Kent u ze nog... die van Koudekerke

Kent u ze nog... die van Koudekerke

Auteur
:   J. Roose
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3401-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Koudekerke'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

16. In de jaren na de bevrijding werden er jaarlijks onderlinge brandweerwedstrijden gehouden, waarin de ploeg van Koudekerke zijn mannetje stond.

Hier poseren ze, na het beha1en van de eerste prijs, op 12 juni 1948 te Sou burg. Zittend, van links naar rechts: Jan Vreeke, Piet Roose, Ko Wisse, Joh. Stroo en Martinus Brasser. Staande: ondercommandant Piet Flipse, Adriaan Joziasse, Adriaan van Noppen, Jasper de Kam, David Flipse, Sam de Kam en commandant Jan W. Christiaansen met naast hem burgemeester J.L. Dregmans. Ret is weI een heel verschil met vroeger, toen er ruim honderd brandweerlieden waren. Een timmermansbaas was altijd brandmeester. Als teken van zijn waardigheid droeg hij een lange staf, versierd met het wapen van Koudekerke. De twee onderbrandmeesters waren ook timmermansbazen. Zij droegen korte staven met dezelfde beeltenis. Twee lantaarndragers verlichtten tijdens een brand de plaats waar de burgemeester stond. Geflankeerd door een of meer brandmeesters, vormde hij een lichtend middelpunt, terzijde van het strijdgewoel. Verder waren er een bode, een klokkeluider, drie porders, vier slangenleiders, tien haakgasten, tevens ladderdragers, drie pijpvoerders en tientallen pompers. Er was zelfs een machinist, uiteraard was dat de srnid. Allen droegen een penning.

Iedere inwoner tussen de drieentwintig en zestig jaar, wonende binnen 400 meter van de kerk, moest zich in de maand mei melden "op straffe van ambtshalve te worden aangesteld, onvermindert de boete". Bij loting werd men voor de dienst aangewezen, maar plaatsvervanging en afkoop (voor de dominee, de dokter, de notaris) was toegestaan. Voor men begon te blussen, maakte men eerst "de rolle" op, om te zien wie er op het appel verscheen. Een hele ceremonie. Men zal zich afvragen: wanneer ging men dan blussen, want het brandde toch? Maar daar werd kennelijk in berust: het brandde tach.

17. Op derde pinksterdag werd vanouds op Walcheren de ba1 gegooid. Evena1s bij het ringrijden, werd tegen die tijd "de rolIe" opgemaakt van dee1nemers en werd met een lijst rondgegaan om geld op te ha1en. Er werd een paa1 gep1ant waarop een ring bevestigd was van ongeveer 11 centimeter doorsnede. Achter de paa1 kwam de boomp1ank van een boerenwagen te staan. Met touwen werd een kleine omheining gemaakt. De kunst is om twee houten ballen van ongeveer 10 centimer doorsnede door de ring te gooien. Ieder kreeg een beurt en wie het eerst drie ballen raak wierp, had de eerste prijs. Net a1s bij ringrijden, waar men drie ringen moest steken. Dan ging de "sukerkomme" rond, gevu1d met jenever en zoute balIetjes. Ret ringrijden heeft zich echter steeds aangepast en is tot een sport geworden. Ret ba1 gooien heeft zich niet gehandhaafd. Ret was een echt geze1schapspel. De ongehuwden spee1den het op het dorpsp1ein en de gehuwden achter het cafe van Simon Lampert. Dan was men dicht bij de tapkast en uit het zicht van de mensen. Ret eerste maakte het laatste gewenst. Een enkele maal, bijvoorbeeld op koninginnedag, wordt er voor de aardigheid nog weI eens met de bal gegooid. Hier ziet men Adam Abrahamse in actie en zo te zien is het raak.

Omstanders en medespelers zijn, van links naar rechts: Kees Wielemaker Azn., Piet Wielemaker Fzn. (in dracht) en tussen hen in Nico Bosschaart. Over Piet Wielemaker heen kijkend Ariaan Kluyfhout en achter hem Louw Bimmel. Naast balgooier Adam Abrahamse Izak Jobse, Krijn Verhage, Jan de Lange (met sigaar), Krijn de Witte (met bril), Daan Wielemaker (met onderscheiding) en in dracht Krijn Wielemaker. Tussen Daan en Krijn staat Christiaan J obse. Geheel rechts Piet de Witte.

18. Vrouwen rijden tegenwoordig de ring. Waarom zouden zij dan geen bal gooien? Ze zijn gelijkbereehtigd en handelingsbekwaam. We gaan nog verder: waarom zouden we hen niet bij hun meisjesnaam noemen? De geemancipeerde vrouw zal dit met instemming lezen. Maar zij moge bedenken dat men hier op 't dorp als vrouw veelal de eigen naam behield.

Geheellinks staat Nee Jobse (wie kent haar als mevrouw Flipse? ). Verder, van links naar reehts:

Mientje Sturm, Pie van der Sehraaf, Nee Kesteloo, Koba van Keulen, Janna van der Sehraaf, balgooister Mientje Barendsen, Suzan Jasperse en Leintje Wielemaker.

Het is geen verkleedpartij; aIle genoemde dames zijn in draeht.

19.

Alop een morgen vroeg

Ik ging er mijn paardjes vangen En ik spande ze voor de ploeg Miin beestjes weest er niet bange

Ik zal het met plezier ) b.

D .. ) IS

oen op een goete manter.

Dit ouderwetse liedje, met vele coupletten over het paardewerk, hoort men nog een enkele maal zingen. AI even zeldzaam is het beeld geworden van een span paarden dat op een nevelige novemberdag voor de ploeg staat, dampend van het zweet. Ret waren lange dagen voor man en paard. 's Morgens voor dag en dauw moest de paardenknecht naar de stal om de paarden te voeren. Dan, tegen dat het licht werd, naar het land en ploegen. Wie kent nog het "scheppen, klaven, twiveure en bierikke" van de akkers? Om elf uur uitspannen, naar huis en paarden voederen. Niet teveel tegelijk, ze mochten het eten niet "warm blazen". De paardenknecht ging, zoals het behoorde, onder het middageten, tussen zijn eerste en tweede bord aardappels, naar stal om bij te voeren. 's Middags weer ploegen en zo ging het vele dagen, soms weken lang.

Op de foto ziet men R. Brasser achter de paarden gaan en S. Brasser kijkt toe. De ploegende boer is bij uitstek het symbool van de plichtsgetrouwe mens, die, onberoerd door de woelingen van deze wereld, doet wat zijn hand vindt om te doen. "Want ook de Koning zelf wordt van het land gediend." AIs contrast met het bovenstaande liedje, de gedragen woorden van de dichter Werumeus Buning:

Een stem sprak tot aarde hemel en zee.

En de boer heeft haar gehoord "Terwille van de boer die ploegt besta de wereld voort. "

20. Waar is de tijd gebleven dat de hele aardappeloogst met een drietandriekje gerooid werd? Dan werden ze, soms in drie sorteringen (kriel, poters en grate) in "balksmanden" van eenvierde mud opgeraapt en gestort in zakken. 's Avonds met paard en wagen afgevoerd, opgeladen, gelost, opgekuild, met stra en grond afgedekt en in de winter of voo:rjaar nog eens "omgezet".

Het was sorns gezellig op de akker, met een ploegje yolk en kinderen die hielpen. Op 't eind van de dag werd het loof verbrand en pofte men er aardappeltjes in.

Izak Hillebrand (met pijp) en Piet Verhage doen de aardappels uit en Willem Kluyfhout raapt op. Een kwart mudde van de roede was een normale opbrengst. Thans is men met driekwart van de roe de "niet ontevreden", maar een mud (ongeveer 70 kilo) of meer is nu normaal. En de machine doet het werk van honderd man.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek