Kent u ze nog... de Veendammers en Wildervankers

Kent u ze nog... de Veendammers en Wildervankers

Auteur
:   G.H. Streurman
Gemeente
:   Veendam
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4373-8
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Veendammers en Wildervankers'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

31. Nogmaals jhr. Van Beresteyn, nu echter niet als burgemeester van Veendam, maar als heer des huizes op zijn nieuw "Buitenwoel" en als huisvader met zijn vrouw Julia Carolina Frowein (geboren op 5 november 1877 te Nijkerk en overleden 19 mei 1961 te Vierhouten) en hun twee dochters, links de oudste Maria Melitta Selma, later mevrouw Schlingemann, reehts Paula Volckera, later eerst gehuwd met mr. Horatius Albarda en in tweede huwelijk met de heer H.W.van Marle. Het geslacht van Beresteyn stamt uit Amsterdam, waar de naam reeds omstreeks rond 1400 werd genoemd. In de zeventiende eeuw vestigde de familie zich in's Hertogenbosch. Een Thomas v.B.trouwde met een kleindochter van Hugo de Groot. Zij vestigden zich op het sierlijke kasteeltje Maurick, dat nog altijd het geslachtswapen draagt: een beer op steen. Eltjo werd 2 april 1876 te Haarlem geboren; zijn vader had toen al een hoge baan gehad in het bedrijfsleven van Batavia. Hij zelf doorliep het gymnasium in zijn woonplaats en ging rechten studeren in Utrecht. Onder de studenten viel hij al spoedig op door de scherpte van zijn sociaal en cultureel idealisme. In 1899 werd hij meester in de rechten op stellingen en in 1903 promoveerde hii cum laude tot doctor in de staatswetenschappen. Hij was korte tijd leraar in het staatsrecht te Amersfoort, Amsterdam en Utrecht en in 1906 werd hij privaat-docent in de staatkundige geschiedenis aan de Utrechtse universiteit In 1909 werd hij chef van de provinciale griffie te Groningen, waar hij heel wat in korte tijd in gunstige zin reorganiseerde; het jaar daarop reeds werd hij benoemd tot burgemeester van Veendam als opvolger van Ubbo Wilkens, die gedeputeerde van Groningen was geworden. Over de grote betekenis van Van Beresteyn (ik laat nu de titels maar we g) voor Veendam heb ik al eerder geschreven in "Veendam-Wildervank oude ansichten" ; ik heb toen ook vermeld dat velen hem maar een "dure" burgemeester vonden. Ook waren er die het niet konden waarderen, dat hij, om ruimte te krijgen voor een trottoir aan het Oosterdiep, voortuintjes met geschoren lindebomen door onteigening wilde later opruimen, wat hem bij de "gedupeerden" de naam "b6rgemeester van Bomenveller" bezorgde. De algernene erkenning van zijn grote verdiensten kwam pas later. Toen dan ook in 1951, ter gelegenheid van de feestelijke herdenking van het

85-jarig bestaan van de Veendammer H.B.S. burgemeester Hoogkamp onder de gasten de weduwe Van Beresteyn welkom mocht heten , kon hij met een gerust geweten naar waarheid de oude dame, die verbaasd was over de groei van Veendam, de verzekering geven, dat zonder haar man Veendam niet geworden zou zijn wat het nu was. Maar ... Van Berestyn is meer geweest dan burgemeester van Veendam, welke plaats hij verliet om lid te worden van de Tweede Kamer en daarna gemeenteraadslid van's Gravenhage. Politiek was hij geen scherpslijper. Hij stond aanvankelijk het dichtst bij de Vrijzinnig Democraten, maar na een conflict met Marchand sloot hij zich aan bij de Vrijheidsbond. Buiten de politiek om had hij een grote stimulerende invloed op vele terreinen van wetenschappen en kunsten en vooral van sociale aangelegenheden. In het bijzonder interesseerde hii zich voor de toonkunst, de heraldiek, de historie, waarover hij allerlei publiceerde. Dit alles maakte hem tot een nation ale figuur wat bleek bij de huldiging in het Mauritshuis op zijn verjaardag op 2 april 1946. Uit die tijd stamt ook het mooie beeld, dat Joh.Radecker van hem maakte en dat een plaats kreeg in het Gemeente Museum van Den Haag. Op grond van zijn belangrijke publicaties werd hij in 1919lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Na zijn overlijden op 14 september 1948 schreef Paul Cronheim zijn levensbericht in het jaarboek 1947/49, dat ik ter inzage kreeg van zijn enige nog levende dochter mevrouw Paula van Marle-van Berensteyn. Achter al zijn activiteiten zat de onverzettelijke wil, dienstbaar te zijn aan de gemeenschap, geluk te brengen aan zijn medemensen. Geestelijke ontspanning en lichamelijke inspanning yond hij op zijn gegeliefd landgoed bij Bierhouten op de Veluwe. Daar heeft hij ook zijn laatste rustplaats gevonden. Daarop is een zware natuursteen geplaatst, die een bronzen inscriptie draagt: "Door zijn grote gaven heeft hij in een werkzaam leven vee! tot stand gebracht voor kunsten en Wetenschappen. Met zijn vriendschap heeft hij anderen het leven verrijkt, Dankbaar herdenken hem zijn goede vrienden.September 1949". Zo hebben de Veendammers hun burgemeester, toen hij in hun midden leefde, natuurlijk niet kunnen kennen!

32. De personeelsleden van een openbare leeszaal zijn bekend bij jong en oud. In Veendam kwam deze nuttige instelling tot stand onder burgerneester Van Beresteyn en de eerste directrice was mejuffrouw A. van Konijnenburg, die deze functie met straffe hand uitoefende van 1913-1928. Zij was niet zo heel jong meer, was wat, men toen nog met een zeker respect noemde "van goede huize" en beschouwde haar werk eigenlijk als een erebaantje ; het salaris van de dames in dit beroep was in die jaren en nog lang daarna, onvoorstelbaar laag. Zij was goed bevrind met de Van Beresteyns. Op de linker foto staat zij afgebeeld in de erker van de salon van Buitenwoel. Haar opvolgster in 1928 was Ali de Boer, die de zaak wat moderner aanpakte en daarbij een grote steun had aan haar assistente Marie Huber, een dochter van L.J. Huber. Beide dames bleven tot 1951, nadat zij zich dapper door de moeilijke jaren van malaise en oorlog hadden heengeslagen. Zij werden trouw bijgestaan door een paar andere jonge dames, met wie zij zich in 1934 heel zusterlijk lieten fotograferen op de stoep van de leeszaal in de Kerkstraat. Staande van links naar reehts: Anna Dieters en Nany Nieboer, Zittend een meisje Westerdijk, direetriee Ali de Boer en Marie Huber.

33. Hier poseren de leerlingen en de onderwijzerers van de tweede klas van de bijzondere lagere school, de "Plantsoenschool", achter het gemeentehuis van Veendam, in 1911. Deze school, die vele aanvallen van de kant van het openbaar, speciaal het ulo-onderwiis te verduren had, mede omdat zij pretendeerde ook op te leiden voor de H.B.S., werd wei smalend "de schoentjesschool" genoemd. Op de openbare lagere scholen kwamen in die tijd narnelijk nog veel leerlingen op klompen! Toen deze foto genomen werd heette de school bij het publiek nog naar het hoofd:

"Vrijburgs school"; later was het vele jaren "Van Dikkums school". Met de hulp van twee oud-leerlingen van dit klasje, rnevrouw Paula van Marle-van Beresteyn en prof. dr. H.l. Keuning, konden, op twee jongens na, alle kinderen worden geindentificeerd. Hier komen ze, telkens van links naar reehts, op de voorste rij: Laura van Zetten, Hendrik J. Keuning, Barend Heerdt en Margotje Veenhoven, Tweede rij: Mien Jes, Geesje Mulder, Frits Wilkens, Titia Brongers. Derde rij: Roelfina Dik, Roelf van Linge, Paula van Beresteyn, de onderwijzeres juffrouw Dilling, Miesje Wilkens, een meisje Maathuis en een ons onbekende jongen. Bovenste rij: een ons niet bekende jongen, dan Jurjen Duintjer en Barend Gothelp, Van het opnernen van meer sehoolfoto's zie ik maar af: de Noord-Ooster heeft daarvan de laatste jaren zoveel gepubliceerd en ook in het "Gedenkboek Prins Heerlijk Honderd" van het Winkler Prins Lyceum komen er zoveel voor, dat ik maar in herhaling zou vallen.

34. Burgemeester Ubbo Wilkens had een huldiging dubbel en dwars verdiend. Behalve me de directeur van D.W.M. was hij een tijdlang raadslid en twee keer burgemeester: eerst van 1907 tot 1910, toen hij benoemd werd tot gedeputeerde van Groningen en nog eens, na Van Beresteyn en Rijkens, van 1920 tot aan zijn overlijden in 1921. Hij had een grote belangstelling voor de behoeften van zijn gemeente. Hij had tijdens zijn eerste burgemeesterschap ziin gedachten allaten gaan over een uitbreiding van het stratenplan van Veendam en ijverde zeer voor een aansluiting van Veendam op de provinciale waterleiding. Die is ook gekornen, maar helaas pas na zijn heengaan. Zozeer was hij voor deze zaak geporteerd geweest, dat hij testamentair een groot bedrag had bestemd voor een, door een familielid te ontwerpen fontein, die in Veendam zau worden geplaatst als de waterleiding er zou zijn gekomen. En die kwam, evenals, een tijd later, de fontein, die geplaatst werd opde kruizing van de Van Beresteynstraat, de Aekade, de Winkler Prinsstraat en de Ubbo Wilkensstraat. De onthulling van de spuitende fontein vond plaats door burgemeester De Zee onder een stromende regen, begin 1930, in aanwezigheid van een aantal autoriteiten en familieleden die na de plechtigheid hun heil zochten in de versierde raadzaal, waar een groot portret van de schenker op een sierezel was geplaatst, te midden van mooi bloemstukken. Op de foto staan links zijn zoon Nico en diens vrouw Corry Koops en rechts ziin dochter Mies. De fontein is later om verkeersredenen iets verplaats naar de vijver van de Aekade.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek