Kent u ze nog... de Wageningers

Kent u ze nog... de Wageningers

Auteur
:   A.G. Steenbergen
Gemeente
:   Wageningen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4378-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Wageningers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

6. In het Bowlespark stond, op de plaats waar nu het kantongerecht is tot omstreeks 1934 de Visbank. Vele Wageningers herinneren zich weI de visafslag, die hier op de woensdagse marktdag en vooral op de vrijdagmorgen plaats vond. De Visbank was tevens een geliefd speelterrein voor de kinderen van de nabijgelegen zusterschool: ze konden er heerlijk zwieren aan de kolommen, die de overkapping droegen. Onder dit dak stond een stenen bank, waarop de bakken vis een plaats kregen. Waren er voldoende liefhebbers aanwezig, dan kon de verkoop beginnen. De afslager zoch een goed plaatsje, wees met een stok op een bak vis en begon af te slaan met stuivers (afmijnen). Wie dan het eerst ,,mijn" riep, was de koper. Men noemde dit de visafslag. Bekende visafslagers waren onder anderen gemeentebode R. Remmerde (1895-1915), G. Bosman (1915-1923) en D. Pluister (1923-1934). Oorspronkelijk was de vismarkt te vinden op de Markt tegenover het stadhuis. Zij werd daar opgetrokken door smid C. Viets in opdracht van het gemeentebestuur voor een bedrag van f 584,-. Voordien vond de afslag plaats in de Waag op de hoek van de Waag- en de Dr. Niemeijerstraat. Omstreeks de eeuwwisseling kocht het gemeentebestuur een stuk grond in het Bowlespark om er een marktterrein van te maken. De overdekte bank werd naar hier overgebracht. Er werd zowel zee- als riviervis aangevoerd. De zeevis was atkomstig van de Noord- en de Zuiderzee. Zij bestond uit schol, bot schelvis en soms garnalen en spiering. Met ingang van 1 januari 1934 werd de visafslag opgeheven als gevolg van de steeds geringer wordende aanvoer. Het gemeentebestuur vreesde dat deze aanvoer nog minder zou worden als de Zuiderzee afgesloten zou zijn. Het gebouwtje werd kort daarna afgebroken. De hiemaast gereproduceerde foto van de Vismarkt moet omstreeks 1905 gemaakt zijn. Te herkennen zijn van links naar rechts de volgende personen: sigarenwinkelier H. Wijnen, agent van politie H. Hofenk, hier in burger (hij werd de goeie Willem genoemd), achter de bank met mandjes vis Koos van Engelenburg (de naam Nieuwenhuis wordt ook genoemd), daarnaast Van Ginkel, slager op de Markt; de man in het wit naast de bank is de omroeper en afdrager van de vis Aart van Wijk. Rechts naast de kassa ziet u afslager Remmert Remmerde, die met ziin stok naar een mand vis wijst. Direct rechts van de kassa staat Verheij (man met de strohoed). Uiterst rechts, met baard, Henk van Aggelen, wiens broer, ook met een baard, twee plaatsen verderop staat. Naast hem staat Toon Lammers, die een cafe achterin de Hoogstraat bezat. Links van de kassa, achter de dame, is slager Elings uit de Kapelstraat present.

7. Wageningen bezat in vroeger jaren drie tollen, waarvan de laatste, de in de volksmond bekende .Bennekomse tol", in 1918 werd opgeheven. De herinnering aan deze tol leeft voort in het pension en theeschenkerij "De Oude Tol", tussen Wageningen en Bennekom. "De Bennekomse Tol" was gelegen op het punt, waar de tegenwoordige Grintweg en de Bennekomseweg samenkomen. Hij dankte zijn ontstaan, aan het feit, dat vanaf 1839 gewerkt werd aan een verbindingsweg van Wageningen via Bennekom, Ede en Barneveld naar Nijkerk. Omdat Ede nauw betrokken was bij het gereedkomen van het wegvak Wageningen-Bennekom, ontstond er een intensief contact tussen beide gemeentebesturen. Het gemeentebestuur van Ede kwam met het plan om voor het onderhoud van de weg in de komende jaren op verschillende plaatsen tol te gaan heffen. De Wageningers hadden er niet vee1 oren naar, maar tenslotte kwam de tol er toch. Beide gemeentebesturen droegen ieder voor de helft baten en lasten. Op 12 december 1848 werd de eerste tolgaarder benoemd, namelijk W. Goedhart (1848-1876), opgevold door respectievelijk G. Snijders (1876-1916) en A. de Vries (1916-1918). Op 9 januari 1849 kon de toIheffing beginnen, daar de Grintweg voor het verkeer gereedgekomen was. De woning van de tolbaas werd in hetzelfde jaar gebouwd door timmerman A. Hilhorst uit Oosterbeek, die ook de toIhekken plaatste, samen voor een bedrag van f 1390,-. Het tolhuis stond op een perceel even boven de boerderij "De Peppel". Vanzelfsprekend werd er een instructie voor de tolbaas vastgesteld, maar er kwam ook een reglement van politie op de Grintweg tot stand, alsmede een reglement op het sluiten van de tolbomen bij dooiweer. De tolgaarder, die ook een gedeelte van de weg moest onderhouden, had vrij wonen en genoot een salaris van drie gulden vijftig per week plus vijftien gulden per jaar lantaarngeld. Hij moest namelijk "bij donkere avond of nacht" de lantaarn aan het tolhuis "met beste olie" laten branden en een handlantaarn gereed houden. Ook bevatte de instructie de bepaling dat hij zich bescheiden en voorkomend moest gedragen en zorgen dat de reizigers bij hun aankomst aan de tol zonder oponthoud werden geholpen. Vervolgens moest hij waken voor de handhaving van het reglement van politie op de Grintweg en bij overtreding daarvan proces-verbaal opmaken. Er was een omstandigheid waartegen de to1 op den duur niet bestand b1eek te zijn namelijk het toenemend verkeer. In 1917 zei de gemeente Ede de gezamenlijke regeling met be trekking tot het tolhuis en de tolheffing op, nadat zij binnen eigen grenzen de weg van de tollen had vrijgemaakt. Dit was ook gebeurd in Barneveld. Indien ook Wageningen ertoe zou overgaan, zou de gehele weg tot Nijkerk toe vrij van tollen zijn. Met ingang van 1 september 1918 werd de tol opgeheven en aan de laatste tolgaarder, A. de Vries, wachtgeld verleend. Op bijgaande foto staan tolbaas Gerrit Snijders, geboren op 28 februari 1850, en zijn vrouw afgebeeld v66r het tolhuis met de lantaarn, die "bij donkere nacht of avond" moest branden. Rechts onder de lantaarn het tariefkastje met verrnelding van de te betalen gelden. Rechts de tolbomen aan de Grintweg en links het spoorlijntje langs de Oude Bennekomseweg. De opname dateert van omstreeks 1900.

8. Oud-Wageningers zullen zich de voormalige openbare school, officieel School I geheten, nog weI herinneren. Deze school werd in 1882 in opdracht van het gemeentebestuur gebouwd in de Parkstraat in het zogenoemde Nieuw-Wageningen. Zij verdween uit het stadsbeeld in de meidagen van 1940. Tijdens de mobilisatie waren in dit schoolgebouw Nederlandse militairen ondergebracht. Er bestaat hiervan een aardige tekening van P. de Jong. Op de plek, waar deze school stond, werd de eerste flat in Wageningen gebouwd door de firma Tiemessen. De Parkstraat, waaraan de school stond, veranderde in 1953 van naam. Zij werd met de Marktstraat, die erop aansloot, vernoemd naar de befaamde huisarts Th, Niemeijer. School I was eigenlijk de eerste openbare school voor gewoon en uitgebreid onderwijs, toegankelijk voor rijk en ann. Er stond in de vorige eeuw ook een openbare school voor gewoon kosteloos onderwijs in het Noorderplantsoen, de zogenaamde stadsannenschool. De straatnaam Schoolstraat houdt de herinnering hieraan levend. Bekende hoofden van School I waren onder anderen: P. Hoestra en J.H. Schophuijs, Van deze oude en voor velen vertrouwde school geven wij hierbij een opname uit 1921 van de eerste klas van juffrouw Riemke Stolberg. Heel gemoedelijk hangen jas en hoed van de juf in de hoek van het lokaal. De glazen kappen van de gasverliehting op de ijzeren stangen doen voor ons heel ouderwets aan. Om allemaal op de foto te kunnen, staat een aantalleerlingen langs de kant opgesteld. De narnen van de kinderen in de eerste rij banken in het midden zijn, van links naar rechts: Maartje Abeouwer, Suus Hijnekarnp, onbekend en Jo Steemers. Naast juffrouw R. Stolberg staan van links naar rechts: Gerrie van de Berg, Greetje Verbrugge, Tiny van Eijk, Pop Odink en Dolf Rougoor. In de tweede rij banken van links naar reehts: Evert Ruivenkamp, Sara Romijn, Sjaan Pietersen, Bennie van Buuren, onbekend, Riek Rademaker, Maartje van Eijk, vier onbekenden en Jo Kroon. Langs de muur van links naar rechts: Neeltje de Ridder, Corrie de Vos, Henk Rozeboom (? ), Piet Harremans, Frits Pluim (? ), Karel Harden, onbekend en Bertus van Klaveren van de slagerij.

9. Ter gelegenheid van het vertrek van dominee Verdoes Klein in 1920 werd deze opname gemaakt van de toenmalige commissie van de hervormde zondagschool "God zij met ons". Deze zondagsschool werd in 1868 opgericht. Op 6 september van genoemd jaar begon evangelist Plomp met een bescheiden klasje en weI in een gelegenheid, waar men het niet verwachten zou. Op de hoek van de Hoogstraat-Rouwenhofstraat stond destijds hotel en stalhouderij "Gelderlands Welvaren" van M. de Roos. Op de bovenverdieping van dit hotel was de zogenaamde paarkamer, zogenoemd, omdat het een favoriet trefpunt was voor verloofde paartjes! Deze paarkamer werd de bakermat van de meer dan honderd jaar oude zondagsschool in Wageningen. Er zat groei in, want toen de heer Plomp na vier jaar vertrok, waren er al ongeveer tweehonderd kinderen. Er moest uitgezien worden naar een grotere ruimte. Men vond deze in de christelijke school in de Stationsstraat, op de plaats van de afgebrande bioscoop City. De kerkelijke afscheiding van 1886 (de Doleantie) deed zich gelden in het plaatselijk zondagsschoolwerk. Het gevolg was, dat in 1892 een splitsing plaats vond: slechts zes leden van het personeel bleven over. Vijf [aar later was dit aantal weer gegroeid tot veertien personeelsleden. Omstreeks de eeuwwisseling trad J. van de Lugt als voorzitter op. Als secretaresse fungeerde mejuffrouw W. Bosman, die deze taak tot 1924 heeft vervuld. Tot 1930 bleef zij onderwijs geven; het jaar daarvoor had zij een koninklijke onderscheiding gekregen voor haar vele verdiensten. In 1905 werd dominee Kromsigt voorzitter, in 1908 opgevolgd door dominee Verdoes Klein. Na het vertrek van deze predikant hanteerde wederom een leek de voorzittershamer en weI kleermaker Joh. Vonk (tot 1963). Natuurlijk heeft deze vereniging haar ups en downs gekend en maakten de tijdsomstandigheden het werk niet gemakkelijk. Ret doel is hetzelfde gebleven: de kinderen vertrouwd te maken met de rijkdom van de bijbel. Om de bijbelse verhalen aanschouwelijk voor te stellen, wordt nu gebruik gemaakt van het flanelbord. En bij het zingen ontbreken blokfluiten, triangels en tamboerijnen niet. Uit het bescheiden klasje van 1868 is een flinke vereniging gegroeid. Op de foto ziet u nog eens de vrouwen en mannen uit 1920, die vele jaren hun tijd en krachten belangeloos voor het kind beschikbaar stelden. Op de achterste rij, van links naar rechts: Joh. Vonk, mejuffrouw E. Spies, J.B. Meurs (bij Vonk in huis), mejuffrouw Bep ten Cate, dochter van dominee Ten Cate; A.E. de Groot, mejuffrouw E. de Groot, L. Hartgerink, mevrouw Righolt-Breunissen en onderwijzer Landmeter. Tweede rij, van links naar rechts: de dames W. Hartgerink, W. Bosman, W.J.E. Voget (onderwijzeres aan de christelijke school), Verdoes Klein-Middelburg, dominee Verdoes Klein, de dames Van Schuijlenburgh, A.H.I. Aalders en H. Smit, De onderste drie zijn van links naar rechts: de dames Jet Hulshuizen, J.B. van de Lugt en Jo van Lochem, wier vader koster van de hervormde kerk was.

ยท - .....

?..

10. Reeds in 1866 werden in Wageningen de eerste pogingen ondernomen om te komen tot de stichting van een christelijke school. Men richtte een cornmissie op, die belast werd met het voorbereidende werk. Er werd, met steun van de hervormde kerkeraad, een circulaire rondgezonden. Het werd geen succes. De comrnissieleden waren niet ontmoedigd en gingen door met hun pogingen. Het gelukkige resultaat was dat twee jaar later Evert Goossen, K. van Ginkel, J oh. van Rooijen en de toen zo bekende evangelist, F .H. Plomp, voor elkaar kregen dat er statuten kwamen en dat deze ook getekend werden. Aan "den Buurtschen weg" dit is de huidige Stationsstraat kocht men een stuk grond voor f 2250,-. Men kon beginnen met de bouw van de eerste christelijke school. Op 1 februari 1870 opende deze school annex evangelisatiegebouw haar deuren. Men ging van start met een klas, waarin 50 leerlingen onderwijs kregen. Aan christelijk onderwijs bleek grote behoefte te bestaan: een jaar later waren er al 146 leerlingen en eer men 15 jaar verder was, maar liefst 333 leerlingen. Geen wonder dat het gebouw op den duur te klein werd en te ondoelmatig, zodat het niet meer voldeed aan de eisen die aan een schoolgebouw gesteld mochten worden. Tenslotte moest op last van hogerhand tot de bouw van een nieuwe school worden overgegaan. Het werd de bekende christelijke of Julianaschool in het Plantsoen. Deze school staat er nog. De oude school in de Stationsstraat werd onder andere wachtlokaal van de Ooster-stoomtram en later richtte Van Gend en Loos er zijn vrachtgoederenkantoor in. De bijbelse spreuk boven de ingang: "De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid" werd toen weggekalkt. Voor een vrome boerin uit de Westerhof was dit aanleiding tot de volgende gedenkwaardige woorden: "Gods woord is niet weg te kaiken, zelfs niet door Van Gend en Loos". Vermoedelijk werd ter gelegenheid van de opening der nieuwe school in 1907 in het Plantsoen bijgaande foto genomen van het bestuur van de Vereniging tot Bevordering van Christelijk Onderwijs. Rond de tafel zitten van links naar rechts: meelhandelaar A. Looyen (in boerenkleding), Van de Lugt (tuinbaas op "Belmonte"), Veenman van de bekende drukkerij, de gezellige bakker Hendrik van de Hoef en kleermaker GJ. Maalderink. Staande van links naar rechts:

J. Lonckhuizen en dorninee Ten Cate.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek