Kollum in oude ansichten deel 2

Kollum in oude ansichten deel 2

Auteur
:   R. Bosgraaf
Gemeente
:   Kollumerland en Nieuwkruisland
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2720-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kollum in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

· Kalium. < De ~JaHen

DE WALLEN

26. Het draaibrugje, dat eens diende a1s verbinding tussen de beide Wallen en voor doorvaart, is verdwenen. Meer dan vier eeuwen heeft op deze p1aats een brugje ge1egen. In 1577 wordt het genoemd: "de wip- of k1apbrugge".

In 1633 moest de wipbrug grondig gerepareerd worden. De opdrachtgeefster was de "kercke van Collum". Vermoedelijk was hiervan de reden dat het brugje in een kerkpad lag, waarlangs bewoners van "Torp" (ten westen van Kollumerpomp) over de .Phihppus fenne" zich naar het dorp begaven en de kerk bezochten. Als voorwaarde voor het herste1 van de brug werd toen geste1d "dat de brug een breedte diende te hebben, dat tusschen de 1euningen tenminste 2 of 3 personen zijde aan zijde daarover konden gaan".

Op de afdruk: rechts de vroegere bakkerij van Sjoerd van der Veen en daarvoor van Klaas Kok; de bakkerij is afgebroken. Omstreeks 1913 kwam bij het gemeentebestuur een verzoek binnen van een aanta1 Kollumer bakkers. Men verzocht om aan arm1astigen voortaan geen geld meer te verstrekken maar bonnen waarvoor men bij in1evering brood ontving. Waarom een dergelijk verzoek? Men kocht voor het geld namelijk "spiritualien" (sterke drank).

Naast de vroegere bakkerij de woningen van de familie J. Klaver en van F. Ybema. Tussen 1aatstgenoemde woning en het huis waarvan een gedeelte van de voorgeve1 te zien is, was voorheen een steegje, dat toegang gaf tot het Nieuwpad. De dubbe1e woning, verscho1en tussen de bomen, wordt bewoond door de families F. van der Laan en G. Venema.

DE WALLEN

27. Deze opname is van 1908. Op de achtergrond de korenmo1en van Koene de Boer, afgebrand in 1910. Koene de Boer was een man van uitzonderlijke lichaamskracht. Hij presteerde het eens om een aanbee1d uit de smidse weg te nemen en midden op straat neer te zetten. De smid zat aan de warme maaltijd toen dit gebeuren p1aatsvond. Bij terugkomst zocht hij het aanbeeld. Tot zijn niet geringe verbazing stond dit op straat. Met vereen de krachten (drie mannen) wist men het onmisbare voorwerp weer op zijn p1aats te krijgen.

Naast de boomtoppen - links - twee fabrieksschoorstenen. Een van de oliefabriek van S. Tijmstra en een van de stoomhoutzagerij, to en van P. Koerts (thans Barkmeijer), Oliefabriek en houtzagerij werden aangedreven door een stoommachine. Aan de Voorstraat de herberg "Het Rechthuis" nog in oude stij1. Op de brug een praatje "over een plaatje? " Daarnaast - links - het k1eine pandje waarin in 1899 schoenmaker A. Land zich vestigde. Enke1e uithangborden aan de huizen op de Oosterdiepswa1 geven te kennen dat daar neringdoenden woonden. Onder anderen Oepke van der Veen (drogisterij) en Romke Pijnakker, die naast het beroep van zilversmidsknecht handel dreef in papierwaren en dergelijke,

DE WALLEN

28. Een opname van een gedee1te van de optocht op 27 augustus 1913, ter gelegenheid van het onafhankelijkheidsfeest (in 1813 verliet de Franse bezetting ons land). De stoet staat stil. En om te voorkomen dat de versierde wagen achteruit zal rollen, houden enkele personen de wagen tegen. De jongens, gek1eed in witte jasjes en broekjes, dragen het "turnpakje" van de gymnastiekvereniging UDI.

Het feest werd gevierd onder grote be1angstelling van de dorpsbewoners en van bewoners uit de omliggende dorpen. De middenstand had een "winke1raam-tentoonstelling" georganiseerd, terwijl een feestcommissie het organiseren van optochten, schoo1feesten en gonde1vaart voor haar rekening nam. Deze feestdag werd besloten met een prachtig vuurwerk.

De foto werd gemaakt op de Westerdiepswal. Links hotel "De Roskam". Dan de woning waarin Pier Veenstra gewoond heeft en vervolgens het pand waarin Wiebe Westerhof het ambacht van koperslager uitoefende.

Geheel rechts is op de gevel de timpaan (driehoek) te zien a1s herinnering dat in dit huis vroeger "de Waag" gehuisvest was (thans woning van Paulus Hoekstra).

DE WALLEN

29. Een opname van een van de vroegere zijstraatjes van de Westerdiepswal.

Het voorste gedeelte - rechts - werd het laatst bewoond door de familie Martinus Postma. Dan volgde - midden - Beppe Bloemsma en in de derde woning de familie Gerrit van der Slink.

Op de achtergrond de timmerwerkplaats van Johannes Bakker. De werkplaats is ook in gebruik geweest bij de timmerlieden Albert Hoof en Albert Kerkstra. Het laatst diende de schuur - na een verbouwing - voor vee stalling.

De woningen, die eigendom waren van Gerrit van der Slink, werden door de gemeente aangekocht en zijn door brand verwoest.

De opname rechts is uit 1910.

Links: timmerman Albert Kerkstra tijdens werkzaamheden in de timmerwerkp1aats aan de Oosterdiepswal.

TIJMSTRA'S OLIEF ABRIEK, met zaad geladen tjalken liggen voor de wal

30. Begin 1600 stonden te Kollum drie oliemolens. Een aan de Putstraat, een op het oosteinde van het dorp en een op het westeinde (ten oosten van drukkerij Banda). In 1766 werd aan de oostzijde van de vaart (ten zuiden van houthandel Barkmeijer) een oliemolen gesticht, die omstreeks 1875 door Sybren Tijmstra werd aangekocht. Tijmstra was afkomstig van Witmarsum. In 1878 werd van windkracht overgeschakeld op stoom. Een ketelhuis werd gebouwd, waarin de stoommachine werd geplaatst. Men verwerkte er lijn- en koolzaad en ook kopra (gedroogd vruchtvlees van de kokosnoot) en aardnoten (pinda's). Deze produkten werden aangevoerd per schip, onder andere uit Rotterdam, Antwerpen en Duinkerken. Grote schepen die, wegens de diepgang, Kollum niet konden bereiken, bleven liggen te Dokkumer Nieuwe Zijlen of te Gerkesklooster. Zij werden daar gelost in de "Neptunus", de motorboot van de oliefabriek. Kleinere schepen werden te Kollum gelost door de "zaadploeg" (zes man sterk), die het zaad in zakken schepte en via een ladder die in het scheepsruim stond, op de wal sjouwde. Daar werd het in een grote trechter gestort en een transportband zorgde voor verder vervoer naar de zaadzolders.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek