Kent u ze nog... die van Akkrum

Kent u ze nog... die van Akkrum

Auteur
:   Atze de Vries
Gemeente
:   Boarnsterhim
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2938-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Akkrum'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

16. Een fietsenzaak aan de Buorren, waar thans een patatzaak is gevestigd, uit ongeveer 1914.

Deze familie kwam uit husum in de tijd dat de mensen het fietsen nog moesten leren. Ze hadden wei twintig oude fietsen ter beschikking, die men kon huren voor vijf cent per uur. Vooral op zondag waren ze allemaal verhuurd. Op de motorfiets ziet u zoon Duco Wiersma, in de deuropening mevrouw Wiersma, dan de baas zelf en dochter Willy.

De oude Klaas Wiersma was elke dag op stap met een ouder iemand die hij de fietskunst moest bijbrengen. Hij zat dan zelf ook op een fiets en had zijn leerling achter bij het zadel vast. Dan lukte het al vrij gauw en verkocht hij mete en een nieuwe fiets aan hem. Er waren echter twee mensen die het beslist niet voor elkaar konden krijgen, hoewel ze al vele lessen hadden genom en. Dat was een oude schipper, Bergsma genaamd, en dominee Limpers, de hervormde predikant. Bergsma kocht toen maar een driewieler, zodat hij niet kon vallen. Maar dominee Limpers had toch een fiets gekocht en liep hier hele einden mee met de fiets aan de hand. Als men hem dan tegenkwam en vroeg: "Meneer moet u niet fietsen? ", dan zei hij: "Ik wil ook weer eens een eindje lopen."

De zonen van Klaas Wiersma, Duco en Sjoerd, hebben verschillende mensen ook leren autorijden. Het was toen nog niet zo druk op de wegen en het was nogal gemakkelijk om aan een rijbewijs te komen.

Klaas Wiersma, Akkrum Rijwielhandel, Reparatie-Inrichting

17. Boven: de zogenaamde Smalle Brug, waar men thans niet meer onderdoor kan varen, aangezien hij is afgegrendeld. Kleine, platte bootjes kunnen er echter nog weI onderdoor. De Smalle Brug was vanuit het dorp door de Wijde Steeg te bereiken. Op de voorgrond een woonhuis en een man staat voor het "Huske". Dit was een klein, houten gebouwtje waar de privaatton in stond. Deze huskes bestaan nu niet meer en zijn vervangen door waterclosets. Deze tonnen werden eens per week door gemeentepersoneel verwisseld en vervangen door lege. Had men een grote huishouding dan kon het ook tweemaal per week. De inhoud van de tonnen kwam allemaal op de zogenaamde dwingel terecht en werd hier vermengd met as. Af en toe kwam er een schip om een lading van dit compost te halen en dan was het een enorme stank. De tonnen werden met een praam opgehaald en als er in een bepaalde ton niet veel zat werden ze samengevoegd. Heel vroeger stonden de huskes boven het vaarwater de Boom, maar er was dan geen privaatton in, zodat het afval in de Boom terechtkwam. Vandaar dat we hier vroeger de bijnaam had den van Akkrumer .Skytstuolen"; geen naam om trots op te zijn.

Onder: hier ziet u de oude draaibrug op Nes bij Akkrum met de dienstwoning van brugwachter Ids Hoornstra, De heer Hoornstra en ook zijn vrouw zijn binnen een week beide gestorvan aan de Spaanse griep, die toen overal veel slachtoffers maakte. Ze lieten hun dochter Ida achter, die later met een kommies der be lastingen , genaamd Meinsma, trouwde. De brugwachter moest twee bruggen bedienen, een hiervan was een smalloopbruggetje. Over de brug waren vroeger weI twee cafes, een bakkerij en drie kruidenierswinkeltjes. Heel veel jaren geleden zijn op het Bokkumermeer twee kleine jongens van 12 jaar oud door het ijs gezakt en verdronken.

Smalle 13rug. AKKRU

18. Hier ziet u drie Canadezen, van wie er een geheel regiment gedurende enkele maanden in Akkrum is geweest. "The Princess Louise Fuseliers-Halifax", (Canada) staat op een ingemetselde herdenkingssteen die u kunt vinden naast hotel Goerres in Akkrum. Veel ingezetenen van Akkrum die hier de laatste tijd zijn komen wonen, zuIlen zich ongetwijfeld hebben afgevraagd wat dit had te betekenen; de meeste inwoners weten dit wei. Dit is thans onze zogenaamde Kanadeeske straat en is een herinnering aan een groep Canadezen die we hier een tijd lang hebben gehad. Dat was vlak na de bevrijding van het juk van de bezetting door de Duitsers, die we hier vijf jaar lang hebben meegemaakt. Op een zondagmiddag kwamen de Canadezen hier aan. Ze zijn hier vijf maanden geweest en we waren er helemaal op ingesteld. Overal, in aile uithoeken van het dorp, kwam men ze tegen en verschillende dorpsgenoten ken den hen al bij hun voornaam. De gehele dag zag men legerwagens rijden met gewone soldaten (soldiers) en ook weI met officieren. Het was een ongewone gebeurtenis voor het dorp en we had den hier zelfs twee keukens voor de gewone soldaten en een officiersmess. Ik weet niet of ze allemaal hetzelfde menu kregen, maar ze hadden goed te eten. De soldaten waren hier aIlemaal bij burgers ingekwartierd. Schrijver dezes had er twee in huis, van wie de middelste van het drietal op de foto er een was. Het waren over het algemeen heel aardige jongens,

19. Het schoolplein, waar vroeger met de kermis de draaimolen en andere attracties stonden. In de maand augustus was de jaarlijkse kermis in het dorp. Kramen en tenten stonden door het gehele dorp verspreid. Ook in de vroegere Schoolstraat stonden attracties. Hier op de voorgrond rechts stond de bekende draaimolen van Panbakker. Het was dan vakantietijd en er was dan ruimte genoeg op het schoolplein, waar men nu allemaal kinderen ziet. Het was een fraaie draaimolen die nog door een paard werd voortbewogen. Een ritje kostte een cent en de kinderen maakten er een dankbaar gebruik van. In de molen was een draaiorgel, dat door een man moest worden gedraaid. Af en toe luidde de bel en dan moest er gestopt worden, dan moest er weer opnieuw worden betaald. Hiervoor had men in de molen twee plankjes die aan een ketting vastzaten en hierop moest men dan gaan staan. Dit werd meestal gedaan door jongens uit het dorp, die dan steeds gratis meedraaiden. Het paard had een leren blinddoek voor de ogen en het was voor het dier zeer vermoeiend om telkens maar weer rondjes te moe ten maken.

Op verschillende plaatsen in het dorp stonden oliebollenkramen, soms wel vier en ze hadden het allemaal even druk met bakken. Men kon voor een cent toen een oliebol kopen. Deze lekkernijen lagen voor in de kraam uitgestald op grote borden, met daarachter een fornuis waar ze werden gebakken door de eigenaar. Men kreeg voor een dubbeltje tien oliebollen in een papieren zak en dan strooiden ze er wat poedersuiker overheen. In de kraam was tevens een afgesloten ruimte waar men de oliebollen kon consumeren. Hiervan werd zeer veel gebruik gemaakt door jonge paartjes; de gordijnen werden dan dichtgedaan.

20. Palmzondagfeest in Akkrum. Hier ziet u een klein meisje, Alie de Vries, met een palmstok in de hand die ze trots omhoog houdt. De zondag voor Pasen wordt hier in het dorp een optocht gehouden met paasstokken. Kleine kinderen lopen hierin mee met een palmstokje in de hand. Voorop het voltallige muziekkorps en daarachter een grote mensenmenigte. Dit is vrij uniek in Nederland en er komen altijd veel kijkers van de buitenplaatsen op af. Ook is het de gewoonte dat alle vroegere plaatsgenoten die nu elders wonen even thuiskomen. Ze treffen dan sorns kennissen die ze in geen jaren hebben gezien. Een paasstok is een stokje met daarbovenop een door de bakker gebakken haantje geprikt, voorzien van oogjes van krenten. Verder zit er meestal een sinaasappel in gestoken, een stuk koek en verder allerlei lekkernijen. Op deze artikelen zijn overal wat groene takjes gestoken en bovendien kleurige, zelfgemaakte kleine vlaggetjes. Het geheel geeft een fleurige aanblik en moet de indruk geven dat de lente in aantocht is.

Men wil deze oude gewoonte graag in stand houden en daarom betaalt iedere deelnemer een kleinigheid voor een kaartje en na afloop krijgen alle kinderen een zak met snoep. Het is de gewoonte dat men eerst naar Coopersburg gaat, waar voor de oudjes een lied wordt gezongen, begeleid door het muziekkorps. Dit is een wat vreemd lied en niemand weet hoe dat eigenlijk tot stand is gekomen; hier volgt het: Palm palmzondag, toen de boer in het water lag, en ik erbij en jij erbii, was dat geen mooi schilderij, schilderij ging stukken, palm palm plukken, er is geen een in Engeland die deze palm weer maken kan.

In latere tijden is door de bekende Friese volksdichter Willem Johannes Koopmans hierop een ander Fries gedicht gemaakt. Als de liederen beide zijn gezongen komt de burgemeester aan het woord en hij spreekt de menigte toe. Daarna vertrekt men weer en gaat zo door het gehele dorp. Het is altijd een mooi gebeuren, dat niemand hier graag zou willen missen. Er worden dan ook veel kiekjes van gemaakt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek