Kent u ze nog... de Tielenaren

Kent u ze nog... de Tielenaren

Auteur
:   N.M.F. Lathouwers en J.P. H. van Zoelen
Gemeente
:   Tiel
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4364-6
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Tielenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

21. Jonkheer P.A. Reuchlin stichtte in 1833 de N.Y. Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering te Tiel. Het eerste kantoor werd gevestigd in het historische Ambtmanshuis, maar op den duur bleek de ruimte te klein, zodat een moderner gebouw in de Ambtmanstraat werd betrokken. Om het initiatief te stimuleren toonde koning Willem I zijn belangstelling door deel te nemen in het aandelenkapitaal. Als eerste directeur trad jonkheer P.A. Reuchlin op. Achtereenvolgens hadden in het bestuur zitting: mr. M. Tydeman, mr. A. van Wessem, mr. N.J. van Luttervelt, jonkheer J.J.D.P. Reuchlin, mr. P.H.A. Tydeman, mr. H. van Wessem, mr. J. Blom, jonkheer P.A. Reuchlin en mr. H.K. Roessingh. Van de aanvang af genoot de maatschappij het vertrouwen van de verzekerden en zij werd beschouwd als een der krachtigste brandverzekeringsmaatschappijen van het land. Hoewel " de Brandverzekering" , zoals zij in de volksmond werd genoemd, zich bijzonder gunstig ontwikkelde, leed zij toch een groot verlies in 1862 als gevolg van de grote brand in Enschede, waarbij een groot aantal panden werd verwoest. In dat jaar bedroeg het schade percentage honderd vijfentachtig procent en de maatschappij moest in dat jaar een bedrag van f 432.477,08 aan brand schade uitbetalen. Maar het verlies kon worden vergoed uit de ontvangen premies en uit een gedeelte van de reserves. In 1933 werd het honderjarig bestaan op eenvoudige wijze herdacht. De toenmalige directie bestond uit jonkheer P.A. Reuchlin, mr, H.K. Roessingh met de adjunctdirecteuren jonkheer mr. J.J.D.P. Reuchlin en mr. P.H.A. Dresselhuys. In het jubileumjaar leidde de crisis tot een verlies, maar de reserves behoefden niet te worden aangesproken. Toch was dit feit aanleiding voor de onderhandelingen met de Algemene Brandwaarborg Maatschappij te Utrecht, waaruit op 7 december 1935 een fusie resulteerde. Bij die gelegenheid werd besloten de zetel van de nieuwe maatschappij, de "TIEL·UTRECHT" , in Utrecht te vestigen. Bij het vertrek uit Tiel werd het kantoorgebouw in de Ambtmanstraat aan de gemeente Tiel geschonken, die het dankbaar aanvaardde en het als stadhuis in gebruik nam. Voor het laatst werd op 7 mei 1936 nevenstaande foto voor de ingang van het kantoor door de heer H. Scholtus genomen. U ziet van links naar reehts de heren: A. de Heus, J. van den Heuvel, R. de Jong, M. Brouwer, J.M. Waltman, T. de Blank, E. van den Berg en A.L. Aalders.

22. Door overname van het koperfabriekje van de firma Pas stichtte de heer Johannes Nico1aas Daalderop in 1880 zijn eenmanszaak in de Waterstraat, waar hij zich ging toe1eggen op de vervaardiging van koperen huishoudelijke artike1en. AI vrij spoedig daarna werd ook de fabric age van tinnen voorwerpen ter hand genomen. In 1889 werd het bedrijf verp1aatst naar de Binnenhoek, waar ook thans het hoofdbedrijf nog is gevestigd. Door aankoop van de be1endende terreinen konden de uitbreidingen in de loop der jaren worden gerealiseerd. In 1901 over1eed op zeventigjarige 1eeftijd de stichter van het bedrijf, die werd opgevo1gd door zijn zoon, de heer N.J. Daalderop. Ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan werd in 1905 het predikaat "koninklijke" verleend, waarbij de naam van het bedrijf werd gewijzigd in "Firma J.N. Daalderop en Zonen, Koninklijke Metaalwarenfabriek". In 1917 werd de vennootschap onder firma omgezet in een naamloze vennootschap: "Naamloze Vennootschap Koninklijke Metaalwarenfabrieken voorheen J.N. Daalderop en Zonen", Tot directeuren werden toen benoemd:

J.W. Daa1derop, W.J. Daalderop en J.N.J. Daalderop. (In 1909 was de heer N.J. Daa1derop om gezondheidsredenen uitgetreden.) I januari 1923 nam de heer J.W. Daalderop onts1ag en hij werd als hoofddirecteur opgevo1gd door de heer J.N.J. Daalderop. In 1924 werd de heer J.J. Daalderop in de directie opgenomen; hij werd op 24 december 1944 door de Duitsers als gijzelaar gefusilleerd. In 1929 trad de heer W.J. Daalderop af als directeur. Hij werd in 1931 opgevo1gd door zijn zoon, de heer W.H.J.D. Daalderop. In 1945 vo1gde de benoeming tot directeur van de heer N.P.J .M. Daalderop, die later zijn vader, J.N.J. Daalderop, als hoofddirecteur zou opvo1gen. Het bedrijf heeft zich met het leveren van kwaliteitsprodukten zowel in binnen- als buitenland een uitstekende naam verworven. Nadat in de jaren rond de eeuwwisseling olie- en gas1ampen werden vervaardigd, werd na 1917 overgeschake1d op e1ektrische verlichtingsornamenten en -armaturen. In de jaren dertig werd een aanvang gemaakt met de fabricage van elektrische heetwaterreservoirs en van elektrische kook- en verwarrningsapparaten. Het kleine bedrijf van weleer is in ruim negentig jaar gegroeid tot een modern metaalverwerkend bedrijf, dat circa 900 mensen in dienst heeft. In 1930 werd het gouden bestaansfeest gevierd. Bij die ge1egenheid werd, namens het personeel, een klok voor de toren aangeboden, die de naam "Francisca" kreeg.

Op de foto hiernaast zien we het feestcornite. Zittend van links naar rechts de heren: P. van Os, J. Hoobroekx, W. Hoomeman, R. Vallinga, W. Gelens, J.e. van Wijnen en K. Wiessell. Staande de heren: R. Koedam, ? Koopmans, J. Spee, P. Schoots, B. Emans, Th. Vallinga, ? Vermeer, M. Huizinga, J. van de Eertwegh, M. Heijmans, G. van IJzendoorn, ? Ulrich, R. van Dijk, ? van Lienden, J.H. Peper, J. van Hattem en? Zondag.

23. In het begin van de twintigste eeuw speelde het paard in het algemeen een rol van betekenis. De welgestelde burgers beschikten in vele gevallen over paard en rijtuig om bezoeken mee af te leggen. De stalhouders hielden luxe paarden, die werden gebruikt voor de koetsjes en rijtuigen bij huwelijken en begrafenissen. Werkpaarden, die voor sleperswagens en als trekdier voor ploeg en eg werden gebruikt, kregen in bepaalde gevallen geen zachtzinnige behandeling. Van Gend en Loos, de vrachtboden en de plaatselijke vrachtrijders maakten van werkpaarden gebruik. Hotel Corbelijn had een eigen hotelbus met paardetractie, die ten behoeve van de gasten een dienst onderhield naar en van het station. Later konden ook particulieren daar gebruik van maken. Het beslaan van de paarden, dus de hoeven voorzien van nieuwe hoefijzers, gebeurde door de smid. In de winter, wanneer de wegen glad waren, kreeg hij veel werk, want dan moesten de paarden met gescherpte ijzers worden beslagen. Het vak van hoefsmid vereiste en vereist nog steeds speciale vakkennis, die in vele gevallen van vader op zoon overging. Maar later kwamen er gediplomeerde hoefsmeden, die hun opleiding hadden verkregen aan de smederij die bij de veeartsenijschool behoorde ( na 1925 veeartsenijkundige faculteit) te Utrecht. In de jaren twintig was er in Tiel een aantal gediplomeerde hoefsmeden. Onder anderen waren dat: J.J. van Ewijk en Zn. aan het Plein, M.H. Kocken aan de Veemarkt, W.H. Oostendorp in de Waterstraat en N. Rijnders aan de Stationsstraat. De opleiding tot hoefsrnid bestaat nog steeds. Niet ontkend kan worden dat met de toename van de auto's en vrachtauto's het paard als trekdier vrijwel overal verdween. Maar na de oorlog kwam het paardrijden als nieuwe vorm van recreatie zeer in trek, waardoor paarden en pony's opnieuw de aandacht krijgen. Dat impliceert dat er opnieuw mensen nodig zijn met vakkennis om de dieren op deskundige wijze te kunnen beslaan. Hiemaast een foto uit de jaren twintig. U ziet links Herman van Ewijk bezig een paard te beslaan. Rechts een klant en de heer J.J. van Ewijk sr. De smederij is nu in het bezit van de heer J .A. Lamers en nog altijd gevestigd aan het Plein.

24. Met een vijftienpersoons T-Ford startte de heer M. Verhoeks op 23 december 1923 een busdienst in de Bommelerwaard. Na enkele jaren groeide een netwerk van diensten met Tiel als centrum. Zonder twijfel heeft de latere eigenaar van de "Eerste Tielse Autobus Onderneming" in zijn zakelijke leven veel ups and downs gekend. Zo ondervond hij in 1929 een ernstige tegenslag doordat zijn concessie werd ingetrokken. Toch bleefhij autobusbestuurder en enige tijd later reed hij op de A.T.O.-bussen in de Betuwe, eerst met standplaats Geldermalsen, later standplaats Tiel. De A.T.O. had met de diensten echter geen succes en daarom werd besloten de lijnen van Tiel over Buren naar Culemborg en Geldermalsen als onrendabel op te heffen. In 1934 nam de heer Verhoeks deze lijnen van de A.T.O. over, maar een andere ondememer betwistte hem deze concessie omdat deze 1aatste naar zijn mening .Justorische rechten" had. Wederom moest de heer Verhoeks een slag incasseren en de lijnen afstaan, Maar ook de nieuwe concessiehouder kon het zakelijk niet bolwerken en daarom nam de heer Verhoeks een jaar later deze lijnen weer van hem over. In 1936 reden de geel-rode bussen weer naar Culemborg en Geldermalsen, maar nu onder de naam E.T.A.O. Bij de inval van de Duitse troepen in 1940 beschikte de onderneming over vijf bussen. Helaas legde de bezetter beslag op de voor die tijd prachtig ingerichte touringcar voordat deze door de heer Verhoeks in gebruik kon worden genomen. De E.T.A.O. heeft tijdens de oorlog alles gedaan om de busdiensten zo goed rnogelijk te onderhouden. Bussen met aanhangers, voorzien van persgascylinders op het dak of onder de vloer, deden dienst. Na de oorlog beschikte de ondememing nog slechts over een bus, maar niettegenstaande deze handicap werd op 24 oktober 1945 de dienst op Culemborg met drie ritten per dag hervat. In de jaren zestig werden de belangen van de Betuwse busondernemingen geconcentreerd. Er vond een fusie plaats tussen de E.T.A.O., Velox en Van Ballegooijen. De nieuwe onderneming, de "Betuwse Streekvervoer Maatschappij", werd later ondergebracht in de .Zuld-Ooster Busdiensten N.V.". Het districtskantoor is nu gevestigd aan de Echteldsedijk. Het hoofdkantoor zetelt in Gennep. Het portret hiernaast is van recente datum. U ziet de heer M. Verhoeks, terwijl de rest van de foto de oude T-Ford uit 1923 laat zien.

25. De b,v. J.G. van Hesteren, gevestigd aan de Grotebrugse Grintweg, is een van de oudste Tielse bedrijven. De heer J.G. van Hesteren, de overgrootvader van de tegenwoordige firmanten, stichtte in 1855 een handel in brandstoffen, hout en bouwmaterialen. In die tijd was hij reeds eigenaar van cafe "De Nieuwe Bak", een uitspanning waar de boeren en andere buitenmensen hun paarden en gerij konden stallen. De Tielse markt was een eeuw geleden nog van bijzondere betekenis. Op maandag heerste er een gezellig drukte, want de markt was een goede gelegenheid om elkaar te zien en te spreken. Men trof elkaar in het cafe bij de uitspanning. 's Ochtends bij aankomst gaven de marktbezoekers aan de knecht hun be stelling door en hij zorgde ervoor dat de bestelde brandstoffen en materialen in de huifkarren en tentwagentjes werden gezet. Voor zijn moeite mocht hij dan een borrel in het cafe gaan drinken. Uiteraard was de maandag zijn beste dag. Het bedrijf is tot dusver een familiezaak gebleven. De heer F.J. van Hesteren, een zoon van de oprichter, die ook een steenfabriek in Echteld exploiteerde, nam de zaak later over. Op zijn beurt kwam een van zijn zoons, de heer J.G. van Hesteren (de vader van de huidige firrnanten), in de zaak en daarna ook zijn broer, de heer Tom van Hesteren, welke laatste echter in 1937 uit de firma trad om zelf een zaak in de Binnenhoek te beginnen. Tijdens de oorlogsjaren werd de familie Van Hesteren op tragische wijze getroffen. In 1940 werden de heer J.G. van Hesteren en zijn zoon Vincent door de Duitsers gearresteerd. Weliswaar kwam de vader na enige tijd weer op vrije voeten, maar Vincent werd in 1942 gefusilleerd. Na de oorlog heeft de zaak zich sterk ontwikkeld. In 1958 namen de firmanten de zaak van hun oom, de heer Tom van Hesteren, over. Ze stop ten met de handel in brandstoffen, maar zij startten in 1961 met een betoncentrale, die met truckmixers aannemers en industrieen voorziet van betonmortel. Het bedrijf is verder, naast bouwmaterialen, gespecialiseerd in tegels en keukens. De huidige flrrnanten zijn de heren J.G. van Hesteren, die zich vooral bezighoudt met de betoncentrale, en C.A. van Hesteren, die met de administratie is belast. Nevenstaande foto geeft als inzet de heer J.G. van Hesteren (1887-1955). De auto's dateren van rond 1920. Links zien we de heer Jan van Dijk en rechts de heer Jaap Dekkers.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek