Kent u ze nog... die van Akkrum

Kent u ze nog... die van Akkrum

Auteur
:   Atze de Vries
Gemeente
:   Boarnsterhim
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2938-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Akkrum'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Akkrum is een welvarend dorp en het ligt in het hartje van Friesland. Vroeger was hier veel nijverheid en handel, waarin veel dorpsgenoten hun brood verdienden. Akkrum ligt aan weg en water en tevens aan de spoorlijn, dus van aile kanten kan men ons bereiken. Er was een grote olieslagerij waar soms wel 100 arbeiders werk vonden; een exportslachterij waar duizenden varkens werden geslacht en waar in de drukke tijd ook weI 100 werknemers geplaatst konden worden; een grote kaasexporthandel waar soms 80 pakhuisknechten werkten; een zuivelfabriek met rond 40 werknemers en een schaatsenfabriek waar in een strenge winter men ook weI 70 werkkrachten kon gebruiken.

Werkeloosheid was hier niet; als men van school kwam kon men direct weI hier of daar aan de slag. We hadden weI 6 bakkers, 4 slagers en 10 kruidenierswinkeltjes, bovendien 4 timmerzaken, 3 schilders en 2 smederijen. We hebben twee fraaie gebouwen die een sieraad voor het dorp zijn. Dat zijn de stichting Coopersburg en de stichting Welgelegen. Beide tot stand gekomen door rijke plaatsgenoten. Aan Coopersburg is een interessante historie verbonden: Folkert Kuipers, een jonge man uit Akkrum, vertrok met de boot naar het verre Amerika, ging in zaken en maakte fortuin met het stich ten van een groot warenhuis. Hij werd zelfs miljonair. In Amerika werd hij Frank Cooper genoemd. Hij kwam af en toe bij zijn ouders thuis en wilde wat voor zijn geboortedorp doen. Hij zag hier veel oude, arme en gebrekkige mensen en wilde daar verandering in brengen. Hij stichtte to en in 1900 een groot gebouw dat Coopersburg werd genoemd, naar de naam van de stichter. Het werd een hoofdgebouw met twee woningen, met aan weerskanten hiervan nog eens tien woningen, zodat er plaats was voor 22 echtparen. Dezen moesten aIlemaal uit de gemeente Utingeradeel afkomstig zijn en in elke woning moesten steeds twee mensen wonen. Dat leverde weI eens moeilijkheden op; als een man of vrouw kwam te overlijden dan moest daar een andere persoon bij komen inwonen. Elk gezin van twee personen kreeg iedere

week een bedrag van f 6,- uitgekeerd, met als voorwaarde dat de mannen die nog konden werken de tuinman 's morgens even een paar uur moesten assisteren. Een vijftal regenten beheerde de stichting. De aanmelding was zo groot dat er zelfs een wachtlijst moest worden aangelegd. Dit veranderde met de komst van de A.O.W.

De meeste oude mensen wilden zo lang mogelijk op zich zelf blijven wonen en de animo werd steeds kleiner. Ze hadden nu zelf wat geld voor huishuur en dergelijke. Door Cooper was indertijd een enorm hoog bedrag hier in Nederland vastgezet, zodat men vele jaren voldoende middelen had om door te gaan. De tijden veranderden echter snel, alles werd veel duurder, ook het onderhoud. De regenten kregen het moeilijk, want er was ieder jaar een tekort en er moest gezocht worden naar een oplossing. Ten einde raad zijn de woningen to en voor een bepaald bedrag overgedragen aan een woningstichting, zodat men de zaak nu kon liquideren. Het onderhoud van de tuin nam de gemeente voor haar rekening, want ook hiermee waren heel wat kosten gemoeid. De woningen worden nu verhuurd aan jonge mensen.

De stichting Welgelegen kwam tot stand door de schenking van een rijke dame, genaamd Suster van der Vegt. Deze liet dit praehtige gebouw maken met een fraaie tuin, waarin alleenstaande dames uit de gegoede stand konden wonen. Ook zij kregen in het begin wekelijks een uitkering, maar dit was helaas ook niet vol te houden. Zij kregen dus geen toelage meer, maar konden er blijven wonen tegen een zeer lage huurprijs. De regenten van Welgelegen waren blij dat ze de kwestie op deze manier konden oplossen.

Bij de ingang aan de straatzijde heeft men met het bouwen de "koepel" laten staan. Hier vertoefde Suster van der Vegt aile dagen met haar gezelschapsdame. Het was een fraai gebouwtje, met aan aile kanten ramen, zodat de zon hier steeds in kon schijnen. U zuIt in dit boekje enige mooie foto's van beide instellingen aantreffen. Ik hoop dat u deze uitgave met veel genoegen zult lezen.

1. Boven: een gedeelte van de stichting Coopersburg uit het jaar 1901. Met de bouw van Coopersburg werd in 1900 een aanvang gemaakt en het was in 1901 voltooid. Het werd een groot feest voor het gehele dorp. Cooper was speciaa1 voor deze gelegenheid uit Amerika overgekomen. Hier ziet u het hoofdgebouw met daarvoor een fraaie rotstuin en een kettingbrugje. Op deze brug twee vrouwelijke familieleden, met tussen hen in de ruim 90-jarige vader van Cooper, de heer Harm Kuipers.

Onder: gedurende de feesten waren op verschillende plaatsen van het dorp erepoorten opgericht. Deze hier staat vlak voor de waning van de vader van Cooper, de heer Harm Kuipers. Recht tegenover de hervormde kerk ziet men tussen de twee rijen lindebomen verschillende landauers, bespannen met twee paarden, waarvan de koetsiers hoge hoeden dragen. Verder een enorm grote menigte feestgangers, die de stoet ziet voorbijtrekken in het jaar 1901.

2. Hier ziet u de stichting Coopersburg in haar geheel, met op de voorgrond een gracht. Er zijn twee toegangshekken en nog meer grachten, waar een paar hagelwitte zwanen heen en weer konden zwemmen. Een en ander had veel bekijks. Op het hoofdgebouw staan twee Nederlandse vlaggen met daartussen de Amerikaanse vlag. Blijkbaar is deze foto bij de opening genomen. Deze instelling was een unicum voor Friesland, want men kwam van heinde en verre met stoomboten enzovoort naar hier om de gebouwen te bekijken. Aan de achterkant staat een drietal lommerrijke prieeltjes, waar de oudjes, als ze een wandeling hadden gemaakt, mooi even konden uitrusten.

itgave: D. Bakker. Akkrum

3. Hier het fraaie mausoleum van Coopersburg dat achter in de tuin staat en waarin de stoffelijke overschotten van het echtpaar Cooper zijn geplaatst. Aan de achterkant staat een spreuk in de Friese taal en ik zal dit even voor u proberen te vertalen: "In naam der humaniteit, aIle mensen zijn mijn broeders. 't Grootste geluk in deze we reId is weggeIegd voor hen, die trachten anderen gelukkig te maken. Gezegend blijve beider aandenken en gezegend de stichting Coopersburg, zolang de wind waait, de haan kraait, het gras groeit en de boom bloeit." Dit waren de woorden van de stichter, bij de opening van Coopersburg gesproken.

4. Een fraaie foto van de stichting Welgelegen. Dit is een tehuis voor dames uit de gegoede stand, een sieraad voor het dorp. Voor de gebouwen een prachtig aangelegde tuin met banken, waar de dames na een wandeling even kunnen uitrusten.

5. Boven: hier ziet u de stoom-oliefabriek van Twijnstra met het kantoor en de paardestallen, twee dienstwoningen en fabrieksgebouwen. Er liggen enkele vaartuigen voor de wal. Ze had den eigen vervoer met drie motorboten, die overal heen gingen. Dinsdags waren ze in Sneek en vrijdags in Leeuwarden, waar dan de wekelijkse marktdag was. Hier troffen ze aIle boten uit andere plaatsen om goederen over te laden. Ze hadden bovendien ook een vijftiental zogenaamde koekwagens die, bespannen met twee paarden, de gehele provincie doorkruisten. Ze had den meer dan dertig paarden die in een keurige stal waren ondergebracht. Bovendien ziet u op de voorgrond een melkschouw van de zuivelfabriek die met volle melkkannen, ditmaal gevuld met karnemelk en wei, naar de boeren terug moet. Ze varen hier richting Nieuweschouw en moeten de avondmelk weer mee terugnemen.

Onder: hier ziet u een luchtfoto van U. Twijnstra's Oliefabrieken. Voor de walliggen een paar schuiten die met granen zijn geladen en nog gelost moeten worden. Voor het kantoor met de grate graansilo staan twee woonhuizen en het grate fabriekscomplex. Boven zien we de Stationsstraat met de grote kaaspakhuizen van de firma Van Woerden en verder de weg naar Heerenveen met de prachtige hoge bomen. Het dorp dreef, bij wijze van spreken, gratendeels op dit bedrijf. Ze moesten hier allemaal hun inkomen verdienen. Heel vroeger had Twijnstra ook nog een bedrijf in Franeker, dat later is opgedoekt. Maar in Maarssen in de provincie Utrecht werd een grote nieuwe fabriek gebouwd. Vele Akkrumers zijn toen naar deze fabriek overgeplaatst en ze woonden toen allemaal in dezelfde straat, waar aIleen Friezen woonden. De naam werd dan ook Friezenstraat.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek