Kent u ze nog... de Spieksters

Kent u ze nog... de Spieksters

Auteur
:   Jakob B. Bronsema
Gemeente
:  
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1348-9
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Spieksters'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

De mysticus

Handelingen 1 7: 2 8 Hij docht: hoe vind ik God, waar is de Heer? Daalt Hij tot mij, of vaar ik op ten hemel?

Vlok voor hem was her bloeiende gewemel

Van trillend gras, gelijk een bloedrood meer.

Er ging geen wind, moor elke hohn bewoog Van zaligheid zo schoon en rijk te bloeien. Het was geluk; hij zag het purperen gloeien Van 't hele leven, dat hen baarde en boog.

En hij begreep: het leven stroomt uit God,

Die stuwt het door zijn scheps'len te aller konten, En tot Hem keert het goddelijk gewante.

Hij is 'r begin en einde van hun lot.

En hij verbleekte, want de cirkel sloot. Rondom en in hem, overal is hemel

Waar God is ... en Die stelde in 't grosgewemel Hem als een halm vol leven en vol dood.

Willem de Mérode

?. l Vnjdag 7 April 1893.

DE KEUVELA.A.B.

w ~~~lk D W(Q)cg~ mtEi~ W~~~.

Abonnementsprijs per 3 maanden franco per post f 0.40.

-o--a:eaz c

BERICHT.

BES TEL LI N GEN AAN DEN UITGEVER H. KEU N I N G te Spijk (Gron.)

6 Openbare lagere school- 1894

1 Job Smit, 2 meester Cremer, 3 Dient je Cremer, 4 Mart je Kimm, 5 Ida Bronserna, 6 [anna Bronserna, 7 Trientje Bronserna, 8 zoon van dokter Burghgraaf, 9 en 10 zonen van veldwachter H.L.Les, 11 Sietje Smit Ldr., 12 Klaas F. de Haan, 13 Berend J. Bronserna (1890-1978) en 14 Klaas de Haan.

Pieter Coenraads, schoolmeester-koster van 1759 tot 1795.

Tot aan het einde van de 1 ge eeuw bestond in Groningen en Ommelanden het collatierecht. Dit hield in dat zowel de predikant als de schoolmeester-koster door de landadel werd benoemd. Ten tijde van het predikantschap van dominee Jacobus Venhuizen werd als opvolger van de overleden Nittert Ians, op 4 januari 1759 door vrouwe A. M. Hora douairière Alberda van Ekenstein, 'Prirnaria collatrix', Pieter Coenraads benoemd als schoolmeester-koster.

In 1763 ontstond een conflict tussen meester Coenraads en de kerkvoogdij. Aanleiding was de bouwvalligheid van de kosterij. Er werd wel heel wat geld besteed aan het onderhoud van de pastorie, maar de bouwvalligheid van de kosterij werd steeds erger. In 1768 was de toestand zo onhoudbaar geworden, dat meester Coenraads ten einde raad zijn beklag deed bij de hooggeboren vrouwe van wie hij zijn aanstelling had ontvangen. Na veel gedelibereer en geruzie werd de zaak uiteindelijk voor de rechter gebracht. Pas in 1 770 werd de schoolmeester in het gelijk gesteld. Vrouwe Hora-Alberda administreerde deze periode

zelf de pastorie- en kosterij zaken. Meester Coenraads, wiens geboortejaar op circa 1730 is te stellen, overleed in 1795. Zijn tegenspeler dominee Venhuizen, predikant van 1 735 tot 1 788, heeft nog 18 jaar na het conflict met de schoolmeester moeten samenwerken. Mogelijk niet altijd eensgezind, maar wellicht toch wel verdraagzamer.

Meester Coenraads onderwees de Spijkster jeugd nog 25 jaar, zo men wil 'in alle gottsalicheit ende goede manieren' en zoals in zijn aanstelling stond 'tot Stigtinge der Gemeente en voortzetting van Deugd en Godvrugt'.

Het geruchtmakende proces tussen kerkenraad/predikant enerzijds en de collatnee/ schoolmeester anderzijds werd in 1769 uitgegeven door de advocaat Jan Arnold Engelhard. [ur, Utr. Doet.

7 Openbare lagere school- 1905

Bovenste rij, van links naar rechts: meester Venhuis, Aaltje Uilhoorn, Wolter Bos, ?, Johannes Uilhoorn, Gezien Lenting, ?, Folgert Cremer en meester Cremer.

Tweede rij: Bertus Poort, IJsbrand Noordhuis, ? Pijper, Mart je Pijper, Ludina Ham, Harrn Noordhuis, Albert Huisman, Piet Bos en juffrouw Cremer.

Derde rij: Piet Noordhuis, Ko Mederna, RoelfBos, Sebe Meenken, Hendrik Kimm, ?, S. Bos, D. Kimm en ? Pijper.

Zittend: Sieuwko Bos en Kornelis Poort.

De vroegere schoolmeester-kosters waren over het algemeen niet erg in tel. In 'Ollipodrigo', dit is 't malle kostersboekje, plm. 1698, wordt van een groot aantal kosters enkel medegedeeld dat ze mal zijn, omdat het vanzelf spreekt dát ze mal zijn. Ze zijn immers koster.

Spijk

Wat dunkt u Meester Jan van zulke gauwe bazen

Als ik u heb verhaald? zyn 't vvyzen of zyn 't dwazen? Gy zwygt na dat ik hoor en denkt wat zal ik doen Wy schuilen al te zaam dog onder een Caproen*

'r Is waar a! Meester Jan men haard u vry te laten Maar ik hoor nu en dan van d' een en d' ander praten

Dat gy almede zyt ge1yk wy olleqocr

daar is geen twyffe1 an en daar me ben ik klaar

Dit zeg ik ront en klaar 'k zal voor geen mensche vrezen Gy bent gy moet en Mane Koster wezen

Myn lieve Zotte-bol myn goede slegte** Man

Hier is geen Koster vry gy moeter mede an;

Meend gy zo vry te zyn? neen dat zal niet gelyken Want gy in Mal1igheid voor niemant hoeft te wyken Kom Broer lang my de hand gy zyt al me van 't slag Die men hier op 't Toneel met eren stellen mag.

* Wij hebben allemaal dezelfde zotskap op. ** Eenvoudig.

'Köster' wordt ook thans nog wel in ongunstige betekenis gebruikt. De ouderen zeggen: 'Honderd kósters, neegntneegteg gek'n,' De kinderen in Spijk hadden het scheldversje:

Köster, köster, niknek Gèft mie wat op ribzak. Köster, köster, niknak,

Geeft mie wat rnit haandplak, Geef mie nog mor meer!

Dust mie toch nait zeer.

8 Openbare lagere school- 1905

Bovenste rij, van links naar rechts: juffrouw Cremer, Barteld Bos, Trijntje Lenting, Henderikus Busz, Hendrikje Uilhoorn, Aäron Nieweg, meester Cremer en meester Venhuizen.

Tweede rij: Hendrikje Stoppels, Menje Bos, Grietje Bronsema, Sienie Nieweg, Trijntje van Dijken, Jan Mulder, Netta Heuker en Paul Mulder.

Derde rij: Wiebrand Medema, Aaltje Stoppels, Lambertus Busz, Aanje Busz, Klaaske van Dijken, Willem Stoppels, Benjamin Nieweg, Grietje Medema en Tine Mulder.

Liggend: Sebe ReinderVoorthuis en Nanko Medema.

Spiekster boet'n dieks

As ik hier woonde wol ik naargns aans van weiten as blonde koepen dij van hier naar gunder vlaigen op witte mailen dij op wiend en weeter waigen

en nuit veur niks surns 'Spiekster hounder' haiten;

as ik hier woonde wol ik naargns meer van heuren as 't laid dat over kwelder lopt te neulen,

dat zing - zang deur de prielen en de geulen

om schulpen tau ien allerhande kleuren;

0, wiend en wouter dij hier aiwig jaagen,

joen wénst naar roemte achter diek oetkloagen, laat 't boerenvolk toch rustig bie heur waark ...

gier deur dij polders, jaag langs wilde luchten o wcddenduvel, gunder most doe zuchten

doer boeten diek, dij as dit volk is: ... staark!!!

'n Daam, feberwoari 1968 Renko Sipkes

9 Gereformeerde school

In 1879 nam de gereformeerde kerkenraad het besluit tot het stichten van een christelijke school. In de stichtingscommissie hadden zitting de heren U. Ubbens, A. Doornbos en J. Wiersema. Het eerste schoolhoofd was de heer Evers. Deze werd in 1885 opgevolgd door de bekend geworden hoofdonderwijzer Jan Keuning.

De foto dateert van 1 augustus 1907. Tweede rij, van links naar rechts: 1 meester J. Wijngaarden (1907 -1919),3 Matthéus PastoorWzn., 8 juffrouw Louters en 9 meester AndriesWierenga. Andries Wierenga was een kleinzoon van 'alle Siert' (18151905) uit het ontroerende verhaal 'alle Siert zien hoeske' in het boek 'Kinderen in verstand en in boosheid'.

'alle Siert' was een rustige en kalme man, die niettegenstaande zijn eenvoudige afkomst respect afdwong. Hij had zelfs wel omgang met de 'dikke' boeren.

Kleinzoon SiertWierenga (1889-1968), hoofd van de christelijke nationale school te Wolfheze getuigt van hem: 'Opa alle Siert was een bidder voor zijn land, volk en zijn geslacht en daar profiteren wij nog elke dag van.'

Bovengenoemde Andries Wierenga (1884-1954) was vier jaar onderwijzer aan de gereformeerde school, waar hij zich liet kennen als 'een man met een gevestigde overtuiging, die uit beginsel het christelijk onderwijs dient'. In 1917 werd hij inspecteur van de BOAZ-bank te Utrecht. Samen met zijn broer Heino behaalde hij in 1921 de akte van bekwaamheid voor Ma boekhouden. In hetzelfde jaar begonnen ze een accountantskantoor in Utrecht en Assen. Hij was ook leraar handelswetenschappen in Zeist en Hilversum. Verder onder andere penningmeester van de Nederlandse Unie van Accountants en van de vereniging 'De Gereformeerde School', ouderling in de gereformeerde kerk en commissaris van Uitgeverij Bosch en Keuning.

10 Openbare lagere school- 1911

Bovenste rij, van links naar rechts: Jantje Uilhoorn, Wiene Dijkhuizen, Lien Uilhoorn, Pieterke Dijkerna. Etje Riepma en meester Cremer.

Tweede rij: Mart je Kimm, Grietje Kimm, T. Kimm, Grietje Dijkerna, Hilje Uilhoorn, Betje Uilhoorn, Meintje Werkman, Simon Werkman en juffrouw Cremer.

Derde rij: Frouwke Riepma, Dieuwer Bos, Rika Werkman, Aaltje Bos, [anske Uilhoorn en Klaas Uilhoorn.

Vierde rij: Jan Kimm, Maarten Kimm, Klaas Riepma, Willem Riepma en RoelfDijkhuizen.

Zunde

Kneels was nour kerk west en dou hoi thoes kwam, mos hoi vrouw omstmldig verslag doun van Domie zien preek.

'Woar het Domie 't over had?'vroug ze.

'Joa: zee Kneels, 'wocr het e 'r wel nait over had? Hoi het haiJe wereld bie kop had: ']00, moor woar ging 't den ainJieks om?Wat was zien hoofdthemoa?'

'Hoi haar 't moor aal over de zunde, zee Kneek

'Nou en wat zee Domie dourvan?'

'Hoi von 't nait goud, zee e',

Jan Boer

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek