Kethel en Spaland in oude ansichten

Kethel en Spaland in oude ansichten

Auteur
:   Jaap de Raat
Gemeente
:   Schiedam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3825-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kethel en Spaland in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Hoe genoeglyk rolt het leven Des gerusten Lantmans heen, Die zyn zalign lot, hoe kleen,

Om geen koningskroon zou geven.

Zo zegt de dichter-boer Hubert Kornelisz. Poot in 1700 vanuit Abtswoude. Dit gebied grenst aan NoordKethel, waar zijn vader werd geboren en zijn overgrootvader boer was in het nabij gelegen Spaland. Onze landstreek werd al bewoond voor het begin van de jaartelling, maar pas omstreeks de jaren 700 gaf een kapelletje enige bundeling. De eerste schriftelijke gegevens vermelden aan het eind van 900 als naam "Harga", naar een riviertje verbonden met de Maas. Later gaat men steeds meer van "Kethel" spreken. Het ligt dan ten oosten van die Harg met als verlengde de Harreweg. Ten westen daarvan strekt het ambacht Spaland.

Een overstromingsramp in 1164 doet alles weer vervagen en na moeizame inpoldering teisteren Hoekse en Kabeljauwse twisten ons gebied, Later doen dat ook de Spanjaarden en tot het ontzet van Leiden wordt alles onder water gezet.

De zeventiende eeuw brengt welvaart; de verwoeste kerk wordt herbouwd en in Noord-Kethel komt een

rooms-katholieke schuilkerk tot stand. Ook het culturele leven ontplooit zich en de boeren, vaak geboren rijmelaars, richten een rederijkerskamer op, "De Sonnebloem". De jonge Poot wordt er ook lid van om zich te bekwamen. Nog later bekwamen de patriotten zich op een andere manier, door marcheren en oefenen met wapens, onder de leus "Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap". Een vrijheidsboom wordt op het Kruispark geplant. De Franse tijd brengt afzetting der heren en afschaffing der ambachtsheerlijkheden; als "gemeente Kethel en Spaland" gaan we verder de geschiedenis in.

Zo rolde het Kethelse leven "genoeglyk" voort tot... de twintigste eeuw daar voorgoed een eind aan maakt. De Eerste Wereldoorlog breekt uit en de landman mag blij zijn dat hij zijn lot niet voor een koningskroon had omgeruild, In vele landen rollen deze over de straat. Maar ... bij de volgende oorlog, die van 1940 tot 1945, is de Kethelse landman aan de beurt. Hij rolt van zijn voetstuk, omvergeschoven door bulldozers. Zijn gemeente, met bijna 2500 inwoners, wordt in 1941 geannexeerd door Schiedam en deels door Rotterdam. Daarna wordt zijn hoeve onteigend en zijn land met heipalen doorzeefd ten behoeve van repeterende woonblokken en industrie.

Weg is dan ons landschap, waar in de glorietijd zeven molens driftig het overtollige water in de Schie en de omstreeks 1280 gegraven Poldervaart maalden. Waarin oak de boeren hun schuiten overhevelden per windas en vervolgens naar de "mart" van Rotterdam, Delft en Schiedam voeren met melk, bater, kaas en vee. Het vee dat is gemest met Schiedamse spoeling, afvalprodukt der branderijen.

Ons Hollandse landschap was veelvuldig in beeld gebracht door schilders als Paulus Potter en Jacob van Ruijsdael, later door Weissenbruch en Jongkind. Deze laatstgenoemde broeders in de kunst krijgen echter geduchte concurrentie in het eind van de vorige eeuw. Oak zij rollen van hun voetstuk en wel door de man die van onder een zwarte doek, in een kastje op paten, tovenarij bedrijft. Zij trekken het land door en als de eerste vrees is overwonnen, zien we boeren, burgers en buitenlui manmoedig in de lens kijken, met hun huis of straat op de achtergrond. Maar zo'n "photograaf" bleef men met argusogen achtervolgen en hij was aan veel kritiek onderhevig. Dat ondervond de pionier in Kethel, bakker Anthonius van Houdt, die als amateurschilder oak ging fotograferen en met zoveel enthousiasme dat zijn brood in de oven weleens te bruin brandde en hem de naam "Toon knoei"

bezorgde. Zijn foto's waren, in tegenstelling tot zijn brood, wat bleek en inmiddels schijnbaar verloren. Na hem kwamen anderen en dankzij hun activiteiten en de bewaarlust van vele personen, alsook die van het gemeentearchief te Schiedam (waarbij ik graag allen dank voor de hulp) is het mij rnogelijk u rond te leiden door het oude Kethel en Spaland van omstreeks 1900.

Eerst wil ik u de kern van het dorp, het Kruispark, tonen en vandaar af de straten in kijken. Vervolgens van enige afstand weer terug zien naar dat Kruispark en nag even een blik aan de dorpskerk wijden. Daarna "de wegen op, de lanen in, vooruit met flinke pas" ons dorp rand. Als laatste nag enkele gebeurtenissen, vreugdevolle en verdrietige, waarvan oak Kethel haar deel kreeg, en ontwikkelingen en activiteiten.

Mage het refrein van een gedicht, dat Jan Lansbergen uit de Kethelpolder in 1895 opdroeg aan Toon van Houdt, 66k op de nu volgende serie slaan:

Zoo getroffen, niet gemist, Leve de photografist.

1. De KETHEL, een van DELFLAND's dorpen, is als een kruis bebouwd, zegt een achttiende-eeuwse geschiedschrijver. Hier zien we het Kruis(park) rond 1900; immers de pomp is van 1898 en veldwachter Dirk Groen, bijna links van de groep, ging in 1903 met pensioen. Links, achter de lindebomen, is de winkel van Dijkshoorn; dan paardestalling en cafe "De Vergulde Valk", al bestaand in 1600 maar vernieuwd in 1853, van J. van der Loo. Onder de toren staat een oud gebouw, dat in de vorige eeuw de hoofdwacht werd genoernd, aangezien bij veeziekte de toezichthoudende soldaten er waren ingekwartierd. Vervolgens het winkeltje van A. Moerman, dan het "afdak", omdat dit huisje geen zijmuren zou hebben, en de kuiperij van De Bruyn. Rechts de manufacturenzaak van Verspeek.

2. Een vriendelijk dorpsdetail bij de Verspeekpomp. Zo genoemd naar de pakloper, die als raadslid de doorslag gaf tot de totstandkoming. Geen drinkwater meer scheppen uit de Kerklaanvaart, maar een directe buisverbinding met de Poldervaart. Tevens werd in het kroningsjaar de kastanje geplant, nu nog Wilhelminaboorn geheten. De pomp echter verdween na de komst van waterleiding uit Schiedam in 1914. Hier is het "Wurfje" naast Verspeek, waar Saar Kool "weunde". Zij staat hier geflankeerd door de weduwe van veldwachter Waardeloo en dochter Annemie Waardeloo. Deze laatste waste en streek de Delflandse mutsen van de vrouwen en de voorfrontjes van de mannen, zodat die met "wit-voor" ter kerke konden gaan.

3. We zijn nu een slag gedraaid, links dus het Wurfje, en kunnen over de Ambachtsbrug de Kerklaan op. De ambachtsbank, op de voorgrond, is de "klapbank" om het dorpsnieuws te bespreken. Naast de hondekar staat de Vlaardingse groenteboer Teunis Zoeterneijer, beter bekend als het "Transvaalse boertje", omdat hij tijdens de Boerenoorlog in Transvaal was. Hij staat voor de scheerwinkel van Piet Bubbers (later Van Beurden). Verderop is het cafe van c.L. Streng, nadien van J. de Bruin. Deze Kerklaanvaart, de levensader van Kethel, leidde naar dePoldervaart. Daar was tot begin 1800 een windas voor het overhevelen van schepen en zo naar de "mart". Het huis over het brugje is van de huisen rijtuigschilder Wul1em van Wijk (nu van diens kleinzoon).

4. Staande op de Ambachtsbrug kijken we de Schiedamseweg af. Rond de eeuwwisseling was er nog een sloot, doorlopend tot het erfvan A. van der Loo, welke echter spoedig plaats lOU maken voor een plantsoen. De brug brengt ons naar de huisjes van de marktschipper Hein van der Mark. Daartegenover is de bakkerij van H.C. Rood, voorheen Toon van Houdt. Uiterst reehts staat een paal van een "anplakbord". Op de achtergrond zien we het houten huisje van Jan Kloppers, "tummerman" bij Van der Loa. Zo dieht bij je werk wonen is ook niet alles. Het verhaal gaat dat, als hij zijn loonzakje kreeg, hij achter de werkplaats verdween om er eerst iets uit te halen. Want zeg nou zelf, een vrouw hoeft niet alles te weten!

Kethel

Vlaardingerweg

5. Met de zan rondgaand, levert het begin van de Vlaardingseweg deze kijk. Links is een uitbouw van cafe "De Vergulde Valk". Daarachter de zadelmakerij van A. Schaap, vervolgens een rijtje huisjes met er bovenuit het schoolhuis van meester Lindeijer. Het kleine huisje in de wegberm is eerst van de veld wachter, maar later van nachtwaker-lantaamopsteker en vuilnisophaler Corn. Sosef (of op z'n Kethels "Kees Jozup"). Aangezien het volgende huis met schilderswerkplaats van L. de Bruyn werd gebouwd in 1908, weten we dat deze ansicht iets minder oud moet zijn. Vooraan staat de vervanger van de bakkerij van Schepp; die man stookte in 1853 z6 goed zijn oven op dat het zuidelijk dorpsdeel in vlammen opging. Na hem kwamen Kreling en Notenboom.

6. Nu zijn we, haewel niet in Den Haag, tach in het Naardeinde beland. Links is het daktcrshuis, waarvan in 1896 de eerste steen werd gelegd, van G. Sauer; het muurtje zal later wijken als hij een Fordje aanschaft. lets verder, met het rieten dak, is een maoie, oude smederij uit 1600, daarv66r leerloaierij. In de jaren rand 1900 is deze eigendom van "Jan-baas" Rademaker. Ertegenaver, naast het kerkhek, is zijn travaille am paarden te beslaan. De man die we bij de bestelwagen zien is Kees de Bruin, vrachtrijder en bode ap Rotterdam en Delft. Hij staat vaar zijn pakhuis en winkeltje (later van zijn weduwe). Eens was het de stalhouderij van herberg "De Roskam" op de hoek, eeuwen geleden,

7. Van de zojuist genoemde oude smederij, met kruisramen afgeschermd door luiken, is helaas van het interieur geen enkele foto. Gelukkig kon ik in dit hiaat voorzien door mijn schetsboeken te raadplegen. Het geeft de oude toestand, het vuur, het aambeeld en een oude staartbankschroef weer. De raamindeling en deuropening zijn zo al in 1920 veranderd. Enigszins te zien is nu het beslaan van cen paard in het travaille aan de overkant. Vlak voor het kerkhek is een molensteen gelegd. Hicrin was een gleuf voor water, waarin rechtstandig een wiel werd gedraaid; het deed de pas gesmede ijzeren band rokend en sissend om de houten velg klemmen. Onder de smid Koos Schellekens viel in het jaar 1947 de inwendige toestand ten offer aan modernisering.

8. We besluiten de uitzichten vanaf het Kruispark met de vijfde en laatste straat, de Dorpsstraat, die naar de Kerkweg leidt. Links is de hoofdwacht, heel vroeger een herberg. Deze foto zal dateren van na 1909. In dat jaar kreeg Krien Olsthoorn vergunning het pakhuis te verbouwen tot winkel. Hoewel de lantaarn nog prijkt, zien we dat de rechte hoek inmiddels is afgeschuind waardoor een deur kon worden geplaatst. Later werd het groentewinkel ,,'t Westland" van C. Sosef (nu rijwielzaak). Eveneens in 1909 heeft bakker De Lange zich gevestigd in de kuiperij van De Bruyn, daar waar het hovenraampje openstaat. De "tweewielde" broodkar, waaruit we soms een eierkoek kregen, staat voor de winkel van Verspeek.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek