Kent u ze nog... de Wageningers

Kent u ze nog... de Wageningers

Auteur
:   A.G. Steenbergen
Gemeente
:   Wageningen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4378-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Wageningers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

INLEIDING

U mag deze bundel "Kent u ze nog ... de Wageningers"rustig een familiealbum van de Wageningse bevolking tussen ongeveer 1880 en 1940 noemen. Een album, waarvan de inhoud verre van compleet is. Ik ben mij daarvan bewust. Het is trouwens ondoenlijk in achtenzeventig foto's met tekst de rijk geschakeerde samenleving in het stadje aan de Rijn te "vangen". WeI heb ik getracht de inhoud zo gevarieerd mogelijk te maken. Bepaalde foto's, die ik graag erin wilde hebben, waren Of niet voorhanden Of de toezegging werd niet gehonoreerd. Ik denk aan een opname van het personeel van de in 1931 opgeheven leerlooierij, de stadsomroeper, de brandweer, de postboden enzovoort. Ondanks deze manco's hebben verscheidene instanties en personen mij spontaan geholpen. In de verzamelingen van het gemeentearchief en het voormalig gemeentelijk historisch museum mocht ik, met succes, grasduinen. De foto's betreffende de Landbouwhogeschool zijn afkomstig uit de rijke collectie van deze instelling. Bijzonder aardige kiekjes kwamen te voorschijn uit de befaamde "dozen en kistjes" van Jan J. de Goede en Dick Westrup. Maar ook het soms plotselinge beroep, dat ik deed op diverse inwoners van Wageningen (gewoonlijk kende ik ze weI "ergens" van), was niet tevergeefs. Een lid van onze vereniging "Oud-Wageningen" zorgde ongevraagd voor soms bijzonder zeldzame foto's. En dan al die namen! Jammer genoeg konden niet aIle gezichten van een naam voorzien worden. De term onbekend en een vraagteken duiden hierop. Verscheidene oude en zeer oude inwoners van Wageningen hebben mij geholpen. Ik heb hierbij vaak versteld gestaan over het scherpe geheugen van sommigen van hen. Zij en ik zijn er zeker van, dat er foutjes ingeslopen zijn. In gesprekken met oude Wageningers,die mij dikwijls veel en interessante informatie verschaften over vroegere toestanden, kwam een zaak heel duidelijk naar voren: de grote saamhorigheid in Wageningen van v66r 1940 en vooral van het begin van deze eeuw is er niet meer. In onze gemeente leven thans vele bevolkingsgroepen naast elkaar in plaats van met elkaar. Het kleine provinciestadje van weleer is de laatste jaren ontzettend gegroeid en veranderd. In grootmoeders tijd beyond de Landbouwhogeschool zich nog i.n een beginstadium. De studenten werden toen nog .Jandbouwers" genoemd. De sigarenindustrie en ook de steenfabricage, waar zoveel Wageningers een schamele boterham verdienden, zijn verdwenen. Velen hebben nu een vaste baan bij het .Rijk", Over al deze mensen gaat het in deze bundel oude prenten. De feitelijke gegevens, die bij deze foto's vermeld staan, zijn voor een groot deel ontleend aan onder andere het gemeentearchief, jubileumboekjes en -geschriftjes, de vergeelde leggers van de Wageningsche Courant enzovoort. Behalve het verhaaltje over "Vada 1925", geschreven door S. Maasland, heb ik de artikeltjes zelf samengesteld. Dat het ene onderwerp interessanter voor mij was dan het ander, behoeft geen verklaring. Mevrouw H. Allaart is mij behulpzaam geweest bij het uittypen van het manuscript, waarvoor mijn oprechte dank. En deze dank gaat eveneens naar allen, die mij op een of andere manier geholpen hebben. Ik hoop dat u bij het doorbladeren van dit album genoeglijke momenten mag beleven. Mijn werk is niet tevergeefs geweest. Voor serieuze op- en aanmerkingen en aanvullingen op de ontbrekende namen, houd ik mij aanbevolen.

1. Op donderdag 30 januari 1937 nam burgemeester J.M.A. Wijnaendts van Resandt afseheid van de gemeenteraad en daarmede van de gemeente Wageningen. Vanaf 1923 was hij het stijlvolle hoofd geweest van de Landbouwstad. Wegens zijn minder goed geziehtsvermogen besloot hij het ambt neer te leggen en met ingang van 1 januari 1938 werd hem eervol ontslag verIeend. De ambtsperiode van deze burgemeester met de dubbele naam was geen gemakkelijke geweest en werd grotendeels bepaald door de erisisjaren. Tijdens de raadsvergadering op de genoemde datum, voorgezeten door loco-burgemeester W. van der Weide, werd hij door de vertegenwoordigers van de poIitieke partijen toegesproken. Uit erkenteIijkheid voor hetgeen de seheidende burgemeester in het belang van de gemeente Wageningen verriehtte, werd hem de gouden medaille van de stad met inseriptie aangeboden. Na afloop werd deze opname gemaakt van de burgemeester en zijn eehtgenote, temidden van de beide wethouders en de seeretaris aehter de tafel en de raadsleden aehter de stoelen. De raadszaaI was toen nog in oude stijl ingerieht. De wanden waren bekIeed met leerbehang en boven de sehoorsteen hing een fraaie spiegel met daarboven een zogenaamd sehoorsteenstuk met onder andere het gemeentewapen. Aehter de tafel zitten van links naar reehts: wethouder Th. J.J. Vonk (Roomse Staatspartij), wethouder W. van der Weide tevens loeo-burgemeester (S.D.A.P.), burgemeester J.M.A. Wijnaendts van Resandt en zijn eehtgenote en gemeenteseeretaris P. Bergsma. Staande aehter de zetels van links naar reehts: D. van Amersfoort (S.G.P.), J.H. Thijs (S.G.P.), G.J. Doeleman (S.G.P.), Job van de Peppel (C.H.U.), J.H. Geldhoff (S.D.A.P.), professor A. te Weehel, A. Vermeer (S.D.A.P.), F. Jordens, H. Bos, Peter Assink (Roomse Staatspartij), J. Rothuizen (A.R.) en H. van Dam (C.P.N.). Geheel reehts ziet u gemeentebode W.F. van den Berg met het aehttiende eeuwse bodeteken.

2. Hoewel de politieagenten van de oude stempel het vroeger niet altijd even gemakkelijk hadden, heerste er toch tussen hen en de burgerij van Wageningen een gemoedelijke verstandhouding. De Wageningers kenden de agenten gewoonlijk het best bij hun bijnaam; ze zorgden er weI voor deze niet te gebruiken in aanwezigheid van de betreffende agent! Figuren als Stachhouwer, Stoorvogel, Hofenk (de goeie Willem) en anderen leven duidelijk in de herinnering van velen. Toch konden de Wageningers voor hen lastig en ongemakkelijk zijn. Vooral op de zaterdag- en zondagavonden, wanneer veel mannen hun vertier zochten in de talrijke kroegen en kroegjes, was het raak. De vechtpartijen waren niet van de lucht, zodat de politie geregeld handelend moest optreden. Het politiekorps telde in de jaren dat deze foto genomen werd - ornstreeks 1921 - slechts drie ploegen van vijf man, een brigadier en een commissaris. Deze commissaris, A.L. van Beusekom, is landelijk een bekend figuur geweest. Hij was een van de grote voorstanders om tot een Algemene Nederlandse Politie Bond te komen. Ook is hij een van de mdeoprichters geweest van de politieschool te Enschede. Bij de politie kende men vroeger geen rangen. Er waren agenten eerste en tweede klas (gemeenteveldwachter en dienaar van politie). Van Beusekom bracht hier echter destijds eigenhandig verandering in. Hij benoemde brigadiers en een rnajoor. De kleine bezetting van politiemannen, die onze stad toen kende, moest geheel Wageningen "in toom" houden. Aile voorkomende zaken moesten zelfstandig afgewerkt worden. Er werd welliswaar in ploegen gewerkt, doch wanneer de dienst afgelopen was, wist men niet. Er werd gewerkt totdat aile zaken, inclusief de processen-verbaal, klaar waren. De dienstronde geschiedde gewoonlijk te voet, hoewel het korps twee fietsen rijk was, die gewoonlijk op slot stonden, Voor bijzondere diensten mochten deze "doortrappers" meegenomen worden. Pas later werd het korps verrijkt met zes fietsen. Dit bleek een feest te zijn op het politiebureau, dat toen nog gevestigd was in een verbouwde meisjesschool aan het Kerkplein. In die "goeie ouwe" tijd bezat het korps ook een fooienpot. Wanneer iemand begraven werd, ging de politie voor de stoet uit tot aan het einde van de bebouwde kom. Na afloop van de teraardebestelling kreeg de politie een gulden, die dan prompt in de fooienpot werd gedaan; eenmaal per jaar werd deze .schatkist" verdeeld. Van deze .Bescherrners van de Burger Bevolking" zijn een aantal eurieuze foto's uit versehillende jaren bewaard gebleven. Deze opname moet dateren van ornstreeks 1920. Op de onderste rij van links naar reehts: H. Hofenk, eommissaris A.L. Beusekom, inspecteur van politie Labourgiere (de naam H. Kiers wordt ook genoemd) en hoofdagent-majoor L.M. Stoorvogel. Staande, van links naar rechts: J. Zweep G. Noordhuis, A. Wijnberg, C. Maste, L. Heres, G. Spies, M. v.d. Groot, H. de Graaf en G.H. Assink.

3. Toen Wageningen nog geen openbaar gemeentelijk slachthuis bezat, werd door de slager thuis geslacht. nit betekende dat, bijvoorbeeld na een vorstperiode, een vieze brij van smeltwater en bloed in de vaak slechte straten lag. De slachtplaatsen waren over het algemeen zeer gebrekkig. Ze waren in een schuur of achterhuis ondergebracht en had den vloeren van gewone klinkers, volstrekt niet in overeensternming met de eisen, die aan een goede slachtplaats moeten worden gesteld. Vaak ook stonden in deze slachtruirnten dingen, die er niet in thuis hoorden. Bewaarplaatsen voor dierlijk afval ontbraken gewoonIijk. De afvoer van het bloed en schrobwater geschiedde vrij algemeen door de open stadsgoten naar de stadsgracht. In 1919 werd een georganiseerde vleeskeuring in het leven geroepen waardoor er een betere en strengere controle op het slachten en op het bewerken van het vlees kwam. Zo ontstond langzamerhand behoefte aan een eigen gebouw, waarmee een nieuwe periode van de gemeentelijke keuringsdienst ingeluid werd. De slachtplaatsen verdwenen uit de bebouwde kom en daarmee kwam ook een eind aan de overlast. Er kon een voortdurend toezicht op de naleving van de vleeskeuringswet plaats gaan vinden. In strakke Iijnen werd in 1926/27 aan de Pabstsendam bij de haven door de aannemers Kleinrensink en Beekhof het slachthuis met bijgebouwen en twee woningen opgetrokken. Op maandag 26 juli 1926 vond de eerstesteenlegging plaats door het driejarig zoontje van de directeur van het slachthuis, Willem Gerhardus. Op de foto ziet u, hoe parmantig dit gebeurde. De directeur van gemeentewerken, Van BIitterswijk, sprak enige harteIijke woorden tot de directeur, de opzichter-tekenaar C.D. van Eck, de aannemer en het werkvoIk. Een jaar later, op 18 juli 1927, werd het gebouwencomplex geopend en in gebruik genomen. Niet aIle personen op de foto konden "teruggekend" worden. Van rechts naar links staan: aannemer G.J. Kleinrensink, directeur F.J.J. van Rijn, mevrouw Van Rijn met de kleine WilIem en (vermoedelijk) opzichter-tekenaar C.D. van Eck. Achter de schuine balk staat W. van Blitterswijk. Uiterst links achter staat in zijn witte overhemd opperman Walen. Het slachthuis werd in 1965 opgeheven.

-t-

4. Op 12 november 1856 werd te Wageningen door een aantal notabelen van het stadje "De Naamloze Vennootschap de Wageningsche gasverlichtings-maatschappij" opgericht. Het doel was: ,,het daarstellen en drijven eener fabrijk tot het stoken van gas uit steenkolen, ten dienste der gemeente Wageningen; het aan- en verkoopen van pijp- en ornamentswerk, en wat verder tot zodanige onderneming behoort". De medewerking van de gemeenteraad was voortreffelijk. Nog voor het jaar om was, verleende zij concessie "tot aanleg van eene gaz-straatverlichting". Een jaar later, op 11 september 1857, floepten de eerste gaslantaams aan die de slecht geplaveide straten in de binnenstad voortaan gingen verlichten. De buitenwijken, zoals "de Buurt", moesten het blijven doen met een schaarse verlichting door patent- en raapolielampen, later door petroleumlampen. Pas in 1904 werd de petroleumverlichting in "de Buurt" vervangen door gasgloeilicht. Ook in de herenhuizen en de gewone woningen ging men langzamerhand over op het gaskousje. De bron, waar al dat gas vandaan kwam, was de fabriek, die op een terrein tussen de Veerstraat en het Spijk gebouwd was. De eerste directeur was Dirk Beek. Tot 1896 bleef de exploitatie van dit gasbedrijf in particuliere handen. Zoals in vele andere plaatsen in ons land leefde in Wageningen bij het gemeentebestuur de gedachte de exploitatie in eigen hand te nemen. Aanvankelijk dacht men een nieuwe fabriek te stichten, doch de verschillende inschrijvingen overtroffen ver de begrotingscijfers, zodat tot aankoop van de oude gasfabriek van de famille Beek besloten werd. Tot eerste directeur 'Van dit gemeentelijk gasbedrijf werd benoemd de heer H. Lenderink. In de loop der jaren werden de reeds bestaande gebouwen uitgebreid onder andere met een kantoor en een onderzoekkamer en in 1908 met een tweede gashouder. Een ander opmerkelijke gebeurtenis was, dat in 1927 de gasverlichting in de straten vervangen werd door elektrische straatverlichting. Van het jaar 1926 naar 1960 is een grote sprong in de historie van het gemeentelijk gasbedrijf. In laatstgenoemd jaar werden namelijk de gebouwen van de gasfabriek gesloopt. Op het vrijgekomen terrein werd het bejaardencentrum .Rustenburg" gebouwd. De reden van deze sloop was dat de gemeente Wageningen overgegaan was op het gebruik van aardgas, waardoor de gebouwen buiten gebruik kwamen te staan. Van het oude gasbedrijf herinnert onder anderen bijgaande foto van zowel het personeel van de gasfabriek als van de gemeentelijke waterleiding. De opname dateert van 1936, toen het gasbedrijf veertig jaar bestond. Het personeel stond opgesteld v66r een der gashouders. Zittend van links naar rechts: B. Vrolijk, W. van den Brink, J. Haar, directeur J.H. Lentelink, H. van Vugt, J. Vermeer en Jan Bloemers. Staande: J.W. Rijken, Johan Voskuilen, H. Rozeboom, J. van Pluuren, J. van Palland, J.H. Wiggerman, E.J. van de Peppel. E. v.d. Born, J.O. van Dalen, P. Gouweloos, W.J. Engelsman, J. de Leeuw, G. Aartse, P.H. van der Grind, A. Aberkrom, Jo Assink, N. Gijbels en Th.A.N. van Saleming.

5. In het jaar 1923 nam het gemeentebestuur van Wageningen een uit hygienisch oogpunt belangrijk besluit. Het gaf aan het Ingenieurs- en Adviesbureau Op ten Noort en Scheffer te Utrecht opdracht een rioleringsplan voor de gemeente Wageningen te ontwerpen. Een jaar later - eind 1924 - werd begonnen met de uitvoering van dit plan. Zowel in de binnenstad als in de buitenwijken heerste sindsdien een koortsachtige bedrijvigheid van gravende en zwoegende mannen. Uiteraard bezorgde dit alles veel overlast aan de bewoners in de straten. Er was een Iichtpunt: deze graverij was van korte duur. Met de aanleg van deze zo noodzakelijke riolering verdween ook de overlast van de open goten langs de straten, waarlangs het vuile water weg kon lopen. Vooral in de zomermaanden kon het bepaald niet lekker ruiken. Van gemeentewege werden deze goten twee maal in de week met leidingwater schoongespoeld. Ook de zinkputten, waarin het vuil kon wegzakken, werden geregeld met "kalkmelk" en "creolin" doorgespoeld. Op de uitvoering van dit rioleringsplan was de gemeente kennelijk bijzonder trots. In de verzameIing van het gemeentearchief zijn dan ook heel wat foto's aanwezig, die een goed beeld geven van dit "onderaards gerommel". Omstreeks 1927 kwam de Harnjesweg aan de beurt en weI het gedeelte oostelijk van de Grintweg (Bevrijdingsstraat). Er zijn nog genoeg herkenningspunten van de aanleg van de riolering op deze foto terug te vinden. De boerderij rechts, waarin de schoenmakerij annex brandstoffenhandel van Van Amersfoort gevestigd was, is inmiddels afgebroken. De molen "De VIijt" op de achtergrond, waarin toen molenaar C. van Veen het koren maalde, staat al geruime tijd zonder wieken. De restauratie laat lang op zich wachten. Van de dertien mannen, die er min of meer aan het werk waren, konden er negen herkend worden. In de greppel, van voor naar achter: Ko Engelsman, Janus Prijs en Toon Selbach. Rechts op de kant: aannemer Albert de Leeuw, daarachter Dort Wien, Gijs van de Pol, Piet van Haaren en Dirk Engelsman (met schipperspet). Links op de kant:

Jan Kuilenburg(? ) en Koen Engelsman.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek