Kent u ze nog... de Wageningers

Kent u ze nog... de Wageningers

Auteur
:   A.G. Steenbergen
Gemeente
:   Wageningen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4378-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Wageningers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

16. De rooms-katholieke bewaarschool werd, zoa1s wij in het verhaaltje over de meisjesschoo1 vertelden, in 1905 gesticht en ondergebracht in een der lokalen van de nieuw gebouwde meisjessehool. Er waren 70 kinderen opgegeven, maar toen de school op 22 mei 1905 geopend werd, was de toeloop minder groot. Geleidelijk aan werd de opkomst beter en leerden de kinderen de weg kennen naar de zusters, die hen "bewaarden" Tot 1925 zou het duren, eer er kleuteronderwijs gegeven kon worden in een eigen gebouw. Met het oog hierop, kocht het kerk- en schoolbestuur in 1922 twee oude tabakspakhuizen tegenover de vismarkt in de Heerenstraat. Deze werden gesloopt en in 1924 kon de Wageningse aannemer, Alb. Haas, aan wie de bouw gegund was, met de bouwerij beginnen. Een jaar later, op 6 september 1925, kon de bewaar- en naaischoo1 ingewijd en in gebruik genomen worden. Het aantal kinderen bedroeg toen 80. Bij de mobilisatie in 1939 moesten de kleuters het veld ruimen voor Nederlandse rnilitairen, die het gebouw vorderden. De twee hoogste klassen werden ondergebracht in het gyrnnastieklokaal van de jongenssehool aan de Otto van Gelreweg; de laagste klas vond onderdak in een der zaaltjes van het patronaatsgebouw "De Hul" aan de Grintweg (Bevrijdingsstraat). Een zuster, die zeer velen zich nog wel herinneren uit hun kleuterjaren, was zuster Crescentia. Meer dan vijfentwintig jaar (vanaf 1905) is zij in Wageningen geweest en heel wat vaders en moeders zijn door haar zoetgehouden met het beroemde "matjesvleehten" en boetseren met klei. Het is merkwaardig - het zal weI iets te maken hebben gehad met de kloosterregel - dat op verschillende bewaard gebleven bewaarsehoolfoto's van v66r 1940, geen klassezuster in kloosterdracht afgebeeld staat. Ook op de prent, welke u hiernaast afgedrukt ziet. De opname van twee klasjes kleuters van vier en vijf jaar oud dateert van 1920. Op de eerste of onderste rij zitten van links naar rechts: onbekend, onbekend, Arie Hoogstede(? ), Marietje Oudsen(? ), onbekend, Greta Holleman, ? Jansen, Jan Klaassen (van de poppenkast), Hannes Moller, Greetje Roelofs (van de slager) en een onbekende. Tweede rij van links naar reehts: onbekend, Jo de Jong, Betsie Braam, Jo Pas, Theo van de Pol, Johan Driever, Gerrit van Orden, Herman Oudsen (van de kermis), onbekend, Mien Derks, Roelof Jansen en Kees Hoksbergen. Staande derde rij.Jo van de Sommen, Herman Braakman, onbekend, onbekend, Bennie Wegh, Nelly Holleman, onbekend, Marietje van Rijswijk, onbekend, onbekend, Albert Toonen en onbekend. Vierde rij van links naar rechts, te beginnen met de jongen in matrozenpak: Wim van Mossel, Frans Driever, Frans van Bentem, Nieo Leenarts, Mientje Wentholt, drie onbekenden, ? Piron en Toosje Toonen. Vijfde rij: onbekend, Grada Mientjes, Jan Braakman, Joke van Dinter, Anton Oosterwegel, Leida Wegh, Truus Rothuis, Ida Maste, onbekend, Leida Heggelman en onbekend.

17. De Wageningse afdeling (departement) van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen kende in de jaren v66r 1940 een aantal instellingen, die tot doel hadden "mede te werken tot verbetering van de verstandelijke zedelijke en maatschappelijke toestand des volks". Enkele van deze instellingen waren met name: een leesbibliotheek, de spaarbank, een teken- en gymnastiekschool, enzovoort en sinds 1906 een bewaarschool. Deze Nutsbewaar- of frobelschool was een voortzetting van de in 1861 gestichte Burgerbewaarschool, een particuliere instelling, ondergebracht in een gebouw van de gemeente Wageningen. Dit gebouw stond in de Rouwenhofstraat, hoek Plantsoen. Sedert 1945 is het Leger des Hells hierin ondergebracht. Van wie het initiatief uitging, konden we niet achterhalen, maar als gevolg van een besluit van de gemeenteraad van Wageningen van 30 november 1906, kreeg 't Nut de beschikking over de woning met schoollokalen en de in die lokalen staande schoolmeubelen. Het geheel werd gehuurd tot 1927 met als doel de instandhouding van de bewaarschool. Er werd door 't Nut een bestuur samengesteld. De eerste directrice werd mejuffrouw J. Krot uit Lekkerkerk; zij werd bijgestaan door een onderwijzeres en twee helpsters. Op 5 maart 1907 werd de school geopend met 23 peuters. Ter bestrijding van de onkosten steunde het hoofdbestuur van 't Nut de plaatselijke afdeling met vierhonderd gulden. In 1926 werd het gebouw aan 't Nut verkocht. Nog geen tien jaar later verrees aan de Prins-Hendrikweg een nieuwe school. Deze Nutskleuterschool "Bruintje Beer" is thans nog steeds de voortzetting van de Burgerbewaarschool. Bijgaande foto herinnert ons aan de periode Rouwenhofstraat. Zij werd omstreeks 1921 genomen. Enkele namen van de peuters konden wij terugvinden. Op de onderste rij, van links naar rechts: Jaap Bongers (? ), Dick Westrup, Jan Bast en Ad Viets. De laatste twee kleuters zijn niet bekend. Staand: Joop ter Meulen en met het fietsje, Liesje Zuidberg. Het rneisje met de grote witte strik is Tonny Smit met naast haar (vermoedelijk) juffrouw Meijers. De derde juf is Suse van Bentem. Het meisje in de donkere jurk en zwarte strik is Annie Dixon.

18. Het ontstaan van de Pieckschool ligt in het jaar 1921, toen door een groepje belangstellenden "de Wageningsche Schoolvereniging" werd opgericht. Het doel was een school te stichten voor kinderen, waarvoor het lager onderwijs niet het eindonderwijs zou zijn. Men wilde dit bereiken door de leerlingen op zo goed mogelijke wijze voor te bereiden op een voortgezette studie. Het was in ieder geval niet de bedoeling een zogenaamde "standenschool" te stichten, zoals door tegenstanders van deze school weleens beweerd is. Geprofiteerd werd ook hier van de wet De Visser (1 januari 1921 in werking getreden), die het bijzonder lager onderwijs meer armslag gaf zich te ontplooien. Met medewerking van het gemeentebestuur kon reeds op 1 september 1921 de school geopend worden. Zij was, voorlopig althans, ondergebracht in een gedeelte van de min of meer bouwvallige protestantse bewaarschool op de hoek van de Lawickse Allee. Op deze p1aats is nu garage Van der Kolk. Er waren achtenvijftig leerlingen, verdeeld over zes leerjaren; de heer H.J. Pieck was het eerste hoofd, die les gaf in de drie hoogste klassen. mejuffrouw Van der Mooren kreeg de drie laagste leerjaren te verzorgen. De heer Pieck wist het onderwijs in de gewenste richting te stuwen, zodat "de Pieckschool" in en buiten Wageningen een zeer goede naam kreeg. Om het schoolgebouwtje te kunnen bereiken, moest men over een houten brug over de zeer welriekende Dijkgraaf, die toen nog met een zwaai in de gracht uitmondde. Een speelplaats was er nauwelijks; op het kleine lapje grond stand een dikke boom en daarom heen moesten de kinderen zich tijdens het speelkwartier zien te vermaken. Gelukkig was dit alles van korte duur. Eind december 1922 kon een gloednieuwe school, midden in het land aan de Prof. Ritzema Bosweg in wording, betrokken worden. Drie jaren later werd oak deze school weer uitgebreid. In 1929 was de school compleet, met zes 1eerkrachten voor zeven leerjaren. Zie hier in het kort iets over het ontstaan en prille begin van de Pieckschool. De foto van de vierde klas, die u hiernaast gereproduceerd ziet, dateert van omstreeks 1926. De leerkracht, die u op deze opname ziet, is juffrouw Van Rijn (mevrouw Dibbits-Van Rijn), die toen een tijdelijk invalster was. En zij moest het juist treffen dat de fotograaf binnenstapte om een klassefoto te maken. Rechts, in de tweede bank zit Miel Frank. Daarachter van links naar rechts: Jetje Buis en Grietje Rademaker. In de vierde bank: Henri Holterman ten Have en Hansje Zuidberg. Daarachter: Clietje Laman Trip en Freddie Peereboom. Links in de eerste bank: een onbekende en Bobbie Beversluis, Tweede bank:

Rudolf Mees en Wim van Eijk. Derde bank: Henk Groeneveld (?). In de vierde bank: Johan van der Burg en Wim van de Lek. Daarachter Miep Wegman en Houk Regeling. Staande langs de muur van links naar rechts: een onbekende, juffrouw Van Rijn, Paul Snorn, Willy Quanjer en Henny Oosterveld (? ). Naast Houk RegeIing: Henry v.d. Kaai en Piet van Soest.

19. Van de oude Boterstraat is, op een enkel huis na, niets meer over. Het artillerievuur van de Nederlandse militairen op de Grebbeberg vernietigde in de meidagen van 1940 het centrum van de stad en daarmee ook de huizen aan beide zijden van de Boterstraat. Bij het herste1 werd deze straat aIleen aan de westzijde herbouwd. In de Boterstraat van v66r 1940 stond ook de pastorie van de Nederlands Hervormde Gemeente. Voor 1920 woonde er dominee Ten Cate met zijn grote gezin. Deze predikant was gehuwd met een freu1e De Geer. In Wageningen wordt over dit echtpaar de volgende anecdote verteld. Op villa "Veluvia", thans Ceres-societeit, woonde in het begin van deze eeuw jonkheer Bosch, die op gezette tijden de adel uit Wageningen en omgeving op zijn villa uitnodigde voor een diner. Onder de genodigden bevond zich eveneens de predikant en zijn vrouw. Wanneer de dominee op dit festijn zich aan een nieuwe gast moest voorsteIlen, deed hij dit heel stijlvol met: "de echtgenoot van jonkvrouwe De Geer! " Voor het grote, ouderwetse herenhuis, waarin later "Ons Huis" was ondergebracht, werd een van de dochters van de dominee, Hes, met haar broertjes op de foto gezet. Ook het vrouwelijk personeel, waarvan wij de namen niet te weten konden komen, gaven acte de presence.

20. Ontelbare malen is deze sehilderaehtige figuur door vreemdelingen gefotografeerd op de trappen van de imposante rooms-katholieke kerk aan de Bergstraat, waar hij als ordebewaarder fungeerde. Het is de suisse in vol ornaat en deze funetie werd vanaf 1929 tot september 1944 vervuld door klompenmaker J .B. Nijhuis. Suise betekent letterlijk: Zwitser en is een duidelijke verwijzing naar de Zwitserse lijfgarde van de paus. Het was een figuur, die echt paste in de tijd van het rijke roomse leven. Hij ging gek1eed in een donker uniform; over zijn schouder en borst droeg hij een rode band met "gaud" afgezet. In zijn hand had hij een hellebaard met een piek. Op zon- en feestdagen droeg hij op zijn hoofd een steek met een witte pluim. Hij was de opvolger van Van de Brink, wiens uniform hij droeg, al was de broek wat aan de krappe kant. De beloning voor het werk was zeer laag en zeker niet in overeenstemming met het feit dat hij iedere zondag bij elke dienst aanwezig moest zijn. Het was meer een erebaan. Onoffieieel en noodgedwongen beeindigde hij zijn dienst in 1945. Zijn uniform, dat in de toren opgeborgen was, ging op 7 april 1945 met de toren de lueht in. Na 1945 voelde de toenmalige pastoor er niets voor de funetie van suisse in ere te hersteUen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek