Kent u ze nog... de Zevenbergenaren

Kent u ze nog... de Zevenbergenaren

Auteur
:   B. de Heer
Gemeente
:   Zevenbergen
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4386-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Zevenbergenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

11. Het is wel buitengewoon jammer dat er nagenoeg geen informatie verkrijgbaar was betreffende dominee W. Koelman, predikant van de hervormde kerk op de Markt. Toch wil ik hem bij het samenstellen van dit boekje niet uitsluiten, want tijdens navraag bij diverse (vooral oude) stadsgenoten, bleek men zich wel te herinneren, dat dominee Koelman een zeer gezien figuur bij zijn gemeenteleden moet zijn geweest, doch ook daarbuiten. Hij werd geboren te Rotterdam op 7 oktober 1840 en studeerde aan de rijksuniversiteit te Utrecht. Hij werd predikant op 29 april 1866 in Uitwijk (Land van Heusden en Altena). Diende vervolgens gemeenten te Nieuwerkerk aan den IJssel, Katwijk-Binnen, Maasland, Pernis en Rhenen, vanwaar hij op 3 april 1895 te Zevenbergen kwam. Op 29 april 1916 herdacht men op waardige wijze het vijftigjarig predikantschap. Op 2 juli 1916 ging hij met emeritaat, dus op zesenzeventigjarige leeftijd. Lang heeft hij van zijn emeritaatsperiode niet mogen genieten, want precies twee jaar na het neerleggen van zijn ambt, op 2 juli 1918, is hij overleden en begraven op de algemene begraafplaats te Zevenbergen.

12. Dominee L.G. Goris was in de periode van 1901 tot 1923 predikant van de Kleine Kerk aan de Stoof. Vele Zevenbergenaren zullen zich hem ongetwijfeld herinneren als een buitengewoon vriendelijk man. A1s hij voorbij de visbank liep - u weet wel, het plekje waar de oudere en werkloze mannen een praatje maakten - gingen aile petjes bij het groeten van het hoofd, hetgeen door hem met een vriendelijke groet werd beantwoord. Vooral de jeugd had zijn Iiefde en aandacht, maar verder dan een goedmoedig en vriendelijke glimlach kon hij het niet brengen, alhoewel hij een kwajongensstreek goed kon waarderen. Vooral als de kosteres, vrouw De Korte, beter bekend als tante Jaap, in of voor het catechisatieuur haar beklag over de Iieve jeugd bij de dominee kwam doen. Zij uitte dan de meest vreselijkste dreigementen, dat meestal besloten werd met het uitdelen van een mandje peren. Boos kon hij worden als je je les niet of onvoldoende had geleerd. Dan kreeg je een briefje mee voor de ouders om getekend de volgende les terug te geven. A1s de informatie die ik heb ontvangen juist is, was Jo Hendriks zijn eerste dopelinge. Hij had drie dochters, die zich ook niet onbetuigd lieten. Hun medewerking verleenden zij op diverse terreinen. Op enkele, in dit boekje gepublieeerde foto's zullen wij de namen van een of meer van de dames Goris tegenkomen. De pastorie waarin zij woonden stand aan de Noord-Haven, en wordt thans bewoond door de familie F .C. Dirkzwager.

13. In het boek .Personen en feiten uit de geschiedenis van Zevenbergen", geschreven door pater De Groot, komt men reeds in 1795 de naam van watermolenaar Gerrit de Gast tegen. Deze schrijver, die vaak op bezoek kwam bij de laatste machinist, was tot de conclusie gekomen dat "de Gasten" ruim tweehonderd jaar watermolenaars zijn geweest. Voor ons zijn nog aIleen van belang de laatste twee, welke op bijgaande foto staan afgebeeld. De jongste, Gerrit de Gast, is zowel watermolenaar als machinist geweest, want tot de eerste wereldoorlog was de watermolen nog in gebruik. Deze stond ongeveer honderdvijftig meter verder langs de Bruinse vliet, waar nu het nog bestaande gemaal "de Eendracht" staat. Deze watermolen met zijn scheprad moest in de jaren 1914/18 op vreedzame wijze plaatsmaken voor een modern stoomgemaal met centrifugaalpompen. Deze mooie drie-cylinder stoommachine, geleverd door de machinefabriek Pannevis uit Utrecht, was de trots van de laatste machinist, Gerrit de Gast. De kolen werden per spoor aangevoerd en vanaf het station met kar en paard door Herman Vas naar het gemaal vervoerd, waar de kolen werden gestort in een bunker, welke onderaan de dijk stond. Gerrit de Gast was niet alleen bekend als machinist, maar stond nog beter bekend als iernand die geweldig kon Iopen, Een fiets was in die tijd een weelde, die ook Gerrit zich niet kon veroorloven, vandaar dat hij altijd te voet ging zonder mopperen en klagen. Op een avond moest hij de hulp hebben van dokter v.d, Linde, dus ging hij te voet naar Zevenbergen. "Ik ben er zo", zei de dokter, "even mijn fiets pakken". Doch Gerrit was te voet eerder thuis dan de dokter met zijn fiets, Lage-Zwaluwe is altijd nogal in trek geweest wat betreft de verkeringen. Ook de vrouw van Gerrit kwam hier vandaan. Om dit wekelijkse vrijpartijtje ging Gerrit elke week te voet naar Lage-Zwaluwe. Toen eindelijk de tijd was gekomen dat een fiets kon worden aangeschaft, bleef deze in de schuur staan. Hij was ook een geweldig natuurmens. Zijn hobby's waren jagen en vissen, of liever gezegd stropen met zijn buurman Frans v.d Noort vooral rand 1925. In de winter over bevroren sloten kruipen op zoek naar eenden, was zijn lust en zijn leven. Tot zijn zesenzeventigste jaar is hij op zijn post gebleven. In de tweede wereldoorlog werd het prachtige en het enige nag in deze buurt overgebleven stoomgemaal door de Duitsers zonder voorafgaande waarschuwing zinloos verwoest. In 1948 werd het huidige gemaal herbouwd en op moderne leest geschoeid, dus elektrisch. In de ogen van Gerrit was het een "dooi ding" geworden. Op 8 juni 1973 is hij overleden, de laatste machinist uit het geslacht De Gast.

14. Bij het zien van deze foto, zal men ongetwijfeld met weemoed terugdenken aan een verleden dat nog maar kort, zo'n twintig jaar, achter ons ligt. Het was in een tijd, dat er van vervuiling nauwelijks iets te merken was of ter sprake kwam. Het was in een tijd dat onze zuiderburen de Belgen, verwoedde hengelaars als zij waren, 's morgens vroeg in Zevenbergen uit de stoomtrein stapten en met hun kurfkes op de rug havenwaarts togen om menig visje te verschalken. In dezelfde haven werd zamers lustig gezwommen. "Het Klaphekke", ,,'t Vogeltje", de heul bij Geert Krijnen, het waren allemaal plaatsen waar men groot en klein zag spartelen, met of zander zwembroek. Ook was er nog de .Zwarte neger" en de .Bruinse vliet". Deze had als .zwembad" een groot voordeel: de dames konden zich in het poldergemaal verkleden. Een gemengd bad dus en werd het water al te troebel, dan zette Gerrit de Gast de sluis open en was het water weer helder. Laten we terugkeren naar de visvangst op de foto: dit was niets bijzonders, maar een regelmatig terugkerende gebeurtenis. Deze visserij vond plaats in de Bruinse vliet. Als men rustig langs de vliet ging zitten, kon men de schepping in haar volle glorie bewonderen, want het water was zo helder als kristal, Dan zag je de grote zoetwaterrover, de snoek, verscholen onder wat bladeren of kroos, loerend op zijn prooi. Zijn kleinere soortgenoten of naamgenoten waren niet eens veilig, ook waterratten versmaadde hij niet. Een lidteken op de pink van onze plaatsgenoot Arie de Gast, herinnert hem er aan, dat hij eens door een snoek werd gebeten terwijl hij op een waterschap (vlondertje) aan het spelen was en zijn hand in het water stak. Je zag ook de prachtig gestreepte stekelbaarzen, de brasem, voorn en bliek, de donkerbruine zeelt, bij ons beter bekend als de lauw. Deze kon men heel gemakkelijk vangen door een stok in de kwal te steken en dan te draaien. Als men dan de stok boven water haalde, zat er meestal wel een lauw in. Met de paling waren dit wel de meest voorkomende vissoorten. Een zeer geliefde sport voor velen was het peuren op paling. Specialisten en grote liefhebbers hiervan waren onder anderen Kees en Jan van den Deungen en Hein van Opstal, vaste klan ten in de Bruinse vliet. Zodra de winter het eerste ijs gevormd had, kon men Bart Wevers met zijn stikschaar langs de vliet zien lopeno Hij ging dan "op de brobbel", zoals hij dat noemde en bedoelde daarmede: luchtbellen onder het ijs, dus paling in de grond. De schaal' ging door het ijs het water in en werd meestal met buit weer boven gehaald. Dit alles is thans voorbij. De romantiek van het stropen is verdwenen. Het water is zwart en stinkt. Men kan nog horen: "De Donge stinkt, de Rode Vaart heeft z'n kattepislucht". Hoe mooier, rustiger en warmer zomerweer, des te harder gaat het stinken.

De vissers op de foto zijn van links naar rechts: Gerard Geleijns, Leo Geleijns, G. de Gast, P. v.d. Wiel, een sportvisser waarvan de naam onbekend is, R. v.d. Wiel en Peter van Winterswijk.

15. Harmonie "Euterpe" anna 1908. Deze harmonie werd opgericht in de zomer van 1868 en hield volgens overleveringen de eerste repetitie in het cafe van D. Barel aan de Zuid-Haven, Hoewel de leden van de vereniging ook toneelspeelden, was het musiceren toch wel de hoofdzaak. Van de oprichters herinnert men zich nog de heren Am. van Meer en Jac. Gerold. Na enige tijd verhuisden zij naar het cafe van mevrouw De Wit-Kosterman aan de Markt. In verband met de accommodatie hield men de uitvoeringen in hotel "Le Ancre". Nadat Jan Tholenaar dit hotel had overgenomen (hotel Tholenaar in de Kerkstraat) klopte op zekere avond de harmonie bij hem aan en vroeg hem zich daar blijvend te mogen vestigen. Tot op heden is "Euterpe" nog steeds daar thuis. Alleen uit herinnering - want met de laatste wereldoorlog is het archief met vele instrumenten verwoest en/of verb rand - weten de ouderen nog iets van de vroegere bloeiperiode te vertellen. Tijdens de eerste were1doorlog werd er niet gespeeld, waarschijnlijk omdat er veelleden waren opgeroepen. Maar na 1919 werd de achterstand snel ingelopen en begon de periode van grote bloei, Met veel geschal en tromgeroffel stevende men de ereafdeling binnen. In deze afdeling werd een prachtige eerste prijs behaald op het internationale concours te Wassenaar in 1936. De heel' De Rook uit Breda was in die jaren de dirigent. V66r hem waren dit de heren Van Driel, Oomen, Stoetzer en ook medeoprichter Am. van Meer, rechts op de foto zittend, De muzikanten zijn op de voorste rij, van links naar rechts: Ant. Verbraak, P. van Mee1, W. Beekers en C. v.d. Veeken. Tweede rij: C. van Meer, C. Bouwmeester, Fr. Beekers, Ant. Vrins, Jac de Gouw, M. van Sprundel, J. Schuurmans, J. van Beek en dirigent Am. van Meer. Derde rij: J. van Hooft, tromdrager Jac. de Koning, P. van Dongen, H. van Vugt, drie onbekenden, Van Gurp, onbekend, Van Gurp, C. van Gurp, J. van Meer, C. van Meel, onbekend, Mulders, Lamb. Vugt, J. Timmermans, onbekend, And. v.d. Noord en bode P. Leijs. Bovenste rij: J. Gooijaars, W. Goverde, onbekend, Bern. Vissers, onbekend, M. Bouwmeester, J. Schellekens en een onbekende. Zelfs met de welwillende hulp van oudere leden van "Euterpe" was het onmogelijk voor mij de ontbrekende namen te vermelden, evenals de plaats waar deze foto is gemaakt. Behoudens de namen, heb ik de informatie, zij het in een iets gewijzigde vorm, weergegeven zoals die in 1958 is gepubliceerd bij het honderdjarig bestaan.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek