Kent u ze nog... de Vlissingers deel 2

Kent u ze nog... de Vlissingers deel 2

Auteur
:   J.L. van Leeuwen
Gemeente
:   Vlissingen
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2891-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Vlissingers deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Het tot herkenning brengen van vroegere Vlissingse mensen is een fascinerende bezigheid. Het geeft aanleiding tot al1erlei herinneringen, bespiegelingen en het ophalen van geschiedenis. Het inleidend woord bij het eerste deeltje is nog voile dig van toepassing. Er zijn in dit eerste deel ongeveer 1900 personen opgenomen, van wie er een 1500 zijn benoemd. In dit deel 2 is het aantal opgelopen tot ruim 2000, van wie er een 1800 zijn benoemd. Half Vlissingen zal zowat zijn vermeld.

Dank voor de ruimschoots ontvangen medewerking van aile zijden. Verbeteringen of opmerkingen gaarne richten aan de samensteiler, J.L. van Leeuwen, Spuistraat 64, Vlissingen.

Er is nog materiaal voldoende beschikbaar. Sommige coilecties zijn nog niet eens aangesproken. Deel 2 moest in ruim twee maanden persklaar worden gemaakt, eigenlijk een onmogelijk karwei. Of er nog ooit een deel 3 zal komen? De samensteiler vindt het nu weI genoeg: Aile verhalen berusten op waarheid, aile foto's komen uitsluitend uit particuliere bron.

Gemakshalve voIgt op de Iaatste pagina nog een index.

1. De koetsen van stalhouderij Schout

Wie herinnert zich niet de zwarte koetsen, bespannen met fraaie rijpaarden, in de straten van de stad? Op de Houtkade voor het stadhuis was het dikwijls voorrijden, vooral op vrijdag. Ook werden de koetsen gebruikt bij begrafenissen en plechtige communies. Er waren ook landauers, janpleziers, trouwcoupe's en berlines. De stalhouderij was gevestigd in de Koudenhoek. Op deze prachtige foto van rand 1930 staat een trouwcoupe voor de ingang van de rooms-katholieke kerk aan de Wilhelminastraat. De glanzende paarden zijn getuigd met verzilverd beslag, de hoeven vers geteerd en het koetswerk is opgepoetst. De koetsier houdt een gekroonde zweep vast, de palfrenier draagt een bloern op de revers. Men is hier in vol omaat. Het is de eerste en de erekoets van een trouwerij.

Op de bok zitten G.L.F. Schout (1898-heden) en Pierre Schout (1890-1950).

?

?

2 Het bestuur van de Vlissingsche Nutsspaarbank

het staat er inderdaad nag met de "ch" in Vlissingsche. Zeven deftige heren uit het Vlissingen van 1919, met de directeur. Een echte kabinetfoto, de heren gezeten op wit gelakte, goud gebiesde fotografenstoelen in een atelier van weleer. Er is aan deze opname grate aandacht besteed. Goed gegroepeerd zijn de heren, die zich in een prima kostuum gestoken van hun beste kant laten zien. Zwarte hoge herenschoenen met lakneuzen waren nog in de mode, een zelfs met knoopjes. Er is een amusante stemming waar te nemen, misschien wel veroorzaakt door een opmerking van de nog jeugdig uitziende dokter Vermaas. Zijn beeItenis geeft deze indruk. Deze heren vormden het bestuur van een bekende Vlissingse instelling: de Nutsspaarbank, destijds gevestigd in de Nieuwstraat. Het waren natuurlijk gezeten burgers, want een dergelijk bestuur moest, als nog geheel zelfstandige plaatselijke instelling, in die jaren persoonlijk garant (kunnen) staan voor een goede zorg voor het behoud van al het spaargeld, voornamelijk ingelegd door de minder goed gesitueerde burgerij. Hun solvabiliteit blijkt vooreerst uit hun positie.

Zittend, van links naar rechts: P.F. Auer, cargadoor en lid van de firma De Groof & Co.; J. Siegers, enig firmant van de bank PJ. Siegers; C.N.J. de Veij Mestdagh, eigenaar-directeur van een boek- en krantendrukkerij met boekhandel; C.A. Kalbfleisch, antiquair en oud-wethouder en J.P. Vermaas, huisarts. Staand: A. van de Sande, eigenaar van twee textielzaken; W.J. Frijling, hoofd van een openbare lagere school en C. Kamermans, directeur sinds 1908. De heren bleven wel erg lang bestuurslid; de voorzitter was het sinds 1882, De Veij Mestdagh sinds 1890 en dokter Vermaas sinds 1902. De jongste, A. van de Sande, was sinds 1909 bestuurslid, dus ten tijde van deze opname reeds tien jaar. De rente bedroeg in 1919 drie procent. Van de gewone spaarders zat niemand in het bestuur. Dit had immers het beste voor met de spaarders?

3. Het personeel van de gasfabriek

In 1924 is er ter gelegenheid van het afscheid van de directeur, de zeer bekende J .G. van Niftrik jr., een prachtige foto van het gehele personeel gemaakt. A.H. le Feber heeft met anderen bijkans alle namen weten op te sporen. De heer Van Niftrik was in 1889 benoemd tot directeur van de gasfabriek in Vlissingen, eigendom van de Imperial Continental Gasassociation, waarvan het hoofdkantoor te Londen was gevestigd. Met zijn vernuft en ondernemingslust heeft hij de vrijheid die hem werd gelaten als directeur gebruikt om de belangen van de gaslevering in Vlissingen en voor een groot deel van Walcheren bijzonder goed te dienen. Ook aan het maatschappelijk leven heeft J.G. van Niftrik krachtig deelgenomen. In de politieke bestuurswereld heeft hij een vooraanstaande plaats ingenomen: hij was een van de belangrijkste wethouders van Vlissingen, lid van Provinciale Staten en lid van Gedeputeerde Staten van Zeeland. Na zijn vertrek uit Vlissingen heeft hij zich gevestigd in Dordrecht, waar hij opnieuw tot lid van de gemeenteraad en tot wethouder werd gekozen. Voor Vlissingen heeft Van Niftrik onnoemelijk veel betekend. Door de oudere Vlissingers wordt zelfs nu nog zijn naam als stadsbestuurder met ere genoemd. Het voert nu te ver om dit al1es uit te werken, maar het zal zeker nog wel eens ter hand worden genomen.

Van Niftrik was een persoonlijkheid. Over hem doen vele verhalen de ronde. Zo kwam hij eens op de gasfabriek, toen er een stoker naar hem toe kwam, Deze zei: .Directeur, ..... ligt te slapen". Van Niftrik ging direct mee. Hij

yond de man inderdaad slapende bij de ketel. De man werd wakker geschud en Van Niftrik zei: " , slapers kan

ik niet gebruiken. Je bent ontslagen. Maar", vervolgde hij tegen de ander die er bij stond: "verraders kan ik evenmin gebruiken. Jij bent ook ontslagen! "

Bij een ander personeelslid deed zich het volgende VOOL Er was iemand, die godsdienstige bezwaren had tegen arbeid verrichten op zondag. Aangezien een gasfabriek een continu-bedrijf is, gebeurde dat op zeker tijdstip toch. J. was al jaren in dienst, hij was wel een beetje ontzien bij zondagsarbeid. Nu hij ten slotte toch was aangewezen ging hij naar de directeur. Deze hoorde hem aan, doch antwoordde: "Ik kan er niets aan doen, de billijkheid vereist dat ook u een zondagsbeurt dienst doet". Bedaard hoorde de man hem aan. Hij zei na enig nadenken: .Directeur, u hebt me heel wat jaren werk gegeven. Daar dank ik u voor. Maar op zondag verricht ik geen arbeid, omdat het in strijd met mijn geloof is. Ik verzoek u dan maar om mij ontslag te geven". Van Niftrik hield voet bij stuk in het gesprekje. J. ging met de pet in de hand weg. Maar het zat Van Niftrik niet lekker. Hij had zelf ook principes en verlangde dat deze werden gerespecteerd. Hij liet J. terugkomen en zei: "J., ik ben het met je opvattingen niet eens, maar ik kan je houding begrijpen. Ik zal ander werk voor je zoeken, je kunt in dienst blijven". J. kreeg werk in de buitendienst. Ook dit was Van Niftrik.

De namen van de personeelsleden op de foto zijn; op de voorgrond, liggend: J. van Eenennaam en A. le Feber. Op de eerste rij, van links naar rechts: D. Bosselaar, J. Maas, L. Adriaanse, A. de Muijnck, A. de Swart, een

onbekende laborant, 1. van Bel, P.L. Abrahamse, N. Stofkoper, J. de Jong, J. v.d. Jagt, C. Catsman, J. van Aken, J. Jongman, J. Jansen, C. van Zweeden, P. Rouw, W. de Boo van Uijen en P. Mallie. Op de tweede rij: A. Huibregtse, P. Bos, Jobse, Stroo, P. Heijeriks, P. de Voogd, P. de Buck, L. Blaas, J. Vos, H. van Hoeflaken, onbekend, mevrouw van Hoeflaken, mejuffrouw A. Wesdorp, J. Gillissen en A. Verheul. Op de derde rij: P. de Kuiper, M. Geldof, J. Huibrechtse, J. Geschiere, J. Francke, W. Krug, 1. Bosselaar, W. Bos, M. Houtekamer, J. Moens, K. de Klerk, E. van de Velde, L. Bimmel, S. van der Leek, P. Bos, A. Sparrentak, L. Bosdijk, 1. Geschiere, M. Malgo, J. Versluijs, Chr. Stroo, De Looff en J. Kole. Op de vierde rij: 1. Flipse, Ch. Verstraete, L. Hekkebus, R. Dellebeke, P. Brasser, A. Arnoldus, J. de Voogd, 1. Catsman, J. van Maris, A. van der Peijl, M. Boekhout, A. Sturm, M.L. Amadio, Jansen, C. van Marion, W. Catsman, C. Roos, J. Bukkens, A. Meert en C. de Kuiper. Op de bovenste rij: F.J. Damen, J. Vos, A. van Leeuwen, J. Marijs, P. de Voogd, J. Versluys, C. Polderman en J. Rijkse.

4. Net Leger des Neils

Het Leger des Heils van Vlissingen mag zeker niet ontbreken. Deze dappere mensen die hun zozeer gewaardeerde maatschappelijke arbeid zien als een praktische uitvoering van het christendom. De zangbrigade ziet u hier op de foto links boven.

We herkennen van links naar rechts, op de eerste rij: de dames Rouw (staand), Zurhaar, Hemmerik (officier), L. Vereijk, een onbekende en Bijl. Op de tweede rij: Wigtman, Bok, Gerstel, Brasser, De Nooijer en Vis. Op de derde rij: M. Vader, M. Zurhaar, Mabelis, De Wit, De Voogd, Fagel en C. Jongkman. Op de vierde rij de heren: J. Vinke, A. Mabelis, mejuffrouw A. Bijl, F. Zurhaar en A. Rijkse. Deze foto dateert van omstreeks 1934.

Rechts onder een opname van een inzamelingsactie, gemaakt in de Nieuwstraat in 1926. Op allerlei manieren werd er geld ingezame1d om de armen, die in 1926 nog vo1op bestonden, een aangename en heilzame avond te bereiden. Het Leger des Heils was een van de weinige gezelschappen voor dit soort evangelisatiewerk. Het verenigingsgebouw was gevestigd in de Gravenstraat-hoek Marinestraat, midden in een volksbuurt. Het werd druk bezocht, maar men ondernam dan ook vele activiteiten. Op de foto zien we de dames: A. de Nooijer, Wigman, Rouw, De Nooijer-van Wijk en Bok, De heren zijn: Van Belzen, kapitein De Waard en Kaudener.

5. Het person eel van de veerdienst Vlissingen - Breskens

Het moet een hele opgave zijn geweest om al het te Vlissingen wonende personeel van de Provinciale Stoombootdiensten op de Westerschelde bijeen te krijgen. Dit moest geschieden op een zondagmorgen, als de schepen slechts de beperkte zondagsdienst hadden te onderhouden. Het was door de bekende Vlissingse fotograaf Ch.L. Dert mooi uitgedacht. Hij vroeg aan enkele leden van het personeel als boodschapper te willen fungeren door al het boot- en walpersoneel aan te zeggen, dat het Provinciaal Bestuur een foto wenste van het personeel te Vlissingen met de nieuwe ferryboot, de .Konmgin Wilhelmina". Deze was op 21 april 1928 in de vaart gebracht. Het Provinciaal Bestuur was er trots op een schip te hebben voor gemakkelijk op- en afrijden, waarmee wel dertig auto's tegelijk konden worden vervoerd, met vijfentwintighonderd passagiers daarenboven. Het schip kostte f518.118,08, een kapitaal in 1928. De boodschappers deden vanzelfsprekend voor het Provinciaal Bestuur hun best en al het personeel kwam dan ook op, keurig in uniform of in zondags burgerkostuum. Misschien moesten meerderen er de wekelijkse kerkgang voor overslaan, maar ze kwamen. Toen de foto gereed was bood Ch.L. Dert haar aan bij de directie en toen kwam uit dat er helernaal geen sprake was geweest van een verzoek van het Provinciaal Bestuur! Dat was een uitvinding geweest van de fotagraaf... Heel slim bedacht, Er was onder de plaatselijke fotografen ook maar een man die zoiets kon doen. Het Provinciaal Bestuur vatte de "grap" echter sportief op. Het gehele personeel kreeg de goed geslaagde fota in groat formaat ten geschenke. Bravo! De man die dit voor elkaar heeft weten te krijgen verdient toch een pluim, want het is uiterst lastig om zo'n groepfoto bij dit korps met sterk wisselende diensten voor elkaar te krijgen.

Men ziet onder de gefotografeerden vele min of meer bekende Vlissingers terug. In het midden de bekende walkapitein Potters, klein van postuur, die de leiding stevig in handen had. Verder nog drie kapiteins: ChI. van Poelje, P.J. Notebaart en T. de Smit en een reeks stuurlieden, machinisten, stokers en matrozen, van wie er later nog velen stuurman of kapitein zijn geworden. Ook het walpersoneel, de conducteurs, hofrneesters en klerken staan er op. Met zijn allen hebben zij de provinciale vlag voor de veerdiensten steeds hoog weten te houden. Zij voeren bij aIle weersornstandigheden, Aan boord moest de be manning attent zijn op het voorgeschreven vlaggebruik. Wanneer een lid van de Provinciale Staten aan board was, moest de Nederlandse vlag worden gevoerd tijdens de overtocht. Ret waren ten slotte provinciale diensten. Daar was vee I discussie over in de Staten, want het kostte geld. Dokter Staverman, de bekende Vlissingse chirurg, was lid van de Provinciale Staten van Zeeland. Hij ging dikwijls naar het ziekenhuis in Oostburg en voor hem moest dus veel de vlag worden gehesen. Dokter Staverman was daar wel een beetje trots op; hij waardeerde dit door elke reis een fooi van een gulden te geven, wat indruk maakte in 1928. Meermalen heeft men vanuit Breskens getracht de veerboot's nachts, als er niet werd gevaren, in Breskens te laten overnachten. Het motiefwas dat Zeeuws-Vlaanderen dan met een bootdienst vroeger

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek