Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Kent u ze nog die van Haulerwijk en Waskemeer deel 2 | boeken | alfabetisch-overzicht
Kent u ze nog... die van Haulerwijk en Waskemeer deel 2

Kent u ze nog... die van Haulerwijk en Waskemeer deel 2

Auteur
:   B. van den Berg
Gemeente
:   Ooststellingwerf
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0494-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Haulerwijk en Waskemeer deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Ooststellingwerf, waartoe Haulerwijk altijd heeft behoord, was een grietenij met afwisselend Oldeberkoop, Makkinga of Oosterwolde als hoofddorp, totdat in 1851 de grietenij een gemeente werd en grietman jonkheer mr. G.W.F. Lycklama à Nyeholt (voorheen advocaat en plaatsvervangend vrederechter) zijn ambt verwisselde in dat van burgemeester en de assessoren wethouders werden genoemd. Op 28 augustus 1851 vergaderde de gemeenteraad voor het eerst.

1826: Ooststellingwerf blijft verschoond van de ernstige ziekte die de bevolking van vele grietenijen teistert. Droge en hete zomer.
1827: veenboekweit is in dit jaar en de komende jaren zeer belangrijk. Menige arbeider kwam zo in betrekkelijk goede doen. Mooie zomer.
1833: nieuwe algemene meting van de landerijen (kadaster) had plaats. Nieuwe, billijker regeling heffing van grondbelasting.
1839: veldwachters krijgen in Ooststellingwerf, op kosten van de grietenijkas, uniformen. Haulerwijk krijgt zijn eerste provisioneel aangestelde veldwachter in 1842, op een salaris van f 75,-, namelijk J .H. Bijmolt. Inwonertal in 1840: 1040. Spoedig komt er dan een herberg in Haulerwijk (boven).
1841: zondags werden in de kerk met de preek vele particuliere en officiële bekendmakingen afgelezen. Op een besluit van de kerkenraad gebeurde dit aflezen nu door de schoolmeester buiten de kerk.
1845: door de aardappelziekte, die zich voor het eerst vertoont op onrustbarende wijze, mislukt de totale aardappeloogst in deze grietenij. Roggeopbrengst is gering. Het is in jaren niet zo treurig geweest. De grietenij koopt tweehonderd mud paardenbonen voor de arbeiders, die deze kunnen kopen voor acht cent per kop, mits niet meer dan twee kop per week per gezin. De armoede bij de kleine man is groot.
1847: er is nog geen kans op behoorlijke voeding. Er werd gebedeld. Lijsten voor liefdegaven circuleerden. In deze grietenij gebeurde het dat men grote potten met knollen en enkele aardappelen erdoor gereedmaakte om de talrijke vragers iets te kunnen geven. Een heel roggebrood kostte negentig cent à één gulden. De raad besluit tot geldelijke steun en bepaalt dat de bakkers het halve brood voor dertig cent moeten verkopen. De grietenijkas betaalde bij wat het brood meer kostte. Voor de orde en rust werden er dragonders gestationeerd in Oldeberkoop en Oosterwolde, die onder andere ook in Haulerwijk patrouilleerden. De kosten werden aan de grietenij vergoed en wel vijfendertig cent voor ieder manschap en vijfentachtig cent voor ieder paard.
1847: eerste weekmarkt in Oosterwolde. Er waren soms op één dag honderd vijftig wagenvrachten en uit Appelscha kwamen open pramen met veenboekweit.
1851: voor het eerst worden in deze gemeente, ook in Haulerwijk, ondermeesters benoemd, alleen voor de wintermaanden.
1860-1870: begin aanleg verharde wegen, zogenaamde kunstwegen, in onze gemeente. Ook in andere opzichten vooruitgang merkbaar. "De huizen worden naar de eischen van de tijd gesticht."
1868: het weekblad "De Zevenwouden" verscheen. Uitgever: G.S. Tempe te Oosterwolde. In nummer 7 staat:
"Iemand uit Haulerwijk verkocht zijn huisje aan zijn broer en in één nacht stichtte hij een nieuw onderdak in het veld, waarvan een bodemloze korf als schoorsteen diende." Dit blaadje heeft negen maanden bestaan. In nummer 32 d.d. 9 augustus 1868 staat: "Vrouw in Haulerwijk is nog redelijk voorzien van aardappelen van vorig jaar en doet daarmede nog haar middagmaal."
1867-1868: Ooststellingwerf telt 31 Israëlieten, 75 katholieken, 49 doopsgezinden, 651 christelijk afgescheidenen en 8566 hervormden.
1895: "De Ooststellingwerver" verschijnt, nummer I op 3 augustus. Abonnement: f 1,25 per jaar of 2 1/2 cent per week. Begin 1896 waren er in totaal 236 abonnees, van wie 21 in Haulerwijk.

1. De hervormde vrouwenvereniging ten tijde van dominee J.W. Tonsbeek (1906-1911). De namen zullen zo duidelijk mogelijk worden genoemd.
Boven, van links naar rechts: Antje Kuiper-Postma (moeder van onder anderen Lammert Kuiper sr.), mevrouwen dominee Tonsbeek, Aukje Dragstra (echtgenote van Wolter Gaastra, eerst tolgaarder te Donkerbroek en later boer tegenover Egb. Biesdraai), dan, ook met oorijzer, Johanna van der Mei-Halbersma (echtgenote van meester Wietse), zesde van links Pieters Eltje Dijkstra-Britstra, met floddermuts Minderts Wietske van Wijk, geboren Belle (zuster van Wolter en Jacob) en Remmelts Jantje Dijkstra, geboren Hofstee. Onderste rij, van links naar rechts: Wietske Blom (eerste echtgenote van Wiebe Wietse van der Mei), Teake Aaltje Nyland-Kuipers (zij werden later vader en moeder van een armenhuis), Mart je Betten-Venema (eerst echtgenote van Barteld Betten, later van Com. Jongbloed), Jiske Meintje van Goienga-Postma, Renskje Herder (gehuwd met J.B. Ludwig) en Hendrikje Vegelien (eerst echtgenote van Arend v.d. Meer en later van Rink Rinks v.d. Mei).
Ook deze vrouwenvereniging hield zich onder andere bezig met het maken van kledingstukken voor behoeftige gezinnen. Deze vereniging, die bij de oprichting de naam "Wees een Zegen" kreeg, bestaat nog.

2. 1898. Meine de Jong begint een bodedienst, tweemaal per week, lopende van Haulerwijk naar Oosterwolde vice versa.
1906. Meine de Jong vervoegde zich bij Alle Egb. van der Wal om te bespreken dat hij niet kon bestaan van tweemaal per week naar Oosterwolde gaan, om daar medicijnen te halen. Graag zou hij van "Vooruitgang" een toelage ontvangen. "Vooruitgang" heeft geen fondsen, waaruit dit betaald kan worden. Moet hij worden gesteund, dan maar door particulieren.
4 Februari 1928. Popping schreef: Alle inwoners van Haulerwijk, Haule en Oosterwolde en zeker nog velen meer, ze zullen zeggen, als ze dit portret zien: "Dat is Meine. " En het is Meine, de populaire bode, die nu 30 jaar lang de communicatie onderhield tussen Haulerwijk en Oosterwolde. In de laatste jaren deed hij zijn boodschappen per fiets, maar vroeger kwam hij den lange weg langs stappen. Doch nooit was het weer Meine te slecht om zijn plicht te vervullen; men kon op hem rekenen. Bij voorjaarsweer, als rondomme de vogels door de weilanden dolden; bij schroeienden zomerzonneschijn; bij snerpenden winterwind onder de sneeuwvlokken; Meine liep zijn dagen langs den Haulerpolderdijk, -den Benedenweg, het voetpad achter de Haulerwijkster kerk via den Wepertil. De menschen in zijn dorpen kennen Meine en Meine kent hen. Hij heeft hun vertrouwen en hij heeft dat vertrouwen nimmer beschaamd. Doodgewone boodschapjes en gewichtige geldzaken, Meine behandelt alles met de meeste accuratesse. Onze trouwe en eerlijke Meine. Aldus Pop ping in "De Ooststellingwerver" van 4 februari 1928.
Meine werd een nieuwe fiets aangeboden, een wandelstok met zilveren knop en, wat men zich misschien nog wel kan herinneren, een rit door Haulerwijk (boven en beneden) in de open auto (met neergeslagen kap) van Albert Koning. Meine had ook een bijnaam, welke hij van zijn vader (die veenarbeider was) had geërfd. Het was de Friese naam voor "veel" en niet met een "r" achteraan, wat "spreeuw" zou zijn geweest, zoals meestal werd gebruikt. De story van het hoe en waarom is hier bekend.

3. Op de plaats waar Frieslands grensstrook die van Groningen en Drente ontmoet, woonden Mindert van Wijk en zijn vrouw Wietske Belle. Jurjen van der Leest werd, toen zijn ouders waren overleden, door het burgerlijk armbestuur tegen enkele guldens per week geplaatst bij dat kinderloze echtpaar, vanuit Houtigehage. Wietske Belle was, evenals haar broers Wolter en Jacob Belle, die achteraan de Eilewyk woonden, zeer gelovig. Wietske was lid van een hervormde vrouwenvereniging en leerde daar liederen zingen. Mindert van Wijk had een harmonica, maar kon er niet best op spelen, maar Jurjen haalde er wel aardige tonen uit en dan zongen Mindert en Wietske mee. Deze konden lezen noch schrijven, doch dat kon Jurjen wel. Hij las hen dan uit de bijbel voor. Jurjen had ook zijn wonderlijke momenten, dan liep hij weg en bleef de gehele dag rondzwerven. Menig keer liep hij dan langs de vaart in Haulerwijk, trok dan op vaste plaatsen zijn bovenbroek uit en liet dan een van zijn klompen door een pijp zakken, leunde daarna met één hand op de grond, strekte zijn been, zonder dat verder zijn lichaam de grond raakte. "Kunsten," zei men dan. Wietske, die zelf geen kinderen had, was dankbaar en ze was als een moeder voor Jurjen, die ze aardig kon leiden.
Op de foto, van links naar rechts: Jurjen van der Leest, Wietske van Wijk-Belle en Mindert van Wijk met hun hond voor hun huisje.

4. Jaarmarkten.
In oktober 1879 wordt actie gevoerd bij de gemeente om te komen tot één of twee jaarmarkten. Men wil deze markten houden voor schapen en varkens aan de noordzijde van de brug, bij Sikke J. v.d. Mei, en voor koeien aan de zuidzijde. Er wordt aan de gemeente tolvrije passage over de brug op die dag voor vee gevraagd. (Men betaalde toen tolgeld, zowel bij het varen door de brug, als bij het gaan over de brug.)
1880, mei: de eerste voorjaarsmarkt wordt op zaterdag gehouden.
1885. Voorstel om de jaarmarkten niet meer op zaterdag, maar op vrijdag te houden, opdat meer Israëlieten de markt kunnen bezoeken, daar deze de markt maken.
1890. Oeds Baron stelt nogmaals voor de jaarmarkt niet meer op zaterdagen te houden, opdat ook de sabbat niet ontheiligd wordt.
1895. Besloten wordt om de jaarmarkten toch op zaterdagen te houden, in verband met de omliggende dorpen, maar de najaarsmarkt te verplaatsen naar de tweede zaterdag in oktober.
1903. Er wordt in april begonnen met een maandmarkt.
Tjibbe van den Berg en Remmelt Brandsma zullen deze zaak bevorderen. Advertenties verschijnen in "De Ooststellingwerver", "Hepkema's Krant" en in het "Nieuwsblad van het Noorden". Nyland en Russchen zullen onder andere Zevenhuizen en Een bereizen om daar belangstelling te wekken. "Misschien," zo veronderstelt men, ,,kan eerlang de tijd aanbreken dat de maandmarkt hier, die van Donkerbroek en Oosterwolde, verre achter zich laat." 1911. Veeprijzen dit jaar erg hoog. Buiten de markt om verkocht Marten Hesseis een derde kalfskoe aan Wiebe Wietse V.d. Mei voor driehonderd gulden.
1911. Op 6 november voor het eerst op Haule een jaarmarkt gehouden. Aanvoer op de najaarsmarkt in Haulerwijk elf koeien. Friese schapen duur. Biggen nog niet één gulden per week.
1912. Aanvoer van onder andere zeven koeien. Schapen- en lammerenhandel niet vlot.
1914. Matige aanvoer op de op 14 mei gehouden voorjaarsmarkt. Handel niet zeer levendig. Kramen en "disschen" ruim vertegenwoordigd. Dit jaar een draaimolen en een luchtschommel.
Een der "disschen" op de kermis was later ook die van de bekende Remmelt Dijkstra, die u hier ziet staan voor zijn kraam aan de vaartzijde bij de hoofdbrug.

5. Op 8 januari 1909 werd een lijkwagencommissie opgericht, waarin zitting hadden: W.F. Stedehouder (hoofd der school), Corn, Jongbloed (manufacturier), Oege Offringa (aannemer), Tjibbe van den Berg (aannemer) en Hinne S. Planting (boer).
Januari 1912. De commissie ter bekoming van een lijkwagen, met daaraan verbonden een begrafenisvereniging, schiet al aardig op met haar werkzaamheden. Tot 1912 werden de overledenen naar de begraafplaats vervoerd per boerenwagen met daarop een paar bossen stro.
2 Mei 1912. Betrokken uit Oldeboom een lijkwagen, welke voor het eerst dienst deed voor de negenenveertigjarige Antje Berga, weduwe van T. Linstra,
Bijna alle inwoners waren lid van een buurtvereniging, waarvan men er in 1890 in Haulerwijk-boven en -beneden negen kende. Op 14 januari 1892 hadden zich zes buurten aaneengesloten. Deze buurtverenigingen kenden hulpverlenende burenplichten, waarvan vooral bij geboorte, ziekte en overlijden gebruik werd gemaakt. Voorzitter werd bij de oprichting van de begrafenisvereniging, omdat meester Stedehouder was vertrokken, meester F.H. de Jong en penningmeester was Corn. Jongbloed (later het hoofd der christelijke school, meester H.Th. van Ek). Hinne Planting en later zijn zoon Gerrit waren de koetsiers en zorgden ook voor het Friese paard, dat hun eigendom was. In het zesde jaarverslag sinds de oprichting, in 1918, kwam voor de rekening van de toenmalige begrafeniskoetsier Hinne S. Planting, zijnde dienstgedaan in dat jaar, drieëndertig maal à f 2,50 en drie maal à f 3,75 (buiten dorpen) en eenmaal een overledene halen uit Groningen, totaal f 105,75. Dat waren er in 1918 zeer velen, in verband met de Spaanse griep.
Hier een der laatste ritten op de tegenwoordige Eikensingel, welke men vroeger "Lijkweg" noemde en later "Kerkhofwykspad". Op de bok de hulpkoetsier/ drager Harm Vogelzang.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek