Leende in oude ansichten

Leende in oude ansichten

Auteur
:   J.H.M. Aerts
Gemeente
:   Heeze-Leende
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3847-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Leende in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Leende wordt in de geschreven bronnen voor het eerst in 1253 vermeld. Heeze en Sterksel, waarmee Leende een bestuurlijke eenheid vorrnde, worden al in 1172 genoemd. Oat is geen reden om aan een gescheiden bestaan van Leende te denken. De staatkundige eenheid van de drie genoemde dorpen verliest zich in het duister van de middeleeuwen. De beste verklaring voor de naam Leende is die waarbij gedacht wordt aan het van het land afgeleide woord belenden. Verklaringen in de zin van leen zijn onjuist, omdat genoemde dorpen van origine geen leengoederen zijn. De manschap van de grondheren dateert van 1334. Door de leenhulde, in datjaar voor het eerst gebracht, behoorden de heren van Heeze en Leende tot de machtigsten in het toenmalige hertogdom Brabant. In de context van deze naamsverklaring (Heemkronyk 1965) wordt Heeze gezien als hofdorp met bewoners die meest van horige hofboeren afstamden en Leende als belendend buurdorp met handeldrijvende vrije boeren. In twee oude stukken wordt het beJendend dorp zelfs voorop genoemd: de oorkonde van 1285 en de uitslag van de Brabantse volwassenentelling van 1374. In die stukken is sprake van Leende en Heeze. We kunnen daar nog geen bruikbare concJusie uit trekken. De oude bronnen laten ons tot dusver nogal in het ongewisse over de meer alledaagse gang van zaken in onze dorpen tijdens de gevorderde middeleeuwen. Maar in de herfst van die door Huizinga zo raak getypeerde tijd, komt er monumentaal nieuws uit Leende. Het dorp van omtrent driehonderd haardsteden gaat in de vijftiende eeuw een nieuwe parochiekerk bouwen. Een kerk die sindsdien alles getrotseerd heeft. Een pronkstuk van kerkelijke bouwkunst, waarbij we toch niet aan een "groot" bouwmeester zullen moeten denken. Cuijpers immers noernde de fundering van de toren onredelijk. Niettemin ontstond een prachtige toren met de weelderige vormen

uit de laatste periode der gotiek, maar weI een die van meet af aan al om speciale voorzieningen vroeg vanwege een bouwkundig niet geheel verantwoorde opzet. Maar van de toren gaan we via valkeniers, teuten en nog wat naar de strekking van dit boekje - de periode 1880-1930 in foro's - toe. Een belangrijk aspect van Leende, of meer nag van Leenderstrijp, waren de valkeniers en de valkerij. Nag weinig bekend, wellicht omdat die betekenis later door Valkenswaard zal zijn overaenomen. In een oude kroniek, kort voor 1645 vervaardigd, lezen we: .Leende ... sijnde een vermaerde plaetse door de valckenieren die daer vele woonen ende bij aile vorsten en princen de gansche weerelt door, jae bij den Turkschen keiser selfs gaen dienen". Dezelfde kroniek zegt bij "Weerd" (Valkenswaard) niets over valkerij. Uit zeventiende eeuwse archiefbescheiden (A. F. N. van Asten) duiken de volgende Leender families op waarin valkeniers voorkomen: Vermeulen, Bijnen, Royaerts, Vogel, Tielens (Heesterbeeke), Ver braken, Dingens en Genen. De relaties met Europese hoven waren een enkele maal zo nauw dat Maria Sophia Vermeulen op 18 juli 1733 te Leende ten doop werd gehouden door Maria Amalia, aartshertogin van Beieren.

We zeiden al iets over de handeldrijvende vrije boeren van Leende en daarmee eigenlijk al over het teutendorp. Zeker, de landbouw zal altijd weI het voornaarnste middel van bestaan zijn geweest, maar de handel ofmarskramerij moet tach van meer dan gewone betekenis zijn geweest. De teuten waren dikwijls in een streng gereglementeerde familieclan verenigd. Voor Leende kennen we zo'n "compagnonschap" uit 1713. De teuten handelden in koper, mensenhaar, taft, varkens, zout etc. Wij zien in de oprichting van St.-Crispinus in 1870 (zie elders in dit boekje) iets van heimwee naar zo'n teutencampagnanschap. Nag in 1823 maakte de gemeente-

ontvanger Ernou een afspraak met burgemeester Wijnants ten gerieve van de inlandse kramers van deze gemeente, die tijdens de zitdagen van de ontvanger "met hun waren rondzwerven", Veel ingezetenen van Leende en Heeze werkten in de zeventiende eeuw in Zweden, Holland en Frankrijk. De mogelijkheden om ter plaatse veel te verdienen zal niet groot geweest zijn. De elf brouwerijen, die er in 1656 waren, zullen geen grote betekenis hebben gehad.

Leende is een groot en schoon gebouwd dorp; het heeft dertienhonderdeenenvijftig inwoners (thans zevenendertighonderddertien) waaronder zeven gereformeerden. Men vindt er nogal wat welhebbende lied en. De kerk is een zeer vervallen gebouw maar heeft een schone toren. Dit dorp is niet minder vermakelijk om zijn houtgewas als Heeze. Zo ongeveer beschrijft S. de Graaf in J 807 het dorp Leende. Globaal gezien zullen we de negentiende eeuw niet als een welvaartsperiode mogen aanmerken. Na de komst van de Fransen kregen de katholieken van Leende hun kerk terug. Merkwaardig genoeg was de pastoor hierop tegen omdat dit veel kosten met zich mee zou brengen en de bestaande situatie (de kleine kerk) hem wel voldoende leek. De pastoor kreeg zijn zin niet en de katholieken namen de kerk weer in gebruik. In 1794 kregen Leende met Heeze en Zesgehuchten een heerliikheidsbestuur en in 1810 volgde het keizerlijke decreet waarbij de drie dorpen zelfstandige gemeenten werden.

Ook folkloristisch gezien is Leende een interessant dorp: haanklippelen, gansrijden, kikvorskruien, happen van stroopbestellcn, nieuwjaarzingen, de Sint Janstros en een rijk gildeleven is maar een greep nit het vele. Vastenavond en carnaval zijn er van oudsher bekend, elk gehucht had een eigen kermis en de oude gebruiken op en om de boerderij zijn er lang in ere gehouden.

Leende is bekend als .Jcnollenland" vanwege de knollen of rapen die op bepaalde gronden in Leende "veel smakelijker vielen" als elders. Niet minder vermaard zijn de vele notebomen die er nu nog, meer als op andere plaatsen voorkomen. De verklaring voor deze knoll en- en notenreputatie zal wei gezocht moe ten worden in de kwaliteit van de grond. De Leendenaren worden "blazen" genoemd, een bijnaam waarvoor twee verschillende verklaringen zijn. Volgens de ene zou de naam ontleend zijn aan de blaasvormige bol op de toren, terwijl de andere opvatting zegt dat de bijnaam is afgeleid van blaaskaken (opscheppers).

Toen in Leende de nieuwe kerk was gebouwd, waarvan de legende zegt dat de stenen werden gebakken bij de rivier en van daar door de bewoners van hand tot hand werden doorgegeven naar de bouwplaats, waren de bewoners zo trots dat men hen blazen ging noemen.

We hebben in deze inleiding een paar accenten gelegd, te weinig zelfs om aanspraak te maken op een overzicht. Maar dat is ook niet de bedoeling van dit boekje. We hebben nog niets gezegd over het Cijnsgoed, de Strijperheg, de jaarmarkten. bekende inwoners en families en over zoveel andere dingen. Maar als we uw belangstelling hebben gewekt of vergroot, dan mogen we al tevreden zijn.

Het Leende van vandaag is een zich ontwikkelende forensengemeente aan de E-9 en is daardoor steeds sterker georienteerd op Eindhoven, waardoor al wordt gedacht over aansluiting bij "de tien" van het stadsgewest Eindhoven. Leende heeft alles: verl eden, heden en toekomst; drie componenten voor een groots perspectief.

1. Deze prachtige tekening van J. de Beijer (1703-1785) uit 1738 laat ons de kerk van Leende in haar meest oorspronkelijke vorm zien. Een laat-gotische kruisbasiliek, gebouwd in de zogenaamde Heilige Linie en volgens een steen, die vroeger boven het St.-Jozefaltaar heeft gezeten, "afgewerckt in 1474". Op de tekening is de zuidelijke zijingang nog te zien, waarboven een nis waarin zeker een mooi beeld he eft gestaan. Deze ingang is vervangen door een passend venster. De nieuwe ingang kwam tussen de twee steunberen het dichtst bij de toren. Uiterst links op de tekening zien we hoe een schans eindigt in een devotiekapel (7). Zowel links als rechts van de kerk zien we een gebouw staan. Dit versterkt ons vermoeden dat aan de torenzijde (thans kerkhof) een weg heeft gelopen. De waarde van deze tekening kan nauweJijks hoog genoeg worden geschat. Wij vinden het een groot voorrecht deze hier voor het eerst te mogen publiceren.

2. De Dorpsstraat omstreeks 1904. De kinder en op de voorgrond tonen ons hoe de jeugd in die dagen gekleed ging. Rechts ziet u de oude huisgevel van Gijs de Groot, waar thans de Schoolstraat begint. Achter de schans staat het huis van J. Rutten waar het postkantoor was gevestigd. Een postkoets van de postwagendienst Budel-Eindhoven staatjuist gereed om zijn weg via Heeze en Geldrop naar Eindhoven te vervolgen. De postkoets reed dagelijks eenmaal op en neer. Helemaal achter (links) ligt de boerderij van J. van der Linden alwaar we nu de riante Margrietlaan vinden.

Groete utt Leende ?. r

3. Het oude Marktplein bij de kerk vormt van oudsher het centrum van Leende, Dit gedeelte laat ons rechts op de foto nogjuist het huis van Driekus van Engelen zien. Dan, voorbij de drie notebomen, cafe Adam van Engelen (gerneenteontvanger), een typisch stamcafe waar ook de "Philharmonie" thuis was. Bovendien een rustpunt van reizigers omdat hier de passagiershalte van de postkoets was. Dan het St.-Catharinagesticht in de oorspronkelijke vorrn. Het werd op 29 mei 1889 door de zusters van Tilburg in gebruik genomen, onder meer voor de verzorging van zieken en bejaarden. De oude burgemeesterswoning van Jan Baptist Clephas 0811-1821) is in april 1956 ten behoeve van de bouw van het nieuwe gemeentehuis gesloopt,

4. De zuidzijde van het Marktplein met muziekkiosk en dorpspomp. Rechts cafe "Het Leeuwke" met boven de deur een naambord waarop de afbeelding van een leeuw. Achter de kiosk staat de olieslagerij van G. Rutten. Tussen deze huizen door liep een wegje, waarlangs men geheel rond de kerk kon lopen. Vervolgens het gemeentehuis van 1870 en nogjuist zichtbaar de woning van pauselijk zouaafF. van Moorsel, Al deze gebouwen werden bij de grote brand van 18 mei 1922 een prooi del' vlammen. De fraaie voorgevel op de achtergrond is van de smidse (met cafe) van Kobus van Asten, helaas in 1912 afgebrand. Let eens op de sierlijke bovenlichten en de fraaie vlakverdeling van de alles behalve saaie gevels. Met links het St.-Catharinagesticht een bijzonder kijkje in het oude Leende.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek