Kent u ze nog... de Spieksters

Kent u ze nog... de Spieksters

Auteur
:   Jakob B. Bronsema
Gemeente
:  
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1348-9
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Spieksters'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

De Spieksters

Dit album is te beschouwen als een pendant van het reeds eerder verschenen boekje 'Spijk in oude ansichten'. Het wil een hommage zijn aan vele dorpsgenoten om ze op deze wijze aan de vergetelheid te ontrukken. Met een gevoel van verlangen en weemoed zullen velen van ons dierbare familieleden, vrienden en bekenden herkennen. Verreweg de meesten zijn ons reeds voorgegaan in de Eeuwigheid; moge allen rusten in vrede!

Het dorp Spijk wordt in de literatuur, in tegenstelling met het vanouds meer vrijzilmige Gocllinze, wel 'het land der vromen' genoemd. De Spieksters mogen dan wel een vroom volk zijn, maar vroomheid en bijgeloof gaan soms hand in hand. Het plaatsnaamversje zegt dan ook:

Kraaiwerd is n' gat, / Holwier is nog wat,

Ien Bairm stoan hoezen verkeerd / En ien Spiek hebben ze 'r heksen leerd.

Lang heeft men nog geloofd aan heksen, spoken, duivelsvcrhalen, werkgeesten, voorlopen, of'sukkerraaiwiefkes'. Algemeen was er het geloof aan Witte Juffers ofWieven: 'Ze duurden wel op de griezelekste steed'n kommen, allerdeegs wel op kerkhof' De boeren aan de zuidkant van het dorp, 'Het Bosch' en 'Ubbena Heerd' , konden niet goed aan personeel komen omdat men 's avonds in het donker langs het kerkhof moest. De oorsprong hiervan zal waarschijnlijk terug gaan tot voorchristelijke tijden.

Men sprak van 'Spieksters blauwboksems' . Het was namelijk de gewoonte van de Spieksters dat zij over hun jas een blauw jasje droegen en over hun broek een wijde, blauwe broek, zoals men 'overalls' draagt. Men noemde ze 'wiedewaai' en 'róskiel'.

De Spieksters stonden dan ook wel bekend als een wat bijzonder slag mensen. Niet alleen het geloof aan bovennatuurlijke gebeurtenissen trof men nog lang in Spijk aan, men kende er bijvoorbeeld nog volksspelen die elders reeds lang waren uitgestorven: 'Bie kastelain Bakker wer nog op 't poestbred speult,' Men kwam er nog oude vrouwen tegen die de 'klöt' en zondags het oorijzer droegen. Men gebruikte er woorden die elders reeds lang waren uitgestorven en men groette er met de oude groet' dag joe baiden' of' dag joe allen'. Ontegenzeggelijk zal een van de oorzaken gelegen zijn in het feit dat het dorp afgelegen aan de oude dijk lag en vooral 's winters vrijwel onbereikbaar was. Hierdoor kwamen de Spieksters weinig met anderen in aanraking. De mobiliteit van de bevolking is altijd relatief gering geweest. Nog in 1958 bijvoorbeeld bedroeg het percentage aan gezinshoofden en alleenwonenden dat ter plaatse was geboren niet minder dan 55 procent. De Spieksters voelen zich dan ook, mede door genoemde omstandigheden, sterk en soms emotioneel met hun dorp verbonden.

prof mr. A. S. de Blécourt doet in 'Fivelgoër Landleven' de tekenende en weinig vleiende uitspraak: 'Over godsdainst proaten

en dik doen (= dronken) worren, dat is Spiek ien ain woord!' De oudste generaties van de in dit werkje afgebeelde personen leefden in de periode die in de sleutelroman van P. Keuning 'Kinderen in verstand en in boosheid' wordt beschreven. Dit boek is in veel opzichten, zij het dan wel wat in zwart-wit beelden, een zeker niet zachtzinnige weergave van het Spijkster volksleven rond de eeuwwisseling. Maar, 'Dichtung und Wahrheit' . In dit verband zij verder ter lezing aanbevolen: Hans Werkman: 'Kroniek van meester Keuning, Spijk 1885-1902' en van Anje Rijploeg-Sietsema: 'Grepen uit het leven van het arbeidersvolk op het Groninger Hogeland, 1840-1940:

Kenmerkend voor Spijk en de noord-Groninger dorpen was de sociale gespletenheid. Iedere samenleving heeft klasse- en standsverschillen, hier was het echter op een maatschappelijke wijze verankerd, zodat boeren, arbeiders en middenstanders in menig opzicht als tussen waterdichte schotten naast elkaar leefden. Het beeld wordt wel helemaal gecompliceerd wanneer naast de opsplitsing naar sociale gelaagdheid ook de godsdienstige verschillen hun invloed doen gelden. Spijk is een dorp dat in het verleden altijd een gemeenschap is geweest met sterke innerlijke contrasten, zowel op godsdienstig als op maatschappelijk gebied. De kloof tussen boer en arbeider was zeer diep en breed, dit ondanks de vaak zelfde godsdienstige richting. Nu laat Piet Keuning in zijn boek echter ook boer Menkveld optreden, een man die open oog had voor de onchristelijke misstanden waaronder de arbeiders gebukt gingen, terwijl arbeider 'Ol Siert' op zijn sterfbed heeft vergeten dat hij in de hemel nog iets aan boer Dijkinga te zegggen had.

In Spijk vonden Afscheiding, Doleantie en Reveil ruime weerklank, zodat naast de hervormde kerk uiteindelijk de gereformeerde kerk ontstond. Dit ging uiteraard gepaard met allerlei onprettige verwikkelingen, ook in de kringen van de 'afgescheidenen'. Nadien bleven de splijtzwam en de boosheid van het menselijk hart niet voor de 'poorten' en kerkdeuren van Spijk staan. Van 1908 tot 1918 was dominee C. A. Lingbeek predikant van de hervormde kerk. Hij verliet in 1921 de CHU en richtte de Hervormde Gereformeerde Staatspartij op, een fel antiroomse partij die n.b. blijkens art. 2 van de statuten pretendeerde 'de historische, wettige openbaring van het lichaam van Christus in Nederland' te zijn. Dominee Lingbeek vertegenwoordigde de HGS van 1925 tot1937 in deTweede Kamer.

Dominee F. C. Willekes was van 193 1 tot 1939 predikant en was een fervent volgeling van dominee Lingbeek. Er deden zich in die periode weinig verheffende interne twisten in de Hervormde Gemeente van Spijk voor: CHU contra de HGS! Na de oorlog zijn de verhoudingen - godsdienstig en sociaal- door allerlei omstandigheden milder geworden. De gemoederen zijn vrijwel tot rust gekomen en de wonden geheeld, al vindt men hier en daar nog wel wat oud zeer. De stelling dat één enkele groepering door bijzondere genade, de absolute goddelijke waarheid in pacht zou hebben, kon zelfs in Spijk niet worden volgehouden. Langzamerhand is men ook hier tot het inzicht gekomen dat al die verschillen en onenigheid veelal 'treurigheid van later' is. Moge deze beelden van mensen in al hun verscheidenheid, vol van idealen en zwakheden, dan ook een symbool zijn van een gezindheid ener verdraagzame samenleving!

1 'Meester' Evert Brontsema

Opgedragen aan de nagedachtenis van 'Meester' Evert Brontsema, 21 september 1902 - 10 mei 1980; drager van de gouden eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Massau.Iid van verdienste van de KNVB.

Van 1921 tot 1967 was de heer Evert Brontsema schoolmeester te Spijk. Naast zijn onderwijzersschap heeft hij verschillende bestuursfuncties vervuld. Zo was hij vele jaren de wel meest befaamde en bijna legendarische voorzitter van de v.v. Poolster. Door hem werd de Onderlinge Voetbalbond, de OLVB, opgericht. Daarvan was hij de competitieleider. Verder was hij ook voorzitter van de ijsclub. De Stichting Sportveld Spijk kwam door zijn onvermoeid streven van de grond en hij had een groot aandeel in de totstandkoming van het voormalige sportveld aan de Alberdaweg.

Ook was hij 33 jaar lang correspondent voor het Nieuwsblad van het Noorden. Hij verzorgde daarin tevens de rubriek van het zaterdagvoetbal. Resumerend kunnen we vaststellen dat hij lange jaren de 'motor' is geweest van de voetbalsport in Spijk en verre omgeving.

De Spieksters staan er om bekend, vooral vroeger, dat zij hun dorpsgenoten van een 'bijnaam' voorzien. Meester Evert kreeg de erenaam 'Lotsy'. Kortom, meester Brontsema was een voortreffelijk en hulpvaardig onderwijzer, een man met grote organisatorische kwaliteiten en een geboren en getogen 'Spiekster' in hart en nieren!

2 't Long honderd jaar geleden

Deze foto is zeer waarschijnlijk genomen ter gelegenheid van het Kroningsfeest van 1898. We zien hier vele Spieksters in een feestelijke optocht in 't Loug. Helaas is het niet mogelijk om ook maar een van hen met name te noemen.

Links boven zien we een gedeelte van het rond 191 2 afgebroken café op de hoek van 't Loug-Hoofdweg-N. Hier woonden Jacob Norg en zijn vrouw: 'Jaap en Paiterke'. Zaterdagsavonds kwamen hier de 'Spiekster boeren en börgers' bijeen en vertelden elkaar 'dikke stukken'.

Iacob Norg moet een bijzonder iemand zijn geweest. Van hem wordt verteld dat hij kon heksen. Dr. Wumkes, de bekende predikant te Zeerijp. vertelde dat zijn overbuurman Anne Kuipers, de schoenmaker-poëet, vroeger als jonggezel in Spijk werkte. Hij was in de kost bij [acob Norg en reeds na drie dagen werd hij voor hem gewaarschuwd:

"t Krioulde vrouger ien Spiek van heksen. Sums vlogen d'r wel zeuven op ain bezemsteel over kerk hen. Der wazzen manluu dei heksen kannen, maar ook vrouwluu kannen d'r wat van. Dou Jaap Nörg nog jong was, kon e 't al. Dou is 't es gebeurd dat ter Spieksters ien Bairm op viziede wazzen. Op 'n duur wollen ze mor ais weer naar hoes tau. Goa ie ook mit?' haren ze tegen Jaap en zien wicht zegt. 'Och, wie kinnen 't nog wel doun', zee Jaap. Dou binnen dei annern maar allain weer naar Spiek gaan. Dou ze daar kwammen wer heur verteld dat Jaap en zien maid aallaank weer 't hoes waren. Ioa, dei Jaap Nörg verston wat van de lichte kunst.'

3 Acht vooraanstaande Spieksters

Bovenste rij foto's, vanaf links:

mevrouw H. M. Evers-Dijkhuizen (1904-1976). Boerin op 'Landlust' , Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, erelid van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen en ereburgeres van het dorp Spijk.

D. H. R. Harrenstein (1879-1955). Landbouwer op 'Veldzicht' , Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, burgemeester van 1921 tot 1939, lid van Gedeputeerde Staten van 1939 tot 1954.

P.S.Wiersema (1896-1958). Landbouwer op 'Lindenhorst'. burgemeester van 1939 tot 1958.

C. G. Cremer (1851-1935). Hoofd van de openbare lagere school, koster-voorzanger en organist van 1880 tot1921, Kerspelvolmacht van 1900 tot1930, penningmeester van de SpaarbankSpijkvan 1894 tot 1935.

Onderste rij foto's, vanaf links:

F. Coolman (1884-1957). Landbouwer op "Iurfkamp' , Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, voorzitterVolksonderwijs, afdeling Bierurn. raadslid en wethouder.

]. F. de Boer (1887-1918). Huisarts van 1913 tot1918.

H. W Zuidhoff (1888-1963). Huisarts van 1919 tot 1952.

]. Posterna (1845-1931). Koetsier bij dokter De Boer en ook nog enige jaren bij dokter Zuidhoff

Ringpreek

n' Domie oet 'n andere gemainte haar ien Spiek 'n ringpreek hollen, maar wis nait meer, dat e dij daar aal es eerder hollen haar.

ren konsestoriekoamer zee ain van kerkvoogden.'Dizze preek haar'n wie aal betaald, Domie. Dit was zo treken twijde druk!'

Jan Boer

4 Predikanten

Boven links: dominee Jakob de Jong, 1918 van Steenwijk; 1930 naar Scheveningen.

Midden: dominee Franciscus Cornelis Willekes, 193 1 van Oosterhaule; 1939 emeritus.

Rechts: dominee Abraham Groot, 1939 van Oudeschoot; 1945 naar Leeuwarden.

Onder: dominee Jan Visscher en zijn echtgenote, 1924 van Hijlaard; 1947 naar Zwijndrecht.

De dominee

Hij zit elke week preken maken

Die de gemeente zondags komt horen. Hij moet dopen als er wordt geboren

En in het sterfhuis een zucht gaan slaken.

Daartussen ligt een lange reeks van jaren, Waarin men tot hem zegt: u kunt mooi praten. U moet de kerk midden in het dorp laten. Daar zijn wij altijd wèl bij gevaren.

Hij moet het volk brengen onder Gods tucht. Als er geen wolkje is aan de lucht,

Spreekt hij van storm en donderbuien.

Hij brengt den vrede die in Christus is. Maar met een lach waarin iets listigs is, Denken ze: laat die klok maar luien.

Willem de Mérode

Huisbezoek

Wanneer de pastor in zijn preek

Zegt: broeders, wij zijn allen zondig! Erkent men dit terstond volmondig

En wordt van binnen even week.

Maar wee hem, als hij ergens komt

En op 't geringst gebrek durft doelen. Dat kwetst 't intiemste boers gevoelen. 'Domenie', zegt hij:"k sta verstomd! Moet ik door jou in opspraak raken? Om zo'n onnoozle vodderij!

Kijk liever eens op meesters lei.

Die heeft nog heel wat schoon te maken:

Meteen begint de vrouw te kijven, (Maar schenkt wel koffie en geeft koek)

'Staat er van jou niets in Gods boek? Ik kan bij jou niet kerken blijven:

Hij steekt de hand diep in zijn broek En rammelt even met de schijven.

Willem de Mérode

S De familie Keuning

Jan Keuning (1850-1926, foto links) was in 1875 gehuwd met Elisabeth Wormser (1850-1929). Hij was van 1885 tot 1902 hoofdonderwijzer van de in 1879 gestichte gereformeerde school te Spijk. Hij schreef onder andere een groot aantal romans. Verder was hij hoofdredacteur van het door hem opgerichte arbeidersweekblad 'De Keuvelaar', dat van 1893 tot 1924 verscheen. Keuning had een vooraanstaande positie in de A.R.partij en in 'Patrimonium'. Hij stond aan de kant van de arbeidende klasse en uitte zijn kritiek op de onchristelijke toestanden waarin deze verkeerde. Op den duur kreeg hij mede daardoor 'gedonder' met het schoolbestuur, dat wil zeggen met de 'dikke boeren'. Dezen slikten het rechtvaardigheidsgevoel van meester Keurring ten opzichte van de landarbeiders niet. Keuning daarentegen liet de school wel eens aan zijn lot over terwille van zijn literaire werk. Hij zag zich gedwongen om op 16 mei 1902 te vertrekken naar Groningen om daar zijn boterham te verdienen in de journalistiek.

Zijn zoon Pieter Keuning (1882-1962, foto rechts) was aanvankelijk ook onderwijzer. Later werd hij mederedacteur van uitgeverij Bosch en Keuning. Pieter publiceerde poëzie, literaire kritieken, kinderboeken en romans. In 1917 verscheen 'Kinderen in verstand en in boosheid', ook wel het 'Spiekster bouk' genoemd, dat als een bom insloeg in de Spijkster dorpsgemeenschap. Met dit boek, waarin hij de slechte verhoudingen tussen

boer en arbeider aan de kaak stelde, zal hij ongetwijfeld een zoete wraak hebben willen nemen op die mensen met wie zijn vader overhoop had gelegen.

Pieters broerWillem Eduard (midden) werd te Spijk geboren

op 2 september 1 887. Tot 1924 was hij ook onderwijzer. Als de dichter Willem de Mérode was hij jarenlang geestelijk leider van de protestants-christelijke literaire beweging. Als zodanig was hij baanbrekend voorman in de culturele emancipatie van het calvinistische kerkvolk. Het platteland vanwaar hij stamde en het christelijk milieu dat hem vormde, ontmoetten in De Mérode een literaire eruditie en verfijning van zeggingskracht, die pas later door zijn sombere levenservaring heen, konden worden geïncorporeerd. Pas tegen het einde van zijn korte leven is deze dichter, in wie verlangen en tucht, mystiek en aardsgezindheid met elkaar botsen, erkend als een van de belangrijkste figuren van zijn generatie. Hij overleed op 22 mei 1939 te Eerbeek. In 1982 verscheen het boek 'Kroniek van meester Keuning', in 1983 de biografie 'De wereld van Willem de Mérode' en in 1991 'De Mérode en de jongens'. Deze voortreffelijke werken zijn van de hand van Hans Werkman. In 1987 bezorgde hij ten slotte de uitgave van 'Willem de Mérode - verzamelde gedichten' .

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek