dat Boud ook ging, had hij een snellere boot genomen .

Bonzen op de deur. "Hallo Jac, slaap je al? " Wat die een gezicht trok! Het was ook wel een heel vreemde situatie! Ze sloegen elkaar wel zeer kameraadschappelijk op de schouder, maar in Amerika aangekomen wisten ze niet, hoe gauw ze bij de klanten moesten zijn. Bij de allerbeste kreeg Kapteijn toen hij zijn verhaal had verteld de hele order .... "Ja Mijnheer, die Heren Bollenreizigers ..... , een soort apart! "

19. De meeste bloemistengeslachten stammen af van boeren en landarbeiders. Het is echter opvallend, dat zich ook een aantal nazaten van tuinbazen onder hen bevindt. Gerrit Segers en Hendrik Nieuwenhuis waren tuinbaas op Keukenhof, Augustinus Pilippo - voorvader der Sassenheimse Philippo's - werkte op 't Hof van Hillegom, Pieter Hendrik van Waveren op Horstendaal aldaar, Marinus Veldhuyzen van Zanten was tuinman/boswachter op Veenenburg, Warnaar zoon van een tuinbaas te Helvoirt en later te Voorschoten en Hendrik van Zonneveld tuinbaas op Ter Leede. Zo was Adriaan Frijlink Sr zoon van de tuinbaas van het Huis ter Hoorn te Rijswijk. Tuinbazen hebben grote liefde voor hun vak, ze weten met de heerschappen om te gaan en hebben ook een behoorlijk gevoel van eigenwaarde en ze kunnen aanpakken.

Adrianus Frijlink was in 1849 geboren. In 1866 richtte hij in Sassenheim een bloembollenkwekerij en -handel op. Vooral de handel in het binnenland trok hem. Daarbij verkocht hij ook tuin- en bloemenzaden. Verder ook Astilbes, lelies en tuberozen. Tevens legde hij de grondslag voor een goede export. Al spoedig moest hij zijn bollenhuis aan de Haven vergroten. De zaak floreerde.

"Frijlink" werd een begrip voor uiterst betrouwbaar en solide zaken doen. De naam alleen al gold bij velen als een garantie voor kwaliteit. Men zag er daardoor ook wel een beetje van op, dat de heer Frijlink (nummer 2S) reeds op SI-jarige leeftijd ging "rusten", de zaak overlatend aan zijn gelijknamige zoon. In het begin van deze eeuw bouwde men de bedrijfsruimten aan de Zandslootkade, die "als een model van goeden bouw" werden beschouwd.

Hier zien we een foto van 1926 bij het zestigjarig bestaan van "A. Frijlink & Zonen". De bollen beginnen hun reis naar Amerika. Van links naar rechts Janus Kapteyn, Adriaan Frijlink jr, die nu in Babylon N.Y. woont, de heer A. Frijlink, de zoon van de oprichter, Kees Homan, landbaas, Nico Overvliet, koffiejongen, en Freek Homan. Voor de garage (met auto! ) Arie Keyzer, schuurbaas, en Gerrit Moolenaar, procuratiehouder.

Juist op de dag dat ik dit schrijf, verhuist "Frijlink" naar Noordwijkerhout. Er gaat een derde episode "Frijlink" beginnen! Jaap en Aad, veel succes!

20. Het is omstreeks 1912/13 bij de firma Warnaar & Co. De 4000ste kist gladiolen is gepakt en dat dient een beetje gevierd.

Willem Warnaar (nummer 24) werd in 1867 te Helvoirt in Brabant geboren, waar zijn vader tuinbaas was. Later trok het gezin naar "Berbice" te Voorschoten. Daar begon hij al jong bij de boeren en de buitenplaatsen kleine partijen dubbele sneeuwklokjes op te kopen en die te kweken en te verhandelen. Hij leerde toen een zekere N. van der EIst kennen die bij Gt van Waveren en Kruijff werkte en die verwees hem naar Sassenheim.

In Sassenheim werd hij bedrijfsleider van de kwekerij van Baron van Heemstra van Ter Leede, maar in 1899 begon hij voor zich zelf. Hij kocht schuur en kantoor van Jac. Wezelenburg die overleden was en Warnaar & Co was gevestigd.

Natuurlijk, een ouderwetse rechtgeaarde bollenman hield je niet thuis. In Amerika zag hij prachtige gladiolen van die naam. Zes mocht hij er meenemen. Toen ze bloeiden vond zijn schoonvader Frijlink - een kenner! - ze prachtig. Zo begon het. Natuurlijk, Warnaar was wel de Narcissenkoning, maar de gladiolen hadden ook een extra plaatsje in zijn hart.

En nu de pakkers. Bovenaan van links naar rechts Klaas van der Kwaak, Jan Uit den Boogaard en Van Andel. Midden: Bert Bakker, Jacob Papendrecht (reiziger), Arie van der Voet (1andbaas), Gerrit van Tol (schuurbaas), Kees Geerling, Jan Lut, Hendrik van der Wilden (reiziger), Okele van der Kam (kantoorbediende) en Gustaaf Papendrecht (reiziger).

Zittend: Pieter Kühn, Bert Mooienaar (jongste bediende), Antoon van Nieuwkoop, Teunis van Leeuwen (later bij Van Zonneveld & Philippo) en Andries Moerkerken, de kistenmaker. Die is niet zittend maar liggend, maar dat begrijpt U wel.

Vijftig jaar geleden trok de heer Warnaar weer weg van "Panama". Het buiten van de familie Charbon (nummer 35) was gesloopt en Warnaar liet daar naar eigen ontwerp een nieuw "Rusthof' bouwen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek