Kent u ze nog... de Tielenaren

Kent u ze nog... de Tielenaren

Auteur
:   N.M.F. Lathouwers en J.P. H. van Zoelen
Gemeente
:   Tiel
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4364-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Tielenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

INLEIDING

Het oude Tiel, zoals dat in onze herinnering voortleeft, bestaat niet meer. Het beeld van het oude stadje aan de Waal werd in de eerste vier maanden van 1945 drastisch veranderd, doordat als gevolg van de dagelijkse beschietingen met fosforgranaten de binnenstad nagenoeg geheel werd verwoest. Maar de tijd heelt aile wonden. Het water van de rivier stroomt nog altijd langs Tiel, al is de kwaliteit van dat water door de industrialisatie zodanig verslechterd dat het steeds grotere gevaren inhoudt voor de mens. En toch is het nog maar vijftig jaar geleden dat we na een partijtje voetbal op de .Kaai" bij warm weer het water uit de Waal dronken tegen aile waarschuwingen in, zonder daar ooit nadelige gevolgen van te ondervinden.

Dit boek laat u geen oude gebouwen zien. Het album heeft be trekking op een groot aantal Tielenaren uit de jaren 1880 tot 1940, mensen uit onze jeugd. De tekst naast de foto's bevat veel feitenmateriaal betreffende instellingen, verenigingen, bedrijven en particulieren met vermelding van de namen van meer dan twaalfhonderd inwoners uit die tijd. Bij het doorlezen van de tekst en het bekijken van de foto's zullen vele oude Tielenaren een aantal van hen, misschien met een vleugje nostalgie, herkennen.

Uiteraard pretenderen wij niet met de samenstelling van dit boekje een compleet beeld te geven van de vroegere Tielse samenleving. Dat zou trouwens in een boekje met achtenzeventig foto's voorzien van tekst onmogelijk zijn, Maar tijdens onze naspeuringen kwamen wij tot de conclusie dat in 1945 vele foto's en particuliere aantekeningen verloren zijn gegaan. Dit feit stimuleerde ons om datgene wat nog aanwezig is voor de toekomst te bewaren. De foto's werden tijdelijk afgestaan door de Oudheidkamer, het streekarchief, verenigingen en particulieren. Opvallend was daarbij de sympathieke medewerking van alle kanten, waaraan het te danken is dat wij ons initiatief konden realiseren. De feitelijke gegevens werden ontleend aan jubileumboekjes, geschriftjes, oude kranten, knipselboeken en archieven van plaatselijke instellingen en verenigingen. In een enkel geval werd het boekje "Tiel omstreeks 1900" van G.J. Peters geraadpleegd. De identificatie van de personen op de foto's bleek soms moeilijk, maar tijdens een aantal interviews met oude inwoners van de Tielse gemeenschap, gelukte het vele namen te achterhalen. Slechts in een paar gevallen moesten wij tot onze spijt .xmbekend" vermelden.

Niettegenstaande de verificatie van alle gegevens, blijft uiteraard een enkele onjuistheid mogelijk. Daarom houden wij ons voor serieuze op- en aanmerkingen met betrekking tot de juistheid van de namen aanbevolen. Wij stellen er prijs op onze hartelijke dank uit te spreken aan het adres van diegenen die ons op de een of andere wijze hebben geholpen door foto's beschikbaar te stellen, door het verstrekken van informaties en bij de identificatie van personen. Wij hopen dat u bij het bekijken van de foto's en bij het lezen veel genoegen zult beleven van dit Tielse familiealbum.

1. Op 1 januari 1937 werd N.F. Cambier van Nooten tot burgemeester benoemd, a1s opvo1ger van burgemeester mr. C.G. Schattenkerk. Meer dan twintig jaar heeft hij onder vaak moeilijke omstandigheden leiding gegeven aan de gemeente Tiel, Bij de aanvang van zijn taak was de Waalstad een noodlijdende gemeente met honderden werklozen. In 1937 aanvaardde het gemeentebestuur in dank de schenking van het kantoorgebouw van de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering. Het gebouw werd bestemd als gemeentehuis. Door deze meevaller kreeg de gemeentesecretarie een betere huisvesting, terwijl het oude stadhuis in de Vleesstraat voor andere doe1einden werd bestemd. Enige jaren na de ambtsaanvaarding van de heer Cambier van Nooten werd ons land bezet door de Duitse troepen. Een paar dagen na de inval moest de Tielse bevolking reeds evacueren en deze tragedie herhaa1de zich in januari 1945, toen de aanhoudende beschietingen het voorspel inluidden van de totale verwoesting van de binnenstad. In september 1944 werden de bernoeienissen van de bezetter zo groot dat de burgemeester het besluit nam onder te duiken, Hij werd met zijn gezin door een Betuwse familie opgenomen. Op 8 mei 1945 verscheen hij, vergeze1d van zijn echtgenote, bij de .Hamsebrug" om de verwoeste stad te betreden en het bestuur weer op zich te nemen. Vastgesteld kan worden dat de heer Cambier van Nooten veel heeft gedaan voor de herbouw van Tiel. Hij heeft de zaken resoluut aangepakt, eerst met het Militair Gezag en later met de gemeenteraad. De officiele opening van het Amsterdam-Rijnkanaal, op 21 mei 1952, betekende een hoogtijdag voor Tiel en voor de burgemeester, want door het feit dat het industriegebied aan open water kwam te liggen, kreeg de Waalstad grotere mogelijkheden. De vestiging van de v1akglasfabriek "De Maas" vormde een voortreffelijke afsluiting van zijn onvermoeibare pogingen de industrialisatie te bevorderen. Het staat vast dat de oorlog en de herbouw van Tiel vee1 van zijn krachten hebben gevraagd.

Mevrouw M.W. Cambier van Nooten-van der Hardt Aberson, zijn echtgenote, heeft in haar vele functies een belangrijke bijdrage geleverd aan het Tielse verenigingsleven. Wij denken hier onder andere aan de vele activiteiten van de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers, waarvan zij presidente was. Een groep die ook nu nog steeds belangrijk werk verricht in de bejaardensector. Op 30 maart 1957 nam burgemeester Cambier van Nooten afscheid van de Tielse bevolking in cafe-restaurant "De Beurs". Bij deze gelegenheid ontving hij vele geschenken. Maar bovenal bleek dat hij werd gewaardeerd als de burgervader, die het weI en wee van ziin burgers, vaak ook op het persoonlijke terrein, zeer ter harte ging.

2. Het plan tot wijziging van de gemeentegrenzen om Tiel de gewenste uitbreidingsmogelijkheden te verschaffen, vormde reeds in 1920 een probleem dat de gemoederen in de naburige gemeenten danig in beroering bracht. Maar aIle protesten ten spijt werden de pogingen om de beoogde expansie te realiseren voortgezet. Toch duurde het nog tot 1947 eer de procedure tot grenswijziging kon worden aangevangen, waama in februari 1948 het voorstel van Gedeputeerde Staten kwam. De wet tot wijziging van de gemeentegrenzen verscheen in 1956 in het Staatsblad, hetgeen voor de stad Tiel de oplossing van het vraagstuk betekende. In grote lijnen omvatte de annexatie de gemeente Drumpt en enkele eorrecties van de grenzen met de naburige gemeenten. In datzelfde jaar, namelijk op 21 maart 1956, was de nieuwe gemeenteraad gekozen, die op 2 juli werd geihstalleerd. De raad bestond uit acht leden van de P.v.d.A., vijf van de K.V.P., twee van de V.V.D. en twee van de P.C.P. Bij het afseheid van burgemeester N.F. Cambier van Nooten in 1957 had de raad dezelfde samenstelling, waarvan nevenstaande foto werd gemaakt. We zien zittend van links naar reehts: mevrouw C. Bergaeker-van Ooijen, wethouder W.E.H. in den Bosch, wethouder S. van Uitert, burgemeester N.F. Cambier van Nooten, seeretaris mr. W.H.C. Derksema, J.A. van Hattem en mevrouw A.H. van Versendaal-Hol. Staande: bode Van Mourik, bode P.A. de Jong, G.C. van Meegdenburg, H. Berkvens, mevrouw J.E. de Leeuw-Steenman, W. Wildemans, K.Th. Wielders, mr. H.W.M. Daalderop, W. Rust, mr. W. Briet, M.Th.J. Jansen, l.W. v.d. Kant, W. Abbink, A. van der Heijden, J. Sehreuders en bode P. Hevel.

3. Het oude stadhuis in de Vleesstraat heeft slechts tot 1937 als zodanig dienst gedaan. Het bood onvoldoende ruimte om het personeel onder te brengen en het was een gelukkige omstandigheid dat het kantoor van de Nederlandse Maatschappij van Brandverzekering beschikbaar kwam om als gemeentehuis in gebruik te worden genomen. In 1903 waren op het oude stadhuis werkzaam: gemeentesecretaris mr. W.J.J. Besier, commies ter secretarie P.A. Keller, commies J.Ph. Vis en klerk H.J. van Gessel. Als boden, tevens marktmeesters, waren aangesteld de heren H. Weijenberg en B. den Daas. A1s gemeenteontvanger was de heer J.G. Ernste in dienst. In 1932 werd bij het afscheid van de toenmalige gerneentesecretaris, de heer E.A. Daniels, nevenstaande foto gemaakt. We zien het voltallige personeel. Zittend van links naar rechts: J. Kooijman, J.H. Heier, S. Visser, L.H.M. Vos en G. Welling. Staande van links naar rechts: bode B. den Daas, L. Vis, J.J. van der Brugge, mejuffrouw N. van der Wal, mejuffrouw G. Ernste en de heren H.A. Boon, L. van Arkel en bode P.A. de Jong.

We kunnen ons nu moeilijk meer voorstellen dat op de gemeentehuizen in ons land volontairs in dienst waren, die in sommige gevallen drie a vier jaar op een vaste aanstelling moesten wachten. Niet alleen kregen zij geen salaris, maar om in het bezit van de vereiste diploma's te komen moesten zij f 250,- a f 300, - per jaar betalen voor de lessen die door diverse ambtenaren werden gegeven. Oak in dit opzicht is er gelukkig veel ten goede veranderd. Uiteraard zijn de administratieve werkzaamheden vooral na de oorlog zeer toegenomen. Bij de samenstelling van dit album bedroeg de personeelssterkte zestig personen.

4. Bij welke gelegenheid deze foto werd gemaakt, bleek niet meer te achterhalen. Maar we konden niet voorbijgaan aan het feit dat Tiel in het laatst van de negentiende eeuw nog de beschikking had over een schutterij. Ret was een plaatselijk korps dat was samengesteld uit burgers die in de wapenhandel waren geoefend. In geval van oorlog was de verdediging van de stad mede opgedragen aan de schutterij, die bovendien belast was met de wacht en de handhaving van de openbare orde. Onderscheid dient te worden gemaakt tussen de dienstdoende en de rustende schutterij. De dienstdoende oefende een dag per week op het oefenterrein dat laatstelijk gelegen was aan de Oude Tielseweg, nabij het inundatiekanaal. De rustende schutterij kon alleen in geval van oorlog worden opgeroepen. In 1887 was de heer J.C.J.D. van Wessem commandant van de Tielse schutterij. Tot 1901 maakte zij deel uit van de militaire organisatie en bestond zij uit mannelijke ingezetenen tussen 25 en 35 jaar, die niet door de wet waren vrijgesteld. In 1842 werd door de commandant van de schutterij, majoor J. van Lidth de Jeude, het schutterij-muziekkorps opgericht, dat tot 1895 haar diensten zou bewijzen bij openbare festiviteiten. Dit muziekkorps was de voorloper van het hedendaagse "Tiels Stedelijk Muziekcorps". Ret voortbestaan kwam ten slotte in een benarde situatie, toen de algemene persoonlijke dienstplicht werd ingevoerd. Als gevolg daarvan bleek het niet langer mogelijk de schutterij op voldoende sterkte te houden, terwijl daarnaast ook de geringere geoefendheid een beletsel was voor de voortzetting. De schutterij werd in 1907 opgeheven en op 1 augustus van dat jaar werd het vaandel op het gemeentehuis overgedragen aan het gemeentebestuur en in ontvangst genomen door waarnemend burgemeester C.C. van Lidth de Jeude, die zelf lange tijd deel had uitgemaakt van de schutterij. De schuttersgilden, die naar wordt aangenomen in de veertiende eeuw zijn ontstaan, behoorden hiermede definitief tot de geschiedenis.

S. Het bureau van politie was vroeger gevestigd Hoogeinde 21, op de plaats waar na de tweede wereldoorlog het postkantoor is verrezen, Nadat de bevolking van Tiel in januari 1945 was geevacueerd, werden de beschietingen vanuit het land van Maas en Waal van dag tot dag intensiever. Vooral toen de binnenstad met brisantgranaten werd bestookt, gingen de meeste panden in dat gedeelte verloren en ook het politiebureau werd toen volle dig verwoest. Ornstreeks 1920 bestond het politiekorps uit 21 personen: politiecommissaris M. van Fenema, een inspecteur, een rechercheur, drie hoofdagenten en vijftien agenten, In die tijd werd er dag en nacht in drie ploegen gesurveilleerd. Aanvankelijk maakte een agent zijn ronde aileen, maar later yond de surveillance uit veiligheidsoverwegingen door twee man plaats. In de binnenstad werd de straatdienst lopend gedaan; in de buitenwijken maakten de agenten later gebruik van een rijwiel. Juist door die geregelde dienst op straat had de politie een goed contact met de bevolking en kreeg zij doorgaans veel informatie. Op normale werkdagen deden de drie ploegen van zes man dienst van 7 tot 14 uur, van 14 tot 22 uur en van 22 uur tot 7 uur. De activiteit van de politie werd wellicht nog gestimuleerd door het feit dat de Ieden van de rechterlijke macht in Tiel of in de naaste omgeving woonden. Imrners, wanneer bij een relletje de politie niet snel genoeg ter plaatse was, behoorde het tot de mogelijkheden dat de agenten die in de buurt dienst hadden gehad, op het matje werden geroepen. In die tijd kregen de agenten eenmaal per week gymnastieklessen, eerst onder toezicht van de heer W. van der Steeg en later onder leiding van de heer K. Kraak, die ook lessen in worstelen en boksen gaf. De schietoefeningen vonden plaats onder leiding van de heer D.J.K.W. Overeem, inspecteur van politie, In de zomer stond wekelijks verplicht zwemmen op het programma in het zwembad dat in de Tielse haven was gelegen,

Op nevenstaande foto, die omstreeks 1922 werd gemaakt, zien we van links naar rechts afgebeeld de heren: E. Verweij, J.G.H. Hermens (hoofdagent/chef van dienst), De Bruin, A. de Kruijff, H. van MarIe (aan de telefoon) en G. Rikken (agent eerste klasse),

Na de oorlog werd het politiebureau tijdelijk ondergebracht in het gebouw van de rijks h.b.s, en daarna in de Gasthuisstraat, Het nieuwe bureau is tegenwoordig gevestigd aan de Grote Brugse Grintweg lA.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek