Lathum in oude ansichten

Lathum in oude ansichten

Auteur
:   G.J. Breukelaar
Gemeente
:   Angerlo
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3468-2
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Lathum in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Het Gelderse dijkdorp Lathum

Onder Angerlo hoort ook het dijkdorp Lathum aan de IJssel waar een bakstenen kerkje staat, dat z6 van een Noord Groningse terp kon zijn meegenomen. Het is een eenbeukig gotisch bedehuis met zware bakstenen toren van omstreeks 1500. De romaans lijkende ronde ingangsboog is pas in de zeventiende eeuw aangebracht. Latijnse teksten in zandsteen vertellen, dat in 1495 Karel van Gelre het slot Baer heeft verwoest en dat toen de eredienst is overgebracht naar de slotkapel van Lathum. Kort daarvoor moet het schip van de kerk gebouwd zijn; wat voordien de kapel was, vormt nu het koor. Een lezenaar en een doopbekkenhouder uit 1650, beide van koper en met adellijke wapens gesierd, zijn de enige kerkschatten van dit eenvoudige, maar op zichzelf al schattige hervormde kerkje.

Hoe het began?

Op 28 mei 1983 werd in de Ds. Jonkersschool feestelijk herdacht dat in Lathum 60 jaar geleden het christelijk onderwijs zijn intrede deed. Tevens werd toen ook de heropening gevierd van een voor bijna f 300.000,- gerenoveerde basisschool. De "oude-foto-expositie" trok enorm veel bekijks. Toen werd ook het idee geboren om deze boeiende en historische gegevens voor het nageslacht te bewaren.

Uiteraard een woord van dank aan de welwillende medewerking van vele Lathumse ingezetenen. Met name wil ik graag noemen mevrouw W. Biezeman-Lebbink, die evenals in de schoolkrant destijds, ook nu het historische overzicht van Baer en Lathum voor haar rekening nam. De heer C. Dorrestijn neemt u mee op een wandeltocht in en om Lathum en vertelt over de oorsprong van de vele landerijen.

Lathum in oude prenten en ansichten biedt u voor nu en later vele uren kijk- en leesgenot. Jammer genoeg moest een keuze gemaakt worden uit het aangeboden en achterhaalde fotomateriaal; daarvoor echter gaarne uw begrip.

De Marke Bahr en Lathum

De Germaanse betekenis van Marke is grens, begrenzing of grensgebied. In de Liemers vonden we vroeger de Marken in de gemeenten Bergh, Didam, Wehl, en Angerlo. (Het latijnse woord Limes betekent grens.) Het woord Marke is afgeleid van merken, dat wil zeggen: van herkenningstekens voorzien. Als scheiding werden sloten en greppels gegraven. Aileen de Marke van Angerlo bestaat nog, die van Bahr en Lathum is verdwenen. Jhr. mr. W. van Weede was erfmarkrichter van 1932 tot 1972. Zijn zoon jhr. J.D .C. van Weede, eigenaar van kasteel Bingerden en Huize te Lathum, is de huidige erfmarkrichter. Meer interessante informatie vindt u in "De Marke van Angerlo", geschreven door drs. G.B. Janssen en P. Aaldering.

Bahr en Lathum

Uit het register "op de leenen der bannerheerlijkheid Bahr en de heerlijkheid Lathum", blijkt dat Bahr en Lathum oudtijds naast elkaar liggende, zelfstandige heerlijkheden zijn geweest. Op historische gronden mag vastgesteld worden, dat Bahr en Lathum vroeger aan de linkerzijde van de IJssel hebben gelegen. Door gebrekkigheid van het dijkwezen en afwezigheid van normalisering hebben oudtijds de rivieren bijherhaling hun loop veranderd.

Omdat de Ilssel dus vroeger tussen Lathum en Duiven gelopen moet hebben, is het verklaarbaar, dat kerkelijk - misschien ook burgerlijk - de buurtschap Lathum in vroeger eeuwen deel uitmaakte van Rheden. Na verlegging van de rivierloop in noordelijke richting misten de Lathumse bewoners, vooral in de winter, het verband met hun kerk. Tussen 1541 en 1544 werd de kapel van Lathum kerspelkerk.

Slot Bahr

Zoals dit met de meeste oude en verdwenen kastelen het geval is liggen de stichting van het slot Bahr en zijn oudste geschiedenis vrijwel in het duister, te meer daar er geen afbeeldingen van bestaan. Op Goede Vrijdag 1495 werd slot Bahr belegerd op bevel van Karel van Gelre, met behulp van de heer Bronkhorst en van de steden Zutphen en Doesburg. Nadat er een toren en een stuk uit de ringmuur neergestort waren, werd het zeer grote en sterke slot op Hemelvaartsdag ingenomen. Daarna werden het slot en de bijgebouwen, waaronder ook een slotkapel, tot op de grond toe afgebroken. Er bleef niets dan de herinnering over. Sinds die tijd heeft de heerlijkheid Bahr geen slot of kasteel meer gehad. Aan de herinnering gewijd (Memoriae Sacrum) werd een steen met inschrift in het kerkje te Lathum gemetseld.

Nabij de steenoven de Bahrse Pol zijn overblijfselen gevonden van het bovengenoemde slot Bahr. Toen in 1897 na de brand van het woonhuis van de steenovenbaas een kalkput werd gegraven, stuitte men op een onderaardse gang. In 1926 deed zich het merkwaardige feit voor, dat toen de waterstaat een grondaanvulling had gemaakt er een hoekmuur even onder waterwerd ontdekt, gemetseld van grote stenen van ongeveer 30 x 15 x 7 em. Herhaaldelijk moeten schippers achter die muur hun anker verspeeld hebben. Na genoemde grondaanvulling zijn deze fundamenten van het vroegere slot onzichtbaar geworden.

Lathum in de jaren dertig

Lathum behoorde met Giesbeek tot de gemeente Angerlo. Hoewel er nog weI van een kerkelijke gemeente .Bahr en Lathum" gesproken wordt is er van Bahr nog slechts een buurtschap over. In Lathum waren behalve de kerk, Het Huis en de pastorie geen grote gebouwen, doch weI verscheidene flinke boerderijen en enkele steenbakkerijen.

Komende van het voetveer Yelp werd de kom van het dorp bereikt door een afrit van de dijk even voorbij de plaats waar tot 1921 de kenbare oude houten standaardmolen stond. Door de Kerkstraat kwam men langs de pastorie, de kerk, de school (oude), in 1912 gebouwd en Het Huis, waar de weg zich rechthoekig ombuigt in de Koestraat, die weer op de dijk uitkwam waar de vroegere school, in 1835 gebouwd, stond.

De rivierdijk tussen Westervoort en Doesburg liep langs het dorp en was, behalve het genoemde voetveer naar Yelp, de enige verbinding met de buitenwereld. Deze dijk, die een smalle grintweg was, maakte elkaar passeren levensgevaarlijk. Dit was slechts mogelijk bij plaatselijke afritten. In verband hiermee werd bij het toenemend autoverkeer een eenrichtingsverkeer Westervoort-Doesburg ingesteld, een maatregel die zeer moeilijk te handhaven was, gezien de vele processen-verbaal die tegen de overtreders van deze verkeersregel gemaakt werden. In 1934 werd de Llsseldijk verzwaard en verbreed. Toen kon het eenrichtingsverkeer opgeheven worden.

Buiten deze verbinding is in 1936 nog een verbinding tot stand gekomen, door verbetering van de Galstraat. Deze straat be-

stond uit een landweg, zeven meter breed, die in natte tijden zo goed als onbegaanbaar was.

Lathum in de oorlogsjaren

Ook Lathum heeft geleden onder de terreur van de bezetters. De boerderijen van H. van Schooten, G.J. Siebelink, A.H. Bosveld, H. Wolsink, de weduwe Wolters en het woonhuis van J. Schrijvers werden in brand gestoken. Dit was een wraakneming van de Duitsers, die dachten dat vanuit een van deze panden op hen zou zijn geschoten. De Duitsers waren dusdanig in de war, dat ze schoten op alles wat bewoog. Dit kostte hetleven aan W.J. Knuman, W.H. Worm, G. Willemsen en L.M. Jansen. Zij werden getroffen door Duits mitrailleurvuur. Het in brand steken van de boerderijen gebeurde zonder de bewoners gelegenheid te geven ook maar iets in veiligheid te brengen. Zo gingen de inboedel en het vee in vlammen op.

Op eerste paasdag 1945 werd Het Huis te Lathum opgeblazen. Vier Duitsers hadden het plan opgevat om de toren van Het Huis op te brazen. In de keuken werd dynamiet klaargemaakt. Toen gingen ze naar de kelders die onder het hoge woongedeelte liepen. De dynamiet werd geplaatst. Echter, bij de eerste ontploffing was de halve kant van het hoge woongedeelte weg, maar de toren stond nog. Dit was niet de bedoeling en met nog een lading dynamiet werd alsnog de toren opgeblazen. De volgende dag al kwamen de Engelsen, die bij Duiven lagen. Het scheelde dus maar een dag of Het Huis te Lathum zou niet zijn opgeblazen!

De kerk te Lathum

Zoals te lezen uit het Latijnse inschrift in de gemetselde steen boven de kerkdeur is de kapel gebouwd na 1495: het jaar waarin het slot Bahr totaal verwoest werd.

De doorluchtige vorst Karel, bij de gratie Gods, laatste hertog van Gelre en graaf van Zutphen uit het geslacht Egmond, had niet vergeten dat zijn oudoom Willem en diens zonen Jan, Frederik en Willem, graven van Egmond, uit de gevangenis hadden bevrijd Arnold Hertog van Gelre, die Karels vader Adolf tegen recht en billijkheid gedurende zes jaren had gevangen gehouden. Nadat de belegering door Karel, die zes weken duurde, was bevolen, is op Hemelvaartsdag 1495 het kasteel van Baer en Lathum met de vestingwerken en kerk veroverd, verwoest en met de grond gelijk gemaakt.

Op bevel van Jan van Egmond, bannerheer van Baer en Lathum, ridder van het Gulden Vlies, stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, en van Magdalena, gravin van Werdenberg, echtelieden, is de goddelijke eredienst overgebracht naar deze kapel, die gewijd werd aan de zeer gelukzalige maagd en Moeder Gods.

Het hele achterdeel van de kerk, zover de toenmalige grafkelder zich uitstrekt, is blijkbaar later aangebouwd en wei in 1614. De stichting van de pastorie geschiedde in diezelfde tijd door de heer der heerlijkheid. De eerste predikant waarvan melding wordt gemaakt is W. Mollerus, die in 1614 beroepen werd.

In het jaar 1632 is de kerk op vele manieren "versierd en verbeterd". Het wapen dat voorkomt op de geelkoperen lessenaar van de preekstoel is van Borchard Willem van Westerholt Hackfort en diens vrouw Anna Helena van Renesse van Elderen. Kansel, banken en doopbekken werden geschonken door de familie Westerholt. Het randopschrift op het geelkoperen bekken luidt: In 1702 in usum sanctum baptismi capeliae castri de Bahr en Lathum. De wapens van Westerholt en Bahr komen er

in VOOL De grafkelder is in 1812 weggebroken met goedvinden van de heer van Westerholt van Hackfort.

In de zuider zijmuur van de kerk is een steen ingemetseld, die in de vier hoeken het jaartal1691 draagt, voorts een kerkraam met een kruis in het midden en de letters D opzij daarvan. Deze steen is afkomstig van een zekere J. Donkers, die als katholiek geen recht had op een eigen graf, maar dat kocht voor f 500,-. Als bewijs daarvan liet hij genoemde steen inmetselen.

Het Huis te Lathum

Reeds in 1033 wordt Lathum genoemd als heerlijkheid "Lathem" gelegen in het graafschap Hamelande, district Leomerike (nu de Lymers genoemd).

Van het oude huis, het slot van de bannerheren van Lathum, zijn nog over een gebouw uit de 15e eeuw en een uit de 16e eeuw op een nog oudere onderbouw. Dat het in 1355 reeds bestaan moet hebben is afte leiden uit een brief van Eduard van Gelre van 3 februari 1355, toen het "Huis toe Lathem" in brand gestoken werd. Wie thans het huis bekijkt zal zien dat er heel wat is verdwenen en veranderd, als men het vergelijkt met de situatie op vroegere afbeeldingen.

Vroeger viel in de eerste plaats het wapen boven de voordeur op, waaronder het jaartal1562. Dit is het wapen van Hendrick van Isendoom van Blois (1559-1595), bezitter van de baenerhoffstaed van Lathum, en zijn vrouw Sophie van Stommel "vrouw van Stockum". In 1865 stierf de laatste drager van die naam.

Deze wapensteen is thans ingemetseld in de westelijke muur van Het Huis te Lathum. Het is een van de weinige nog oorspronkelijke overblijfselen van het kasteel. Het is in stukken en brokken ingemetseld maar toch nog goed herkenbaar.

Op 16 juni 1672 ontving koning Lodewijk XIV op het Huis te Lathum, toen een sterk, vierkant gebouw met een voorpoort, de Arnhemse gedeputeerden die over de overgave van hun stad kwamen onderhandelen. De Fransen hadden hun kamp in de buurt van Lathum.

Het Huis dat weinig werd bewoond, vergde veel onderhoud. In 1787 werd de ingangspoort afgebroken, terwijl in het huis zelf in deze jaren nog enige veranderingen werden aangebracht. De resten van de fundamenten van de poort en sporen van oude grachten werden in 1905 gevonden. Belangrijke restauraties hadden in 1915 en 1916 plaats onder leiding van architect W. te Riele.

In april 1945 werd door de Duitsers de toren opgeblazen. Sedertdien is aileen het lage woongedeelte over, terwijl in de dichtgemetselde korte zijde de oude ingangspoort met de wapensteen werd opgenomen. Het Huis te Lathum is thans bewoond door de familie Derksen en doet dienst als boerderij.

W.B.

Gegevens betreffende de Christelijke Nationale School, Kerkstraat F57 Lathum, over de jaren 1944, 1945 en 1946.

Gebouwen: Van 14 september 1944 tot 1 november 1944 hebben de Duitse soldaten het schoolgebouw bezet; daama de Arbeidsdienst. Dit alles had ten gevolge dat deuren en sloten werden vernield. Krijt, bordentrapjes, banken en schriften verdwe-

nen. De wandplaten werden voor de ruiten gespijkerd om de lokalen te verduisteren. De houten afrasteringspalen van de speelplaats, evenals de zijkanten van het fietsenhok, werden in de kachels opgestookt.evenals een "bril" van een van de closets. Na de bezetting hebben de evacues uit de omgeving Arnhem in de school "gewoond".

Tijdens de afwezigheid van het hoofd der school, de heer J. Voogsgeerd, hield de heer A. Visser school bij verschillende ouders van de leerlingen aan huis. De onderwijzeres mejuffrouw C.G. Zwaan had Lathum in september 1944 reeds verlaten. Op 4 april 1945 kwamen de Canadezen het dorp binnen. Ten gevolge van granaten werden schooldak, hek en ruiten ernstig beschadigd. Een ijverig bestuur maakte na de bevrijding het gebouw weer bewoonbaar. De heer A. Visser (waarnemend hoofd) "ontfermde" zich over de klassen 4, 5, 6, 7 en 8 terwijl mejuffrouw C. G. Zwaan de klassen 1,2 en 3 voor haar rekening nam. Op 19 augustus 1945 werd mejuffrouw H.H.C. Hulstijn voor vast in haar plaats benoemd. Op 1 november 1945 werd de heer S.A. Doevendans te IJmuiden-O. tot hoofd benoemd. Op 1 december 1945 vertrok de heer Visser naar Bennekom; op 1 januari 1946 werd de heer M.G. v.d. Duin voor vast in zijn plaats benoemd.

In 1946 kon de school normaal werken. Het bestuur zorgde voor hout en turf. Er waren twee lokaliteiten. De klassen 3 en 4 met hun onderwijzer Van der Duin werden ondergebracht in het voorlokaal van het hervormde verenigingsgebouw. Mejuffrouw Hulstijn had de klassen 1 en 2 en het hoofd S.A. Doevedans de groepen 5, 6, 7 en 8. WeI moest de heer Van der Duin opkomen in militaire dienst, maar door medewerking van burgemeester en predikant kon uitstel voor hem worden verkregen.

Henk Hupkes herinnert zich nog, dat hij begonnen is op school (1943) bij juffrouw Hulstijn in het gebouw (omdat de school te klein was). Bij bruiloften e.d. verhuisde de school naar cafe "De Landbouw" van eigenaar Albert Wielheesen (broer van Hendrik W.). Later ook nog in de gang van de oude school bij J aap van Es en toen in 1951 naar de "nieuwe" school op de huidige plek.

Een wandeling met de heer C. Dorrestijn door Lathumse Landerijen

Schrijvend over Lathum, kan men ter orientatie Lathum verdelen in 4 stukken: - Lathum - Dorp - Lathumse Veld - Lathumse Broek - Lathumse Waarden.

Lathum-Dorp

Lathum kon men voor de aanleg van de Rivierweg 1957-1959 niet anders bereiken dan vanuit Doesburg over de Bingerdensedijk via Giesbeek en Bahr. Dan was men in Lathum. Vanuit Westervoort via de IJsseldijk, Lathumse Bandijk; vanuit Duiven moest men door het Duivense Broek en kwam men bij het Huis te Lathum via de Galstraat in Lathum. De Galstraat is pas verhard in 1934-1936 in het kader van de werkverschaffing; vanuit Velp kon men met een voetveer:

"Het Lathumse veer". Moest men boodschappen doen of naar de dokter of naar de vervolgscholen, dan moest men fietsen of lopen over de dijk of via het voetveer. Als de dokter gehaald moest worden of er kwam een nieuwe dominee of

onderwijzer, dan werden dezen gehaald met paard en kapkerretje of dresseerka. Als men plotseling naar het ziekenhuis moest, werd men gebracht met paard en karretje.

Aile melk werd vroeger met paard en kar naar de zuivelfabriek in Amhem (Camiz) of Angerlo (Angerlo-Eldrik) gebracht (nu Coberco). Voordat de zuivelfabrieken er waren, bracht men de melk naar de slijters (melkboeren). Bekende melkrijders uit die dagen: Evert Matser, Van Hal, Abbink, Beekman, Dolman, Brouwer. Deze mensen brachten ook dikwijls de boodschappen mee. De meeste huizen in de Ds. Visserstraat zijn na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Nu is Lathum wat beter bereikbaar over de Rivierweg. Lathum is ook wat bekender geworden door de recreatie en de watersport: de campings "De Mars" en de "Honingraat" worden in de zomer druk bezocht. Ook jachthaven "Muggenwaard" trekt veel bezoekers; nu heet 'dat "Het Eiland". Deze recreatie werd mogelijk door een bochtafsnijding van de Ilssel, daardoor kwam "de Westerpolder op het Rhederlaag" aan de Lathumse kant te liggen (1969).

Lathumse Veld

We beginnen in Achter-Lathum. Als de kinderen vroeger naar schoolliepen, gingen ze vaak binnendoor; men liep dan over de "Horst". Ook de jonge kinderen uit Nieuwgraaf, waar de gebroeders Van Dijk woonden (nu zuiveringsinstallatie) deden dat. De boerderij heette "Schoonhovenstede" en ertegenover lag .Rijderbosch''. Allopende richting Lathum passeerde men de "Kievit", dan liep men langs de "Lange Wand", .Bakkersland" en kwam men uit waar nu de Brinkenweg is en Huis te Lathumweg. De weg liep langs de boerderij "De Platluus" (Dolman) en langs de "Striep" en de .Bekakker''. Zo ging men richting school. Voordat men de "Horst" opging moest men over een vlonder over de Lathumse Leigraaf en dan was men op de Horst. Dit was een karrepad; links lagen de .Rietgraaf" en .Melkpad". Rechts de "Dries" , zo kwam men bij school uit in de bocht Kerkstraat- Koestraat bij .Het Bosje",

Als men de dijk volgt vanuit Achter-Lathum richting dorp liggen alle boerderijen rechts achter de dijk. Waar vroeger Wassink woonde heette de plek .Betjeshof". Waar Rutgers woonde heette het .Vianen'' , nu Wolfshoeve". Waar Wolters woont heette het de "Kikvors", waar Jan Rutgers woont heette het de .Kamp", waar Siebelink woont heette het "De Keukenplaats", vervolgens Hupkes de .Brouwerij", Beekman "de Rauwwortel", Hupkes "Middagten". Waar men de Kerkstraat in gaat de "Molenkamp" (Dorrestijn).

Als men wandelt langs Huis te Lathum over de Huis te Lathumweg liggen links de "Schapeneidens". Vervolgens ,,'s Gravenmaat", rechts de "Wilgenakkers" en de "Ganzemaat". Waar de weg een bocht maakt naar rechts, stond vroeger een schuurtje: geliefd voor vrijende paartjes. In de Tweede Wereldoorlog sliepen er's nachts wel onderduikers. De weg vervolgend liggen links "De Brinken" en de "Geer".

Lathumse Broek

In het Lathumse Broek molk men vroeger de koeien in de wei. Men moet bedenken dat zo'n 15 tot 20 jaar terug praktisch aile percelen voor de Leigraaf langs de Kievitsstraat en de Uurlingstraat als bouwland in gebruik waren.

Men verbouwde er aardappels, voeder- en suikerbieten, rogge, tarwe, haver en gerst. Nu is het meestal mais, Vroeger ging

men melken in het Broek met ponykar, transportfiets, karretje achter de fiets of met een melkjuk. Men ging via de Galstraat of men liep langs de boerderij van Abbink het Broek in. Over de Galstraat wandelend liggen links de "Varkensweiden" en reehts de "Schaapweiden". Na de Kievitstraat krijgt men rechts "Het achterste Endje", .Bossenwei" en .Kerkenwei'', "Gallenwei", de "Hossenband", de "Geerfdenwei" en de "Griezewei". Aan de linkerkant de .Kistenboerswei'' en .Koekenslag''. Ais men de Uurlingstraat voigt, liggen links "Koekswei" , .Koewei" , de "Maatjes", rechts "Drosslag" (slag is lengte), "Haakse weide", de "Uurling" en de "Nuling". Lopende over de Groenestraat en daarna Oude Bandijk liggen links de boerderijen "De verbrande plaats" (Harmsen), .Beukenvoortsplaats", nu .Brouwershof", ;,St. Isodorushoeve" (Kersten), .Bouwmansgoed'' (Van Beek), de .Koppenburg'' (Kriesels), de "Veertien Morgen" (Kraaivanger) en dan is men weer in Lathum. Rechts van de Groenestraat ligt de Bahrse Pol en vroeger de .Bahrse Kamp" (Nusselder).

In de Kerkstraat staat nog het .voormalige meestershuus", later postkantoor (Bulten) en "Spijkerhuus" (Laarhoven). De naam Spijkerhuus komt van spieker, wat voorraadschuur betekent. En dan de pastorie de .Dlde Wehme"

Lathumse Waarden

Vroeger kon men over de zomerdam vanaf het veerhuisje lopen naar de Bahrse Pol. Men begon bij de Overlaat, waar nu 's winters het water het eerst over de dam loopt, dan richting Koppenwaard". Rechts heeft men eerst de "Veerwei" met "Zutphense Hekken", dan de .Biet". In de Biet leerde men vroeger zwemmen, eerst in het ondiepe water, later in het diepe gat. Ais men de zwemkunst meester was trok men met de grotere jongens en meisjes de IJssel over. Men liet afzakken op de stroom en probeerde een schip te pakken om niet terug te hoeven lopen. 's Winters werd er op de Biet geschaatst. Dat is nu nog zoo Na de Biet krijgt men "Mulderspaske", .Heytingswei", .Langewei", "Schaapwei", .Koewei", "Zaaiwaard", .Bosjeswei", "Smachtkamp" en de "Kreek". Na de .Koppenwaard'' krijgt men de .Honingraat", vroeger steenfabriek Kruitwagen. De eigenlijke naam is .Riemerswaard''. Vanaf de Honingraat kon men vroeger lopen over de zomerdam naar de "Bahrse Pol". Daar was de grote sluis voor de afwatering van de Lathumse Waarden in de Marsweg. Waar nu het "Gat van Van Maanen" is, waren vroeger kleiputten, daarvoor weiland; ik noem het wei eens het "Verdronken Land van Lathum".

Vroeger kon men bij Kraaivanger de Lathumse Waarden op rechtdoor (nu nog!) naar de "Grote Zaaiwaard". Ook kon men rechtsaf over het .Botterdiekske'' naar de melkweidens. Daar waar nu water is (Van Maanen), lag destijds het "Staartje" , een stuk van de "Smachtkamp", "Haverland", "Varkensby bult", .Kraaienland", de "Elfmorgen", de .Lage Waard" en 't "Valkengat". Tussen de Bandijk en de Rievierweg ligt de "Hank".

N og enkele bijzonderheden over Lathum. Waar nu Eykelenkamp woont was voor de aanleg van de Rivierweg een groot watergat, "Het Zwarte Gat" , dat was ontstaan door een oude dijkdoorbraak, net als de "Waai bij Nieuwgraaf'. Waar het Zwarte Gat was zat heel vroeger een sluis voor afwatering van de Liemers. Nu wordt de Liemers bemalen door" Gemaal De Liemers" te Giesbeek. Als men naar de .Koppenwaard" gaat ziet men links de overblijfselen van de oude veldoven, dat was de fabriek van Mijldekker (stenen bakken met turf). Op de hoek Bandijk - Molenstraat stond vroeger de standaardmolen, die is afgebroken in 1922. De "Molenbult" is nog over. De vervanger van de molen was de stoommaalderij van Schaars. "De Stoom" stond aan de Molen-

straat tegenover transportbedrijf Wieggers. De nieuwe huizen links van de Kerkstraat staan in de boomgaard van Beekman. V roegerwas er ook een boomgaard in de Brinken; deze was van I an Teunissen; hij woonde waarnu Van Leeuwen woont. Wicharts levensmiddelen (Sportel) was vroeger maalderij van C.L.V. "Ons Belang" Angerlo. Cafe "Het Trefpunt" heette vroeger cafe "De Landbouw", hier vierde men het Lathums feest in een tent. Men kon over de deel naar de gelagkamer. Men zei dan: "We gaan naar Albertveur", (Albert en Aaltjen Wielheesen).

In de Koestraat staat boerderij "De Weikamp" (Lebbink). Aan de Bandijk was vroeger het bierhuis, een voerplaats voor paarden. Het stukje grond naast het kerkhof heet "Schuttershof'. Nieuwe straatnamen in Lathum zijn: De Brink en Melkpad. Ik hoop dat u bij de volgende wandeling nog meer geniet van de omgeving van Lathum.

1. Tegenover de kerk ,,'t Spiekershuus", nu de woning van T. Laarhoven. Gaard Wolsing woonde vroeger naast 't Spiekershuus. Nu is het een kale plek. Rechts staat juffrouw Tamme (lange rok); de man met de lichte hoge hoed is een onderwijzer en naast hem, met hoge zwarte, is dominee Jonkers.

De kinderwagen is ook van de familie Jonkers. Dominee Jonkers had zes dochters en een zoon. De haag links liep tot bijna aan de Rivierweg (tot aan de "Hors") en was in gebruik (deze bongerd erachter) door H. Wielheesen en eigendom van jonkheer van Weede.

Rechts voor de school was een bosje (met een dertigtal bomen), waar de schoolkinderen zich prima vermaakten. Links drie boerderijen ('t Spiekershuus - Wielheesen - Pennekamp).

De zondagsschool stond destijds tussen kerk en pastorie. Het was een klein gebouwtje, waarin de lessen werden gegeven door mevrouw J onkers, de vrouw van de dominee, en door Mies Matser. In dat zelfde gebouwtje, nu verdwenen, werd ook de catechisatie gegeven, eerst door dominee Jonkers, later door dominee Val uit Westervoort.

2. Landbouwer G. Matser op weg naar huis met twee paarden voor de wagen. Rechts de oude school (van voor 1951).

De familie Van Es betrok de woning in 1953. Buurman Langenbach kwam later en nog later de familie J. Ubbink. Het land naast de familie Ubbink was van Matser, de "Schuttershof'. 't Junske Wim zit naast vader Gerrit.

De laatstgenoemde houdt nog steeds van paarden; al zijn de paarden die nu in de wei lopen een stukje kleiner dan de bruune Rosa en de schimmel. Met deze beide paarden heeft G. Matser de nieuwe dijk links van de Rivierweg bij Varmanen nog vastgelopen. Later werd dit verboden door de Dierenbescherming. Toen kwam de rupsband.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek