Kent u ze nog... de Urkers

Kent u ze nog... de Urkers

Auteur
:   T. de Vries
Gemeente
:   Urk
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4372-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Urkers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

16. De Iotograaf van dr, Sasse zette in 1910 zijn klanten meermalen tegen de mum van Hendrik van Tromp of het schut van de tuin van Geert van Flerik, Nou tuinl Er waren wel bomen te vinden, maar dan in de vorm van vaarbomen, korrestokken, kluiffokpalen en gebroken masten, In ieder steegje naast elke Urker visserswoning kon je dergelijke attributen aantreffen. Hier konden de vrouwen erop plaats nemen: Geertje Meun heeft de Kleine Steven op schoot, de weduwe Hendrikje Bakker-Kramer natuurlijk de naar haar genoemde Hendrikje, Klaasje Koffeman draagt haar zoontje Hein en daarnaast zit Janne,

Jan van Lamert nieuwsgierig over de schutting gluurt, Juist door de wetenschappelijke belangstelling voor Urk en bewoners zijn er tal van dergelijke mooie foto's bewaard gebleven. De farnilieband is op het eiland altijd heel sterk geweest, Als de getrouwde zonen gingen varen, kwamen ze toch eerst bij de ouwelui "genacht zeggen". En wie eens een "naar de wal" maakte, nam "welkom" mee voor alle huisgenoten, Door kinderen werd dan van tevoren wel "reisgeld" bij de familie ingezameld.

17. In de tijd dat er nog niet gesproken werd over droomkeukens, zijn er door de vissersvrouwen grote wassen "afgestoten" op het wasbord in de tobbe. De zware kledingstukken werden moeizaam gedroogd aan de lijn of over het hek. De achterhuizen droegen de sporen van hard werken en een karig bestaan, maar tijd voor een kijkje en praatje over de onderdeur bleef er toch wel over voor de vrouwen. Hier zijn dat Jansien Mazereeuw en haar moeder. Dochter Mina staat "an de wasboalem" en zoon Piet troont op een tonnetje. Als het schoonmaaktijd was, werd er nieuw stro in de bedsteden gestopt, de vloer en de deur kregen een verfje, de muren werden geteerd en gewit en dan zag alles er weer wat aantrekkelijker uit, Als dan pinksteren aangebroken was, toonde het dorp zich op zijn schoonst. De huwbare meisjes hadden een pinkstervrijer, de kinderen liepen om pinkstergeki, er waren kramen met snoep en snuisterijen en als dan nog de baring- en ansjovisteelt goed waren uitgevallen, konden tal van oude schulden worden betaald en zei men "Urk is een gezegend laand, de koenen gieven er niet allien melk maar ok braand". En zo was het,

18. In het "hofje". "Offien", zo heet in het Urks de ruimte tussen het hek en de gevel, maar ook het hekje van latwerk wordt zo genoemd. Voor de deur van zijn woning staat Willem van Urk met Pieter op de arm en Klaas voor zich. Op het berghokje zit zijn vrouw. Middenin staat Jannetje van 't Ginkien en links staan twee meisjes van Naatjen van Abram. Van Urk behoorde tot de "landers", mensen die vee hielden en rechten hadden op een deel van het hooigewas uit het achterland, Hij was tevens bakker en kruidenier en verkocht de toen zo bekende Urker moppen en omdat hij dicht bij de school woonde, besteedde menig kind daar zijn snoepcent. Je kon ook terecht bij Trui van Inte, vlak tegenover de school, die stroopsteken bakte, twee voor een cent. Ze was wel bereid ze in het speelkwartier over het hek aan te reiken, Uit school kon je z6 de hoogte neer en de dam op rennen, want op de haven viel altijd wel wat te beleven en je leerde er al de plaatsen rondom de Zuiderzee kennen aan de letters van de schepen: VD, BU, MK, KP, EK, LE, enzovoort. Soms zat er een schip op de Vormt en was er een "sjouw" en ook gebeurde het wel eens dat bij heel lage waterstand de zandbank was drooggevallen en je op de grote stenen kon klimmen zoals de bot-, de aal- en de ommelebommelesteen,

19. Slechts een hills op Urk had een echte tuin en dat was de hervormde pastorie, gebouwd in 1736 en nu een "petit restaurant". Toen Jacobus Albertus Romkes daar van 1820 tot 1831 woonde, liet hij in de tuin beplanting aanbrengen, enige vruchtbomen en een druif, naar verluidt door bemiddeling van een studievriend die de zoon was van een kweker, Het was voor het eiland, dat alleen een soort ratelpopulieren kende, een novum; een bron van genoegen voor de jongens die tach wel over de hoge muur wisten te komen en een kwelling voor de eigenaars, Toen er een nieuwe pastorie werd gebouwd (intussen ook al weer volledig vervangen) en Evertjen het oude verlaat kocht, ging de tuin snel achteruit. Het was een rustig plekje waar gefotografeerd kon worden. We zien hier de kinderen Wakker: Aaltje, Mina, Marrie, Tennis en aan weerszijden van het schip Klaas en Hendrik, Het is een tijdlang mode geweest zich bij een scheepsmodel te laten portretteren en dat karakteriseert ook goed het leven in een vissersgemeenschap. In alle kerkgebouwen hangen scheepsmodellen, niet van de moderne kotters, maar van de verdwenen schuiten en betters.

20. Het Koffiehuis van Keuter, In 1921 was de koningin op Urk, samen met prins Hendrik, die al meermalen het eiland bezocht, onder meer in 1911, toen er erepoorten waren opgericht en de vissers van "Hulp en Steun" demonstraties gaven, Ter ere van Wilhelmina had Willem Keuter, beter bekend als "ome Lord", zijn volkscafe versierd. Hijzelf prijkt op het balkon en over het hekje leunen zijn klanten, de vrienden Tromp van Marretjen, Evert van Jan van Kies, Hendrik Schenk, Lub Kramer en Piet van Ester. Vaak vormden jongelui een groep, ,;ploeg" genoemd, Elke ploeg had, als de jongens niet langs de haven of de jongejongensweg slenterden, zijn eigen standplaats, op het hoekje bij het postkantoor of het oude burgemeestershills, dus op plaatsen waar een lantaarn stond, Ben van de vele clubjes heette destijds "de gouwen ploeg" en een groep .Jandtrappen", waartoe een paar bakkers behoorden, "de bakkersploeg", Veel ruimte om te kuieren bood het kleine eiland (tachtig hectaren) niet, maar tach kon je nog verschillende ommetjes maken, We noemden er al een die door het dorp liep; je kon ook om het dorp, oftewel "om 't prikkel" en als je erg vee! zin had en het mooi weer was, ging je "om top".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek