Kent u ze nog... de Zevenbergenaren

Kent u ze nog... de Zevenbergenaren

Auteur
:   B. de Heer
Gemeente
:   Zevenbergen
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4386-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Zevenbergenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

6. In de medische afdeling van dit boekje, mag ik zeker mevrouw Farla niet vergeten, beter bekend als Annekee IJzermans, of wel baker Farla, geboren te Princenhage op 15 juni 1894. Vooral op latere leeftijd beginje pas goed te begrijpen wat een buitengewone prestaties zij heeft geleverd, gedreven door de grote liefde voor haar naasten en de liefde voor haar man en haar zeven kinderen, waarvan er drie meer en extra zorg behoefden dan gebruikelijk, Betreffende haar priveleven kwam er dus al heel wat kijken en was het maar goed, dat vader Farla geen twee linkse handen had, want hij deed bijna al het huishoudelijk werk, vaak bijgestaan door de oudere kinderen. U vraagt zich natuurlijk af, waarom deed zij dit alles zelf dan niet? WeI om de eenvoudige reden dat haar de tijd hiervoor ontbrak. Annekee was namelijk baker zoals dat vroeger heette. Ruim dertig jaar heeft zij gebakerd en ruim tweeduizend baby's "gehaald", waarvan sorns wel drie of vier op een dag. Dan verzorgde zij moeder en baby gedurende negen dagen voor de som van zes gulden, hetgeen vaak nog in gedeelten werd betaald. Arm of rijk, rooms-katholiek, protestant, Nieuwe-Straat of Achterpadje, overal en met evenveel liefde en toewijding deed zij haar werk, natuurlijk ook 's nachts. In de laatste wereldoorlog moest zij met een klein zaklantaarntje de weg zoeken, wat niet bepaald gemakkelijk was in een stad die geheel verduisterd was. Tijdens het bombardement in 1940, terwijl zij met haar gezin dekking had gezocht in de weide van Driek Nollen, werd zij geroepen voor hulp aan een aanstaande moeder, die vluchtende was, op de Langeweg. Zo maar aan de kant van de weg, in de berm werd de baby geboren. Vandaar werd zij met spoed geroepen voor een vluchtende moeder uit Zevenbergschen Hoek, die het niet verder meer kon brengen dan bij Korteweg op de Achterdijk. Ook daar ging, naar omstandigheden, alles naar wens. Dat vader en de kinderen vaak in angst hebben geleefd behoeft geen nadere uitleg. Zij was niet tegen te houden en ging van het standpunt uit: Als je zelf zover was, zou je ook dankbaar zijn als iemand je kwam helpen. Het moet voor haar dus dikwijls heel moeilijk zijn geweest om de deur uit te gaan als er zoveel werk en verzorging in eigen gezin voorhanden lag. Een pluim op de hoed van haar man en oudste kinderen is zeker op z'n plaats. Ook heeft zij in het oude ,,sancta-Maria" heel veel werk verricht en ook daar konden de doktoren op haar rekenen. Daar, maar ook bij een bevalling aan huis, hoefden zij nooit bang te zijn dat zij te vroeg ofte laat werden geroepen. Het was in de jaren dertig zo: eerst de baker en indien nodig, dan pas de dokter waarschuwen. Totdat zij niet meer kon vanwege de steeds erger wordende rheumatiek, heeft zij dit mooie werk gedaan. Zij stierf op 19 maart 1971 en werd onder zeer grote belangstelling begraven op de roorns-katholieke begraafplaats.

7. Het Nederlandse Rode Kruis, afdeling Zevenbergen. De afdeling Zevenbergen is opgericht op 16 mei 1923, op initiatief van de toenmalige burgemeester K.E.M. Vogel. Hij was er de eerste voorzitter, naast mejuffrouw M.A. de Lint en de heren Frans van Gils en P.W. van Laarhoven (voor Zevenbergschen Hoek), L. v.d. Linde en H. Kock, beiden arts en A.L. van Eck (voor Zevenbergen). Het werkgebied omvatte toen de gehele westhoek van NoordBrabant. Naar doelstelling van de landelijke organisatie werd in de eerste jaren geld ingezameld tot hulpverlening bij rampen, en te Zevenbergschen Hoek en Zevenbergen cursussen georganiseerd, teneinde kandidaten te bekwamen in het verlenen van eerste hulp bij ongelukken. Tegen het einde van de jaren dertig werd de geneeskundige dienst van de plaatselijke luchtbeschermingsdienst georganiseerd en oorlogsdonors voor de bloedtransfusiedienst van het Rode Kruis geworven. Gedurende de tweede wereldoorlog en de bezetting werden informaties omtrent krijgsgevangenen en burgers behandeld, levensmiddelen en distributiebonnen voor kampen ingezameld, graan en olietransporten van geleidebiljetten voorzien, patienten naar ziekenhuizen te Breda overgebracht (door C. en of A. de Heer in een Chevrolet bestelwagen), noodverpleegplaatsen ingericht en bemand, gewonden en dodenlijsten aangelegd ter centrale landelijke publicatie, benevens tot bijwerking van de registratie van de burgerlijke stand der gemeente; eerste uitdelingen van levensmiddelen en goederen uit schenkingen van overzee aan getroffenen, alsmede vijfmaandelijkse Deense "peetschappen" (speciale voedselpaketten voor de kinderen) verzorgd; inzamelingen voor "Nederland Helpt Indie" en de uitzending van een Brabants medisch team georganiseerd, benevens die voor het Beatrixfonds en het Julianafonds. Organisatorisch ontstonden uit het werkgebied van de afdeling Zevenbergen de zelfstandige plaatselijke afdelingen: Hoge en Lage Zwaluwe, Fijnaart, Klundert en Willemstad met deelneming aan de vredestaken terzake van nationale en internationale rampen. De afdeling omvat een colonne van het Rode Kruis-korps en een groep dames, de welfare-dienst. Zij herdacht op 16 mei 1973 in een algemene vergadering het vijftigjarig bestaan. De foto toont in een eerste openbaar optreden na de oprichting een verb andtent op de grote land- en tuinbouwtentoonstelling van de Noordbrabantse Maatschappij van Landbouw, afdeling Zevenbergen, in september 1924. In verpleegkostuum: Bets Ruyssenaers en Grietje de Lint (later mevrouw Van Eek-de Lint); in civiel: Jo van Aart en in de tent: Jan Molengraaff.

8. Het feestprogramma ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina, vertoonde wei enige gelijkenis met de onafhankelijkheidsfeesten. Ook hier werd voor het stadhuis geposeerd om een groepsfoto van het organise rend comite te maken. Enige versiering, zij het in een soberder vorm, is aangebracht, doch het enthousiasme om er weer een leuk feest van te maken, was bij alle medewerkers groot. Ret zijn, op de eerste rij van links naar rechts: Nolly van Meer, Cor Nelemans, lies Korteweg, Tanny de Keijzer, Grietje de Lint, Bets van Dis, Lena Becker, mevrouw Unk, Anneke van Hooft, mevrouw Revelman, mevrouw Born, mevrouw Biichlifest, mevrouw Van Eck-Punt, Anna van Meer, Gonny Bouwmeester, Marie Dumoulin, Cor Huismans Pdr., Gieleke v.d. Noord, J. Tholenaar, Cor Jaquet, Marie Unk, Nel Hagens en Koosje Koolen. Op het bordes van links naar reehts: B. Revelman, Kees Dame, C. van Zalinge, Anton van Meer, Adr. van Eek, A. Nelemans, Jan Clarijs, mevrouw Vogel, N. Heintzberger, burgemeester Vogel, L. Born, A. Korteweg, C. den Ouden, J.C. de Brouwer, G. Jaquet en F. Snijers. Ook ditmaal begon het feest met het luiden van de kerkklokken, koraalmuziek vanaf de toren en een muzikale rondwandeling, maar als afsluiting van de ochtend werd er een groot vaandeldefile ten beste gegeven, waaraan aIle verenigingen deelnamen. Om twee uur 's middags zou de grote historisch-allegorische optocht met bloemencorso door het stadje trekken. "Een optocht met voorstellingen van zulk een hoog gehalte is nimmer in Zevenbergen meer te zien geweest", zeiden oudere stadgenoten rnij. Mejuffrouw A. Ardon herkende haar verloofde, die de persoon van Johan de Witt uitbeeldde, niet eens. Ook Cornelis de Witt bleek uitstekend te zijn nagebootst. Ret bleken de gebroeders C. en L. de Heer te zijn geweest. Vijfendertig voorstellingen waren in de optocht aanwezig. De op een na laatste wagen was verzorgd door de drie Zevenbergse duivenverenigingen. Na ontbinding van de optocht op de markt, werden alle meegevoerde duiven gelijktijdig losgelaten. De avond werd besloten met een grote openlucht bioscoopvoorstelling op de Markt. De volgende dag was er een kinderoptocht met ballonwedstrijd en "gedurende den ganschen narniddag groote sportwedstrijden op het feestterrein". Hardlopen, estafetteloop, touwtrekken, speer- en discuswerpen, blaasslaan op spriet, mastklimmen, enfin teveel om op te noemen. Om negen uur werd op de Markt een sluitingsconcert gegeven door het mannenkoor met hierna weer een grote openlucht bioscoopvoorsteUing. Dat ook dit feest in goede aarde was gevallen, bleek mij uit de geestdrift bij het geven van informaties, om tot de samenstelling van deze tekst te kunnen komen.

9. "Ter herinnering aan Uw diensttijd op den postrit Zevenbergen-Willemstad op 9 Januari 1914", staat geschreyen op bijgaande foto, welke geschonken werd aan postiljon B. Ardon, beter bekend als Sjaan Ardon. Hij was geboren te Willemstad op 31 januari 1874, huwde te Klundert met Trui van Wensen op 4 mei 1900 en ging wonen te Zevenbergen in de "Bovenstraat" (Lange-Noordstraat) A 676. Sjaan was als paardeknecht werkzaam op de boerderij van de weduwe Korteweg in de Molenstraat. Deze had op zich genomen, tegen een bepaald bedrag, de postverzending te verzorgen naar Willemstad, met inbegrip van de tussenliggende plaatsen. Ardon, die prima met paarden kon omgaan, werd in een door de posterijen voorgeschreven, uniform gestoken en begon zijn loopbaan als postiljon rond april 1904. Elke ochtend klokslag zeven vertrok hij met het rijtuig vanaf het postkantoor te Zevenbergen richting Klundert, om daar de eerste malen (postzakken) af te leveren. Intussen werd door cafe- en stalhouder Leen Melissen een vers paard voorgespannen en kon Ardon met een minimum aan oponthoud via de Hilsepoort en Stoofdijk naar Fijnaart rijden. Ook daar werd de post uitgeladen en werd de reis via de kantoorhouder te Oude-Molen en Ruigenhil voortgezet naar Willemstad. Na het lossen en laden kregen hij en het paard een uur gelegenheid tot rusten en/of eten, om daarna de gehele route terug te maken langs alle kantoren om de post in te laden en in Zevenbergen af te leveren. Dit kantoor verzorgde de post voor verdere verzending per spoor. Precies om half twee was hij van zo'n route terug en dan mochten man en paard tot half vier rusten. Maar om vier uur werd dezelfde reis nog eens gereden om's avonds om tien uur pas te eindigen. Dat ging zo jaren door in weer en wind, zon en regen. Alleen 's zondags werd er slechts een rit gereden. Hij hield zich strikt aan het tijdschema. Het was al zover gekomen, dat sommige moeders tegen hun kinderen zeiden: "daar is de postwagen, tijd om naar school te gaan wil je niet te laat komen". Het feit dat hij nimmer stukken of ongelukken had, bewijst wel dat hij een prima postiljon moet zijn geweest. Op 10 maart 1909 yond er Weer een aanbesteding plaats (om de zes jaar? ) voor de postdienst. Leen Melissen uit Klundert was de gelukkige, doch Ardon bleef postiljon. Op 13 december 1913, ging vanuit Klundert een omnibus rijden met echte rubberbanden. Ondanks het grote aantal werkuren per week, yond Sjaan het geweldig jammer te moe ten ophouden, doch hij yond snel ander werk bij de houtzagerij van Aarden op Zwartenberg als houtrijder en hij verhuisde met zijn gezin naar het Balkengat. In 1926 is het gezin Ardon, teneinde betere werkgelegenheid te vinden voor de kinderen, vertrokken naar Zwijndrecht. Op 20 september 1941 is Sjaan Ardon overleden.

10. Monseigneur Amo1dus Jansen was pastoor van Zevenbergen van 1879 tot 1916. Hij werd geboren te Nuenen op 29 mei 1835, priester gewijd op 18 juni 1859, benoemd tot kapelaan te Oirschot op 21 november 1859, tot kape1aan te Tilburg op 23 februari 1874 en tot pastoor te Zevenbergen op 18 november 1879, als opvolger van pastoor Van Meerwijk. Vanuit Tilburg kwamen spoedig berichten overwaaien dat de parochie Zevenbergen met straffe hand zou worden ge1eid, vurig van geest als hij was en onverschrokken. Zijn zesendertigjarig pastoraat heeft deze berichten bewaarheid. De kinderen leidde hij zelf via de catechesatie naar de eerste communie. De jongelui heeft hij herhaaldelijk gewezen op de gevaren op zedelijk gebied en speciaal v66r de kermis werden zij vanaf de kansel gewaarschuwd zich netjes te gedragen en wanneer het lamplicht ontstoken werd, rustig naar huis te gaan. De gehuwden werden na de huwelijksvoltrekking gewezen op de verantwoordelijke taak a1s toekomstige opvoeders van hun kinderen, speciaal als goede katholieken. De ouden van dagen hadden zijn voortdurende aandacht. Hij begon grote plannen te maken voor huisvesting en verzorging en reeds op 19 september 1888 werd het zogenaamde "Gasthuis" in gebruik genomen. Drankmisbruik beschouwde hij a1s vo1ksvijand nummer 1 en voora1 tijdens de bietencampagne werd daarop iedere zondag vanaf de kansel gewezen. En wanneer later de winter naderde en velen geen werk hadden, moest hij deze gezinnen toch maar weer helpen aan voeding en kleding, echter niet voordat de man op zijn knieen beterschap had beloofd. Voor de arbeiders bouwde hij in 1910 een groot verenigingsgebouw. Zijn gouden priesterfeest werd op 23 juni 1909 met pracht en praal gevierd; heel de parochie nam daaraan deel middels een grandioze optocht. Pastoor Jansen werd die dag ridder in de orde van Oranje-Nassau, Hij was tevens ere-kamerheer van paus Pius X (per 18 oktober 1904) en later van paus Benedictus XV (per 21 november 1914). Hij is overleden te Zevenbergen op 22 januari 1916. Op zijn bidprentje, dat hiemaast is afgebeeld, is vermeld "Hij spijzigde de hongerigen, de naakten voorzag hij van klederen; hij was de vader der armen en een priester die God behaagde en rechtvaardig is bevonden".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek