Kent u ze nog... de Vriezenveners deel 1

Kent u ze nog... de Vriezenveners deel 1

Auteur
:   B. Kobes
Gemeente
:   Vriezenveen
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2250-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Vriezenveners deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

36. Dit is een foto uit 1949 waarop de klokke1uider, de oude heer Meulenbeld (Piettien), staat bij de nieuwe kleine klok, die bestemd is voor de toren van de hervormde kerk. Op 2 februari 1943 werden de twee klokken, de grote en de kleine, in opdracht van de Duitsebezetters uit de toren gehaald om versmolten te worden tot oorlogstuig. Onder ademloze stilte van de omstanders kwam eerst de kleine klok uit 1796 naar bene den en later de grote of Mariaklok uit 1531. Direct na de bevrijding bleek dat een groot aantal Nederlandse klokken toch nog aan hun noodlot waren ontkomen. Inmiddels was de heer Huyssen van Kattendijke tot burgemeester benoemd. Ook deze nieuwe burgemeester achtte terugkeer van de klokken van groot be lang voor de gemeente. Intussen had men reeds van dr. Hijszler van het rijksmuseum Twenthe gehoord dat de kleine klok als verloren moest worden beschouwd, daar deze direct naar Duitsland was doorgezonden om te worden versmolten. Op dinsdag 6 december 1945 kreeg de burgemeester bericht dat een van de klokken uit Vriezenveen zich in Groningen bevond. Zo gingen op een triestige dag in december 1945 de burgemeester, de heer G. Coes, wethouder Berkhof en Herman Jansen naar Groningen. Eindelijk kwam men bij de opslagplaats en daar stonden klokken in allerlei soorten, grote en kleine, beschadigd en onbeschadigd. Even een nerveus zoeken en daar stond onze eigen oude Mariaklok onbeschadigd. Men mocht van geluk spreken, want vele klokken waren ernstig beschadigd, waarvan sommige onherstelbaar. Direct werden de nodige maatregelen getroffen om de klok naar Vriezenveen te transporteren. Op maandag 17 december 1945 kon de heer Verbeek de klok ophalen, samen met nog twee klokken uit Denekamp. De kleine klok kwam nimmer terug. Door de goede zorgen van de burgerij kon echter een nieuwe klok worden aangeschaft. In juli 1949 werd deze weer in de toren aangebracht. Hendrik Meulenbeld, geboren op 30 april 1858 en overleden op 9 juli 1950, was sinds onheugelijke tijden klokkeluider; daarna nam zijn zoon Hendrik (geboren in 1901) geassisteerd door broer Johannes, zijn werk over totdat de automatisering hun taak overnam.

37. Hendrik Berends was de laatste schaapherder (scheper) te Vriezenveen. Hij was geboren in 1876 te Ommen en kwam als jongeman naar Vriezenveen, vermoedelijk als boerenknecht. Bijna een halve eeuw lang zwierf hij in de noordelijk van de Dorpstraat gelegen hoogveengebieden, nu het Veenschap genaamd. Zijn kudde schapen en de trouwe herdershond waren dagenlang zijn enig gezelschap. Met de "kloetenschuppe" stak hij een stukje veen uit de bodem en kon daarmede, met een snelle verre worp een afgedwaald schaap tot de orde roepen. We zien hem hier, verrnoedelijk aan de derde leidijk, met zijn grazende kudde zich langzaam verplaatsend naar de schaapskooi. Vele nachten bracht hij door te midden van zijn kudde, in een hoek van de schaapskooi op een bos stro, vooral in het voorjaar als er jonge lammeren verwacht werden en hij zo no dig bijstand moest verlenen aan het moederschaap. Andere schepers die wij ons herinneren waren Bets Folbert (Hulbets) en Telman (Klootjans). Vroeger zullen er zeker nog meer geweest zijn, de hoogveenlandschappen leenden zich uitstekend voor het houden van een kudde schapen, die kosteloos hun dagelijks voedsel op de heide vonden. Voor iemand die hield van de natuur en de stiIte van het landschap, met aileen zijn eigen gedachten, was het een mooi yak. Er waren eenvoudige lieden onder de schepers, doch ook kon men een enkele keer onder hen echte filosofen aantreffen, die al voorttrekkend met hun kudde tot oorspronkelijke gedachten kwamen en met wie een interessant gesprek gevoerd kon worden. Al' hadden ze dan niet veel aanspraak, ze konden met recht zeggen: "mijn gedachten zijn mijn vrienden".

ie houvt Um gein bod te down, Hit koomp van zolf

38. Dit is een unieke foto van een van de laatste "broodjagers" van Vriezenveen. Het is Hendrikus Kerkdijk, geboren in 1862 en overleden in 1945, die samen met zijn broer Albertus Kerkdijk, geboren in 1864 en overleden in 1943, jarenlang het jagen en vissen als beroep uitoefende. Van Albertus was helaas geen goede foto beschikbaar. Hun jachtterrein von den zij in het gehele uitgestrekte gebied van de gemeente Vriezenveen (7394 hectare). Zij hadden hiervoor geen vergunning van de eigenaars van de gronden nodig; het werd als vanzelfsprekend aangenomen, dat de .Kattenjagers" (dit was hun huisnaam), in dit gebied hun broodwinning zochten. Zij woonden toen nog vrij eenzaam, bij het stroomkanaal in de Pollen. In onze jeugd was het een vertrouwd beeld als we de "Kattenjagers" 's avonds terug zagen komen uit de Woes ten (nu westelijk Aadorp), het geweer aan de schouder, lange waterlaarzen aan, de weitas op zij, waaraan meestal een paar houtsnippen, een haas of ander wild hing en de jachthond als hun trouwe metgezel. Ze hadden dan een lange dagtaak achter de rug, want's morgens v66r dag en dauw had den ze reeds vijf a zes kilometer moe ten lopen, vanaf de Pollen, om hun jachtterrein in de Woesten te bereiken, waar eigenlijk de jacht pas kon beginnen in het uitgestrekte, wondermooie woeste gebied, met zijn vele wilgenbosjes, moerasjes en vlaktes met wild gras. Het was geen wonder dat ze op het Westeinde even moesten aanleggen bij Hannernuije (Schuutjaansl'Ianna) voor een "Berenburger". Zij stonden er om bekend dat ze nooit een aangeschoten stuk wild in het veld zouden achterlaten. Ze zochten net zo lang tot het gevonden was, al moest het ook uit het water of soms uit het ijs gehaald worden. In gesloten jachttijd, 's zomers, gingen ze turf graven, doch in augustus begon de eendenjacht en zodra de jacht op patrijs open was, trakteerden ze zichzelf op een flesje of "nen halven oord" oude klare en het bedrijf kon beginnen. In de herfst- en wintermaanden vonden zij in het vissen op paling, snoekbaars, blei en meun in de kooiplas, die toen gemeentelijk eigendom was (circa vijftien hectare groot) een broodwinning, Tijdens de tweede wereldoorlog moesten de geweren worden ingeleverd. Zij hebben deze nooit terug ontvangen.

39. Jan Kippers, geboren op 11 januari 1890, werd op 11 januari 1955 door de gemeenteraad eervo1 a1s nachtwaker onts1agen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Tegelijkertijd werd het besluit genomen deze functie op te heffen. Hiermee kwam een einde aan een eeuwenoude traditie, waarvan zelfs de oorsprong niet is terug te vinden. De taak van de nachtwacht was voornamelijk het a1armeren bij brand of brandgevaar, bijvoorbeeld door hooibroei. De rondgang begon om elf uur 's avonds en duurde tot drie uur in de morgen. Om elf uur moesten eerst de petroleum1ampen van de straatverlichting gedoofd worden en om twaalf uur begon de eigenlijke bewakingsrondgang, waarbij drie lange stoten op de nachtwakershoorn werden gegeven. Zo werd telkens bij ieder heel uur de tijd aangegeven, door aan de drie lange stoten een, twee of drie korte stoten toe te voegen, We zien hier de heer Kippers (kipsenJ an) als jongeman in militair uniform. Hij begon zijn functie als nachtwaker op 1 mei 1928 als opvolger van nachtwaker Beune. De bewapening was een gummiknuppel en een revolver. Dat de functie van nachtwaker weI eens gevaarlijke situaties kon opleveren, blijkt uit een door Herman Jansen beschreven:

NACHTELIJK DRAMA.

In het begin der vorige eeuw woonde, ergens aan de Kerksteeg [Kaistiege} nu Bouwmeesterstraat, de nachtwaker Klaas Niikamp, In die tijd, 't was omstreeks 1822, werd er op Vriezenveen door diverse personen nog al vrii veel gesmokkeld; keukenzout was namelijk hier te lande erg goedkoop en over de grens zo duur, dat er een zodanige verdienste inzat, wanneer men een zak zout naar Duitsland bracht en op de terugweg een aantal liters jenever naar Holland kon meenemen, dat men het hieraan verbonden gevaar durfde te riskeren. In den stikdonkeren nacht van 21 op 22 mei 1822, had de Maioor-grensjager Menge, de wacht betrokken bij een flinke partij in beslag genomen zout. Het was al eens eerder gebeurd, dat smokkelaars, het in de voornacht in beslag genomen zout, getracht hadden, dit later bij onachtzaamheid der commiezen weer in hun bezit te krijgen: En zo stond de Majoor Menge in de donkere nacht te wachten op de terugkomst der smokkelaars met het geweer klaar om te schieten. Nachtwaker Nijkamp sjokte op zijn klompen, de Kaistiege in, hij had zijn nacht-taak er weer op zitten. Plotseling hoorde hij: "Sta of ik schiet", doch Niikamp die zich ook een gewichtig persoon voelde, in dienst der gemeente, liep door, hij had toch zeker evenveel recht op de openbare weg als wie dan ook. Nog eens hoorde hij de dreigende waarschuwing, doch de nachtwaker riep terug: .Lk heb hier net zo vjolle recht als ie" en liep rustig door. Dan opeens een schot in de stille nacht, dat Klaas in het dijbeen trof en hij viel zwaar gewond op de harde keien. Dat gaf een hele opschudding en veel harde woorden vielen aan het adres van de grensjager. De schout werd gewaarschuwd en de nachtwaker werd op een ladder naar zijn woning vervoerd .... De toestand van de gewonde leek aanvankelijk nog al mee te vallen. Hij werd door een chirurg uit Almelo geopereerd. Deze verwiiderde de kogel uit de wond alsmede "enige kleine steentjes". Docb na enkele dagen werd zijn toestand verergerd, men riep nog de hulp in van een geneeskundige uit Rijssen, doch het mocht niet baten: de man overleed de volgende dag na "ysselijk lyden ", zo schreef de schout in zijn dagboek,

40. Hier zien wij een foto uit 1924 van de heer en mevrouw Cramer-Bremer en een zuster van mevrouw Cramer. Louis Cramer was notaris te Vriezenveen van 1906 tot 1924. Hij werd geboren te Charlois op 17 oktober 1865 en is overleden op tweeenzeventigjarige leeftijd te Apeldoorn op 15 februari 1938. Van mevrouw Cramer is bekend dat zij tijdens haar verblijf te Vriezenveen meerdere jaren fungeerde als leidster van de meisjesvereniging "Perpetua", terwijl notaris Cramer de eerste voorzitter was van de Groene Kruisvereniging,

'T NATTE JAOR 1954

Het is vuurbie ... de leste uren Van veernvieftig zeend in zicht Nog nen goank duur stal en schuur'n En n lesn touwtast is verricht.

Ik deenke an oe en 't geploeter Dai hebt ehad met vee en loand An oen geklaeg en mangs gefoeter Het was heel slim vuur boerenstoand.

Het was neit best vuur Vjenneboeren.

En elders was het ok al slecht.

Vaeke keek ie in 'n duustern Het was meer zeeln effen lecht.

Waijnug heuj en slecht e wonnen De eerappel? Finoal verrat't

n Torf in t veld, wat wail begon'n Het hef vuur als te vjolle e nat't

Toch meuii der duur en t jaor det koomp noe Vrag wier opniej oen lust en vliet

Al geit de morre waver 'n klomp oe

De mouwd ziei wap ik nog neit kwiet.

Al is de weg ok nog zo smaerig

De tied deii hoalt gein schoft 01 stop Het heufd in de heugte, aaltied njaerig In t nieje joar wier 'n akker op

H.van n'oandertweggen. Herman Abbink

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek