Kent u ze nog... die van Krabbendijke

Kent u ze nog... die van Krabbendijke

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:   Reimerswaal
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4393-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Krabbendijke'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Toen het platenboekje "Krabbendijke in oude ansichten" in 1975 verscheen, was dit zo vlug uitverkocht, dat er in datzelfde jaar een tweede druk uitkwam. Maar er was in dit welvarende dorp nog zoveel materiaal aan oude ansichten en/of foto's, dat de auteur reeds drie jaar later een nieuwe opdracht kreeg een boekje over Krabbendijke samen te steIlen, maar nu onder de titel "Kent u ze nog ... die van Krabbendijke". In het eerstgenoemde platenboekje komen niet aIleen opnamen voor van oude dorpsgezichten, maar ook van diverse personen uit vroeger tijden. Thans is dit nieuwe boekje geheel gewijd aan personen uit dit Zuidbevelandse dorp uit de periode van omstreeks de eeuwwisseling tot ongeveer 1950, waarbij we natuurlijk niet op een jaartje zien!

De ervaring leert dat juist die plaatjes waarop personen uit vroeger tijden werden vereeuwigd, zeer in de smaak vaIlen, waardoor een dergelijk platenboekje zich in een flinke belangstelling mag verheugen. Niet aIleen de ouderen, maar ook de jongeren uit Krabbendijke vinden het leuk om niet aIleen iets over de verschillende, oudere inwoners van hun dorp te lezen, maar ook om ze nog eens te bekijken, In Krabbendijke kwam het vaak voor dat de kleinkinderen met hun ouders op bezoek gingen bij hun opa en oma. Run grootouders konden dan, onder het genot van een kopje koffie, vertellen over vroeger tijden. En dat deed opa of oma dan op hun eigen manier, waarbij de kleinkinderen vaak met open mond zaten te luisteren en waarbij ze volop genoten van de smakelijke verhalen, die, zo nu en dan met de nodige humor, werden verteld. Ret waren vooral de ouderen die nog erg veel wisten van vroeger. Waar is de tijd gebleven? Ret waren jaren van hard werken, van's morgens vroeg tot's avonds laat en voor een karig loon. Een vrije zaterdag was er niet bij. Vader moest elke werkdag vroeg op om op tijd op de boerderij aanwezig te zijn voor z'n werk. Ret kwam weI voor dat hij elke dag een uur heen en ook weer terug naar huis moest lopeno Ret is dan ook volkomen te begrijpen dat vader's avonds dikwiils doodmoe thuiskwam. Ook moeder de vrouw moest vroeger mee naar het land, om voor het, meestal kinderrijke gezin de kost te verdienen. Zij was dan van's morgens vroeg tot's avonds laat in de weer om er een cent bij te verdienen. De kinderen die nog niet naar school gingen werden zogenaamd "uitbesteed", of een van de twee oma's kwam op de kinderen passen. Op deze manier konden vader en moeder samen naar het land! Ret werk was zwaar en veeleisend. Ret was geen wonder dat van de

kerkgangers, vooral in de namiddagdienst, velen in slaap vielen. Men was echt moe, waardoor men de aandacht niet bij de preek kon houden en vanzelf, of men het wilde of niet, in slaap viel, Velen vonden het, vooral voor de predikant, weI erg dat ze hun gedachten er niet bij konden houden. Bovendien was het zeer tot ongenoegen van de dienstdoende predikant, maar aan de andere kant was het volkomen te begrijpen.

In de week ging men al vroeg naar bed. Kranten waren er nog niet of verschenen slechts een- of driernaal per week en brachten wat afwisseling in het alledaagse Ieven. Radio en televisie ontbraken. De weinige ontspanningsavonden in het jaar waren de jaarvergaderingen van de diverse kerkelijke verenigingen of eventueel van de muziek- en zangvereniging. Dergelijke verenigingen kwamen op de dorpen vaak voor. We noemen in dit verband onder andere de jongelingsvereniging, de meisjesvereniging en de knapenvereniging.

In de wintermaanden was de verlichting erg primitief. Een eenvoudig oliepitje verschafte enig licht in de vaak donkere kamer, waarvan de wanden tussen de bedsteden en de "spinde" met donker kraalbeschot waren betimmerd. Later kwam de petroleumlarnp, die aan de houten zoldering hing en die met een katrolletje op de gewenste hoogte kon worden gebracht. Maar op de duur was ook deze verlichting niet ideaal, want zo'n petroleumlamp moest op geregelde tijden worden bijgevuld. Bovendien was het voor de gezondheid niet al te best, daar veel zuurstof in de woonkamer na enige tijd was verdwenen. Het gevoig hiervan was dat de leden van het gezin hoofdpijn kregen en vroeg naar bed gingen. Nog later kwam de gasverlichting, die na een aantal jaren door de huidige elektrische verlichting werd vervangen.

Naast de vaak zware arbeid moest vader of een van de jongens met de zogenaamde .zekel" nog gras gaan snijden voor de geit, die ook weI "de koe der armen" werd genoemd en die het gezin van de nodige melk voorzag. Een gelukkige omstandigheid was dat vader over een tuintje beschikte, dat hij bij de boer kon huren en waarop aardappelen en groente werden geteeld. Tevens had den vroeger nagenoeg alle arbeiders "een varken op kot", dat meestal in november werd geslacht. Grote gezinnen deden dat meestal tweemaal per jaar, want de hongerige magen van de opgroeiende kinderen konden erg veel aan! Voor moeder de vrouw was het een hele toer om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar mede dank zij haar kundig financieel beleid en de uiterste krachtsinspanning van vader gelukte het om het talrijke kroost van voedsel en kleding te voorzien.

Gelukkig dat moeder over wat meel kon beschikken om daar zelf nog enkele broden bij te bakken. Ret was toen echt een tijd, waarin schraalhans keukenmeester was! Men had het echt niet breed. Vooral de ouderen uit Krabbendijke zullen zich deze toestanden (of eigenlijk beter gezegd wantoestanden) nog weI kunnen herinneren. Ze kunnen daarover hele verhalen vertellen, want een dergelijke levenswijze zal men, hoe oud men ook mag worden, niet licht vergeten. Gelukkig is hierin in de loop der jaren weI verbetering gekomen. De jeugd van tegenwoordig is in weelde groot gebracht. De tijd dat de kinderen een cent voor snoep en een cent voor de zending kregen, is gelukkig voorbij en behoort voorgoed tot het verleden. Hoewel men vroeger vee I en veel armer was dan thans, in deze welvaartstijd, was men toch in de meeste gevallen meer tevreden dan nu, de go eden niet te na gesproken! Men was tevreden met hetgeen men had. Men wist immers niet beter. Toch zou men deze vroegere tijden niet graag terug verlangen. Men heeft het nu heel wat beter, maar helaas heeft deze welvaartstijd ook zijn schaduwzijden. Want velen hebben vandaag de dag God niet meer nodig. En dat is nu juist weI het grootste nadeel. We hebben alles wat ons hartje maar begeren kan. En dat is gelukkig. Een mens mag, naar Gods Woord, genieten van de arbeid zijner handen. Maar dat alles onder de to elating en de zegen van de Heere onze God.

Veel is er in de loop der jaren veranderd. Verenigingen werden opgeheven om nooit weer te keren. De ouderen gingen van ons heen. Ret oude geslacht verdween, om plaats te maken voor het nieuwe, komende geslacht, dat gelukkig geen weet heeft van de vaak armoedige omstandigheden waarin hun voorouders hebben moeten leven. Maar de gedachte alleen al aan die vaak schromelijke armoede mocht een aanleiding zijn om dankbaar te zijn voor al die onverdiende zegeningen, die de Heere God in Zijn algemene genade ons nog steeds wit schenken, ondanks al Maar daar kwam weI heel wat voor kijken. En als vader geen werk kon vinden, wat vroeger wel eens een enkele keer voorkwam, stonden de verdiensten stil, zoals dat ook bij regenachtig weer het geval was. Maar de maaltijden konden niet "stH" worden gezet. En omdat er in die oude tijden nog geen sociale voorzieningen waren, was men aangewezen op de diaconie, die vroeger niet rijk was en die slechts over geringe middelen kon beschikken. Ret was immers de tijd dat het in de collectezak wemelde van centen en halfjes. Meestal kon men op zaterdag naar de diaconie om steun, die dan bestond uit een gulden (later werd dat verhoogd tot een daalder) en een brood.

onze zonden en ongerechtigheden. Bovenal mocht het ons worden gegeven, in dankbaarheid aan de Gever van alle goeds, verder te mogen leven tot eer van onze God en Vader!

Ten slotte wil de samensteller alle bij de fotoverantwoording vermelde personen hartelijk dankzeggen voor het tijdelijk afstaan van de oude kaarten en/of foto's en tevens voor de uitvoerige in form aties. We gaan nu nog eens kennis maken met de inwoners van Krabbendiike uit vroeger tijden, waarbij de samensteller u allen niet alleen veel lees- maar ook veel kijkgenot toewenst!

1. Een bijzonder mooi plaatje toont ons de boerderij of ook wel de hofstede die de naam "Oostpoider" draagt, onder Krabbendijke. Van links naar rechts poseren op het erf: de dienstbode Adriana Zuidweg, die ons links op het plaatje, bij de koe, aankijkt; vervolgens zien we de bokkekar, met de bok ervoor en in de wagen Jan Dankert Wouterse. Naast de wagen staat Adrie Wouterse. Rechts poseert het echtpaar A.P. Wouterse en mevrouw W.P. Wouterse-Sneep. Laatstgenoemde was de eigenares van deze prachtige boerderij.

2. Op 5 juli 1912 gingen de leerlingen van de open bare lagere school aan de Noordweg in Krabbendiike op de foto.

Op de bovenste rij poseren, van links naar rechts: Ko Zweedijk, Bram Geense, Piet Geense, Maarten Versprille, Jan van de Vrede, Ko Thij en Adriaan Slabbekoorn, Op de tweede rij kijken ons, van links naar reehts, aan: het hoofd der school, de heer 1. Lijbaart, Stoffel Smits, Anthonie Adriaan Zuidweg, Marien van den Durpel, Zweedijk (voornaam niet bekend), Leendert van den Boomgaard, Jan Hoogstrate, Andries Hoekman en de onderwijzers Hoekman en De Rijke, van wie we de voornamen helaas niet te weten konden komen. Op de derde rij zien we, van links naar rechts: Cornelia van 't Leven, Johanna Slabbekoorn, Jane (Adriana) Geense, een onbekende, Jannetje de Vrieze, Maria Hoogesteger, Sien Tollenaar, Pieternella Verheule, Dien van 't Leven en Jan de Bat, die later naar Middelburg is vertrokken. Op de vierde rij zitten, van links naar rechts:

Marina Geense, Dien Vergouwe, Pie tern ella Clement, Mientje Clement, Maria Geels (uit het naburige Gawege), Lena Kervink, Cornelia Vermeulen, Mientje Jacobusse en Gerard Slabbekoorn. Vooraan op de grond zitten, van links naar rechts: Zweedijk (voornaam onbekend), Jan Nieuwdorp, een onbekende, Adrie Tollenaar, Frans Schrier, Frans Kervink, Cor Leendertse, Leen Butijn en nog een Zweedijk, van wie we de voornaam helaas ook niet konden achterhalen.

De openbare school stond aan de Noordweg.

3. Bij fotograaf D. But in Terneuzen werd omstreeks 1900 dit p1aatje gemaakt van enke1e inwoners van Krabbendijke. Van links naar rechts zien we Cornelia Hollestelle op de arm van haar grootmoeder, mevrouw Van Duivewaarde. Zij was afkomstig uit het Zuidbeve1andse Driewegen en is, zoa1s duidelijk op deze foto is te zien, in de rouw gek1eed. Dan zien we mevrouw Jacoba Hollestelle-van Duivewaarde met Jantje Hollestelle op haar schoot. Vooraan kijken ons Martina Hollestelle en Johanna Hollestelle aan. Let op de ouderwetse hoeden. Ook de Zuidbeve1andse kanten kap is nog van het oude model!

4. Op 25 augustus 1915 stuurde de sergeant A.J. (Anthonie Jacob) Kalkman deze foto aan "Mej. T de Niet pIa Den Heer J de Niet, Bloemstraat 89, IJmuiden N.H."

Op dit plaatje uit de mobilisatie gedurende de Eerste Wereldoorlog poseren, van links naar reehts, een militair van wie de naam onbekend is, met de kleine Joost de Kok op zijn arm, de sergeant A.J. de Niet, het dienstrneisje Keetje Geense en twee militairen, van wie we de namen ook niet te weten konden komen. Dan staat links Toon de Kok, zitten Adriaan de Kok en mevrouw Maria de Kok-Krijger en staat rechts Cornelia de Kok. Vooraan zien we, van links naar reehts: Dirk de Kok, Martje de Kok en Jannetje de Kok.

De heer A. de Kok was landbouwer en woonde destijds in "De Baan", thans de Wilhelminastraat in Krabbendiike.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek