COVID-19 UPDATE : I.v.m met het Corona virus kan het zijn dat de levering van de Ansichtenboekjes vertraging oploopt. Het is nog steeds mogelijk om het boekje van het dorp of de stad van uw keuze te bestellen. We hebben een groot aantal boekjes op voorraad en deze kunnen direct geleverd worden. Echter boekjes die niet op voorraad zijn worden op dit moment tijdelijk niet gedrukt. Zodra onze drukker weer gaat produceren zullen we deze boekjes alsnog leveren. Houdt u dus rekening met langere levertijden dan er nu op de site vermeld staan. Wij hopen op uw begrip voor deze uitzonderlijke situatie.
Kent u ze nog... die van Haulerwijk en Waskemeer deel 2

Kent u ze nog... die van Haulerwijk en Waskemeer deel 2

Auteur
:   B. van den Berg
Gemeente
:   Ooststellingwerf
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0494-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Haulerwijk en Waskemeer deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

11. De korfbalvereniging T.F.S. ("Troch Freonschap Sterk"), die naast korfballen nog vele festiviteiten organiseerde en ook daarmee vele bezoekers trok, was in wijde omgeving bekend.
Het eerste twaalftal staat hier op de foto. Van links naar rechts, boven: Jo Ludwig, Hiltje Drent (later met elkaar getrouwd), Lolke P. Miedema, Tim Blaauw, Oebele J. de Vries en Anke Heuker. Onder: Corn, de Vree, Joke W. Gerritsen, Roel J. de Vries, Zus W. Gerritsen, Gerrit Veenboer en Froukje P. van der Heide.
Men droeg hier nog lichtblauwe blousjes, maar bij de wapendropping. in begin 1945 in het Fochteloërveen, nam mede-oprichter, bestuurslid en aanvoerder van T.F.S., C. de Vree, onder andere een parachute mee van rode zijde en met medeweten van Bert M. van den Berg en Roel J. de Vries (bestuursleden) werd deze in een blikken trommel verstopt in de grond van het kleedhokje op het sportterrein (nu trimbaan). Na de bevrijding maakte Fokje Jannes Bosma (zoals in de bedoeling lag) er blousjes van voor het eerste twaalftal en deze droeg men het eerst op een serie dag in Renkum (Gld.).
Naast de spelers in het vorige boekje vermeld, waren er ook nog de volgende actieve spelers. (dames): Janny Wouda, Jeltje Sikkens, Coba Reinders, Annie Spandaw, Pietje van der Wal, Eppie de Jong, Janke Doller, Jeltje Hof, Minke de Jong, Etty V.d. Velde, Ypie van Wijk, Siena Beyert, Annie Hof, Sietske Dijkstra, Joh. Bosma, Meintje Geertsma, Jantje V.d. Velde, E. de Vegt, Sjut Vonk en Dinie Klooster. Heren: Wenny Ludwig, Jaap Reinders, Tinus de Vries, Y. V.d. Meulen, Sicco V.d. Mei, Jan Haak, Wieger Beyert, Joh. Schuit, Louw Beyert, Markus Doller, Tjalling Cats, A. Huizinga, Sjoerd v.d, Meulen, Anne v.d, Velde, Marten Cordus, Wierd Veenstra en Eng. Kroes.

Vermoedelijk is er wel een enkele vergeten, maar men moet mij dit maar niet euvel duiden. Het is ook al zo lang geleden.

12. Naast de kerkelijke vrouwenverenigingen. die zich bezighielden met naaien en breien voor behoeftige gezinnen, kwam er ook een zogenaamde neutrale vereniging die zich daarmee bezighield, "Foar de Bern" genaamd, die kinderen van gezinnen die daarvoor in aanmerking kwamen van kleding voorzag. Ook deze dames gingen wel eens een dagje uit en wel, zoals uit deze foto blijkt, naar het dierenpark in Emmen.

Van links naar rechts, boven: Linke van der Mei-de Haan, Sjoukje van Wietse de Boer (schilder), Aaltje Tj. van den Berg, Sophie van der Wal-Engberts, Tine Reinders-van Dijk, Albertje van bakker Boonstra, Wietske Jongbloed-Ritsema (onderwijzeres), chauffeur Sip Halbersma en Janke Wedman-Vonk. Tweede rij: Tr. Jedemz-Hoekstra (onderwijzeres), Dina Tj. van den Berg, Kok-Wiechman, Roelfke Beyert-Dermois en Piet Moes-van der Velde. Voorste rij: Anje van der Mei-Bron, Sjoukje de Vries-de Boer (onderwijzeres), Rinkje Vonk-van der Wal, Baukje Halbersma-Hof en Auk Blauwbroek-van der Wal.

13. Ondermeester Jan Willem Zuidema te Zuidbroek werd via een vergelijkend examen in 1828 benoemd, met ingang van 1 januari en tegen een salaris van f 150,- per jaar, als hoofd der school te Haulerwijk-boven. Dit salaris zal worden betaald ieder vier en deels 's jaars, uit 's Lands kas, benevens twee en eén tweede cent schoolpenningen van ieder kind in de week. Alleen toe te laten, kinderen die zijn voorzien van een bewijs van koepokinenting of die de natuurlijke kinderziekte hebben gehad. Men heeft twee maanden vakantie in de zomer, maar ook zaterdags moet onderwijs worden gegeven, van negen tot elf uur en van half twee tot half vier. Jan Willem Zuidema moet zich onafgebroken in de school met het onderwijs bezig houden, alsmede 's avonds van 5 tot half zeven, zo er een vierde gedeelte van het getal der kinderen op de dagschool zich aanmeld, waarvoor hij genieten zal, behalve vergoeding "van vuur en licht" dubbele schoolpenningen. De aanstelling is getekend door de grietman J .A. Willinge, door G.D. Brouwer, secretaris te Oldeberkoop, en door de schoolopziener J.F. Korff van het zesde district.

De grietman zetelde met zijn assessoren (bijzitters) toen nog in wat wij nu Oldeberkoop noemen. In 1851 wisselde, met de verandering van de grietenij in een gemeente, het ambt van grietman in dat van burgemeester en de assessoren werden wethouders genoemd. In 1856 werd Oldeberkoop als hoofdplaats vervangen door Makkinga en die plaats in 1886 door Oosterwolde. Een aardige bijzonderheid is het feit dat burgemeester Oosterhof in 1898 een brief ontving met het volgende adres: "De Edelachtbare Heer Burgemeester van Haulerwijk-Ooststellingwerf-Oldeberkoop bij de stad Heerenveen in de Provincie Friesland." Opmerkelijk dat de woonplaats van de burgemeester, Oosterwolde, er niet op voorkwam. De school draagt nu, samen met de kleuterschool, de naam: .Jt Twaspan." In juni van dit jaar (1979) werd het honderd vijftigjarig bestaan gevierd met onder andere een reünie, welke door meer dan negenhonderd personen werd bezocht.
Op deze foto van omstreeks 1918 zien we, van links naar rechts, het onderwijzend personeel: meester Klaas Noorman, juf Aaltje van den Berg (handwerken), juf Sijke Gorter, juf Aaltje van der Mei, juf Hendrikje Bies (handwerken), juf Ritsema, later getrouwd met het naast haar zittende hoofd meester Jongbloed, en dan nog meester Hendrik Meyer (?).

14. Sinds in 1756 de vaart en de wijken werden gegraven, was het water hierin voor algemeen huishoudelijk gebruik. Ieder had een "stap", waar men het water met emmers opschepte. Later kwamen er putten, meest opgezet met turf, waaruit men met een hevel, waaraan een emmer, het water naar boven haalde. Nog later kwamen er houten pompen, die boven een bron kwamen, welke vaak door een wichelroedeloper was opgezocht. Houten tonnen onder een dakgootpijp, voor het opvangen van regenwater, kwamen ook veel voor, terwijl later de cementen regenwaterbakken in de grond gebruikelijk werden, totdat er rond 1958 waterleiding kwam. De wijken gebruikte men voor turfafvoer en de vaart werd gebruikt door onder anderen turf- en vrachtschippers, potschippers en aardappelvaarders. In 1895 bijvoorbeeld lagen er over de vaart, naast voetdraaien, nog drie draaibruggen, welke in 1895 waren verpacht: brug 1 (beneden), aan Klaas Hof en Matje, brug 2 (boven) aan Klaas Hummel en Minke, en de brug bij het "Witte Huis" aan Rink Jans Reinders en Fokje (brug 3). De draaibruggen waren voor één man moeilijk te hanteren.
In 1899 hield men een inschrijving voor een nieuwe, ijzeren draaibrug en de laagste inschrijver, Oege Offringa voor f 2470,-, werd het niet gegund, omdat het f 70,- boven de begroting was. Men besloot in 1900, op voorstel van architect Noorman, tot het aanleggen van twee houten klapbruggen, boven en beneden, voor totaal f 2800,-. Eikehout van bomen langs de weg te Haule werd er voor gebruikt. Brugwachter en lantaarnopsteker Siemen de Roo en zijn zoon Harm (beiden schoenmaker van beroep) bedienden vanaf 1913 de klapbrug, terwijl Albert Vonk (van beroep kleermaker) op 12 mei (om twaalf uur) 1925 deze functie overnam en eerst de houten en daarna (vanaf 1927) de ijzeren klap- of ophaalbrug bediende, totdat in de jaren vijftig de vaste oeververbinding kwam en die functie in Haulerwijk tot het verleden behoorde.
Op deze foto uit omstreeks 1924: brugwachter De Roo deed zijn plicht, de "klomp" was gepresenteerd, de schipper had zijn tol (vijf cent) betaald en had, zoals verplicht bij de doorvaart, het zeil gestreken. Niets werd de schipper meer in de weg gelegd om zijn reis te vervolgen.
De laatste schipper die deze brug passeerde was Aan Pander met zijn turfschip "Pax", gebouwd in 1928 en metende zeventig ton. Aan Pander was getrouwd met Trijntje J. Baron, afkomstig van Haulerwijk.

15. In 1840, toen er in de kolonies (Veenhuizen) een mannen- en vrouwen gesticht en een weeshuisgesticht voor kinderen van kolonisten waren, kwamen de kolonisten vanuit Holland via de Zuiderzee (per boot) naar Lemmer en verder per postkoets, via Oranjewoud. Donkerbroek en Haule, naar de grens van Veenhuizen. waar men nog even de herberg "Het Witte Huis" aandeed. In 1896 verklaren getuigen voor het gerecht dat Elisabeth H., die evenals de getuigen in Haulerwijk op de grens van de bedelaarsgestichten woonde (zo noemde men dat toen), wel sterke drank aan de "verpleegden" verstrekte.

In september 1896 pacht Rink Reinders (met Fokje) onderhands de draaibrug 3 ("Witte Huis") met woning, herberg en veel grond. Voor de bruggen 1 en 2 is geen onderhandse regeling mogelijk, omdat daar geen grond bij is, alleen maar tuin. Later was J. Uithof de pachter en toen deze foto werd gemaakt woonden er Willem van der Veer en zijn gezin.
1899: in de zandweg vanaf de herberg "De Hoek" (Elleboog) tot aan de Rolpaal wordt aan Sikke J. van der Mei gegund het leveren van een brug met losse battingen over de Koloniewijk (met inbegrip van enig grondwerk) voor de prijs van f 600,-. In 1900 is door Van der Mei een klapbrug opgeleverd (voorheen een draaibrug).
In mei 1915 vraagt de commissie voor het inzamelen van gelden voor verharding van de wegen ?Koudenburg" naar "Witte Huis" en van Haulerwijk naar "Rolpaal" (Veenhuizen) subsidie, omdat de zandweg door de ontginning van heide door de heren Geerts, Veenma en Kuiper en het daardoor vele berijden met paard en wagen, totaal onbruikbaar is geworden voor rijwielen en voetgangers. In september 1915 wordt bekend dat Rijkswaterstaat maximaal een derde van de totale kosten, zijnde f25.020,-, voor haar rekening neemt, op voorwaarde dat de provincie ook eenzelfde bedrag, zijnde f 8340,- toekent, evenals de aangelanden een derde deel van de geraamde totaalkosten moeten opbrengen. De toelichting van het Rijk: De wegen zijn ontworpen in een streek die nagenoeg geheel van verharde wegen is verstoken. Bij de ontginning die nu op grote schaal aan de gang is, doet het gemis zich juist nu zeer sterk voelen. In verband met de financiële toestand van de gemeente mag deze van Gedeputeerde Staten van Friesland geen gelden voor de aanleg beschikbaar stellen. Alzo besloten en uitgevoerd.
"Het Witte Huis" (herberg en brugwachterwoning) bestond in 1916 uit negen hectare grond, waarvan een deel heide, dat in die tijd in cultuur werd gebracht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek