Kent u ze nog... die van Koudekerke

Kent u ze nog... die van Koudekerke

Auteur
:   J. Roose
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3401-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Koudekerke'

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

36. Dit is de kleindochter van Leuntje, Tannetje Maas. Ze was gehuwd met Hendrik Kesteloo, die koetsier was bij dokter Van der Harst.

We zien dat de muts kleiner geworden is en de kuif groter. De gouden krullen schuiven omhoog. De beuk is groter en de doek veel kleiner geworden. Het jak wat korter, met fluwelen rnouwbanden. Wat opvalt is de slanke le est, een schoonheidsideaal in die tijd. Een boerenjongen met bijzonder grote handen kon de wespentaille van zijn bijzonder slank meisje omspannen. De schort bedekt nu geheel de rokken en keuzen. Als men "in pontificaal" was, werden deze nog breder gemaakt door kunstmiddelen. Het geheel is wel wat fraaier geworden. Maar de lichaamsvormen werden geweld aangedaan. De sterke insnoering vervormde blijvend het mid del en de heupen deden soms pijn van de rokkenvracht.

37. Ten slotte het kleinkind van de kleindochter van Leuntje (als u het nog voIgt): Annie Kesteloo-Poppe, met naast haar, op "z'n burgers", Tannie Kesteloo. De bovenmuts is thans uiterst klein geworden en hangt er meer aan dan dat zij op het hoofd staat. De ondermuts is van fijnere stof en veel meer te zien. De toer is nu bijna uitbundig groot, de beuk bloezend en de doek niet te zien. Deze is echter nog weI aanwezig als een smalle, geplooide strook Iangs het jak. Dit jak is kleiner en geheel van fluweel. Ret kralensnoer hangt royaal om de hals. De schort is van het fijnste Merinos, van achter afgezet met kostbare gallons. De rokken zijn verdwenen. Ret middel heeft weer zijn natuurlijke omvang. We zien dat een ontwikkeling, die zieh inzette, in aIle delen doorging. Wat kleiner werd in 1900 werd steeds kleiner en wat zich ontplooide deed dat tot in onze tijd. AIleen de taille deed daar niet aan mee. Dat zou trouwens fysiek onmogelijk zijn, stel je voor.

De vrouwelijke klederdracht is in de loop der jaren steeds sierlijker, charmanter en kostbaarder geworden en ongetwijfeld nu een der mooiste in het land. "Maar veel dat op zijn schoonst is, is dieht bij het vergaan."

38. Thans vindt men op ieder dorp wel een so os voor bejaarden. De hier afgebeelde personen konden daar nog niet van dromen. Toeh zoeht men elkaar voor de gezelligheid op. Op ons dorp was de gemeentestoep de geliefde plaats van samenkomst. Gezelligheid kende wel tijd, want om vier uur waren ze allen verdwenen. Men wilde niet graag de koffie missen. Er is daar wat af gelogen op die stoep. Oude verhalen werden verteld en belevenissen verhaald. En natuurlijk voorbijgaande dorpelingen rijkelijk van commentaar voorzien. Ook de jongelui die in .Jiet geiterennetje" hingen kreeg een beurt. Dat was het lijstje, reehts naast de deur, met huwelijksaankondigingen. Als je trouwt ben je immers op je sleehtst en bij je dood op z'n best? Daarom geen kwaad woord van de afgebeelde personen; ze zijn allen uit de tijd.

Van links naar reehts: Jan Wagenaar, Kees Maas (de slaehter), Ko de Lange, Piet Maas (de boer), Kees Maas (duum) en Lein Abrahamse.

39. Rond 1910 kreeg de korenmolen "De Lelie" een opknapbeurt. We zien hier tien man bezig. De foto geeft een mooi overzicht van de molen, nog in oude glorie met oudhollands opgehekte wieken, en het molenhuis, dat in de watertijd 1944-1945 is vergaan. Op 14 november 1940 waaiden kap en wieken eraf. Maar thans, 1980, zijn de gebroeders Strayer uit Almkerk de molen aan het herbouwen.

Ret is verheugend dat Koudekerke, dat zo'n rijke molenhistorie heeft, een monumentale molen voor het nageslacht bewaart. De historie begint in 1294, toen Wisse Gilleszoon van Coudekerke zijn hofsteden en molen moest verkopen. Lang geleden, voor de zestiende eeuw, stond er een molen, de Noordmolen, op de zuidoosthoek van de kruising Breeweg-Braamweg. In de meulhoek stond tot 1696 de Westmolen. Aan de Gerbrandystraat, ter hoogte van de Zuurbeekseweg, stond de Oplandmolen, ook al voor de zestiende eeuw verdwenen. In het Oostmolenblok, dichtbij het

. Meulwal, maar aan de andere kant van de oude weg, stond een molen. En op het Meulwal zelf stond een molen die in 1714 vervangen is door een ronde, stenen grondzeiler, die in 1872 afbrandde en op zijn beurt in datzelfde jaar vervangen werd door "De Lelie". Dit waren alle korenmolens.

Maar rond Middelburg, op 't Zand en Iangs de oude Vlissingse weg, dat tot in de Tweede Wereldoorlog tot Koudekerke behoorde, stonden ook veel molens: oliemolens, een papiermolen, een volmolen, korenmolens en molens voor "differente goederen". Zo hebben er in wat vroeger het ambacht van Koudekerke was meer dan vijfentwintig molens gestaan.

Deze molen, die gesticht is in 1872 door Pieter Brasser, was van 1884 tot 1975 eigendom van vier geslachten De Regt. Thans eigendom van de gemeente Valkenisse.

40. Een mooi hoekje aan de oostzijde van de dorpskern. Zo was het toen David Joziasse daar boerde. Thans is het het bedrijf van Bram de Pagter. De schuur, een van de hoogste met riet gedekte schuren van Walcheren, staat er nog. Op deze schuur nestelde het laatste ooievaarspaar van ons dorp. Eens had de boerin de "reeste" (een band met zilveren knopen van het hemdrok) te drogen gelegd op de bleek. Deze was verdwenen en men dacht aan diefstal. Later yond men de strook met blinkende knopen terug in het ooievaarsnest. Het is dus lang geleden, want de reeste begon honderd jaar geleden al een zeldzame dracht te worden.

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek