Kent u ze nog... de Sassenheimers

Kent u ze nog... de Sassenheimers

Auteur
:   A.M. Hulkenberg
Gemeente
:   Sassenheim
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1240-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Sassenheimers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

21. In een der kleine huisjes achter Ter Leede woonde de tuinknecht Jacob van Ginhoven, Christelijk Gereformeerd, in 1860 te Alphen geboren. Rechts ziet men zijn vrouw, Catharina van Deursen uit Katendrecht. Kinderen: lobje (1888), Susanna ('90), Maria Johanna ('92), Hubertus Cornelis ('94) en Geertje ('96). De foto moet gemaakt zijn vóór 22 augustus 1902, want toen is de oude baas die in het midden zit overleden.

Over die "oude baas", die vlak bij Van Ginhoven woonde, gaat het nu eigenlijk juist. Het is Christiaan Frederik Beerhorst, die in 1817 als Christian Friedrich Behrhorst te Ströhen in Westfalen is geboren. Daar was hij schaapherder en breide als bijverdienste ook kousen. Maar voor dat er kunstmest bestond was Westfalen een schraal land en daar werd steeds maar over dat "steinreiche Holland" gepraat.. .... Met een paar ondernemende vrienden trok hij erheen, een ham op zijn rug en drie Tahler in zijn zak. Men zegt, dat ze in Zwolle voor het eerst een schip hebben gezien. Met dat schip kwamen ze naar het westen. Maar het viel niet mee; .... er was nergens werk te vinden. Van de branderijen in Delft stuurden ze hem naar Hillegom met zijn tuinderijen. Daar zou wel werk zijn. Richting Leiden en Sassem. Aldus vroeg Behrhorst in Leiden waar "Sozem" was. "Sozem, Sozurn", herhaalde de man en zo kwam hij via Sassenheim in Hillegom terecht. Werk bij Van Waveren, trouwen, kinderen, de normale gang.

Maar Beerhorst zocht nu eenmaal niet de gemakkelijkste weg in dit leven. Hij was gegrepen door de schriftuur-bevindelijke prediking der "afgescheidenen" en verliet de Hervormde Kerk. Gevolg: geen werk en geen huis! Tot overmaat van ramp overleed ook nog zijn vrouw; ellende en armoede! Het ongelukkig gezin kreeg voorlopig onderdak bij Willern van Zanten. Die zei op zekere dag: "Er is hier een schipper die vraagt of je zijn schuit wil trekken naar De Kaag". Trekken als een paard, dat valt niet mee. Vooral niet als iemand op de brug staat te schimpen: "Net goed voor

zo'n fijne! " Bij het Sassemer pontje werd de wind gunstig en Beerhorst was niet meer nodig.

Daar stond hij nu. Het was in 1849. Wat nu beginnen? ....

22. Rechts onder zien we Christiaan Frederik Beerhorst opnieuw. Van het Sassemer pont was hij naar Ter Leede gelopen; de Baron zou misschien wel werk hebben. Inderdaad, hij kreeg een boerenhuisje in de Hellegatspolder, hertrouwde en werkte hard. In 1855 werd een zoon geboren, Rolf Hendrik, die een paar maanden later in de boezelaar van zijn moeder naar de boerderij van Ter Leede werd gebracht. De ijverige Beerhorst was "bedrijfsboer" geworden: f 4,80 per week, een heel of een half varken per jaar benevens wat afgedragen kleding; wat een rijkdom! De schoonzoon van Baron Van Pallandt, Baron Van Heemstra (nummer 50), had echter niet graag een boerderij zo vlak bij het huis. Toen werd Beerhorst groentekweker. Later werden het bollen ....

Bovenaan ziet men zoon Rolf Hendrik, die in de serre van "De Tijloos", Hoofdstraat 78, in "Timotheus" leest. Naast hem zijn echtgenote, Antje van der Horst. Beerhorst was een zeer bijzonder mens. Een kweker van naam en een bekend reiziger op Amerika. Daar, tijdens zijn reizen, en ook bijvoorbeeld bij het lezen van het boek "De Narcis" dat hij in 1908 tesamen met Ds Wüstenhoff publiceerde, raakte men steeds onder de indruk van zijn grote kennis van zaken en tevens ook van de behoefte die hij gevoelde van zijn religieuze inzichten te getuigen. Vader Verschoor sprak eens tegen zijn zoon Willem toen Mijnheer Beerhorst passeerde de Bijbelse

woorden: "Ziedaar een Isrealiet in wie geen bedrog is" .

Onder: Helena Johanna Beerhorst, "Tante Lena", in 1916. Zij huwde later met Ds H.L. Both, predikant te Arnhem.

Links zien we een der zoons, Rolf Hendrik, die in 1915 in Hoboken, USA, trouwde met Margaretha J. Roorda. Getuigen waren daar Ds B. Roorda, een oom, en de beheerder van het zeemanshuis. Aan hem werd de vraag gesteld: "Do you know these people? " Stilte, want hij had het bruidspaar pas die dag voor het eerst gezien! Weer die vraag. Angstwekkende stilte. Toen schopte de bruidegom hem voorzichtig tegen zijn schoen: "Say, since this morning". En aldus kon het huwelijk gelukkig toch nog doorgang vinden!

23. Baartman & Koning, een grote zaak. Maar wie zijn nu eigenlijk Baartman en Koning?

Links zien we de Weduwe Baartman, Johanna Margaretha Neeltje Edauw, met haar zoon Herman en zijn zus Lena, allen uit Gouda en Christelijk Gereformeerd. Herman was leerling op het bollenbedrijf van Baron van Heemstra van Ter Leede en deze wilde deze keurige jongeman graag vooruit helpen. Dat lukte ook wel. Op de foto bij nummer 15 zien we hem aan het werk bij Westerbeek, maar al gauw begon hij met een eigen zaak met kwekerij en schuur (Ansichten 13) en reisde zelf naar Amerika. Daar ontmoette hij Jan Wouter Koning, uit Leiderdorp, rechts boven, die zijn huisvriend werd en met wie hij zich in 1905 associeerde. Helaas, meer dan helaas, .... op 27 februari 1907 kwam Baartman om het leven, toen het stoomschip "Berlin", dat de dienst onderhield tussen Harwich en Hoek van Holland, op de pier liep. Het is bekend, dat Prins Hendrik zich bij deze reddingsactie zeer manmoedig heeft onderscheiden. Eerst was er nog hoop, maar daarna grote onzekerheid. Maar men sprak elkaar moed in. Op het voorschip bevonden zich nog enkele personen en men verwachtte, dat ook hij daaronder zou zijn. Die vlugge, geestkrachtige man zou toch als hij zich op het achterschip bevond wel naar het voorschip zijn overgesprongen .... De hoop ging over in angst en ten slotte in verslagenheid. Later werd het lijk gevonden op het strand van Rockanje en naar Sassenheim vervoerd. Daar is het met alle respect en eerbied begraven.

Nu stond Koning alleen. Maar toch niet helemaal! Hij had tijdens zijn militaire dienst een jongen uit Kampen leren kennen, een zoon van een boekhandelaar, en daar was hij zeer bevriend mee geraakt. H.J. Areritshorst. Baartman had hen aan een baan geholpen, Koning bij een bloemist en Areritshorst in een bloemenwinkel in Boston. Arentshorst had zich er over verbaasd, dat die bollenmensen met zo weinig kennis zulke zaken konden doen! Later werd hij in de firma opgenomen, maar de naam "Baartman & Koning" bleef vol piëteit behouden.

Vergeten we ten slotte meesterknecht Chr. Homan niet. Want als die er niet geweest was .

24. Weer een aantal bollenmensen of zoals dat vroeger heette: Heren Bloemisten. Links boven Willem Warnaar, (1867-1942) tevens jaren lang wethouder van Sassenheim (nummer 20). Naast hem Willem Bergman van de Gebroeders Bergman (nummer 51). Beneden Simon Verdegaal (1839-1906) en J.A. van der Voort, gefotografeerd in 1915,35 jaar oud (nummer 26).

Sijmen Verdegaal van "De Bonte Koe" (nummer 6) was getrouwd met Johanna van Niekerk, een dochter van de grutter, die tevens bollen kweekte. Ook hij zelf schakelde geleidelijk enigszins van de boerderij over op de bollen. Vooral toen de veepest toesloeg vond hij de aardigheid al enigszins van de boerderij af. Een boer met zieke koeien is een lopend stuk ellende. Zijn zaak was de voorloper der door zijn zoon gestichte H. }/erdegaal & Zonen.

Veel schoolse kennis had hij niet meegekregen, maar Verdegaal had wat geld en een zeer gezond boerenverstand. Elke maandag zat hij met een paar oude rotten in Het Vak in een café aan de Wijde Appelaarsteeg te Haarlem de problemen van het vak door te praten: Antoon Roozen uit Overveen ("Gouden Toon"), M. Paardekooper van Noordwijk, J. van Deursen en J. van Reisen uit Voorhout. Dat was een hele reis naar Haarlem! Per pedes apostolorum naar Station Piet Gijzenbrug, dan de trein, dan weer terug. Maar het heeft zijn geld wel opgebracht! In 1881 reed de tram.

Rechts is het huis van de bloembollenkweker Nicolaas of kortweg Klaas Beumer (nummer 29). Bij zijn huwelijk op 26 juli 1905 heeft hij aan de Hoofdstraat het huis" Vredehof" met de schuur gebouwd. In 1939 werd het weer gesloopt voor de aanleg der Carolus Clusiuslaan. In de deur staat de heer Beumer met zijn vrouw, Dina Koorenhoff uit Leiden. Links haar zusjes Anna en Marie, rechts de schoonmoeder.

.Vredehof" stond tegenover het bos van de buitenplaats Ter Leede. Daar konden de kinderen heerlijk spelen en op de Ter Leedelaan hebben ze fietsen geleerd. Aan de overkant, in een van "de zeven huizen", woonde Hoogkamer, die jaren lang bij Beumer heeft gewerkt. Op 1 januari kwam hij altijd "Nieuw Jaar" wensen en kreeg dan twee rijksdaalders. Daar moest je anders dagen voor werken!

25. In 1907 is om Het Oude Koningshuys een prachtige bloemententoonstelling gehouden; "Keukenhof' in het klein. Men vond er 1 00.000 uitgeplante bollen, die uiteraard een riante aanblik opleverden. Er was een "Hollandse tuin", maar ook een Franse en een Engelse; allemaal in Sassenheim. Men organiseerde dit alles ongetwijfeld uit plaatselijk chauvinisme, maar toch ook wel uit "liefde voor Ons Mooie Vak". Daar had men àlles voor over.

Deze keurig gehoede heren vormen de "commissie" en de ,jury". Dat laatste zijn waarschijnlijk de heren met de strikjes. Hier zit links op de bank de heer A. Frijlink sr (1849-1912), de grondlegger van Frijlink & Zonen. Naast hem de heer Gerard Vlasveld (1849-1933), de voorzitter van de organiserende Afdeling Sassenheim. Zijn vader had in Valkenburg bij Katwijk een kalk- en steenfabriek, maar Gerard ging liever in de zaak van zijn neef en werd hoofd van de firma Engel Kruijff. Rechts zit een andere neef, Engelbert H. Kruijff van de firma Gt. van Waveren & Kruijff, gevestigd op het Oude Koningshuys. (Hierover kan men in het boek "Het Oude Koningshuys 1628/1978" nog veel meer lezen.)

Staande de heren C. Pel (nummer 42), Hein Bader en een onbekende. Is dit soms de heer J.H. Wentholt, van 1901 tot 1907 voorzitter der Algemene Vereeniging voor Bloembollencultuur? Nu volgen de heer P. van Deursen en weer een onbekende, die men al veel namen heeft toegedicht. De heer Johan Speelman is het in ieder geval niet. Is het dan toch de heer Willem Warnaar? Of de heer W.G. Droog, van 1903 tot 1919 secretaris van Hollandsch Bloembollenkwekersgenootschap?

De heren dragen allen de obligate bolhoed, dophoed ofwel garibaldi, genoemd naar de Italiaanse revolutionair Garibaldi, die dit type hoed populair maakte. Maar er zat mode in! Was dat model van Van Deursen en Kruijff in 1907 nu ouderwets of was het juist Ie dernier cri? Ik weet het niet. U vindt het misschien een vreemde revolutiehoed. Maar de hoge zijden is tijdens de Franse Revolutie óók als revolutionaire hoed ontstaan en de grote zwarte domineeshoeden werden vroeger door socialistische voormannen gedragen!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek