Kent u ze nog... de Veendammers en Wildervankers

Kent u ze nog... de Veendammers en Wildervankers

Auteur
:   G.H. Streurman
Gemeente
:   Veendam
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4373-8
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Veendammers en Wildervankers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

1. Alleen de alleroudsten onder ons kunnen Antony Winkler Prins (1817-1908) nog als doopsgezind predikant in Veendam hebben gekend, maar zij waren toen nog kleine kinderen en kunnen nauwelijks hebben beseft wat voor belangrijk figuur daar dag en nacht werkte in die mooie witte pastorie aan het Oosterdiep. Als er een man is geweest, die de naam Veendam tot ver over de grenzen van ons land heeft bekend gemaakt, dan is het Winkler Prins geweest. Hier immers heeft hij, met weinig hulp van anderen, niet alleen de eerste en ten dele ook nog de tweede druk van zijn beroemd geworden encyclopedie tot stand gebracht, maar bovendien een bijna onafzienbare reeks van populair-wetenschappelijke geschriften, soms vertalingen of bewerkingen van buitenlandse voorbeelden. Reden genoeg om dit boekje met Winkler Prins te beginnen. Van de tweede druk af is de W.P. bij Elsevier in Amsterdam uitgegeven. Toen het in 1970 honderd jaar geleden was, dat de eerste band van de W.P. verscheen, hebben uitgeverij en redactie dit op grootse en feestelijke wijze herdacht, achtereenvolgens in Veendam, Amsterdam en Brussel, waar telkens ook het gemeentebestuur van Veendam en het bestuur van het Veenkoloniaal Museum, dat vele werken van en herinneringen aan de schrijver bewaart, vertegenwoordigd waren. In Brussel werd Winkler Prins "de vader", maar Veendam "de moeder" van de encyclopedie genoemd. Niet velen weten dat Antony Prins eigenlijk noodgedwongen doopsgezind predikant geworden is. Hij studeerde in Utrecht onder andere wis- en natuurkunde en slaagde zelfs cum laude voor zijn kandidaats. De bul ligt in het museum. Zijn vader echter, die arts was met een kleine praktijk op Schiermonnikoog en ook dikwijls "vergat" behoeftige patienten een rekening te sturen, kon op den duur de stu die van zijn zoon niet verder betalen. Een broer van zijn moeder, zijn oom dus, de arts Winkler uit Vianen, wiens naam hij later aan de zijne toevoegde, adviseerde hem om te zwaaien en in Amsterdam aan het Doopsgezinde Seminarie voor predikant te gaan studeren,

waarvoor hij een beurs zou kunnen krijgen, Zulks geschiedde en zo werd Antony dominee, eerst in Tjallebert en daarna, van 1850 tot 1882 in Veendam. Hij wist al die jaren wel, dat vel en van zijn kerkbezoekers zijn preken wel wat heel vrijzinnig, wat heel modern vonden, maar hij was nu eenmaal een eehte wat optimistische negentiende-eeuwer wiens hart en geest uitgingen naar de natuur, de vooruitgang en de exacte wetenschappen daarin gesteund door zijn schoonvader, de oud-kolonel der genie Klijnsrna. Hij huldigde in goede zin de leuze "Kennis is macht" en zou zijn sehouders hebben opgehaald over de tegenwoordige kreet: "minder kennis-imeer inzicht! ". In Veendam, waar hij zich spoedig thuis voelde, bemoeide hij zich met veel sociale en culturele aangelegenheden, Zo heeft hij een groot aandeel gehad in de totstandkorning van de 5-jarige H.B.S. in 1866. En to en in 1891 het 25-jarig bestaan feestelijk werd gevierd gaf hij gevolg aan de uitnodiging de feestrede te houden en kwam hij daarvoor over uit Voorburg. Ook nadat hij Veendam op 65-jarige leeftijd verlaten had bleef hij, nu emeritus, werken tot aan zijn einde, in Voorburg toe, nog altijd gesteund door de speelse opgewektheid van zijn vrouw Henriette en door het besef, met zijn harde werken de studie van zijn zoons, van wie een in Veendam jong gestorven en begraven was, rnogelijk te hebben gemaakt. Toen hij voelde dat het met hem afliep, schreef hij op een papiertje, dat zijn vrouw en kinderen mochten weten, dat hij lang en gelukkig leven had gehad. En zijn goede gedachten waren nog altijd bij Veendam: in een nagelaten briefje schreef hij, dat het bericht van zijn overlijden alleen in de Veendammer Courant geplaatst mocht worden. Welnu, Veendam houdt de naam Winkler Prins in ere. Zijn levensbericht in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letteren werd geschreven door J. Dyserinck,zijn biografie "Leven zonder Demon" door H.A. Lunshof.

2. Een zestal led en van de op 1 juni 1886 opgerichte fietsclub "De Pijl" poseert op hun eerste tocht en weI naar het hunnebed bij Gieten op 18 juli 1886. Het zijn bekende Veendammer namen; van links naar rechts ziet u: J.A. Wilkens, A. van der Laan, H.T. Hofstee, V.J.A. Wilkens, U. Wilkens, en J. Hazewinkel.

3. Voor de aardappelteelt in de Groninger Veenkolonien brak een tijdperk van grote bloei aan, toen men ontdekt had dat van aardappelen een nuttig product gemaakt kon worden: aardappelmeel, De grote voorganger in dit proces was Willern Albert Scholten, die op Foxhol, aanvankelijk met handkracht, begon uit aardappelen meel te maken, dat later de grondstof zou worden voor vele derivaten. De aardappelteelt, geholpen door kunstmest, werd een lonend bedrijf en nog lonender, als men zelf ook het rneel ging maken. Dat deed omstreeks 1880 de ondernemende landbouwer Obbe Jacob Meyer in de schuur van zijn boerderij aan de Zuidwending, bijgestaan door zijn vrouw,zoons en dochters en later ook door werkkrachten van buiten, oorspronkelijk boerenjongens uit de buurt. Tegen de achtergevel van de boerderij, links, staat Obbe Meyer, de tweede zoon van Obbe Jacob; naast hem staat T. Kuntkes, dan een onbekende en daarnaast Roelf Zuidema. Zittend: Jacob Panneman, Harm Panneman en Hermannes de Vries. Zij allen met elkaar hebben de basis gelegd voor het latere grote bedrijf aan de Zuidwending en de Volenstreek, dat daarna fuseerde met Scholten-Foxhol.

4. Hier poseert het personeel van meubelmakerij Tydo Bos uit de Kerkstraat in Veendam, naast het Raadhuisplein.Op deze oude, helaas wat beschadigde foto van omstreeks 1890 komt reeds een Halbo Kool voor, de grootvader van de tegenwoordige eigenaren van de bekendezaak "Kool Meubelen" aan het Beneden Oosterdiep,Halbo en Freddy Kool. We zien van links naar rechts :

Gundlach, Halbo Kool,P.Hoekstra en P.van Dam. Op de grond zit een leerling in het vak, een jonge Engelsrnan.

5. In de laatste jaren van de vorige eeuw was Jacob Velt in Veendam en omgeving bekend als "Jobke mit zien oap". Hij woonde bij het Beneden Verlaat en trok met zijn onafscheidelijk vriendje, een gedresseerd aapje, langs velden en wegen, vooral langs plaatsen, waar veel volk aanwezig was, zoals scholen en werkplaatsen, om grote mensen, maar vooral kinderen te vermaken met de sprongen en de kunstjes van zijn aapje, wat hem, als hij met de pet rondging, een paar centjes opleverde voor zijn schamel onderhoud. Hij had de reputatie altijd goed gehumeurd te zijn en de kinderen waren allemaal stapel op hem. Het verhaal wil, dat het geraamte, dat jarenlang het dierkundelokaal van de H.B.S. sierde en dat vaak van de leerlingen een stuk boterham tussen z'n bijna tandeloze kaken gestopt kreeg, de stoffelijke resten waren van Jacob Velt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek