Kent u ze nog... de Veldense Kiêszek deel 1

Kent u ze nog... de Veldense Kiêszek deel 1

Auteur
:   prof. dr. A.J. Jansen en Jacques Theelen
Gemeente
:   Arcen en Velden
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2427-0
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Veldense Kiêszek deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

6. Uit de nog in het archief van de vereniging aanwezige oprichtingsakte blijkt, dat de muziekvereniging "Fanfare Velden" op 26 december 1864 werd opgericht, zoals u elders al hebt kunnen lezen. Deze oprichtingsakte werd door de toenmalige burgemeester Van den Bergh met zijn handtekening bekrachtigd. President was P.J. Verhaegh, secretaris J.J.C. Deckers. Zes personen werden tot bestuurslid gekozen en vijftien personen werden als actieve leden ingeschreven.

Eerste prijzen werden behaald, vaak met onderscheiding of met lof der jury, soms met promotie en weI in de volgende jaren: 1921,1934,1935,1938,1953,1955 en 1961. In 1948 veroverde de Fanfare de zilveren medaille, geschonken door prins Bernhard, voor het beste gezelschap. In 1959 de zilveren Lauwertak. Dit zijn slechts enkele van de voornaamste successen. De lijst van deelname aan festivals en festiviteiten in Nederland en in Duitsland is zo lang, dat het onmogelijk is deze in dit boek op te nemen. Bij de Inhuldigingsfeesten van koningin Wilhelmina, in 1898, en bij haar huwelijk in 1901 nam onze Fanfare deel aan het muzikale huldebetoon in Den Haag. Eveneens was zij aanwezig bij het bezoek van koningin Wilhelmina aan Venlo in 1925 en bij de verloving van prinses Juliana in 1936.

Op deze foto van 10 juli 1896 zien we, van links naar rechts, op de bovenste rij: Hendr. Geurts, L. Linssen, Adolf van den Hombergh, Jan Geurts (Alkmaar, broer van Bert), Frans van den Hombergh (van de koster; broer van Fens) en Leonard Brueren (vader van Ber). Op de tweede rij: Joh. Clabbers (vader van Sjaak), G. Schreurs (Kempkes Graad), Handrie Coppes (broer van de vrouw van Nol Holthuizen), Joh. Martens (broer van Hemke), Herman Rieter (vader van pastoor Rieter), Sef Wolters (de timmerman), Theodor van Lipzig (broer van ScholsenTieske), Jac. van den Hombergh (vader van Rub, de molenaar) en Dris Janssen (broer van rnevrouw A. Knaapen). Op de derde rij: Jan Smits (vader van Elbert), Antoon van den Hombergh (vader van Adolf), Frits van den Hombergh (broer van Antoon), Nicolaas Claasen (hoofd der school), Reinier Brouwers, (kleermaker en de man bij wie de eerste telefoon in Velden kwam), Antoon van den Hombergh (vader van wethouder Handrie) en Jac. Brueren, (onderwijzer en vader van Piet Brueren). Links knielt Gerard Lommen (vader van Hand van de Klef) en rechts Frans van den Hombergh (de latere gemeenteontvanger).

7. De vier "pleinen" in Velden-Oost zijn genoemd naar de hiernaast afgebeelde vier Vel dense "Grote Mannen en HeIden". Toen de namen van deze pleinen door de gemeenteraad werden vastgesteld (eerste halfjaar 1975), was het niet bekend dat er foto's van pastoor Verhaag bestonden. Om deze pleinen later eventueel te kunnen aankleden met beeltenissen van de betreffende personen zijn voor de benaming van deze pleinen belangrijke Veldenaren gekozen van wie nog een of meer foto's voorhanden waren. In verband daarmee is er geen plein naar pastoor Verhaag genoemd, maar weI een straat.

Links boven: monseigneur Joannes Willemsen (Thissen Hier), geboren te Velden (op Thissenhaof, Hasselt, waar zijn huiskapel nog staat), op 8 augustus 1847. Hij werd later professor aan het Amerikaans College te Leuven en vervolgens rector hiervan. In 1895 werd hij benoemd tot huisprelaat van de Paus en naar Rome geroepen, alwaar hij werd benoemd tot Consultor der Sacramenten. Hij was lid van het Instituut Dell'Anima en Protonotarius Apostolicus a.i.p. Hij vierde te Rome in stilte zijn diamanten priesterfeest en overleed aldaar op 1 februari 1932. Dit staatsieportret is op 24 december 1896 geschilderd door Thus N. Furton te Leuven. Het is in het bezit van Toen Simons, gehuwd met Ammelie Willemsen, wonend in Dancevoir (Frankrijk).

Rechts boven: professor Jacobus (Sjaak) Jansen (Koonen Hier) werd eveneens in Hasselt geboren (op Koenenhaof) en wel op 24 januari 1890. Hij was kanunnik van het Kathedraal Kapittel te Roermond en professor in de Kerkelijke Geschiedenis aan het Groot-Seminarie voor opleiding van priesterstudenten aldaar. Voorts schreefhij een uit drie delen bestaand boekwerk over de kerkelijke geschiedenis van Nederland en het aangrenzend gebied (West-Duitsland, Belgie en Noord-Frankrijk). Bij belangrijke gebeurtenissen en plechtigheden was hij altijd in Velden. Hij overleed te Roermond op 22 januari 1960.

Links onder: pater Leo Steegh (Schelle Lei). Joannes Leonardus Steegh werd geboren te Velden (Schandelo) op 22 september 1907. Hij werd priester gewijd in 1934 en behoorde tot de congregatie van het H. Hart. In 1935 vertrok hij als missionaris naar Belgisch-Kongo. Ten gevolge van de tweede wereldoorlog kon hij pas in 1946 terugkeren, totaal uitgeput. Hij bereikte Nijmegen nog, waar hij aan zijn uitputting overleed. Hij zag Velden niet weer.

Rechts onder: pater Coen Beeker (Kamper Coen). Conrardus Beeker werd geboren te Velden (Vorst, Kamperhoeve) op 9 december 1912. Hij was missionaris van het Goddelijk Woord (S.V.D. - men zegt wel "Snot-Ver· Dorie", maar het betekent: Societas Verbi Dei) te Steyl-Tegelen. Na achttien jaar zware missiearbeid te hebben verricht als pastoor op Flores werd hij daar vermoord op 19 april 1956.

8. Het gedenkboek ,,YELDEN 1933" vermeldt bij de priesters ter ere van wie het werd uitgegeven ook de in Venlo geboren Laurentius Fredericus Josephus Hubertus Schrijnen. Deze zeer beminnelijke pastoor van Velden vierde op 17 juni 1902 zijn gouden priesterfeest. Nog nimmer had de toch zeer oude Veldense parochie zoiets meegemaakt. Bijzonderheden over de grootse wijze waarop dit feest werd gevierd, kan men lezen in genoemd boekje op de pagina's 11 tot en met 13. Het gehele dorp was in feesttooi. De twee volgende foto's mogen de uitvoerige beschrijving in het boek illustreren.

De hiernaast afgedrukte opname toont een hoekje van het intieme oude marktplein, waarop rechts nog een deel van de feestversiering is te zien. Het huis met de waardige grote vlag is dat van D'n aIde Molder, Sjaak van den Hombergh, die zelf, gekleed in slipjas en met de handen in de zij, v66r het grijze paard staat. Rechts staat de commissie van ontvangst, met hoge hoeden; hierbij menen wij meester Linssen (tweede van links) en Sjaak Verbeek (derde van rechts) te herkennen. Ook Adolf van den Hombergh (tweede van rechts) ontbreekt weer niet. Het huis geheel rechts werd bewoond door meester Brueren, het kleine huis links door Cath. van Lipzig (Kaat van de Molder, of Sniers Kaat). Tussen dit huis en de "fu" (centrifuge, dat is zuivelfabriek), geheellinks liep, met een bocht naar rechts, de weg naar de tramhalte. Rechtuitgaande, langs de voorzijde van "Adolf', kwam men op de Hogeweg die, langs zaal Clabbers lopend, bij Holthuizen Pietje op de Rijksweg uitmondde. De note boom op de hoek zal bij menigeen nog aangename herinneringen oproepen, evenals trouwens de "fu", die tegen het huis van Adolf aan lag en een van trappen voorzien melkbordes had aan de lager gelegen Koestraat (thans Schoolstraat). Hier viel altijd weI wat te zien en te beleven, zodat het een geliefd speelterrein was voor kinderen.

9. De tweede foto laat de Dorpsstraat zien in zuidelijke richting, met links het huis van Smits, vervolgens de voorganger van het hoge huis van Verbeek en (onzichtbaar) het huis van Smeetsboer, nu bewoond door Peeters Joep. Rechts zien we het oude huis van Brueren en de woningen van de Verbeeks en van Paar. Waar de weg naar het Vorst begint vormt het huis van Theike Lommen de afsluiting (Onder in 't Dorp, thans Wilhelminastraat). Plechtig wapperen oak hier de grate vlaggen langs de geheel versierde, nag met grind verharde straat.

Wat de personen betreft zijn er tal van onzekerheden. Zegslieden identificeren een aantal van hen als voIgt: links, met bolhoed: P. Vosbeek (Benders Pietje); met strahoed: Clemens Handrie; met zwarte hoed: de oude Geurts; met hoge hoed: meester Linssen. Bij de op hun paasbest geklede dames onderscheiden we allereerst Annekatrien, de vrauw van Piet Litjens, dan vrouw Smits, geboren Beeker, met kind. Een van de meisjes is Narda Verbeek, het andere Wies Peeters; boven haar is, naast een onbekende, Martensvrouw uit Hasselt te zien, gevolgd door Marie van de Kuper en Jeucken, de Kuper zelf. De man met scheve hoed is Peters Sjang, die met snor waarschijnlijk Jules van den Hombergh (van d'n Bekker). Rechts staan respectievelijk: Nuren Graad, Piet Paar, Sjang, een zoon van Korver Mrie (van Pol) en Willem Lucassen. Na twee onbekenden volgen dan A. Dirkx (Drienen Toen) en, de eerste met hoge hoed, een braer van Riech Martens. De beide meisjes hier zijn Dientje Wijnhoven en Leen Verbeek, die bij de vrouw van Brueren Nadus, vader van Ber, staat.

10. Bij de aanvang van deze eeuw onderscheidde men bij het Nederlandse leger de militie, de landweer en de landstorm, aan welk onderscheid de Dienstplichtwet-Van Dijk een eind maakte. De landstorm werd gevormd uit vrijgestelden en uit mannen, die hun dienst bij militie en landweer hadden verricht. Ook de gemeente Arcen en Velden had haar landstormers, zoals de hier afgebeelde foto van de groep 1902-1903 laat zien. Hierap treffen wij aan, op de bovenste rij: G. Haenen (Stappers Graad), Handrie Vosbeek (Hermes Dieke), Peter Geelen (broer van Molder Kuubke uit Lomrn), Fons Otten en Kuub Hegger, d'n Dennepaoter uit Lomm. Onder hen zitten: wethouder Handrie van den Hornbergh, Herman (Hemke) Martens en Handrie van de Pas uit Arcen. Het volgend drietal wordt gevormd door Vullings Graad die de lei vasthoudt, Herman van Leipsig (Foete Maan) en Thissen Lei, zoon van veld wachter Koeb Thissen.

Wie lOU het vandaag aan de dag nog verstaan, als een politieman beval: "Nao achteg, tguuk, achtegoet in d'n teglu"? Het moet rond 1900 zijn geweest, toen deze woorden klonken uit de mond van veldwachter Koeb Thissen, die voor de verkeersveiligheid moest zorgen bij gelegenheid van de eerste aut orally Parijs-Amsterdam, waarbij men Velden passeerde. "Safety first" gold toen reeds bij dit opwindend evenement, dus: "Naar achteren, terug, achteru it in het talud".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek