Koudekerke in oude ansichten

Koudekerke in oude ansichten

Auteur
:   H. Hendrikse en J. Roose
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4405-6
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Koudekerke in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Aangemoedigd door het gunstig onthaal dat ons ten deel viel bij het verschijnen van onze beide vorige boekjes, besloten wij nog tot slot een derde deeltje sam en te stellen. Dit laatste boekje zal uitsluitend over Koudekerke handelen.

Mede gezien de beschikbare ruimte in de voorgaande deeltjes hadden wij nog een groot aantal niet eerder gepubliceerde prentbriefkaarten in onze albums en ook een aantal prachtige groepfoto's uit vroeger jaren, die nog niet opgenomen konden worden. Door de welwillendheid van de uitgeefster kan dit nu wel, zodat wij vertrouwen dat dit nieuw uit te geven deeltje, evenals de beide vorige, met belangstelling door onze dorpsgenoten zal worden bekeken en gelezen.

Het dorp waar wij wonen is zeer oud. Reeds in de twaalfde eeuw wordt het genoemd, terwijl in 1293 een wachthuis bij Dishoek wordt vermeld. Er waren ook vluchtheuvels die wijzen op een zeer vroege bewoning. Rond de dorpsring lagen er drie: een ten westen, een ten noorden en een in "De Welle". Hoe de naam Koudekerke ontstaan is? Dat ligt in het duister. Het vroegere gemeentewapen vertoont een kerk met daamaast een kale boom, een zogenaamd "sprekend wapen". De kerk in een koude omgeving? Men is wel eens van mening geweest dat Koudekerke, evenals vele Walcherse plaatsnamen die eindigen op "kerke", genoemd is naar een persoon. Er wordt in dit verb and gedacht aan de oude Walcherse naam Kodde. Oorspronkelijk zou het dorp dus Koddekerke geheten hebben. Het is slechts gissen.

Er bestaat ook een Koudekerk aan de Rijn en er was een dorp Koudekerke op Schouwen. In Duitsland, dicht bij de Nederlandse grens komt de plaats Kaldenkirchen voor.

Rond de eigenlijke kom liggen de volgende buurtschappen: Dishoek, de Waterhoek, de Zaaihoek, de Molenhoek, de Westhoek, het Neerland, Zwanenburg, Lammerenburg en Paauwenburg. De laatste drie behoren thans tot de gemeente Vlissingen. In het Neerland en de Waterhoek zijn met de inundatie verschillende hofsteden verdwenen en enkele daarvan niet meer op de oude plaats herbouwd. Al sinds de feodale tijd is Koudekerke een ambachtsheerlijkheid. De ambachtsheer kreeg land in achterleen van de graaf van Zeeland, die zelf leenman van de Duitse keizer was. De edelman, die heer van een ambacht werd, kreeg daarbij verschillende rechten, bijvoorbeeld het jacht-, vis- en maalrecht, het recht om te beslissen in civiele of in kleine strafzaken en soms ook over de benoeming van kerkelijke personen en het beroepen van de predikant. De ambachtsheer had ook meestal een eigen bank in de kerk.

Van 1583 tot 1857 is de stad Vlissingen eigenares van het ambacht geweest, maar door verkoop kwam het ambacht in handen van de familie Van Doom, die het thans nog bezit. Zoals dat bij de meeste Walcherse dorpen het geval is zijn de huizen gegroepeerd om de kerk, die hoger ligt dan het omringende land. Toen de duinenrij zieh sloot, kwamen de oude stroomgeulen, die uit zand best on den, van lieverlee hoger te liggen dan de komgronden,

waar het veen nog onder zat. Op deze stroomgeulen werden dorpen gebouwd. Ook de grote landhuizen staan op deze gronden.

Waar de weg zich splitste en het terrein dus wat hoger lag dan de orngeving, werd dit een geschikte plaats geacht om samen te wonen. Bij een mogelijke overstroming zouden de bewoners tijd hebben zich te redden door uit te wijken naar de nabij gelegen vluchtbergjes. Het is zeer waarschijnlijk dat eerst een terrein werd afgebakend voor de kerk met het kerkhof. Het is dan ook opmerkelijk dat dit centraal gelegen gedeelte meestal door een weg werd omringd. Zo ook hier. Dit stamt nog uit de tijd dat ons dorp nog in ziin geheel roorns-katholiek was en hier op Sacramentsdag (de tweede donderdag na Pinksteren) een "ommegang" werd gehouden waarbij het H. Sacrament uit de kerk in processie door de geestelijkheid langs deze weg werd rondgedragen. De plechtigheid werd opgeluisterd met klokgelui. De tijden veranderden. De kerkhervorming kwam. Op 30 juni 1566 werd de eerste hagepreek op Walcheren bij Dishoek gehouden. Niet aileen was deze de eerste in Zeeland maar ook van geheel ons land. In Sloker- of Slabberduin bij Dishoek waren er op die dag 's morgens om 5 uur meer dan driehonderd personen bijeengekomen uit Middelburg, Vlissingen en de omliggende dorpen. Vermoedelijk werd deze preek bijgewoond of geleid door Petrus Dathenus. Toen de overheid naar Dishoek toog, was de godsdienstoefening reeds afgelopen.

De predikant logeerde bij Jacob Anthonieszn., de schoenmaker van het dorp, die woonde op het Dorpsplein. Onze schoenmaker durfde nog meer. Hij verleende ook onderdak aan Christoffel de monnik en twee vroegere pastoors, namelijk Hendrik van Os van Middelburg en Bernardus van Biggekerke. In zijn huis werd gedoopt en het H. Avondmaal gevierd. Ook werd er gepreekt. Voor deze moedige daad werd hij ten slotte op de Grote Markt, voor het stadhuis, te Middelburg om het leven gebracht.

Ter gedachtenis aan deze martelaar werd een straat naar hem genoemd in een nieuwbouwwijk bij de gereformeerde kerk. Uit de middeleeuwen zijn geen gebruiken overgebleven, omdat met de Reformatie vele roomskatholieke dorpelingen gevlucht zijn.

De gothische dorpskerk werd tijdens het beleg van Middelburg in 1572-1574 door de geuzen verwoest. Het kerkgebouw had een laag schip met hoog koor en een forse stenen westtoren met hoge spits (zie de toren van Domburg als voorbeeld). De kerk was gewijd aan de aartsengel Michael. Zij had drie altaren. Het hoofdaltaar was gewijd aan Michael en de zijaltaren aan St.-Jacob en de apostelen Petrus en Paulus. Dan waren er nog drie vicariaten aan de kerk verbonden, gewijd aan Maria, Johannes en Nicolaas. Een vicarie is een geestelijke stichting. Uit de goederen van deze stichting werd de vicaris, dit is de plaatsvervanger, hulpgeestelijke, ook wel kapelaan genoemd, onderhouden. De taakvan de vicaris was het lezen van de missen voor het zieleheil van de stichter en de in de stichtingsbrief aangewezenen. Op het panorama van Walcheren, aanwezig in een museum te Antwerpen is

deze kerk afgebeeld. Vanaf 1405 kennen wij de namen van de pastoors en kapelaans die de kerk van Koudekerke hebben gediend.

De tegenwoordige dorpskerk dateert van ongeveer 1650. Bij de foto's van de kerk zullen wij nog enkele bijzonderhe den vert ellen over het kerkelijke leven in de loop der eeuwen. Uit de verdere historie van ons dorp is weinig bekend. In 1809 is namelijk het archief van Koudekerke, dat op het stadhuis van Vlissingen werd bewaard, geheel verloren gegaan. Dat kwam door de beschieting der Engelsen waardoor het prachtige stadhuis met zijn rijke inhoud aan archiefmateriaal en cultuurschatten geheel uitbrandde.

De afscheiding van 1834 - zoals bekend wordt hieronder verstaan de beweging waarbij aanvankelijk een kleine schare de Hervormde Kerk verliet om tot een eigen kerkelijke organisatie te komen - is hier van weinig betekenis geweest. Alleen de doleantie deed ook in ons dorp een stijve bries waaien waardoor een felle kerkstrijd ontstond. Gelukkig is er op het ogenblik weinig meer te bespeuren van die twisten die, soms dwars door de families heen, een verwijdering hebben veroorzaakt. De tijd heeft de wonden geheeld en wij kunnen nu spreken van een groeiende samenwerking tussen de beide kerken wat ook gebleken-is bij de fusie van de scholen. Dat is verblijdend en hoopvol. Als wij echter kijken naar andere gemeenten dan zijn wij op dit terrein geen koplopers geweest.

Voor de eerste wereldoorlog ging het dorpsleven rustig zijn gang. Koudekerke was een overwegend agrarische gemeente, in hoofdzaak landbouw en op klein ere schaal tuinbouw. Het dorp bestond uit de kerkring en enkele daarop uitlopende straten. Er was weinig nieuwbouw.

De tweede wereldoorlog bracht grote veranderingen. Tot 1942 was Koudekerke een zeer uitgestrekte gemeente. 't Zand behoorde bij ons dorp, zelfs de westelijke buitensingels van Middelburg waren Koudekerks grondgebied. Tevens de Nieuwe Vlissingse weg tot de kleine Abeele, en over het kanaal de rechterzijde van de Oude Vlissingse weg komende van Midde1burg. Dat was reeds eeuwen het geva1 en had a1 vroeg aanleiding gegeven tot geschillen met de stad Midde1burg. Het ging voornamelijk over 't Zand dat aan de singels grensde, Aan de zuidzijde liep de gemeentegrens tot en met de 1aatste huizen van de Gerbrandystraat en aan de zuidwestzijde vormden de duinen de scheiding. Dit alles veranderde door de Duitse bezetting in 1942 en ook nog in de daaropvo1gende jaren. Midde1burg en Vlissingen annexeerden grote gedeelten wegens gebrek aan ruimte voor hun steeds toenemend inwonertal. Grote opperv1akten waren zodoende nodig voor nieuw te bouwen woningen te meer ook daar door de verwoesting van Midde1burgs binnenstad op 17 mei 1940 honderden huizen verloren gingen. Vandaar dat wij ook enke1e foto's hebben opgenomen van 't Zand en omgeving.

Bij de inundatie van 1944/45 zijn niet alleen enke1e huizen in het dorp - de kerkring lag hoger en is droog geb1even - maar ook oude hofsteden verdwenen. Maar erger was: het eiste ook een mensen1even. Dat gebeurde ook met de bevrijding waarbij verschillende dorpelingen om het 1even kwamen.

In februari 1953 heeft ons dorp met van de ramp ge1eden. Tussen 1950 en 1955 werd de herverkaveling ten uitvoer gebracht, waardoor een aantal gezinnen uit ons dorp naar de Noordoostpolder vertrok, zodat een flink aantal bedrijven kon worden vergroot. Er ontplooide zich ook een grote bouwactiviteit. De sinds eeuwen bestaande mooie, gave en gesloten kerkring werd aan de westzijde door broken en daarachter verrees een geheel nieuw dorp. De nieuwe bewoners kwamen hoofdzakelijk uit Middelburg en Vlissingen maar ook van buiten Zeeland. De vroegere gesloten dorpsgemeenschap, waar allen elkander kenden, is zodoende verloren gegaan. De duinstreek is geheel veranderd. Alles is daar afgestemd op het vreemdelingenverkeer. Er verrezen hotels en kampeerterreinen werden aangelegd. In het zomerseizoen wordt ook al in het dorp gemeubileerd verhuurd. De duinrand werd verrijkt met een bungalowpark: "Het Vebenabos". Dank zij het waterwingebied aan de duinen bleef ook een flink stuk ongerepte natuur behouden.

Met al die veranderingen is er weinig bewaard gebleven dat van cultuurhistorische waarde is. Van de oude buitenplaatsen in de omgeving zijn aIleen "Ter Hooge", "Toorenvliedt", "Der Boede" en "Moesbos" overgebleven. "Steenhove", "Vijvervreugd", "De Pare!", "Lammerenburg", "Zwanenburg" en het buitentje "Zeerust" van de zeeheldenfamilie Evertsen werden gesloopt.

Wij naderen het einde van onze in1eiding. Veel lOU er nog te vermelden zijn over aIle veranderingen die zich na de tweede wereldoorlog ook in ons dorp hebben voltrokken. Wij zouden iets kunnen vertellen over de ligging, de historische achtergrond, de bevolkingspyramide van geboorte- en sterftecijfers, migratie, immigratie, emigratie, de bevolkingsontwikkeling, de godsdienstige gezindheid en de politieke situatie. Ook zouden wij een boekje kunnen vullen over de economische structuur, de beroepsbevolking in het algemeen, de landbouw, de industrie, het toerisme, de verzorgende beroepen, de bejaardenwoningen en verpleegtehuizen, de beroepskeuze en de beroepenvoorlichting, Het zou interessant zijn de sociale structuur van ons dorp eens na te gaan in al haar maatschappelijke geledingen, het ingroup-bewustzijn en het contact tussen de godsdienstige groeperingen.

Doch het bestek van ons boekje laatdit niet toe. Wij hebben evenwel getracht in deze korte inleiding en ook in het volgende iets te omschrijven en te laten zien van ons dorp: hoe het was en ook hoe het werd.

Allen, die ons op enigerlei wijze - waarom hier openlijk namen te noemen - door hun gewaardeerde medewerking en sympathie in dezen hebben geholpen, betuigen wij onze dank. Wij hopen dat wij onze dorpsbewoners bij het lezenen bekijken van de foto's uit grootvaders jeugd een interessant uur zullen verschaffen. Het ga hen in aile opzichten goed tot in lengte van dagen! Dat is de wens van de samenstellers.

1. Een mooie foto van onze zeventiende-eeuwse kerk, die nog in een krans van zwaar geboomte ligt. Het is aan het begin van de twintigste eeuw. De olmen verdwenen in 1938. De kerk is opgetrokken met Zeeuwse moppen, die op de foto nog met een laag cement zijn bedekt. Links tegen de kerk het vroegere brandspuithok. In 1836 werd de kerk verbouwd. In de toren, een zogenaamde dakruiter, hangen twee klokken, de kleinste met wapen uit 1570 waarop kwart over en halve uren worden geslagen werd gegoten door Peter van der Ghyn en de andere met kwart voor en de volle uren werd in 1775 gegoten door Michael Everhard. De klokken werden door de Duitsers geroofd doch kwamen terug.

Het ijzeren hek rond de kerk, 228,55 meter lang, werd in het najaar van 1880 geplaatst voor f 1625,-. Het werd een tiental jaren geleden verwijderd. In vroeger eeuwen was het kerkhof omringd door een laag stenen muurtje. Thans ligt het geheel open wat niet oorspronkelijk en ook niet mooi is. Het is te hopen dat de originele toestand nog eens wordt hersteld.

Het kerkhof werd voor begraven ongeveer honderd jaar geleden gesloten. In de Franse tijd zijn hier ook zeven Engelsen begraven. De opschriften op de zerken zijn nog welleesbaar. Op een der liggende stenen staat in het Engels het volgende opschrift dat vrij vertaald luidt: "Treur niet om mij mijn dierbare verwanten, ik ben niet dood, maar slaap hier. Mijn schuld is betaald. U ziet miin graf Bereid u zelf voor om mij te volgen ". Het is niet met zekerheid te zeggen wie de man is die voor het hek staat.

2. Hier een foto van de kerk, juist nog genomen voor de restauratie van 1952. Mannen en vrouwen zaten toen nog gescheiden in de kerk. De vrouwen in het middenschip en de mannen in "de bochten" eromheen als het ware bij wijze van bescherming. Thans is deze traditie doorbroken en zit het gehele gezin bij elkaar. Bij de restauratie werd de kerk geheel ontdaan van haar meubilair. Met een ware Jehu's ijver werd de zaak aangepakt. De vazen op het orgelfront, hier nog te zien, zijn toen gesneuveld evenals een psalmbordje van 1700. Bedenkelijk is ook dat de gedreven koperen doopvont, aan de preekstoel bevestigd en genoemd in de voorlopige lijst van monumenten in Nederland, op onverklaarbare wijze verdween. Mogelijk wil de tegenwoordige bezitter haar weer teruggeven aan de kerkelijke gemeente aan wie dit kerkegoed toch feitelijk toekomt. Een avondmaalservies uit de achttiende eeuw is nog aanwezig evenals de doop-, trouw- en begrafenisboeken, De kostbare, in leer gestoken, kwarto bijbels uit de kerkeraadsbanken werden afgedankt. Veel dat aan vroeger tijden herinnerde verdween dus voorgoed met de restaura tie.

Het nieuwe interieur werd zoveel mogelijk in eikehout uitgevoerd. Het portaal aan de westzijde werd in de oorspronkelijke staat teruggebracht, terwijl het eeuwenoude orgelfront van zijn laag okerkleurige verf werd ontdaan. Het is thans weer blank eiken.

In de Franse tijd werd een belasting ingevoerd op eikehout en daarom was met stopverf en dikke verflagen de orgelkast zo bewerkt dat er van het fraaie eikehout niets meer was te zien. Juli 1953 werd de kerk officieel in gebruik genomen. Tien jaar later volgde een nieuwe restauratie. Het dak van de kerk lekte terwijl in het interieur de uiteinden van de rnachtige steunbalken waren verrot. Zij moesten worden gelast. De buitenmuren werden hersteld en de cementlaag met de later aangebrachte klimplant (wilde wingerd) werd verwijderd waardoor de prachtige stenen weer te voorschijn kwamen. De in het begin van deze eeuw aangebrachte ijzeren ramen werden weer in de oorspronkelijke vorm vernieuwd. Bij beide restauraties verleende de gereformeerde kerk welwillend gastvrijheid. Vrijdag 17 april 1964 werd de kerk weer voor de eredienst geopend.

3. De oostkant van de kerk in 1952. Het psalmbordje ziet u nog hangen. De op de muur geschilderde teksten kwamen niet meer terug. Er was een preekstoel vanaf de stichting, doch deze werd omstreeks 1922 vervangen door de tegenwoordige, stijl Lodewijk XVI, en afkomstig uit een rooms-katholieke kerk in Drente. Zijn stijl komt dus niet overeen met de bouwstijl van de kerk. De oude eikehouten preekstoel was indertijd zwart geschilderd en met gouden biesjes afgezet, ook al een belastingontduiking in de Franse tijd. Hij werd in stukken gezaagd en bestemd voor brandhout. Wat had deze stoel, ontdaan van haar verf, kunnen pronken in de fraai gerestaureerde kerk! Zo is er veel schoonheid moedwillig verloren gegaan.

Het georganiseerde kerkelijk leven als Hervormde of Gereformeerde Gemeente is begonnen in 1583. Toen kwam de eerste predikant in vaste dienst: Pieter van den Broucke of bij zijn Latijnse naam: Paludanus. Van 1602 tot 1604 stond hier de tweede leraar Anthonius Waleus. Hij vertrok in 1605 naar Middelburg om professor te worden in de filosofie aan de Latijnse school. In 1618 vinden wij hem als professor in de theologie aan de hogeschool te Leiden. Als mede-vertaler van het Nieuwe Testament werkte hij aan de statenvertaling. Van 1617 tot 1619 was hier als vierde predikant werkzaam Joost van Laren. Deze vertrok naar Vlissingen en overleed in 1653. Hij werkte eveneens mee aan de statenvertaling. Gerard Bacot, gehuwd met Paulina Credo, was hier predikant van 1710 tot zijn overIijden in 1735. Hij heeft een curieus en thans zeer zeldzaam boekje geschreven "De Zeeuwse Spectator". Het boekje, in het bezit van schrijvers dezes, bevat een verward verhaal over farnilie-onenigheden, ontstaan door het testament en de boedel van zijn schoonvader, de kaperkapitein Willem Credo, die op de Herengracht te Middelburg woonde. Van dominee Bacot gaat het verhaal dat hij in de week dikwijls ijverig naar Middelburg kwam om een preek af te luisteren (er waren daar toen nog weekdiensten) en die in het kort opschreef om ze de volgende zondag aan zijn gemeente op te dissen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek