Maasbracht in oude ansichten

Maasbracht in oude ansichten

Auteur
:   W.J. Habraken
Gemeente
:   Maasbracht
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4412-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Maasbracht in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLElDING

Maasbracht behoorde in vroeger tijden tot het Ambt van Montfort en tot het graafschap Gelre. In 1543 gaat het bij Verdrag van Venlo over naar het rijk van de Habsburgse vorsten. Bij het Barriere- Traktaat van 1715 komt het Ambt met aile bijbehorende plaatsen, waaronder Braght, onder de souvereiniteit van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden. In 1795, na de inval van de Fransen, wordt Maasbracht ingedeeld bij het Departement van de Nedermaas en komt aanvankelijk onder canton Stevensweert, later wordt dat het canton Echt en in 1802 komt de plaats onder het canton Roermond.

Inde tijd van het Ambt van Montfort lag in Echt de Schepenbank, waaronder Maasbracht behoorde en waarin het twee afgevaardigden had. Na de Franse periode werd Maasbracht eigenlijk pas een onafhankelijke zelfstandige gemeente. De eerste gemeenteraadsvergadering werd gehouden in mei 1811. .

Over het ontstaan van Maasbracht is niets met zekerheid vast testellen. We.Lbestaat een oude akte uit 1265, waarin staat dat er in dat jaar een eertijds in de Maas gelegen eilandje tussen de parochies Bracht en Stevensweert werd verkocht. Maasbracht bestaat dus al meer dan 700 jaar.

Maasbracht-Beek wordt omstreeks 1500 vermeld in Gelderse leenakten en heet dan "Leen ter Beke"; "Aen gen Beeck" of "ter Beek in den kerspel Bracht". De naam kan verband houden met het vroegere leengoed Tger Beke. De plaats is ontstaan langs de oevers van de vroegere Krombeek die door het dorp stroomde en die er later uit is weggeleid. Het onstaan van St.-Joost hangt samen met het ontstaan van de Kloosterhof. Omstreeks 1300 vestigden zich in dit vroegere klooster Franse kloosterlingen die hier Coulitenpaters werden genoemd. V olgens anderen waren het oud-Ieden van de opgeheven orde der Tempeliers. Na dezen woonden er bejaarden. Dit waren mannelijke leden van de Franciscanerorde. Omstreeks 1574 verlieten ook zij het klooster en ging het gebouw over aan de Roermondse bisschop. De bij het klooster behorende kapel van St.-Judocus werd omstreeks 1700 verwoest. In 1781 wordt door bisschop Damianus van Hoensbroeck het hof Si.-Joost in eigendom overgedragen aan ridder Jan Paul de Plevits. Het gebouw is dan een hoeve, welke bestemming het tot op heden heeft behouden. Eerst in 1934 wordt aan een eerste kerkbouw te St.-Joost begonnen. Brachterbeek en het Brachtergedeelte van St.-Joost

behoorden vroeger tot de parochie Maasbracht. Een bekende en voor Maasbracht belangrijke parochieherder was omstreeks 1700 pastoor L. F. Vorsterman. Hij liet in 1695 te Maasbracht een nieuwe kerk bouwen en adviseerde Maria Moers bij de stichting, in 1701, van de Lorettekapel te Brachterbeek. Deze plaats werd in 1932 zelfstandig rectoraat en in 1946 parochie. St.-Joost werd in 1945 rectoraat.

In tegenstelling tot het Maasbracht van nu was de plaats vroeger een agrarische dorpsgemeenschap. In de vroegste tijden waren schapen- en bijenteeIt bestaansmiddelen. Van de schapen verkreeg men vlees en wol voor kleding, van de bijen honing als zoetstof en was voor het vervaardigen van kaarsen. Ook werd turf gestoken van de vroegere veengronden als brandstofmiddel. Hierdoor is het latere Groot- en Reigelsbroek ontstaan. In latere jaren verdwenen schapen en bijen en werd overgegaan op rundvee en paarden. Hoofdprodukten in de landbouw waren rogge en aardappelen.

Maasbracht werd vroeger gesticht aan de rand van het overstromingsgebied van de Maas die toen als natuur-

rivier grote verschillen in waterpeil kende en bij hoog water, ook in Maasbracht grote overstromingen en bij watersnood dijkdoorbraken veroorzaakte. Reeds volgens een resolutie van 1742 waren eigenaren van langs de oever gelegen gronden verplicht om batwerken tegen de oever te maken om afspoelingen te voorkomen. Deze batten werden gemaakt van houten palen en takkenbossen. V oor het toezicht hierop werd een batmeester aangesteld. In verschillende jaren tussen 1810 en 1832 komen ernstige overstromingen en dijkdoorbraken VOOL In 1830 staat het Maaswater tot in de Dorpstraat en dreigen er huizen weg te spoelen. Men vraagt in die jaren dan ook regelmatig om overheidsbijdragen om dijk- en oeverwerken uit te voeren. In 1832 stuurt Maasbracht een verzoekschrift aan Z.M. de KoningderNederlanden om zijn tussenkomst ter verkrijging van subsidie om de nodige dijkherstelwerken mogelijk te maken, aangezien kostbare grondstukken door het Maaswater zijn weggespoeld, terwijl ook woningen hiermede bedreigd worden. Als niet tot maatregelen zal kunnen worden overgegaan zal zulks binnen 2 it 3 jaar ook het geval zijn met de kerk en alle huizen in de kom van het dorp. Ook in de jaren 1792, 1880 en 1849 komen ern-

stige watersnoodrampen en overstromingen voor. De Kruchterkempdijk en de Ohedijk breken herhaaldelijk door en in het eerste en laatstgenoemde jaar vinden dermate ernstige wegspoelingen plaats, dat de Maas dreigt een ander koersverloop te nemen waardoor velden van Maasbracht en Linne dreigen vernield te worden. N og bij de watersnood in 1926 brak de Ohedijk op twee plaatsen door, bij de "Lange Nachi" en de " Kattekuil", Door verbeteringswerken aan de Maas en het graven van het Julianakanaal kwamen deze moeilijkhedenlater niet meervoor. Maasbracht kende in vroeger jaren ook enige industrie en nijverheid. In 1858 bestaan in Maasbracht twee bierbrouwerijen en een ros-oliemolen, In 1863 zijn er twee bierbrouwerijen van H. Geurts en G. Scheeren en een mouterij van P. Creemers. Daarbij begint een heer Bandrihaij uit Roermond in dat jaar een steenbakkerij in de gemeenteo In 1870 is er een mouterij bijgekomen ten name van H. Geurts. In 1876 is er een steenbakkerij van M. Geurts. In 1890 wordt een brikkenbakkerij opgericht door A. Schulpen en in 1901 een tichelbakkerij in het Kruchterveld door A. Hermans en een door de weduwe W. Janssen. Een opgave in 1904 vermeldt: een stoommeelfabriek van J. en

Th. van de Venne; twee bierbrouwerijen van G. Hermans en A. van de Venne en een steenbakkerij van A. Hermans. In 1930 kwam de vooroorlogse vestiging van de N.V. Bandtegel aan de haven. In de jaren 1928-1930 kwam de eerste havennijverheid door de vestiging van het kolenoverslagbedrijf der Staatsmijnen en een particuliere onderneming. Men is dan in 1925 inmiddels gestart met de aanleg van het Julianakanaal en de bouw van desluis. AIs in 1934 het kanaal wordt geopend gaat dit havenbedrijf naar het zuideIijker gelegen Born.

Sinds 1922 kende Maasbracht ook een tramlijn Roermond-Echt die via Brachterbeek liep, waar op Tergouwen een emplacement met goederenverlaadplaats was aangelegd. In 1937 werd deze tramIijn weer opgeheven. Het personenvervoer werd met L.T.M. autobussen voortgezet. In 1942nam de V.A.D.A.H. uit Echt de Lijndiensten over en sinds 1970 worden de diensten door de N.A.O. uit Roermond uitgevoerd.

Maasbracht kende in de loop der jaren verschillende burgemeesters: H. Geurts (± 1840-1875); diens zoon, M.

Geurts (1875-1884); J. van de Venne (1885-1902); H. van de Venne (1902-1933); Mr. J. Geradts (1933-1941); door de Duitse bezetter aangesteld P. J. Kluijtmans (1941-1944); F. Cuypers (1946-1949) en vanaf 1949 de huidige burgemeester A. B. J. Ewalds.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de bevrijdingslegers oprukten lagen in de haven van Maasbracht ongeveer 250 schepen. Toen deze geen mogelijkheid meer van uitvaren hadden, besloot de Duitse militaire overheid in september 1944 aIle schepen tot zinken te brengen. Door een speciaal Sprengkommando werd de haven in een groot schepenkerkhof veranderd. De hierdoor dakloos geworden schippersgezinnen werden allen door de Maasbrachterinwoners in hun huizen opgenomen. In november 1944 moesten aIle inwoners van Maasbracht op last van de Duitse bezetting evacueren naar dorpen die verder costelijk van de Maas lagen. N a de bevrijding, toen allen waren terggekeerd, moesten de bewoners van het dorp en Kruchten opnieuw evacueren, nu op last van de Amerikaanse militaire overheid. De Amerikanen hielden legeroefeningen op en nabij de Maas, Na de terugkeer van de

bewoners in mei 1945 werd met de wederopbouw en het opruimingswerk in de haven begonnen en op 7 juni 1945 kon de vaart op het Julianakanaal feestelijk worden heropend.

Het na-oorlogse Maasbracht is ten opzichte van het vroegere grondig van structuur veranderd .. Maasbracht is thans geworden, dat wat de Maas er bracht. Van agrarische dorpsgemeenschap met 1936 inwoners in 1935 is de plaats, dank zij haar gunstige ligging aan waterwegen, uitgegroeid tot een van de grootste binnenscheepvaarthavens van Nederland en telt de gemeente thans ongeveer 7500 inwoners. In tegenstelling met vroeger zijn nu de plaatselijke industrie, nijverheid, economische en sociale diensten van betekenis geworden. De toelichtende tekst in dit boekje is noodzakelijkerwijze beknopt gehoudenmoeten worden. We beogen evenwel de geinteresseerde inwoners en oud-inwoners van Maasbracht met deze uitgave een genoegen te hebben gedaan. De Maasbrachtenaar van vroeger kan hierin wellicht iets, terugvinden van de vroegere situatie in de gemeente terwijl de nieuw ingekomen bewoner zich enigszins een beeld kan vormen van het Maasbracht van vroeger jaren.

MAASBRACHT - Dorpstraat

l. Opname in de Dorpstraat in 1924 met rechts een gedeelte van de woning van het schoolhoofd M. Frencken, de schoolpoort waarachter de vroegere school lag en verder het voorma1ige gemeentehuis. Dit complex werd in 1830 voor deze doeleinden door het gemeentebestuur aangekocht. Daarachter liggen de woningen van P. J. Krekelberg, Th. Krekelberg en de kinderen Heuts. Links de woningen van onderwijzer J. Janssen, Fr. Wilms, J. Wilms, L. Grispen (later A. Schulpen), N. Smeets, de kinderen Wackers, L. Sentjens, G. van Pol en de familie LinssenDings. Verharde wegen, trottoirs en riolering waren er toen nog niet.

2. Een processie-opname in de oude Dorpstraat in 1910. Voor loopt een Zouavengroep. Achter de groep bruidjes zien we twee zusters van de Franse orde "Les Soeurs Hospitalieres a Treguier" die in 1907 het zustersklooster aan de Kloosterstraat hebben gesticht. Deze zusters verb1even hier tot 1919. De woning in aanbouw is die van de latere wethouder W. Joosten, die met zijn vrouw in de hekopening staat. Verder de werkplaats en de woning van P. Hover en de woning van M. Moors. StraatverJichting is er reeds sedert 1904, doch huisaansluitingen vinden pas in 1916 plaats.

Maasbracht.

Dorpsgezicht.

3. Opname bij het zustersklooster in 1910. Links, nog omringd door een hoge muur, het klooster dat in 1907 door de Franse hospitaalzusters is gesticht. In 1919 keerden zij naar Frankrijk terug. Van 1923 tot 1930 woonden er de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid uit Tege1en. Van 1932 tot 1968 bewoonden de zusters van Liefde uit Schijndel het klooster, In dat laatste jaar werd het klooster opgeheven en verkocht. Het is nu een internaat voor katholieke schipperskinderen. Verder ziet men de woningen van onderwijzer J. Janssen en schoolhoofd M. Frencken en fotograaf J. Smeets-Linssen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek