Kent u ze nog... de Westkappelaars

Kent u ze nog... de Westkappelaars

Auteur
:   N. Flipse-Roelse
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4381-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Westkappelaars'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

6. Het to1huis

In 1866 werd bij Koninklijk Bes1uit aan de gemeentebesturen van Westkapelle en Zoute1ande eoneessie verleend tot het aanleggen van een weg van de zeedijk v66r Westkapelle, over Zoutelande tot Biggekerke. Deze weg zou daar aansluiten op de straatwegen naar Koudekerke , Middelburg en Vlissingen. Het werd een grindweg. Tevens kreeg men vergunning, voor telkens drie jaar, tot het heffen van tolgeld. Het laatst bekende Koninklijk Besluit voor toestemming van tolgeldheffing dateert van 12 mei 1909 voor de periode tot mei 1912. De straatweg naar Aagtekerke werd in 1871 voltooid. Voor die weg bedroeg de tal eerst twee en later drie stuivers van e1ke roe land die daarvoor in aanmerking kwam. De "Grinwegt" liep vanaf de "stenen" toren langs een deel van de huidige De Casembrootstraat en boog voor het boerenerf van L. Versluijs naar links. Na ongeveer tweehonderd a tweehonderd vijftig meter kwam weer een boeht naar links en op die p1aats was reehts een aans1uiting met de Groene Weg (Kloosterstraat en Achteromme de Wegt). Het to1huis (tolluus) stond aan de rechterkant als men de laatstgenoemde boeht even gepasseerd was. In het tolhuis woonde Dommis Louwerse die gehuwd was met Jakoba Faasse (beiden links op de foto). Derde van links is hun doehter .Jakoba (Kootje Tol) die huwde met de landarbeider Janis Minderhoud. Geheel reehts staat dochter Pieternella die trouwde met Gerrit Lievense die ketelmaker op "De Schelde" werd. Verder had het tolgaarderseehtpaar nog vier doehters en twee zcons. In 1902 bereikte de gemeenteraad een verzoek te willen bevorderen dat de to1kaartjes van een en twee cent goed uit elkaar gehouden zouden worden teneinde het oponthoud te beperken. Hoewel reeds meerdere jaren in dienst b1eek de tolgaarder geen officiele aanstelling te hebben, zodat hem die op 7 augustus 1903 alsnog werd uitgereikt. Hij was tevens doodgraver. In 1904 werd een voorstel van B. en W. van Zoutelande om op zondag geen tol meer te doen heffen door het gemeentebestuur afgewezen. De tolgaarder ze1f had geen bezwaar gemaakt tegen de zondagsdienst (vo1doende gezinsleden) en de vrachtrijder had bezwaar gemaakt tegen vrijsteUing van tol voor de plezierrijders. De funetie van doodgraver werd op 1 januari 1914 door sehoonzoon H. Hendrikse (gehuwd met doehter Krina) overgenomen.

7. Het Groene Kruis

Het magazijn van het Groene Kruis (foto links boven) stond achter op het Koudorp en werd jarenlang beheerd door Huibregt Lievense (Wieter) (rechts onder) die een bedrijfje had achter dit magazijn. Hij had een houten been als gevolg van een ongeluk dat hem was overkomen met een "spoorkar". De trekketting van het paard was rond zijn been gekomen bij het afgaan van een hellend gedeelte van de spoorrails op de dijk. Van het materiaa1 van het Groene Kruis werd door de bevolking druk gebruik gemaakt want spullen in eigendom, zelfs de kleinste, kon men zich toentertijd financieel niet veroorloven. Wanneer in een droge periode bij velen de regenbak leeg was, kon men water uit de regenbak van het Groene Kruis betrekken. Een juk met twee ernmers ( " een gank waeter") kostte twee cent. Ook de regenbak bij de hervormde kerk werd voor hetze1fde doel gebruikt, Waterleiding was er voor de oorlog niet. Die kwam daarna pas via een dunne leiding vanaf Domburg voor de eerste opbouwwerkers. Pas toen de weg door de Kreek lag is de volledige waterleiding vanaf Zoutelande gekomen (1946).

Van het bestuur van het Groene Kruis noemen wij: W. Minderhoud (WiIlem de Schilder, links onder), P. de Vos (hoofdonderwijzer), J. Stoel (veldwachter), dominee W. Reus (rechts boven), dokter P.R. Campert (tweede links onder), R.P. Baaij (lichtwachter ), B. Louwerse (postbode) en dokter M. Huijgens (derde links onder). Als bode hebben vele jaren dienst gedaan A. Gabrielse (Arre van Foonus) en later K. Huibregtse (Keesje Slok). Het Groene Kruis bezat toentertijd ook enkele .Jigtentjes", Dit waren houten tenten, aan een kant gedeeltelijk open, die in de zomer werden geplaatst voor longpatienten. Rond de eeuwwisseling werd de artsenpraktijk uitgeoefend door dokter J.H. Duyvis uit Domburg. Toen het gemeentebestuur in 1905 een eigen arts op het dorp wilde hebben kon men met dokter Duyvis niet tot overeenstemming komen over de woning. Na het p1aatsen van een advertentie voor een nieuwe arts kwam een adres met honderd tien handtekeningen binnen om dokter Duyvis te behouden. Toch kwam op 1 mei 1905 dokter P.R. Campert uit Graauw. Hij was de vader van de later zeer bekend geworden schrijver Jan Campert. Dokter Campert overleed op 8 oktober 1921.

8. De dijk

Het deel van de polder Walcheren dat men op oude kaarten met de naam "De Vijf Ambachten" vindt aangegeven kreeg later de naam "Noordwatering". Daaronder ressorteerde ook de dijk van Westkapelle. De belangrijkste vertegenwoordiger van het polderbestuur was "De Commies" die in het Polderhuis ("slangszuus") woonde en die daar ook kantoor hield. Een terrein met opstallen was tot bovenaan de dijk afgescheiden met traliewerk ("tr66Ijewerruk"). Later werden dit betonnen platen. 's Avonds om zeven uur verzamelden de dijkwerkers zich daar om van de ploegbazen te verne men wie er de volgende dag op het werk werden verwacht ("bestellienge"). Op 1 januari 1882 werd K. Dekker (links onder) aangesteld tot ondercommies 2e klas. In 1886 bevorderd tot Ie klas ging hij in 1887 als commies naar de Oostwatering in Veere. In 1908 kwam hij in die functie weer op Westkapelle terug. Na een diensttijd van drieenveertig jaar kreeg hij in 1925 eervol ontslag. Een andere bekende naam is die van C.M. Bolier (middelste rij, geheel links), maar ook die van M.C. van Elsacker (1901-1914) en P. Warren (1915-1921), beiden adjunct-opzichters, zijn bekend gebleven. Hetzelfde geldt in niet mindere mate voor de heren Jobse en Hoefkens. Op 1 maart 1929 kwam J.A.A. Mol (grate foto rechts onder) in tijdelijke dienst. Hij is op Westkapelle om meerdere redenen een bekende figuur geworden en gebleven, oak al ging hij in 1938 als opzichter naar Veere. Een bekende naam bij de aannemers van de onderhoudswerken was J. Lindenberg Czn. uit Wemeldinge, maar ook de Westkappelaar L. Minderhoud Jzn. (Leen van Mujjanus, onderste rij, tweede van links) heeft rneerdere malen "den onderou" aangenomen. H. Heijt (Ubeijt, middelste rij, tweede van links) was jarenlang uitvoerder voor J. Lindenberg. Dat bij het onderhoud soms zeer zware (vijf en zes ton) stukken te verwerken waren blijkt uit de foto links boven. Daarop ziet men met het lange haar M. Heijt (Miggeltje Eijt), met de meetlat M.C. van Elsacker en zittend op de steen burgerneester J.D. Viruly met zijn zoon, de later zeer bekend geworden vlieger-schrijver A. Viruly (voor ons Jons). Op de andere foto (rechts boven) ziet men na een zeer grate schade "in 't Noorden" (1928/29) het aanpunten van perkoenpalen. De paal wordt vastgehouden door K. Minderhoud Jaczn. (Koerat van Kobus van Plat) en de bijl wordt gehanteerd door W. Lievense (De R66s). Links staat A. Cijsouw Kzn., in het midden J. Westerbeke en rechts (met de hand) K. Huibregtse. Van de kantonniers noemen we J. Lievense, J. van Vaardigem, P. Verhage, P. Ingelse, J. Minderhoud (JMs van Leen, rechts op de foto rechts onder), H. van Vaardigem (rechts op de foto midden rechts), A. Lievense Jzn. (links op de foto midden rechts) en J. Verhage Pzn. (links op de foto rechts onder). Bij de heer Mol staat D. Korstanje.

9. Meisjesbezigheden

Vroeger was een voortgezette studie na de lagere school slechts voor enkelen weggelegd en zeker niet voor kinderen uit een dijkwerkersgezin, De meisjes moesten in het eigen gezin meehelpen of gingen in een morgendienst op het dorp. Verder werd er veel breiwerk verricht dat bij mooi weer's middags meerderen op of tegen de dijk bijeen bracht.

Op de foto links boven ziet men: Leuntje Heijt, Kornelia Lievense, Pieternella Brasser, Kornelia de Pagter en Jacomina Lievense. De oude man rechts boven is W. Lievense (Boordje van Pikken), Op de tweede foto (rechts boven) ziet u in de voorste groep: J. Huibregtse Kdr., A. de Pagter Jdr., P. Brasser Jdr., achter hen S.N. Brasser Jdr., W. Lous Pdr., D. de Pagter Jdr., J. Peene Pdr., L. van Vaardigem Jdr., W. Huibregtse Wdr., K. Huibregtse Wdr. en M. Huiszoon. In de achterste groep: P. Roelse Adr., J. Lous Jdr., P. Minderhoud Kdr., M. Minderhoud Jdr. en A. Cijsouw Jdr. Oudere meisjes gingen "dienen" in "de stad" (Middelburg of Vlissingen) of gingen in het seizoen naar Domburg (Badhotel). Bij het laatste maakten de vriendinnen gewoonlijk in januari al een afspraak om zich gezamenlijk te gaan "verhuren". Men ging dan met een hele groep tegelijk met de stoomtram naar Domburg. In de badplaats meldde men zich bij de farnilie Westenburger in de dependance van het Badhotel. In het voorjaar kreeg dan het ganse hotel een schoonmaakbeurt en de .xlienst" ging dan meestal in april in. Van april tot Pinksteren was men van maandag tot zaterdag intern en's zondags vrij. Daarna hadden de meisjes tot eind juli zelfs geen vrij weekend meer. 's Avonds was men weleens van negen tot elf uur vrij, maar dat moet voor de "verkering" toch maar zeer pover worden genoemd, zeker als men bedenkt dat de andere partij in vrijwel de meeste gevallen een Westkappelaar moest zijn. Er is dan ook vroeger, en zeker voor de fietsen kwamen, heel wat tussen Westkapelle en Domburg heen en weer gelopen. Waar de .verkering" dan in de zomer wellicht iets te kart kwam werd dit in een ander seizoen met "tuuswachten" wel weer ingehaald. Voor bijzonderheden over dit laatste ontbreekt ons helaas de ruimte.

Op de foto rechts onder ziet u: J. Sanderse, K. Geldof (Domburgse), P. Gabrielse, F. Klopmeijer, meisje uit Aagtekerke, L. Passenier (Domburgse), S. Lievense en P. Huibregtse. Op de foto links onder: N. Gabrielse, P. Louwerse, M. van Vaardigem, N. de Pagter, M. de Pagter, S. Westerbeke, dan twee Domburgse meisjes en dan K. van Vaardigem.

10. Kantklossen

Omstreeks 1926 nam dominee W. Reus het initiatief behoeftige gezinnen aan nieuwe mogelijkheden tot vergroting van het inkomen te helpen. Bovendien yond hij het toen nog veel gebruikelijke ,,60rtenen bonen verlezen" een ongezonde bezigheid. Er werd contact opgenomen met een zekere mevrouw Schutte uit NoordHolland om vrouwen en meisjes de kunst van het kantklossen bij te brengen. Er werd een vereniging opgericht onder de naam .Het Molenwiekje", die tot doel had de leden de kunst van het kantklossen bij te brengen en de kennis ervan te verbreiden, Meerdere groepen kregen enige tijd les van de genoemde mevrouw Schutte en gaven hun opgedane kennis aan anderen door. Bij de Ieergroepen waren er ook die het zelf niet direct voor de verdienste hoefden te doen, maar het voor hun genoegen beoefenden. Verkoop van de gemaakte werkstukken gaf voor sommigen wat extra inkomsten. Later is men er zelfs wel toe overgegaan om op verschillende plaatsen (ook wel buiten Zeeland) demonstraties te geven. Op de foto, genomen in het kamertje bij de bewaarschool, ziet u, van links naar rechts, staand: M.J. Theune Adr., M. van Rooijen Adr., J. Minderhoud Jacdr., M.K. Dekker Jdr., L. Minderhoud Jdr., W. Verhage Adr., mevrouw Schutte, voor haar P. Roeise Kdr., J. Boogaard Jdr., Josien de Leeuw, W. Minderhoud Wdr. en M. van Rooijen Kdr. Zittend: K. Dekker J.Ldr., J. Boogaard Adr., W. Lous Pdr., L. de Witte Wbdr. en M. de Kam Pdr. De oudste van "de klos" was J. Minderhoud (Wantje) die een keer een werkstuk van vijfenzestig meter heeft afgeleverd. De afgeleverde werkstukken werden aan een strenge keuring onderworpen. Dominee Reus zorgde voor doorzending. De meisjes konden met het kantklossen sorns weI twintig cent per uur verdienen en dat was toentertijd veeI.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek