Kent u ze nog... de Vlissingers deel 1

Kent u ze nog... de Vlissingers deel 1

Auteur
:   J.L. van Leeuwen
Gemeente
:   Vlissingen
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2890-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Vlissingers deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

21. Drie erepoorten

De landbouwtentoonstelling in september 1921 op het vliegveld te Vlissingen gehouden was een grootse manifestatie. Koningin Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Juliana braehten daarom een bezoek aan Vlissingen. De koningin bezoeht de tentoonstelling en wij zagen haar, op de kanaaldijk gezeten, geheel in het wit gekleed wandelen. Dat was de koningin, begeleid door onder anderen een minister en de eommissaris der koningin. Burgemeester Van Woelderen begeleidde prins Hendrik. Zij kenden elkaar reeds goed en beiden waren gearnuseerd met elkaars gezelsehap. De lange wandeling tussen de mensen, dieren, werktuigen en landbouwgewassen leidde tot wederzijdse opmerkingen. Prins Hendrik wees op praehtige geiten, opgesteld aan de lijn van hun trotse eigenaren; de burgemeester vertelde hem over de versehillende geiten en soorten. De geloofsriehting van de eigenaar was daarop van invloed, meende hij, en daarom waren er neutrale, protestantse en rooms-katholieke geiten waar te nernen, al naar gelang de vereniging waartoe zij behoorden. Deze eonstatering leidde tot een verhoogd amusement van de beide heren, hetgeen de aandaeht trok van koningin Wilhelmina, "Hendrik", zei de koningin toen, .Jaten wij minder opvallend wandelen". Het was ineens uit met de pret en de heren liepen verder gedwee in het gevolg. En om te kunnen bewijzen dat koningin Wilhelmina inderdaad in het wit gekleed was kwam er vlak voor het afsluiten van dit boekje nog een foto te voorschijn van de erepoort in de Verkuijl Quakkelaarstraat, ter hoogte van de sigarenfabriek van Ligthart Schenk bij de Hobeinstraat. Hier staat de koningin midden in de straat. Andere herkenbare figuren zijn verder niet waar te nemen. (Foto links.) Rechts onder: in de stad waren door allerlei buurtverenigingen eveneens erepoorten opgericht ter ere van koningin en prins. De meest genoemde is die van de Tachtig Plagen, waar de bewoners een praehtige koe had den gemaakt. Deze werd opgevuld met textiel. Toen moeder Peters, de bekende vrouw die ventte met het petroleumwagentje, haar mantel wilde aantrekken om 's avonds eens te gaan kijken naar de koe, bleken haar zoons de mantel ook maar als opvulling te hebben gebruikt. De bewoners van die buurt, thans over de hele stad verspreid, hebben er nog plezier om. Rechts boven: de vissers riehtten ook een erepoort op. De Nieuwendijk was daartoe de beste plaats. Men had ook erg zijn best gedaan, met behulp van bekende middenstanders uit die omgeving als de pettenwinkel van Dert en de meubelwinkel van S.M. Polak, altijd behulpzame figuren bij Oranje-rnanifestaties. De redders uit 1907, leden van de familie Schroevers, kregen de ereplaatsen op stoelen, de reddingmedailles opgespeld. Men kan ze goed waamemen. De erepoort van de Taehtig Plagen wordt omringd door de volgende personen: links op het stoepje: de heren Stad en Weug en mevrouw Keersemaker. Reehts op de stoep, van links naar reehts: W. Steen dam, onbekend en de heren Schillemans, Nagelkerke, Goedhard en Peters. De kinderen op de voorgrond zijn: onbekend; met strikken in haar haar: meisje Steenaard; in het wit: meisje Keersemaker, onbekend: kindje aan hand: Peters; meisje in het wit: Van Beusiehem; meisje met zwart hoofddeksel: Steenaard; onbekend; meisje met strepenrnuts: Balmakers; jongetje met witte kniebroek: Sehillemans; jongetje met matrozenkraag: Sehillemans en het kind met de muts is onbekend. Op de aehterste rij: de dames Peters, Sehot, Sj. Balmakers (in het wit), Nagelkerke, onbekend, Sehillemans (kind vasthoudend), Steendam en Sehillemans (in het wit) en een onbekende.

22. Bekende figuren tangs de weg

Links: ijscoventers waren populair in de zomermaanden. Zij trokken met een slagbel of tingel-belletje de aandacht en leverden zelfgemaakt schepijs vrijwel nog aileen in vanillesmaak voor 2,3,5 en 10 cent. Hoewel er veel fraaiere karretjes rondreden, met schilderijtaferelen erop, is hier de tamelijk moderne bakfietsijskar van A. Roelse op de foto gezet. Het is kennelijk eigen maaksel: het bekende wafelbakje met de ijsschepjes boven op de prirnitief geisoleerde kist waarin de ijsbus staat, met een grote carbidlantaarn erop gemonteerd. De ijscoventer met witte pet, een wit jasje en een wit schortje om het ontvangen kopergeld te bergen moest toch heel wat doen om een daggeldje te verdienen.

Rechts boven: petroleum was een veel gebruikte brandstofvoor de keuken, de lampen, het aanmaken van kachels en voor verwarming. Er waren speciale kacheltjes geconstrueerd die zuinig in verbruik waren en waarbij de stank enigszins beperkt bleef. Petroleum was een zuinig stookmiddel: het kostte minder dan een dubbeltje per liter en alle dubbeltjes tel den to en duchtig mee in een huishouden. Een grote oliemaatschappij in Nederland, de .Petrolifere", had overal depots, waar maatschappij-olieventers met een maatschappijwagen en olieblikken, maar ook met petroleum in een tank op de wagen werden uitgerust. Het waren grote blikken met vier liter inhoud. Vele huisvrouwen hadden echter liever geernailleerde oliekannen, zodat men ook losse peterolie moest verkopen. Bovendien gaf de .Petrolifere" een veertiendaags blaadje, genaamd "De Automaat", uit met verhaaltjes en reclame. Er was ook een stripverhaaltje in opgenomen van Pijpje Drop. En steeds was het besluit: "Hoe het verder Pijpje Drop vergaat, staat in de volgende Automaat". Op deze foto, die op de Badhuisweg is genomen, staan twee bekende peterolieventers, de lege blikken aan de wagen gebonden. Het zijn Jacob Vinke en M. Meulmeester. Tussen hen in staat J. Vogel.

Rechts onder: slachtvee werd ook dikwijls over de weg naar de slachtplaatsen gebracht. Er waren veel slachterijen in de Schoolstraat en in de Lange Zelke. Er is een foto gemaakt van slagersknechts, werkzaam bij slagerij Van Zwienen in de St. Jacobstraat. Er is een touw aan de rechterachterpoot gebonden om het ontvluchten te verhinderen. Een bordje "De vier gebroeders" duidt op het geslacht van het varken ... De personen met het varken zijn P. Contant, een onbekende en I. Lefeber.

23. Het bestuur van de padvinders

Deze kabinetfoto dateerd van 1931. De onvervaard in de lens kijkende personen zijn: AJ. Fanoij, F.L. Ardewijn, mejuffrouw Lodder, C.S. Luitwieler en B. Slager.

24. De draaimolen van Du Pont

De leden van de familie Du Pont uit de Breewaterstraat waren de enige kermisexploitanten van Vlissingen. Afkomstig van Zeeuws-Vlaanderen kwamen zij naar Vlissingen bij gebrek aan werk. Ze gingen garnalen vissen en verkregen door ijver een eigen hoogaars. Maar ook dit beroep leverde op den duur te weinig op. Ze kochten een draaimolen en gingen die bij feesten en kleine kermissen als kindercarrousel gebruiken. De hele familie hielp mee en men wist de zaak uit te breiden met meerdere kleine zaken. Het werd een echt kermisbedrijf. Bij velen was het een vraag hoe het paard in die draaimolen kon komen. Dat paard Weld de draaimolen op het luiden van de bel gaande. Het draaide een hele kermisdag in hetzelfde cirkeltje rand; een weinig aantrekkelijk en eentonig werk voor het dier. Welnu, er was in het draagvlak voor de attraeties een tablet uitneembaar. Wanneer het paard erin of emit moest kon men dit uitneembare tablet wegsehuiven, waardoor een vrije inloop voor het paard ontstond.

Hier een fraaie foto van de mooie draaimolen. Midden op de molen staat de eigenaar R.W. du Pont met puntbaardje en sehipperspet. Juist aehter de gleufhoed van een man uit het publiek staat moeder Du Pont, terwijl met platte pet tegen de stang rechts zoon en opvolger P.A. du Pont staat.

25. De opening van de Vlissingse wandel pier

Vlissingen moest natuurlijk een wandelpier hebben voor zijn ontwikkeling als badplaats. Het werd door de nabijheid van de vaargeul een korte pier, maar men kwam dan ook wel heel dicht bij de passerende zeeschepen. Burgemeester Van Woelderen werd gewonnen voor het stoute plan en zijn enthousiasme heeft waarschijnlijk voor een belangrijk deel het tot stand komen bevorderd. De pier is in 1936 geopend. In de oorlogsjaren kwam er al een einde aan het bestaan.

Op de bovenste foto leidt burgemeester Van Woelderen met een gloedvolle speech de openingsplechtigheid in. Leden van de gemeenteraad, het militair gezag, hoofdambtenaren, waterstaatsfunctionarissen, kortom allen die in Vlissingen toen iets betekenden waren tegenwoordig. Men kan waarnemen: mevrouw van Woelderen-Sprenger, gemeentesecretaris F. Bisschop, wethouder W.P. Edelman, gemeenteraadslid J.L. Verhagen, kapitein mr. P.M.W.J. van der Slikke, gemeenteontvanger A. van Dijk, de directeur van gemeentewerken C. Ouwehand, mr. Moolenburgh uit Middelburg, J.K. Kleisma en de raadsleden A.R. Konig en De Roo.

Op de foto onder kan men de publieke bezichtiging zien. Hiervoor bestond grote belangstelling en het aardige is dat men duidelijk kan waarnemen hoeveel personen van het platteland van Walcheren de pier zijn gaan bekijken: zij wandelen in keurige boerendracht. Men ziet tussen het wandelend publiek onder meer tandarts H.BJ. Knoop, J.J. v.d. Jagt en zijn zoon, voorts de heer Schillemans, J. van der Bend, voorturners van de V.TV. (onder anderen de heer Van den Berge), de sergeant-majoor van het Nederlandsche Roode Kruis Kokelaar, raadslid LJ. Polderman en ten slotte F.G. Lemmers.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek