Kent u ze nog... de Vlissingers deel 2

Kent u ze nog... de Vlissingers deel 2

Auteur
:   J.L. van Leeuwen
Gemeente
:   Vlissingen
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2891-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Vlissingers deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

verbinding met de treinen zou hebben. Slim bedaeht om het belang van Breskens te vergroten, doeh het is nooit gelukt.

De namen van de afgebeelde personen zijn, zittend, op de eerste rij, van links naar reehts: J. Bostelaar (staand), A. Beenhakker, P.J. van der Vlist, L. van der Steen, A. Provoost (hand op boei), Van der Meer, Beije, Chr. van Poelje, Potters, P.J. Notebaart, T. de Smit, J. Durinek, W. Roest, Van Houte (hand op boei), Duvekot (in boerendraeht), Van den Broeke, Van de Kreke en L. van Hoom. Staand op de tweede rij: De Ronde, Corstanje, Meijboom, Du Bois, T. van Dijk, Hollebrandse, De Waal, J.L.P. de Zwarte (van wie deze mooie foto is), Dommisse en A. de Pagter. Op de derde rij: Verhagen, P. van Beusekom, Harthoom, Padmos, Sommeling, Ragut, P.H.J. Willemse, Starn, A.C. van de Velde, M. Meijer, J. Lenaerts, P. Boer, Streefkerk, Leunis, J. Kramp, J. de Vuijst, Lefeber, onbekend, Tielrooij, J. Mabelis, Hofman, S. van der Weele, Sehout, Dijkstra, L. Bimmel, J. Dourleijn en A. Oele. Op de bovenste rij: P. den Outer, Gazan, M. van Dijk, J. Maehielse, P. Smoor, De Bilde, Van Leeuwen, T. de Smit, M. Rouw, D. van de Woestijne, Sameel, Jagt en A. van Roosevelt.

6. Jongelingsvereniging op gereformeerde grondslag "Calvijn"

Er was ook een jongelingsvereniging "Calvijn". Ook uit deze vereniging zijn voor kerkewerk en het openbare leven verseheidene leden belangrijk geworden.

We herkennen zittend op de eerste rij, van links naar reehts: M.P. Brouwer, P. Suurmond, Joh. Prins, erevoorzitter J. Baarsehers, voorzitter I. van der Burgt, J. Suurmond, Joh. Sinke, J.A. Stroo, J.W. Stroo en C. Verwijs. Staand op de tweede rij: W. Stroo, C. Harinek, B. van Wouwe, J. van Belle, onbekend, J. van der Hoeven, H.B. Woltering, Van de Voorde en J. de Rijke. Op de derde rij: J. Kuijpers, J. Mommaas, P. van Hekken, D. Stroo, A. Deij, onbekend, P. Liehteringen, J. Weltering, C. Suurmond, onbekend en J. Liehteringen.

7. Vlissingse loodsen en ook Jean Louis Pisuisse

Vroeger was de societeit van het Nederlandse Loodswezen voorzien van een soort balustrade. Op de blauwe hardstenen stoep stonden 's zomers houten banken, zodat de loodsen buiten zittend hun beurt voor een schip konden afwachten. Hier staan van links naar rechts vier loodsen en een burger: de zeeloods F. Jilleba, de schipper van de roeiers Jilleba, de zeeloods Th. van Bel, de rivierloods J. Kamermans en een Engelsman, die lange tijd expert was bij werken op de Koninklijke Maatschappij "De Schelde". Hij kwam dikwijls in de societe it. De foto moet zijn gemaakt enige jaren voor 1924. Over de Jilleba's zou heel wat te vertellen zijn, aangezien dit merkwaardige mensen waren. Ditmaal echter over Th. van Bel en Joh. Kamermans, die onder de loodsen "De Snor" werd genoemd. Ze waren allebei geboren in de Nieuwstraat. Daar woonde ook Pisuisse, loodscommissaris bij het Nederlands Loodswezen. De Nieuwstraat was toen, omstreeks 1880, een deftige straat. De zoon van Pisuisse was Jean Louis, de later beroemde cabarettier. Thomas van Bel, Jan Kamermans en Jean Louis Pisuisse waren gezworen kameraden en even oud (van 1880). Pisuisse zat met Thomas van Bel in een schoolbank. Het waren alle drie echte belhamels en ze werden "de schrik van de Nieuwstraat" genoemd. Thomas van Bel had eens zijn arm gebroken door te hangen aan de zwengel van de bekende waterpomp in de Nieuwstraat. Zijn arm was gespalkt met houten latten. Zijn vriendje Jan Kamermans werd toen aangepakt door andere jongens, omdat zijn hulp toch niet lOU meevechten. Thomas van Bel wist echter raad. Hij trok de latten uit de windsels en sloeg er krachtig mee op de vijanden.

Vader Pisuisse had veel zorgen om zijn zoon, Hij moest onderwijzer worden, doch dit vlotte niet. Hij zei: "AIs jij ooit een dragelijk hulponderwijzertje wordt op het Zeeuwse platteland dan kan de familie haar handen fijnknijpen van geluk". De beide andere vriendjes kozen het beroep van loods, net als hun vaders.

J.L. Pisuisse had twee zusters. De jongens Thomas van Bel en Jan Kamermans riepen deze meisjes in de Nieuwstraat wel eens na: "Pies ... , Pies ... , Pies ... ". Dan klaagden ze daarover bij hun vader, de loodscommissaris. Als chef riep deze dan de loodsen bij zich over het gedrag van hun zonen, De drie vrienden haalden dus veel kattekwaad uit in de oude binnenstad. Zij hebben daar een prachtige jeugd gehad. Maar ook in hun verdere leven zijn het vrolijke mannen gebleven. Th. van Bel is echter vroeg gestorven, namelijk op drieenveertigjarige leeftijd. J. Kamermans is wel oud geworden, zevenentachtig. Van hem wordt verteld dat bij het naar Antwerpen brengen van een klein stoomschip, dit schip plotseling uit zijn roer liep. Het roer was vastgelopen en men stevende recht op de zeedijk aan bij "De Schone Waardin", onder Ritthem, Op die dijk werkte een aantal mannen. Loods Kamermans zag ondanks het onheil toch nog de humor van het incident. Hij liet met de stoomfluit vele malen stoten afgeven. De mannen op de dijk zagen het schip recht op zich afkomen. Kamermans zwaaide met beide armen gebarend: "Ga weg! Ga weg! " De mannen meenden het "gevaar" te zien en vluchtten de dijk af. Het schip liep weliswaar tegen de dijk, doch natuurlijk er niet doorheen. De mannen waren voor niets gevlucht. En loods Kamermans had op de

brug met de kapitein en de roerganger de meeste pret. Veel verhalen en streken staan op zijn naam.

Jean Louis Pisuisse kwam in 1927 om het leven, zevenenveertig jaar oud. Hij leefde naar zijn devies, dat in de woonkamer van zijn eerste vrouw, Fie Carelsen, was opgehangen:

"AIs God maar zorgen wil dat ik niet arm word,

Dan zal ik er wel bliksems voor op passen dat ik niet rijk word".

8. Een consumentenvereniging

Tijdens de eerste wereldoorlog en de jaren daarna heeft er een consumentenvereniging bestaan te Vlissingen. Deze kocht bepaalde goederen zoals levensmiddelen, sigaren en zeep centraal in en leverde deze door aan de leden tegen zeer lage prijzen. Het bestuur heeft een fraaie foto laten maken door fotograaf Preuninger in de Vrouwenstraat. De leden zijn: J. Sturm, werkzaam bij de Koninklijke Maatschappij "De Schelde"; mevrouw F.J. van de Poll, wier man hoofdmachinist was bij de Stoomvaart Maatschappij Zeeland; J.L.P. de Zwarte, agent bij de Provinciale Stoombootdienst; Jac. Louwerse, adjunct-commies ter gemeentesecretarie; P. Verheul, gepensioneerd loods; mevrouw A.E. van Loo-Crispeels en F.C.H. Sasburg, tekenaar bij de Koninklijke Maatschappij "De Schelde". De foto dateert van 1921.

9. Piet van Uchten

Langs de zeekant van het Roeiershoofd en de Vissershaven was Piet van Uchten (zijn naam was eigenlijk Van Oehten, doeh iedereen zei Van Uchten) een bekende figuur. Hij was bootjesman en deed samen met Van de Vel de in diens groene motorbootje, dat altijd in de Voorhaven gereed lag, zijn werk. Dat werk was met het bootje zieken en gewonden van een zeesehip op de rede afhalen, met dokter Detmar, als seheepsarts naar sehepen op de rede te yawn, en met de politie verstekelingen van boord te halen, Deze verborgen zieh in de Antwerpse haven, als zij wilden vluchten en gratis naar een vreemd land wilden reizen. Ze kwamen soms al op de rivier de Schelde te voorschijn, zonder te vermoeden dat zij nog niet in open zee waren. Zulke verstekelingen werden dan te Vlissingen aan de politie overgegeven en Van Uchten moest ze van boord halen, Ook met sehepelingen van sehepen op de rede, die naar de wal moesten, voer hij op en neer, als er een afgesproken vlag aan boord van het sehip was gehesen. Van Uchten was daarom altijd attent naar schepen op de ree. Er waren in 1930 nog niet zoveel motorbootjes, ook bij de stoomsehepen niet, zodat zijn werk voorzag in een behoefte. Het werd bovendien goed betaald, want hij kreeg minstens een Engels pond, toen twaalf gulden. Er bleef na het werk weleens wat hangen in de havencafe's maar moeder Van Uehten, een klein vrouwtje, kwam niets te kort. Zij wist Van Uchten, zo groot als hij was, behoorlijk onder leiding te houden.

Van Uchten was een rasechte zeeman. Hij had verre reizen gemaakt in zijnjonge jaren en hij sprak daardoor een behoorlijk mondje .scheepsengels''. Hij kon zieh uit allerlei situaties redden, al zag je hem dat met zijn bonkige gestalte niet aan. Zijn persoonlijke eontaeten beperkten zieh tot vaste vrienden; met anderen bemoeide hij zich liever niet. De verstandhouding rand het Roeiershoofd was met sommigen wel eens minder goed. Iemand had daarom op een naeht zijn bootje van de tros losgesneden. Een gemene streek. Van Uehten werd 's naehts gewaarschuwd. Hij was donders. Wild zoekend naar de dader had hij deze al gauw ontdekt. Hij stapte op de man af, pakte hem vierkant beet met zijn harde knuisten, liep met hem een trap af bij het Roeiershoofd, aan een hand het slachtoffer vasthoudende, en dornpelde hem onder water. De man, de dader, ontkende. Nog een dompeling, weer een ontkenning, nog een dompeling, maar toen moest de man toegeven het te hebben gedaan. Van Uchten beet hem toe hem te zuilen verzuipen als dat ooit nog eens gebeurde. En het was ook radieaal uit met dat gedoe. Zo kon dus Van Uchten ook zijn.

Als visser was hij evenzeer bekend. Hij viste op aile vissoorten, het hele jaar door, naar gelang de trek en het jaargetij. De kaaien had hij gepaeht om palingfuiken te zetten, met kruisnetten op de hoofden ving hij gepen, met een sehardijnkuil haalde hij sehardijn binnen in het najaar, hoofdkrabben en kreeften ving hij in korven en 's winters beoefende hij de lijnenvisserij op kabeljauw. Alles gebeurde rand de hoofden langs de Noordzeeboulevard, veelal bij laag water. Hij kon met dit werk, dat behoorlijke inkomsten opleverde, meteen zijn schepen op de rede in de gaten houden voor het bootjesmannenwerk. Van Uchten rookte in een rokerijtje in de Pluim-

straat, achter zijn woning, ook schardijn tot sprot. Deze was beroemd om de kwaliteit. Alles deed hij zelf: netten breien, korven vlechten, fuiken aanleggen, kruisnetstokken maken, lijnen splitsen. Hier een zeldzame foto van hem, ongewoon met de krant hem door een toerist in de handen geduwd, doch precies de man tonend die hij was. Goudbruin van de zon en de wind. Met het buitenste bootje in de haven deed hij zijn werk.

Nog iets over het huishouden. Een zoon, Jan van Ochten, kwam in 1930 op een middag thuis, afgezwaaid uit de militaire dienst als dienstplichtig soldaat. Hij stapte welgemoed de ouderlijke woning Pluimstraat 7 binnen, en trof daar Ko van Loon, de latere handelaar in artikelen uit grootmoeders tijd in de Noordstraat, aan. "Wat doe jij hier", vroeg Jan. Van Loon: "Ik woon hier. Jullie zijn verhuisd naar de Breewaterstraat 41, drie weken geleden". Jan van Ochten wist er niets van ... Hij pakte zijn plunjezak en ging naar het nieuwe adres, om de hoek ...

10. Het Marine Sanatorium Fonds

Een vereniging die bijzonder veel aan de weg timmerde, was het Marine Sanatorium Fonds. Jaarlijks gaf men vele ontspanningsavonden met cabaret en revues, samengesteld door amateur-tekstschrijvers en musici. Met grote advertenties en reclamebiljetten wist men een grote kring van belangstellenden in het Concertgebouw of in "De Oude Vriendschap" bijeen te krijgen. Het "Bal Na" oefende daarbij steeds een grate aantrekkingskracht op jonge mensen uit. Deze vereniging groeide en bloeide door de aanwezigheid van het talrijke marinepersoneel te Vlissingen, gelegerd op het wachtschip de "Noordbrabant" en op de verschillende oorlogsschepen, De financiele baten van de voorstellingen moeten er veel toe hebben bijgedragen am de t.b.c.-bestrijding van zieke marineschepelingen en in het bijzonder van hun gezinsleden te bevorderen. Verder was dit doel tegelijk een belangrijk mid del tot regelmatige ontspanning en het onderhouden van persoonlijke contacten voor de leden en de gepensioneerden van de Koninklijke Marine te Vlissingen.

We zien van links naar rechts, zittend, de dames: Van der Hoeven, Hajen, De Koning, Hoeijdonk, J. van de Voorde, P. Hoeijdonk, J. van der Meer, A. de Ruijsscher en M. van der Meer. Staand de heren: A. Laport, De Koning, C. van Beers, onbekend, Luwema, Van der Meer, P.M. de Goederen, J.G. Steinhauer, onbekend, Van der Stel, twee onbekenden en D. de Waal.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek