Kollum in oude ansichten deel 2

Kollum in oude ansichten deel 2

Auteur
:   R. Bosgraaf
Gemeente
:   Kollumerland en Nieuwkruisland
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2720-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kollum in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

TIJMSTRA'S OLIEF ABRIEK, kijkje in de machinehal

31. Ook werden produkten aangevoerd per spoor. Wanneer de voerlieden met paard-en-wagen naar Buitenpost reden om een vracht aardnoten, die in balen aangevoerd werd, dan wist de jeugd wel "hoe laat het was". Als de kippen was ze erbij en trachtte een of meer zakken stuk te maken, om op die manier aan de zo zeer begeerde pinda's te komen. Dat dit niet altijd even gemakkelijk ging, laat zich wel raden. De voerlui gingen dan hevig te keer.

De eindprodukten, onder andere lijnolie, werden in vaten vervoerd met de "Neptunus"; bij voorbeeld naar de zeepfabrieken in Overijssel. De lijnkoeken waren bestemd voor veevoer. Met paard-en-wagen brachten de "koekrijders" het produkt naar de veehouders en landbouwverenigingen in de provincies Groningen en Friesland.

In de herfst en in de winter (campagnetijd) waren er ongeveer vijftig "man" in vaste dienst. Men werkte dan in een dag- en nachtploeg. Iedere ploeg twaalf uren op en twaalf uren af, met een uur schafttijd.

TIJMSTRA'S OLIEF ABRIEK, Iijnkoekpers

32. Dat de werknemers door Tijmstra gewaardeerd werden, bleek in 1903. Zwei de Boer was in 1878 bij hem in dienstbetrekking gekomen. In 1903 werd hem voor vijfentwintig jaar trouwe plichtsbetrachting een gouden horloge geschonken.

Tweemaal werd de fabriek door brand verwoest en wel in de winters van 1905 en van 1912. Na de eerste brand bouwde Johannes Pijnacker een nieuwe fabriek. Bij beide branden ging veel kostbaar materiaal verloren. Bij de brand in 1912 bleven twee zijvleugels vrijwel behouden. Ret blussingswerk werd toen bemoeilijkt door de strenge vorst. Men moest het water met emmers uit de vaart scheppen en die in de brandspuit ledigen. Vervolgens werd met behulp van twee handpompen het waterstraaltje in de vuurzee gespoten.

Bij oefeningen met deze spuit vermaakte vooral de jeugd zich. Wanneer het spuitstuk omhoog gericht werd riep deze smalend: "Och heden, moest eens sien welt een straal en wat hoog! "

TIJMSTRA'S OLIEF ABRIEK, na de brand in 1912

33. Deze spuit werd in 1915 vervangen door een "stoombrandspuit". Men meende toen dat dit de op1ossing was, want de nieuwe brandspuit werd "Eureka" genoemd (ik heb gevonden). Een capaciteit van 500 liter water per minuut en een straa1bereik van ongeveer 40 meter, geen water behoeven aan te dragen en niet meer pompen waren natuurlijk be1angrijke verbeteringen. Maar weI betekende de aanschaf van deze brandspuit het onts1ag van negentien hu1pbrandweerlieden. De fabriek werd in 1912 weer opgebouwd door Arend Bosma en Ids Dijkstra. In 1921 werd de oliefabriek overgenomen door de heren Meibergen c.s. Zij werd stopgezet in 1925. De malaise of crisistijd deed zich toen ge1den.

In het voorjaar van 1938 werd de fabriek ges1oopt. J. Bolt werd voor f 5400,- eigenaar van dit eens zo florissante bedrijf, dat aan veel Kollumers werkge1egenheid verschafte. De "machinistenwoning" werd lang bewoond door de familie Eert de Boer (Eert en Riemke). Op die p1aats staat thans de woning van H. Kooistra. Deze woning en de naam van de singe1 (Oliemo1ensinge1) herinneren nog aan de glorietijd van de oliefabriek van Sybren Tijmstra.

"Sic transit gloria mundi."

ZUIDERSINGEL (Regnerus Meinardystraat)

34. Een opname die dateert van 1908. Zuidersinge1 was een toepasselijke naam gezien de dubbele rij bomen en tevens was het de zuidelijkste singel van het dorp. De straatlantaarns, die tot 1911 op petroleum brandden, werden in genoemd jaar vervangen door elektrische verlichting. Kollum was een van de eerste Friese gemeenten waar een centrale werd gebouwd voor het opwekken en leveren van stroom.

Geheel links een gedeelte van de muur van de bakkerij van to en bakker Feike Tamsma. De bakkerij (niet de woning) werd in 1898 gebouwd door Jan Oosterhof (Jan Oasje) voor f 725,-. Thans is de bakkerij eigendom van Teake Riemersma. De man in het wit gekleed kon Teake "himself" zijn.

ZUIDERSINGEL (Regnerus Meinardystraat)

35. Poseren voor de fotograaf deed men blijkbaar graag. Voor het hekwerk staan mevrouw Jacobie de Jager (vrouw van de gemeenteontvanger Johannes Land) en haar buurmeisje Bortha Va1ks. Op het erf staan de moeder van Bortha, Margie van Dam (vrouw van Sybren Valks), en de grootmoeder van Bortha, Marie van Dam, in Zuidhollandse "k1ederdracht".

De woningen zijn gebouwd omstreeks 1913 en de opname werd in 1916 gemaakt. De "versieringen" aan de schoorsteenborden, aan de voorgeve1 (boven) en op de nok geven iets weer van het ambachtelijke werk van de vroegere timmerman. De arkene1en (dakkapellen) zijn opgetimmerd in een soort "vakwerkmotief'. De 1uiken voor de ramen dienden zowe1 voor zonwering a1s voor het naar binnen kijken vanaf de straat en ook om de warmte binnenshuis te bestendigen.

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek